100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

samenvatting metabolisme

Rating
-
Sold
-
Pages
36
Uploaded on
20-02-2025
Written in
2023/2024

samenvatting metabolisme, farmaceutische wetenschappen, 1e jaar (2e semester)

Institution
Module











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Uploaded on
February 20, 2025
Number of pages
36
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

H1: BIO-ENERGETICA

1.1 DE ENERGETISCHE LOGICA VAN HET LEVEN

De cel heeft energie nodig omdat

- Ze informatie moet kunnen opslaan en die tot expressie kunnen brengen
- Ze biosynthetische reacties moet uitvoeren
- Ze een gehele cel (of celorganellen moet laten bewegen)
- Ze een onevenwicht met de buitenwereld moet onderhouden

Opbouw en afbraak moet constant blijven dat kan door continue reacties die ENERGIE
kosten.= dynamische steady state

Organische organismen halen energie uit omgeving door

- Chemische brandstoffen op te nemen en er energie uithalen door ze te oxideren
- Energie uit zonlicht te halen

Tijdens energieomzettingen daalt de potentiële energie en stijgt de wanorde

Organismen:

- Halen energie uit de omgeving
- Zetten die om in bruikbare vormen voor arbeid te verrichten
- Deel ervan gaat verloren in omgeving als warmte
- Stellen eindproductmoleculen op waardoor wanorde(entropie) stijgt
- Vormen complexe macromoleculen waardoor orde weer toeneemt.

Niet fotosynthetische organismen oxideren de energierijke fotosyntheseproducten en
geven e- af aan O2 (respiratie)

Hydrogeneringsreacties(+H2) = reducties (C-Hbind ↑) dehydrogeneringsreacties=
oxidaties (C-H ↓)

Cel oxideert in lange reeks van reacties  meer energie uithalen

Vrije energie zal altijd kleiner zijn dan potentiele energie want deel gaat altijd verloren als
warmte

Chemische reacties kunnen zo worden gekoppeld dat energievrijstellende (exergone)
reacties energievergende (endergone) reacties aandrijft

De energie die werd vrijgesteld door oxidatie van voedselmolecule kan tijdelijk in
geactiveerde carriermoleculen (ATP, NAD(P)H) worden opgeslagen als transfereerbare
groep OF hoge-energie-elektronen. De vorming van geactiveerde carrier(=energetisch
ongunstige reactie) wordt gekoppeld aan energetisch gunstige reactie

Transitietoestand= toestand met hogere vrije energie dan reagens of product

,Enzymen= biokatalysten die de reactie versnellen zonder zelf verbruikt te worden
(verlaagt de energiebarriere). Versnellen reactie via bindingseffecten= 2 reagentia
binden aan enzymoppervlak waardoor de waarschijnlijkheid van reageren wordt verhoogd
en ervaren verandering in moleculaire vorm waardoor activeringsenergie wordt verlaagd.
Substraat bindt aan de ‘actieve site’

Sleutelenzymen worden zo geregeld dat er enkel hoeveelheid molecule word
geproduceerd waar er nood aan is

Synthese van enzymen worden geregeld door genexpressie


1.1 THERMODYNAMISCHE BASISPRINCIPES VAN DE BIO-ENERGETICA

Cellen creëren en handhaven orde in een universum met steeds toenemende wanorde,
om deze orde te scheppen is er een aanhoudende stroom van reacties nodig die energie
vereisen en die bevorderd moeten worden door enzymen.(verlagen de EA)

Tweede wet van de thermodynamica

- De wanorde van het universum kan alleen maar toenemen OF
- Systemen zullen spontaan veranderen naar schikkingen die het meest
waarschijnlijk zijn OF
- Systemen zullen spontaan evolueren naar schikkingen met de grootste entropie

Cel neemt energie op in omgeving en gebruikt die om orde te scheppen binnenin de cel,
tijdens het verloop van die reacties komt er warmte vrij = meer wanorde

Eerste wet van de thermodynamica: energie kan worden omgezet van de ene vorm
naar de andere, maar energie wordt niet geschapen of vernietigd

Zowel energieveranderingen en entropieverandering zijn belangrijk voor het bepalen van
de richting van een thermodynamisch gunstig proces

G = H – TS ∆G = ∆H - T∆S

Vrije Gibbs energie= energie die vrij beschikbaar is voor het verrichten van nuttige arbeid

- H=hoog  veel warmte toevoegen om bindingen te kunnen breken
(bindingen=energierijk)
- ∆H neg  veel warmte komt vrij
- Wanorde stijgt als energie verloren gaat als warmte

Moleculen bezitten energie door

- Rotaties, translaties, vibraties
- Energie opgeslagen in bindingen

Cel veroorzaakt wanorde door

- Veranderingen in bindingsenergie waardoor warmte wordt vrijgesteld

, - Lange keten af te breken
- Als energie verloren gaat als warmte

Energetisch gunstige reacties (spontane reacties) zijn reacties waarbij er een daling is
van vrije energie. Vrije energie is nuttig voor het voorspellen van verloop van een reactie

De standaard vrije-energieverandering ∆G0 : concentratieonafhankelijke: ∆G = ∆G0 +
0.616 ln([B]/[A])

∆G wordt negatiever als B/A kleiner wordt, ∆G=0 bij evenwicht

Energetisch ongunstige reacties worden mogelijk gemaakt doordat ze gekoppeld worden
aan energetisch gunstige hydrolysereactie van ATP

