Onderbouw constructie
, VOORWOORD
In deze samenvatting staat alle informatie van de module
onderbouwconstructie. Ik probeer hier zoveel mogelijk belangrijke
informatie te stoppen die nuttig kan zijn.
Ik zou alles linken aan de titels van mijn boek, zodat je makkelijk kan terug
bladeren in mijn boek als het niet duidelijk genoeg is.
,Onderbouw Jellema 2 | H1 Spantconstructies oefenen op de fundering
verticale en horizontale belastingen (spank-
Inleiding rachten). Machines die veel trillen, worden vaak
Fundering is de constructie die de belasting van op een afzonderlijke fundering geplaatst. Dit is
het gebouw overbrengt op de daaronder gele- een funderingsblok (zeer grote massa vereist).
gen draagkrachtige grondlagen. Bij het ontwerp Een poer is meestal vierkant of rechthoeking,
van een fundering gaat het om de verbinding funderingsblok van metselwerk of beton.
tussen het beouwwerk en de draagkrachtige
grondlagen. 1.2 Ondergrond
De draagkracht van een fundering wordt bep-
Drie soorten zettingen betrekking tot gebouw: aald door een aantak factoren met betrekking
- Het gebouw kan in zijn geheel zakken (gelijk- tot ondergrond:
matige zetting) - De plaatselijke samenstelling van de grond.
- Het gebouw kan scheef zakken (ongelijke - De diepte van de draagkrachtige lagen en de
zetting) dikte daarvan.
- Bepaalde onderdelen kunnen meer zakken - De grondwaterstand.
dan andere (differentiele zetting)
Bij grondonderzoek onderscheiden we:
1.1 Gegevens van het gebouw - Veldonderzoek -> sonderen (= peilen)
Verschillende belastingen: - Laboratoriumonderzoek
- Permanente belastingen (G)
- Veranderelijke belastingen (Q) Naast het grondmechanisch onderzoek kennen
- Veranderelijke windbelasting (Qw) we ook het onderzoek op bodemverontreinigin-
- Buitegewone belastingen (Aw) gen (zware metalen, minerale oliën, etc.)
Belastingsafdracht op de fundering: 1.3 Overzicht typen funderingen
- Lijnlast (gestapelde bouw), figuur 1.5 - Fundering op staal
- Plaatselijk hoge belastingen ( Liftschagten, - Fundering op palen
kernen, schoorstenen, hoge vloerbelastingen, - Tussenvormen
machines, silo’s etc.)
- Puntlasten (skelet- en spantbouw) Funderen op staal is een NL benaming voor
ondiep. Aangelegde fundering waarbij de
krachten uit de bouwconstructie via plaat- of
strookachtige elementen of via poeren in de
bodem worden geleid.
Funderen op palen is de benamingen voor
‘diep’ aangelegde fundering.
Fundering op grondvervanging. Wanneer we
grondsoorten met onvoldoende draagkracht
voor een fundering op staal aantreffen, kunnen
deze worden afgegraven en vervangen door
zuiver zand. We spreken dan van een fundering
op grondvervanging.
1.4 Invloeden bouwterrein, omgeving en
Bij een homogene bouwmassa’s is er sprak- organisatie
en van een zich steeds reperterende funder- - Breikbaarheid van het bouwterrein
ingsysteen. Hetrogene bouwmassa’s. Vaak is - Werkruimte op het bouwterrein
noodzakelijk om, in verbanden met verzakking, - Aanwezigheid van obstakels in de bodem
de verschillende bouwdelen afzonderlijk te fun- - Beschikbare tijd en organisatie
deren. De bouwdelen worden gescheiden met
een dilitatie voeg.
, De Breikbaarheid van het bouwterrein is vaak Niet-samenhangende, anorganische
van invloed op de keuze van een paalsysteem. grondsoorten zoals zand en grind, die water-
doorlatend zijn en nauwelijks samendrukbaar.
De beschikbare werkruimte op een bouwter-
rein stelt ook beperlingen aan de te ontwerpen Zand is een sediment van gruis met een korrel-
fundering. Hierbij kunnen vooral de belendende grootte tussen 0,02 en 2 mm. Afhankelijk van
(risico op schade) gebouwen een hinderende de herkomst wordt zand ingedeeld in:
factor zijn. - Zeezand: Afgezet in zee, ronde korrels, voelt
glad aan, bevat vaak schelpenresten.
Indien de belending op staal is gefundeerd, is - Rivierzand: Afgezet in rivierbeddingen, scher-
een ontgraving beneden het bestaande fun- pere korrels, voelt grover aan.
deringsniveau zeer gevaarlijk in verband met
verschuivingen. Daarnaast zijn er:
- Duinzand: Ontstaan door windstuiving, fijnkor-
Is de belending op palen gefundeerd, dan moet relig en minder kleihoudend.
er wordten voorkomen dat de oude gezette - Heidezand: Tegenwoordig schaars, komt voor
palen niet verstoord worden bij het zette van op oude heidegebieden.
nieuwe palen. Dit stelt eisen aan de paaltype en
de diepte. Grind is een verzameling losse, afgeronde kor-
rels met een korrelgrootte van 2 tot 64 mm. De
Obstakels in de bodem stelle speciale eisen grens tussen zand en grind wordt bepaald door
aan het funderingsontwerp. normen zoals de NEN 2560. De bodemstruc-
tuur bestaat vaak uit aangestoten grindbanken,
Beschikbare bouwtijd en de daarmee samen- waarbij grind voorkomt in combinatie met zand.
hangende organisatie van de bouwstromen Grind bestaat uit korrels groter dan 2 mm en
hebben grote invloed op het kiezen van het kleiner dan 64 mm. Er zijn verschillende soorten
bouwsysteem. grind, afhankelijk van de herkomst:
- Zeegrind: Afkomstig uit de zeebodem.
1.5 Gewichtsberekening - Riviergrind: Te vinden in rivierbeddingen en
Berekeningen van bouwconstructies NEN-EN uiterwaarden.
1990. Belastingen van gebouwen volgens NEN- - Berggrind: Voorkomend in voormalige rivier-
EN 1991. beddingen en op de heide.
1.5.1 Belastingen op de fundering ter plaatse Samenhangende, anorganische grondsoorten
van de wand in stramien 5 Deze grondsoorten, zoals klei en leem, zijn
De totale belasting wordt bepaald door de bli- slecht waterdoorlatend en goed samendruk-
jvende en opgelegde belasting te vermedigvuld- baar. Ze hebben een korrelstructuur en bestaan
igen met een belastingsfactor (0,9). uit fijne deeltjes. Klei en leem hebben verschil-
lende namen afhankelijk van hun samenstelling:
1.5.2 Stabiltiteit van de bovenbouw - Teelaarde: Een mengsel van klei, leem en
De dwarsstabiliteit wordt verzekerd door de zand, vaak rijk aan humus (plantaardig materi-
bouwmuren in de stramienen 1 t/m 6. De aal).
langsstabiliteit wordt verzekerd door de wand in - Zeeklei: Bevat kalk en is marien afgezet.
stramien B, meestal bij trappenhuis. - Rivierklei: Afgezet door rivieren, vooral tijdens
overstromingen.
Onderbouw Jellema 2 | H2 - Potklei: Glaciale klei met hoge wrijvingsweer-
stand.
- Keileem: Een mengsel van leem, zand en
2.1 Grondsoorten grind, ontstaan tijdens de ijstijd.
Korrel opbouw -> de verdeling van de korrels. - Löss: Een grijsbruine, vruchtbare grondsoort,
Hoe groter de korrel -> Hoe kleiner het soortelijk veel te vinden in Limburg.
oppervlak
Klie= kliene plaatjes, fijne korrels