Samenvatting: Het pedagogisch quotiënt
H1 Het pedagogisch quotiënt.
Pedagogiek richt zich op opvoeding en vorming.
Pedagogisch (sinds 1990):
Als het gaat over de sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen.
Als het gaat over normen en waarden in opvoeding en vorming.
Persoonlijke ontwikkeling en dat wat maatschappelijk als noodzakelijk/wenselijk wordt
beschouwd.
Opvoeding:
Het kritisch inleiden in affectieve, cognitieve, emotionele, godsdienstige en sociale
gewoonten in gegeven cultuur. (voorzichtig, niet teveel verantwoordelijkheid ineens)
Is een cultureel bepaald begrip, iedereen kijkt met eigen bril.
Kwaliteitsnormen zijn net zo variabel als de maatschappij, cultuur en pedagogische en
psychologische theorie.
Pedagogisch Quotiënt(PQ): Verwijst naar kwaliteiten van pedagogische actoren en instanties
binnen de context van opvoeding, hulpverlening, onderwijs en
educatie.
Beoordeling van gezinnen, ouders, (ped)agogische instellingen en
daar werkende professionals. In hoeverre komt de gerealiseerde
pedagogische omgang overeen met het ideale/beoogde beeld
daarvan.
Pedagogische kwaliteit op bovenstaande domeinen bekeken vanuit:
1) Pedagogisch perspectief
2) Orthopedagogisch perspectief
3) Onderwijskundig perspectief
4) Andragogisch perspectief (volwassenzorg)
Als we op zoek gaan naar “instrumenten” die pedagogische kwaliteit zouden meten komen we in
Nederland maar een test tegen gericht op kwaliteit in de kinderopvang. (NCKO: Nederlands Consortium
Kinderopvang Onderzoek) Hierbij wordt de pedagogische kwaliteit gedefinieerd in de volgende termen:
Procesindicatoren: Feitelijke zorg- en opvoedingsproces, welbevinden en
betrokkenheid van de kinderen.
Structurele indicatoren: Groepsgrootte, leidster-kindratio, opleiding leidsters.
(Binnen Vlaamse versie van het KWAPOI worden voor verschillende activiteiten/observatiepunten
cijfers gegeven gebaseerd op kenmerken die belangrijk worden gevonden voor pedagogische
interactie tussen leidster en kind zoals o.a. flexibiliteit, individualiseren, stimuleren, structureren etc.)
Behalve in tests ook opvattingen over goede opvoeding beschreven in handleidingen.
Uitgesloten dat met één index voor pedagogische kwaliteit kan worden volstaan!!!!
De zoektocht naar pedagogische kwaliteit wordt bemoeilijkt door:
1) Begrenzende condities: Opvoeding/hulpverlening/onderwijs/educatie in bepaalde opgeving/
omstandigheden die grenzen stellen aan wat bereikt kan worden.
2) Beschikbaarheid onderzoeksresultaten: Er is niet naar elk aspect voldoende onderzoek
gedaan.
3) Historische dimensie: Opvattingen over pedagogische kwaliteit zijn cultuur en
tijdsafhankelijk.
H1 Het pedagogisch quotiënt.
Pedagogiek richt zich op opvoeding en vorming.
Pedagogisch (sinds 1990):
Als het gaat over de sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen.
Als het gaat over normen en waarden in opvoeding en vorming.
Persoonlijke ontwikkeling en dat wat maatschappelijk als noodzakelijk/wenselijk wordt
beschouwd.
Opvoeding:
Het kritisch inleiden in affectieve, cognitieve, emotionele, godsdienstige en sociale
gewoonten in gegeven cultuur. (voorzichtig, niet teveel verantwoordelijkheid ineens)
Is een cultureel bepaald begrip, iedereen kijkt met eigen bril.
Kwaliteitsnormen zijn net zo variabel als de maatschappij, cultuur en pedagogische en
psychologische theorie.
Pedagogisch Quotiënt(PQ): Verwijst naar kwaliteiten van pedagogische actoren en instanties
binnen de context van opvoeding, hulpverlening, onderwijs en
educatie.
Beoordeling van gezinnen, ouders, (ped)agogische instellingen en
daar werkende professionals. In hoeverre komt de gerealiseerde
pedagogische omgang overeen met het ideale/beoogde beeld
daarvan.
Pedagogische kwaliteit op bovenstaande domeinen bekeken vanuit:
1) Pedagogisch perspectief
2) Orthopedagogisch perspectief
3) Onderwijskundig perspectief
4) Andragogisch perspectief (volwassenzorg)
Als we op zoek gaan naar “instrumenten” die pedagogische kwaliteit zouden meten komen we in
Nederland maar een test tegen gericht op kwaliteit in de kinderopvang. (NCKO: Nederlands Consortium
Kinderopvang Onderzoek) Hierbij wordt de pedagogische kwaliteit gedefinieerd in de volgende termen:
Procesindicatoren: Feitelijke zorg- en opvoedingsproces, welbevinden en
betrokkenheid van de kinderen.
Structurele indicatoren: Groepsgrootte, leidster-kindratio, opleiding leidsters.
(Binnen Vlaamse versie van het KWAPOI worden voor verschillende activiteiten/observatiepunten
cijfers gegeven gebaseerd op kenmerken die belangrijk worden gevonden voor pedagogische
interactie tussen leidster en kind zoals o.a. flexibiliteit, individualiseren, stimuleren, structureren etc.)
Behalve in tests ook opvattingen over goede opvoeding beschreven in handleidingen.
Uitgesloten dat met één index voor pedagogische kwaliteit kan worden volstaan!!!!
De zoektocht naar pedagogische kwaliteit wordt bemoeilijkt door:
1) Begrenzende condities: Opvoeding/hulpverlening/onderwijs/educatie in bepaalde opgeving/
omstandigheden die grenzen stellen aan wat bereikt kan worden.
2) Beschikbaarheid onderzoeksresultaten: Er is niet naar elk aspect voldoende onderzoek
gedaan.
3) Historische dimensie: Opvattingen over pedagogische kwaliteit zijn cultuur en
tijdsafhankelijk.