Hoge bindingsenergie= hoge energiebinding= negatieve ∆G0 ( ∆G0 voor hydrolyse=
‘bindingsenergie’)

Heterotrofe cellen zetten hun vrije energie(afkomstig van voedselmoleculen) om tot ATP
en ATP geeft zijn energie aan endergone processen (vb transport van molecule doorheen
membraan tegen ionen gradiënt)




1.1 FOSFORYLGROEPTRANSFERS EN ATP

p26 energieomzettingen

∆G hydrolyse van ATP is groot en negatief

- Verwijdert 1 vd 3 fosfaten  vermindert elektrostatische afstoting binnen ATP
- In Pi wordt een resonantiehybride gevormd
- ADP2- dat werd gevormd ioniseert tot ADP3- (vrijstelling H+)
- Pi en ADP zijn beter gehydrateerd dan ATP = betere stabilisatie eindproducten
- Grootte Ea zegt NIETS over ∆G (energetisch gunstigheid)
- Grote activeringsenergie nodig

Hydrolyse= ∆G0= -30kJ/mol (concentraties ADP en P veel lager)  werkelijkheid: ∆G= -
50-65 kJ/mol

- PEP fosfo-enolpyruvaat (hydrolyse)pyruvaat in enolvorm (tautomerisatie)
pyruvaat(ketonvorm)=stabieler ∆G0 = -62kJ/mol
- 1,3 bifosfoglyceraat (hydrolyse) 3phosfoglycerine zuur  (directe afsplitsing
H+ )  3 fosfoglyceraat ∆G 0 = -50kJ/mol
- Fosfocreatine (hydrolyse)creatine (afsplitsing P en resonantiestabilisatie
bevordert de voorwaartse reactie ∆G 0 = -43 kJ/mol
- Thioesters ondergaan minder resonantiestabilisatie dan zuurstofesters. Thio-esters
(acetyl-CoA) hebben hogere vrije energie inhoud (orbitaaloverlap S-C is zwakker),
niet zo stabiel

Hoge energieverbindingen: ∆G0 negatiever dan -25kJ/mol  lage energieverbindingen:
minder neg

, Fosfaattransferpotentiaal  hoog: meer energie vrijstelt dan deze nodig heeft (PEP)

ATP kan energie overdragen van hoge energieverbindingen

ATP levert energie door groepstransfers (ATP-hydrolyse zorgt enkel voor vrijstelling van
warmte)

 ATP molecule wordt getransfereerd naar substraatmolecule waardoor dit deel van
ATP gebonden wordt aan enzym en daardoor vrije energie inhoud verhoogt en
daarna wordt de fosfaatbevattende groep van ATP verplaatst


1.1 BIOLOGISCHE REDOXREACTIES

De flow van elektronen in redoxreacties is verantwoordelijk voor alle arbeid geleverd door
levende organismen. e- bewegen van verschillende metabole intermediairen naar
gespecialiseerde elektroncarriers in enzymgekatalyseerde reacties, de carriers geven e-
af aan acceptoren met hogere elektronenaffiniteit (=exergoon) met vrijstelling van
energie. Energietransducers zetten energie uit e- flow om naar arbeid. De ‘electron
motive force’ (verschil in elektronenaffiniteit) kan arbeid verrichten indien er een
energie transducer is

Flow is exergoon omdat O2 hogere elektronenaffiniteit heeft (O2 als acceptor)
ATP-synthase gebruikt de ‘proton motive force’ om chemische arbeid te verrichten

Meest elektronegatieve element ‘bezit’ de bindingselektronen. Oxidatie (verlies van e-)=
dehydrogenering (verlies van waterstof?)

Cellulaire oxidatie van glucose tot co2 vereist gespecialiseerde elektroncarriers

- Oxidatie van glucose levert de energie voor productie van ATP
- Cellen zetten glucose om in co2 in reeks van gecontroleerde reacties (waaronder
oxidaties en die e- worden vervoerd naar NAD FAD+ (=co-enzymen)

Aantal co-enzymen en eiwitten fungeren als universele elektroncarriers

- Enzymen die oxidaties katalyseren vervoeren e- van substraat naar klein aantal
elektroncarriers
- [NAD+ en NADP+ (kunnen bewegen van ene enzym naar andere= elektroncarrier
van ene substraat naar andere) , FMN en FAD (sterk gebonden aan enzym) ] =co-
enzymen in elektrontransferreacties
- Vetoplosbare quinonen (ubiquinonen en plastoquinonen) = elektroncarriers en
protondonors in membranen
- Ijzer-zwavel proteinen en cytochromen zijn stevig gebonden aan prosthetische
groepen 2

NADH EN NADPH werken met dehydrogenasen als oplosbare elektroncarriers

- NAD+ = nicotinamideadeninedinucleotide en NADP+ =
nicotinamideadeninenucleotidefosfaat bestaan uit 2 nucleotide waarvan hun
fosfaten verbonden zijn door fosfoanhybridebinding. Andere benaming is
Pyridinenucleotiden , vitamine niacine is bron voor nicotinamidedeel
$12.19
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
atzepierreux

Get to know the seller

Seller avatar
atzepierreux Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
11 months
Number of followers
0
Documents
2
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions