4-5-2020
Hormonen betrokken bij groei:
• Groeihormoon
• Schildklierhormoon
• Hormonen voor calciumhomeostase
o Parathormoon (PTH)
o Calcitonine
o Vitamine D
• Geslachtshormonen
Groeihormoon afgifte en invloed op weefsels – anabool effect
• GH-RH = GH-releasing hormone (in hypothalamus) → Stimuleert afgifte GH (in hypofyse)
• GH-IH = GH-inhibiting hormone (in hypothalamus) → Remt afgifte GH (in hypofyse)
• Somatomedine = Insulin-like growth factor (lever geeft dit af, door aanraking met GH)
Regeling van het vrijkomen van schildklierhormonen
• TRH = thyrotropin releasing hormone
• TSH= Thyroïd stimulerend hormoon
• Schildklierhormonen
Hypothalamus stimuleert hypofyse via het TRH en vervolgens wordt de schildklier gestimuleerd via
het TSH waardoor de schildklier zijn schildklierhormonen afgeeft. (Thyroxine & Tri-joodthyronine)
heeft invloed op het skelet en de celstofwisseling, ook zorgt het ervoor dat je op temperatuur blijft.
Calciumhomeostase
• Toename Ca2+ gehalte in bloed o.i.v.:
o Parathormoon
o Vitamine D
• o.i.v. Calcitonine: (zorgt voor opslag calcium in de botten)
o afname Ca2+ gehalte in bloed
Functie parathormoon:
• Minder calcium verlaat lichaam door meer terugresorptie van Calcium in nieren
• Verhoogt activiteit in osteoclasten
• Vitamine D3 → actieve vitamine D3 die voor meer calcium resorptie in de darm zorgt
Basaalmetabolisme = stofwisseling in rust, liggend, ‘s morgens vroeg
,Oorzaken van veroudering
• Erfelijkheid = voorgeprogrammeerde factoren:
o Hormonale veranderingen
o Antagonistische pleiotropie
o Beperkt delingsvermogen van cellen
o Apoptose
• Milieu = omgevingsfactoren, inclusief leefstijl en gedrag:
o Mechanische slijtage
o Straling (radioactiviteit, röntgen, UV)
o Giftige stoffen (o.a. uit voedings- en genotsmiddelen)
o Overvoeding
o Fysieke en psychische stress
Houdings- en bewegingsapparaat
Achteruitgang bij veroudering:
• Spierweefsel
o minder snelle / witte spiervezels IIb IIa
o rode spiervezels gaat minder snel achteruit
• Bindweefsel
o wordt stugger door minder water
o meer dwarsverbindingen tussen collageenvezels
• Botweefsel
o minder Ca2+
• Zenuwstelsel
o minder neuronen, werkt trager
• Proprioceptie
o o.a. aantal spierspoeltjes
Ademhaling – leeftijd
• TLC = totale longcapaciteit
• VC = vitale capaciteit = max. hoeveelheid uitgeademd na max. inademen
• RV =restvolume
,Bloedstroom door organen in rust op verschillende leeftijden
• HMV in rust (in l/min)
• % van HMV stroming door de organen
• De hersendoorbloeding blijft gelijk – op hogere leeftijd neemt % zelfs toe!
• De nierdoorbloeding neemt sterk af
Effecten van regelmatig voldoende bewegen
Rechtstreekse verlaging van het risico op deze aandoeningen:
• Ischemische hartziekten (aandoening van de kransslagader)
• Diabetes mellitus type 2
• Beroerte
• Dikke darmkanker
• Borstkanker
• Valincidenten bij ouderen
• Botbreuken bij ouderen
• Depressie
Verhoogt de levensduur en de kwaliteit van leven
Effecten van regelmatig voldoende bewegen
Gunstig effect op deze persoonsgebonden factoren:
• Lichaamsgewicht
• Bloeddruk
• Vetpercentage van het lichaam
• Botdichtheid
• Vetgehalte van het bloed (tryglyceriden)
• Insulinegevoeligheid (risicofactor voor diabetes)
Indirect wordt het risico op ouderdomsziekten daarmee verlaagd.
, Hoorcollege 2, Pathologie bij kinderen & adolescenten
4-5-2020
Scoliose
• Structurele scoliose
o Idiopathisch (80%) (weten niet waardoor veroorzaakt)
o Congenitaal (10%) (aangeboren, vaak zijn er nog andere dingen zoals handicap)
o Overige oorzaken (10%) (bijvoorbeeld trauma of infectieziekte)
• Niet-structurele / functionele scoliose
Structurele scoliose
• Bij voorover buigen niet-corrigerende gibbus of torsie
• Structurele verandering in wervels (röntgenfoto)
• Cobbse hoek > 10 graden
Tip: Lees het boek “Orthopedie” goed door!
Structurele scoliose: Behandeling
Uitkomstmaat: Cobbse hoek
• Fysio- en oefentherapie:
o Niet effectief (Negrini et al., 2013)
• Brace:
o Geen effect (Negrini et al., 2010; JGZ, 2003)
• Operatie:
o Effectief, maar zeer ingrijpend
Niet-structurele scoliose
• Verdwijnt bij voorover buigen, geen rotatie en structurele afwijkingen
• Cobbse hoek < 10 graden
Oorzaak
• Beenlengteverschil
• Fysiologisch normaal bij groeiend kind
• Houding
Beenlengteverschil (de mol, toetsvraag)
• Tot 2,0 cm is normaal
• > 3 cm is waarneembaar
• Tot 5 cm niet-operatief op te vangen
Bij zolen moet je met een kleine hoogte beginnen, bijvoorbeeld met 0,5 cm per keer ophoging.