Inleiding tot de Westerse Wijsbegeerte
Les 6: 22/3/23
Onderwerp: wetenschapsfilosofie
Algemeen:
In de 17de eeuw ontstaat er een nieuwe manier van nadenken over kennis
Als antwoord op zowel maatschappelijke als filosofische veranderingen
-> heel nieuwe epistemologische aanpak, werk Descartes, Hume, ..
-> ze streven naar een filosofische visie op kennis
-> onbetwijfelbaar, absoluut gefundeerd & individu
kan het bezitten
Bij D.: kennis komt voort uit aangeboren ideeën die ieder mens bezit
H.: kennis die gebaseerd kan worden op zintuigelijke waarnemingen
Kant: de kennis die we kunnen vormen d.m.v. onze individuele redelijke principes
+ individuele waarneming aan andere kant
kennis als onbetwijfelbaar gefundeerd
20ste eeuw:
Vragen gesteld bij dit kennisideaal bv. Wittgenstein
-> af van idee dat kennis iets is dat absoluut gefundeerd kan zijn
-> nee, is contextgebonden, binnen taalspel/levensvorm
-> kennisstatuut kan veranderen binnen bep. taalspelen
In wetenschapsfilo. -> vragen bij kennisideaal en alternatieven
Wetenschappelijke kennis -> kan afwijken van manier van 17 de -eeuwse ideaal
Voornaamste factoren in ontstaan van besef:
= opkomst van nieuwe theorieën binnen de fysica
Theorieën zoals de Relativiteitstheorie v/Einstein (eerst de specifieke daarna de algemene
Relativiteitstheorie)
-> houdt zich bezig met fundamentele concepten binnen fysica, vb.: tijd, ruimte, lengte, materie
-> hoe die zich gedragen tussen versch. referentiestelsels
Binnen fysica: een beschrijving formuleren van bep. fenomeen altijd binnen referentiestelsel
Een assenstelsel -> waarbij een temporele dimensie aanwezig is
Voor 20ste eeuw was heersende fysische theorie: die van Newton
-> ervan uitgegaan dat tijd en lengte absolute gegevens zijn
-> over alle referentiestelsels hetzelfde zijn
Relativiteitstheorie: is het zo dat tijd en lengtematen hetzelfde blijven?
Tijd en lengte zijn afhankelijk van relatieve snelheid
Als we twee referentiestelsels hebben:
Ene in rust en andere dat bep. snelheid heeft -> tijd en lengtematen gaan verschillend zijn
-> een sec. gaat langer of korter duren dan in andere
Tijd en lengte worden relatief
Reden: Einstein als absolute principe: we moeten lichtsnelheid constant kunnen houden
: tijd en ruimte geen absoluut gegeven
Waarom is dit filosofisch gesproken van belang?
Reden: twee van de fundamentele principes van de rede
Waren newtoniaanse tijd en ruimte
-> structuur en vorm -> betekenis geven aan empirische observaties
-> aangeboren volgens Kant en die ons toelaten onze zintuigelijke waarneming te structureren om
prop. uitspraken te formuleren
,-> synthetische a priori principes waar elke mens mee geboren word
Volgens Relativiteitstheorie: niet houdbaar
Kunnen we stellen dat mensen aangeboren synthetische a priori concepties van tijd en ruimte
hebben -> welke vorm??
Zijn er fundamentele principes van de rede - > welke vorm??
De Wiener Kreis: filosofische kring
= verzameling van filosofische denkers uit 20 ste eeuw die werkzaam waren in Wenen
Allemaal gedeeld programma hadden, kenmerk:
In tegenstelling tot alle denkers (waren individuele denkers):
Hier een verzameling van denkers die zeggen dat hun denken zich in groep afspeelt
–> wij komen samen om aan ons denken vorm te geven
Radicale herdenking: manier waarop ze aan filosofie doen
-> door in dialoog te treden dat we filo. denken vorm geven
OOK op doorgedreven manier vorm geven in interactie met nieuwste wet. inzichten
WK: ook wetenschappers en veel v/d filosofen waren wetenschappelijk geschoold
: hadden gedegen studie van wetenschap
Vaak geïnteresseerd in fysica
NU: interesseveld gaat veel breder: ook eco. geschiedenis, sociologie
: streven naar een doorgedreven maatschappelijke relevantie -> bv. woonbeleid Wenen
: maatschappelijke praktijk leunt aan bij filo. praktijken
Enorme invloed op na-oorlogse wetenschapsfilosofie !!!
Centrale figuur: Rudolf Carnap
Een van de punten waarop hij zijn denken baseert:
Einsteins Relativiteitstheorie ≠ zomaar verbetering van newtoniaanse theorie
Niet zo dat einsteiniaanse theorie het vervangen heeft en aangetoond heeft dat die niet juist is
C.: er zijn verschillende manieren mogelijk om tijd en ruimte te beschrijven binnen ons wereldbeeld
: niet zo dat Einstein aangetoond heeft dat zijn concept incorrect is, maar er is gewoon een andere
manier
Onze noties van tijd en ruimte zijn relatief t.o.v. onze theoretische principes die we als vertrekpunt
nemen
Newtoniaanse conceptie: zijn absoluut
Vertrekken we van relativistische: andere relativistische visie op tijd en ruimte
C.: wat dit aantoont is dat we het kantiaanse synthetische a priori moeten gaan herdenken
Het synt. a priori, maar ook principes causaliteit -> structureren empirische waarneming wel hoor
MAAR we mogen niet langer aannemen dat principes te situeren zijn in individuele rede
C.: principes die te situeren zijn in wet. theorieën die wet. naar voren schuiven
: gevolg: het individu krijgt andere positie binnen kennisleer
: niet bron van waarneming en kennis, maar geconfronteerd met versch. theorieën en
moet keuze maken om bep. zaken te beschrijven
= andere epistemologische uitgangspositie + andere visie op taak van filosofie
In 17de eeuw: theorie van kennis
20ste eeuw: als eerste taak om structuur wet. theorieën op te helderen
: inzicht geven hoe die verbindingen maken met werkelijkheid
Kantiaanse theorie: individuele zintuigelijke waarneming die ons in relatie plaats met werkelijkheid
Wet. theorie: taak filosofie om structuur helder te krijgen
: instrumenten zoals waarschijnlijkheidsleer -> keuzes helder te stellen
C.: taak filosoof structuur zo helder mogelijk naar voor te schuiven
,Gaat zelf filosofische theorie naar voor schuiven:
Stel dat filosoof iets helder wil krijgen: wat is wet. theorie??
Eerste element: observatie-uitspraken: geven beschrijving van SvZ in de werkelijkheid
Vb.: “Wanneer water begint te koken geeft de thermometer 100 graden Celcius aan”
Beschrijving SvZ die we observeren
-> gevolg van overeenstemming tussen versch. wetenschappers, niet het individu dat
definitie observatie-uitspraak kan stellen -> consensus tussen wetenschappers
Belangrijk:
In theorie-vrije termen geformuleerd
Termen in obs. uitspraak zijn te reduceren tot observaties
Als we kijken naar voorbeeld -> uitspraak die herhaalbaar is
-> wet. kunnen het over eens zijn, bevat termen die terug te brengen
zijn tot observaties (water kunnen we observeren, geen theorie voor
nodig)
Tweede element:
Theoretische uitspraken
= uitspraken die theoretische termen bevatten, niet te reduceren tot observatie
= kunnen wetmatigheden zijn, algemenere uitspraken, maken gebruiken van bep.
theoretische principes, …
= uitspraken die betekenis geven aan onze wet observ. uitspraken, die door theoretische
structuur die andere gaan inbedden in theoretisch netwerk
= nemen rol syn. a priori
Bij Kant: syn. a priori -> situeren in menselijke rede
C.: theoretische uitspraken in wet. theorieën die door verschillende mensen uitgewerkt worden
: versch. interpretaties van theoretische termen mogelijk zijn
Zowel observationele uitspraken als bep. theoretische termen
-> krijgen pas betekenis door positie in bredere theoretische netwerk waarvan ze deel
uitmaken
Theoretische structuur construeren die hun toelaat om specifiek fenomeen te beschrijven, verklaren,
voorspellen
Theoretisch netwerk gaat betekenis geven aan observatie-uitspraken -> rol syn a priori
-> vormt hiërarchie naar meer concrete modellen van specifieke fenomenen die we linken
aan obser. uitspraken
Stelsel van algemene principes die ons toelaten concrete vb. te construeren van fenomenen
+ die dienen als structuur die betekenis geeft aan obs. uitspraken
Voorbeeld: Wanneer water….
Beschrijving SvZ in de werkelijkheid – consensus over bestaat dan hebben we een obs uitspraak
Wet -> een theoretische uitspraak formuleren – wat betekent het juist?
hoe werkt thermometer juist?
wat is verklaring?
Theoretische uitspraken: “Een thermometer werkt door middel van een vloeistof die uitzet bij
verhoging van de omgevingstemperatuur”
Theorie van warmte zegt wanneer omgevingstempr. verhoogt -> die invloed hebben op vloeistof in
therm (gaat stijgen)
Theoretische uitspraak die observ. uitspraak gaat betekenis geven – inbedden in theoretische
structuur
-> bevat visie: wat betekent het als vloeistof uitzet?
Zitten theor. termen in die op verschillende manier betekenis kunnen geven aan obs. uitspraak
Wat voor soort wet. interpretaties
, -> andere uitzettingsmechanismen naar voor schuiven
We hebben wet. theorie a) en andere theorie zegt iets anders
-> op die manier zien we -> afhankelijk van welke principes; wetmatigheden we naar voren
schuiven
-> andere interpretatie van theo. uitspraak en observ. uitspraak kunnen krijgen
Samenvattend: theoretische structuur
= structuur bestaande uit modellen, gaat theoretische uitspraken opleveren die toelaten om obs.
uitspraken in netwerken in te schakelen en betekenis te geven
Versch. theoretische interpretaties van een bep. obs. uitspraak
–> als we van andere principes vertrekken
Een v/d zaken die dat suggereert: afhankelijk van theorie die we toepassen, ook andere nieuwe
observaties kunnen afleiden
Combinatie theoretisch kader met bep. obs uitspraken
-> laat toe om nieuwe pot. observaties te gaan afleiden die we opnieuw kunnen toetsen aan
exp. observ.
Centrale principe: een theorie kan leiden tot nieuwe obs. uitspraken die bevestigd kunnen worden
door nieuwe exp. observ.
Noemt hij confirmatie; theorie die tot nieuwe obs. uitspraken leidt die bevestigd worden door
nieuwe exp. obs
= theorie die geconfirmeerd wordt
Formuleren van theorieën die niet alleen betekenis geven aan huidige obs.
MAAR ons ook in staat stellen nieuwe voorspellingen te doen die geconfirmeerd worden
Vb. theorie A die bevat allerlei principes over vloeistof en temp
-> we kunnen mogelijk obs. uitspraak uit afleiden
Theorie B: andere verzameling wetten ook over die relatie -> conceptualiseerd die op andere manier
verschillende obs. uitspraken -> nieuwe exp. uitvoeren, blijkt daaruit dat wanneer 100
graden Celsius bereikt wordt staat het water op 10cm hoogte
Zijn twee obs. uitspraken door verschillende exp. obser.
-> dan hebben we te maken met confirmatie van A over B
C. heeft nu visie op wet. theorieën uiteengezet -> wat kunnen we daarmee doen?
Filosofen hebben zich lang bezig gehouden met – wat is kennis? Menselijke ziel?
= zaken die onobserveerbaar zijn
-> kunnen niet beslist worden door empirische observatie
-> zijn allemaal even mogelijk aangezien het buiten domein observeerbare ligt
Zijn volgens C. zinloze vragen
-> heeft geen zin om ons mee bezig te houden
Veel zinvoller = vragen die zinvol zijn en antwoord kunnen krijgen
C.: onderscheid tussen zinvolle en zinloze vragen
-> gemaakt d.m.v. verificatieprincipes
Enkel zinvol als ze empirisch verifieerbaar zijn
Obs. uitspraken en theoretische uitsp. die we kunnen linken daaraan door het opbouwen van
theoretische structuur
Filosofie heeft geen apart kennisdomein dan de wetenschap, maar spelen andere rol
Filosofen: speelt andere rol: wet. spreken te verhelderen, bestaande theorieën analyseren
: voor elke discipline relatie duidelijk te krijgen
Hoe verhouden theoretische uitspraken zich tot aanvaarde observatie uitspr. binnen bepaald
domein?
Welke verschillende theorieën zijn geconfirmeerd binnen domein?
Les 6: 22/3/23
Onderwerp: wetenschapsfilosofie
Algemeen:
In de 17de eeuw ontstaat er een nieuwe manier van nadenken over kennis
Als antwoord op zowel maatschappelijke als filosofische veranderingen
-> heel nieuwe epistemologische aanpak, werk Descartes, Hume, ..
-> ze streven naar een filosofische visie op kennis
-> onbetwijfelbaar, absoluut gefundeerd & individu
kan het bezitten
Bij D.: kennis komt voort uit aangeboren ideeën die ieder mens bezit
H.: kennis die gebaseerd kan worden op zintuigelijke waarnemingen
Kant: de kennis die we kunnen vormen d.m.v. onze individuele redelijke principes
+ individuele waarneming aan andere kant
kennis als onbetwijfelbaar gefundeerd
20ste eeuw:
Vragen gesteld bij dit kennisideaal bv. Wittgenstein
-> af van idee dat kennis iets is dat absoluut gefundeerd kan zijn
-> nee, is contextgebonden, binnen taalspel/levensvorm
-> kennisstatuut kan veranderen binnen bep. taalspelen
In wetenschapsfilo. -> vragen bij kennisideaal en alternatieven
Wetenschappelijke kennis -> kan afwijken van manier van 17 de -eeuwse ideaal
Voornaamste factoren in ontstaan van besef:
= opkomst van nieuwe theorieën binnen de fysica
Theorieën zoals de Relativiteitstheorie v/Einstein (eerst de specifieke daarna de algemene
Relativiteitstheorie)
-> houdt zich bezig met fundamentele concepten binnen fysica, vb.: tijd, ruimte, lengte, materie
-> hoe die zich gedragen tussen versch. referentiestelsels
Binnen fysica: een beschrijving formuleren van bep. fenomeen altijd binnen referentiestelsel
Een assenstelsel -> waarbij een temporele dimensie aanwezig is
Voor 20ste eeuw was heersende fysische theorie: die van Newton
-> ervan uitgegaan dat tijd en lengte absolute gegevens zijn
-> over alle referentiestelsels hetzelfde zijn
Relativiteitstheorie: is het zo dat tijd en lengtematen hetzelfde blijven?
Tijd en lengte zijn afhankelijk van relatieve snelheid
Als we twee referentiestelsels hebben:
Ene in rust en andere dat bep. snelheid heeft -> tijd en lengtematen gaan verschillend zijn
-> een sec. gaat langer of korter duren dan in andere
Tijd en lengte worden relatief
Reden: Einstein als absolute principe: we moeten lichtsnelheid constant kunnen houden
: tijd en ruimte geen absoluut gegeven
Waarom is dit filosofisch gesproken van belang?
Reden: twee van de fundamentele principes van de rede
Waren newtoniaanse tijd en ruimte
-> structuur en vorm -> betekenis geven aan empirische observaties
-> aangeboren volgens Kant en die ons toelaten onze zintuigelijke waarneming te structureren om
prop. uitspraken te formuleren
,-> synthetische a priori principes waar elke mens mee geboren word
Volgens Relativiteitstheorie: niet houdbaar
Kunnen we stellen dat mensen aangeboren synthetische a priori concepties van tijd en ruimte
hebben -> welke vorm??
Zijn er fundamentele principes van de rede - > welke vorm??
De Wiener Kreis: filosofische kring
= verzameling van filosofische denkers uit 20 ste eeuw die werkzaam waren in Wenen
Allemaal gedeeld programma hadden, kenmerk:
In tegenstelling tot alle denkers (waren individuele denkers):
Hier een verzameling van denkers die zeggen dat hun denken zich in groep afspeelt
–> wij komen samen om aan ons denken vorm te geven
Radicale herdenking: manier waarop ze aan filosofie doen
-> door in dialoog te treden dat we filo. denken vorm geven
OOK op doorgedreven manier vorm geven in interactie met nieuwste wet. inzichten
WK: ook wetenschappers en veel v/d filosofen waren wetenschappelijk geschoold
: hadden gedegen studie van wetenschap
Vaak geïnteresseerd in fysica
NU: interesseveld gaat veel breder: ook eco. geschiedenis, sociologie
: streven naar een doorgedreven maatschappelijke relevantie -> bv. woonbeleid Wenen
: maatschappelijke praktijk leunt aan bij filo. praktijken
Enorme invloed op na-oorlogse wetenschapsfilosofie !!!
Centrale figuur: Rudolf Carnap
Een van de punten waarop hij zijn denken baseert:
Einsteins Relativiteitstheorie ≠ zomaar verbetering van newtoniaanse theorie
Niet zo dat einsteiniaanse theorie het vervangen heeft en aangetoond heeft dat die niet juist is
C.: er zijn verschillende manieren mogelijk om tijd en ruimte te beschrijven binnen ons wereldbeeld
: niet zo dat Einstein aangetoond heeft dat zijn concept incorrect is, maar er is gewoon een andere
manier
Onze noties van tijd en ruimte zijn relatief t.o.v. onze theoretische principes die we als vertrekpunt
nemen
Newtoniaanse conceptie: zijn absoluut
Vertrekken we van relativistische: andere relativistische visie op tijd en ruimte
C.: wat dit aantoont is dat we het kantiaanse synthetische a priori moeten gaan herdenken
Het synt. a priori, maar ook principes causaliteit -> structureren empirische waarneming wel hoor
MAAR we mogen niet langer aannemen dat principes te situeren zijn in individuele rede
C.: principes die te situeren zijn in wet. theorieën die wet. naar voren schuiven
: gevolg: het individu krijgt andere positie binnen kennisleer
: niet bron van waarneming en kennis, maar geconfronteerd met versch. theorieën en
moet keuze maken om bep. zaken te beschrijven
= andere epistemologische uitgangspositie + andere visie op taak van filosofie
In 17de eeuw: theorie van kennis
20ste eeuw: als eerste taak om structuur wet. theorieën op te helderen
: inzicht geven hoe die verbindingen maken met werkelijkheid
Kantiaanse theorie: individuele zintuigelijke waarneming die ons in relatie plaats met werkelijkheid
Wet. theorie: taak filosofie om structuur helder te krijgen
: instrumenten zoals waarschijnlijkheidsleer -> keuzes helder te stellen
C.: taak filosoof structuur zo helder mogelijk naar voor te schuiven
,Gaat zelf filosofische theorie naar voor schuiven:
Stel dat filosoof iets helder wil krijgen: wat is wet. theorie??
Eerste element: observatie-uitspraken: geven beschrijving van SvZ in de werkelijkheid
Vb.: “Wanneer water begint te koken geeft de thermometer 100 graden Celcius aan”
Beschrijving SvZ die we observeren
-> gevolg van overeenstemming tussen versch. wetenschappers, niet het individu dat
definitie observatie-uitspraak kan stellen -> consensus tussen wetenschappers
Belangrijk:
In theorie-vrije termen geformuleerd
Termen in obs. uitspraak zijn te reduceren tot observaties
Als we kijken naar voorbeeld -> uitspraak die herhaalbaar is
-> wet. kunnen het over eens zijn, bevat termen die terug te brengen
zijn tot observaties (water kunnen we observeren, geen theorie voor
nodig)
Tweede element:
Theoretische uitspraken
= uitspraken die theoretische termen bevatten, niet te reduceren tot observatie
= kunnen wetmatigheden zijn, algemenere uitspraken, maken gebruiken van bep.
theoretische principes, …
= uitspraken die betekenis geven aan onze wet observ. uitspraken, die door theoretische
structuur die andere gaan inbedden in theoretisch netwerk
= nemen rol syn. a priori
Bij Kant: syn. a priori -> situeren in menselijke rede
C.: theoretische uitspraken in wet. theorieën die door verschillende mensen uitgewerkt worden
: versch. interpretaties van theoretische termen mogelijk zijn
Zowel observationele uitspraken als bep. theoretische termen
-> krijgen pas betekenis door positie in bredere theoretische netwerk waarvan ze deel
uitmaken
Theoretische structuur construeren die hun toelaat om specifiek fenomeen te beschrijven, verklaren,
voorspellen
Theoretisch netwerk gaat betekenis geven aan observatie-uitspraken -> rol syn a priori
-> vormt hiërarchie naar meer concrete modellen van specifieke fenomenen die we linken
aan obser. uitspraken
Stelsel van algemene principes die ons toelaten concrete vb. te construeren van fenomenen
+ die dienen als structuur die betekenis geeft aan obs. uitspraken
Voorbeeld: Wanneer water….
Beschrijving SvZ in de werkelijkheid – consensus over bestaat dan hebben we een obs uitspraak
Wet -> een theoretische uitspraak formuleren – wat betekent het juist?
hoe werkt thermometer juist?
wat is verklaring?
Theoretische uitspraken: “Een thermometer werkt door middel van een vloeistof die uitzet bij
verhoging van de omgevingstemperatuur”
Theorie van warmte zegt wanneer omgevingstempr. verhoogt -> die invloed hebben op vloeistof in
therm (gaat stijgen)
Theoretische uitspraak die observ. uitspraak gaat betekenis geven – inbedden in theoretische
structuur
-> bevat visie: wat betekent het als vloeistof uitzet?
Zitten theor. termen in die op verschillende manier betekenis kunnen geven aan obs. uitspraak
Wat voor soort wet. interpretaties
, -> andere uitzettingsmechanismen naar voor schuiven
We hebben wet. theorie a) en andere theorie zegt iets anders
-> op die manier zien we -> afhankelijk van welke principes; wetmatigheden we naar voren
schuiven
-> andere interpretatie van theo. uitspraak en observ. uitspraak kunnen krijgen
Samenvattend: theoretische structuur
= structuur bestaande uit modellen, gaat theoretische uitspraken opleveren die toelaten om obs.
uitspraken in netwerken in te schakelen en betekenis te geven
Versch. theoretische interpretaties van een bep. obs. uitspraak
–> als we van andere principes vertrekken
Een v/d zaken die dat suggereert: afhankelijk van theorie die we toepassen, ook andere nieuwe
observaties kunnen afleiden
Combinatie theoretisch kader met bep. obs uitspraken
-> laat toe om nieuwe pot. observaties te gaan afleiden die we opnieuw kunnen toetsen aan
exp. observ.
Centrale principe: een theorie kan leiden tot nieuwe obs. uitspraken die bevestigd kunnen worden
door nieuwe exp. observ.
Noemt hij confirmatie; theorie die tot nieuwe obs. uitspraken leidt die bevestigd worden door
nieuwe exp. obs
= theorie die geconfirmeerd wordt
Formuleren van theorieën die niet alleen betekenis geven aan huidige obs.
MAAR ons ook in staat stellen nieuwe voorspellingen te doen die geconfirmeerd worden
Vb. theorie A die bevat allerlei principes over vloeistof en temp
-> we kunnen mogelijk obs. uitspraak uit afleiden
Theorie B: andere verzameling wetten ook over die relatie -> conceptualiseerd die op andere manier
verschillende obs. uitspraken -> nieuwe exp. uitvoeren, blijkt daaruit dat wanneer 100
graden Celsius bereikt wordt staat het water op 10cm hoogte
Zijn twee obs. uitspraken door verschillende exp. obser.
-> dan hebben we te maken met confirmatie van A over B
C. heeft nu visie op wet. theorieën uiteengezet -> wat kunnen we daarmee doen?
Filosofen hebben zich lang bezig gehouden met – wat is kennis? Menselijke ziel?
= zaken die onobserveerbaar zijn
-> kunnen niet beslist worden door empirische observatie
-> zijn allemaal even mogelijk aangezien het buiten domein observeerbare ligt
Zijn volgens C. zinloze vragen
-> heeft geen zin om ons mee bezig te houden
Veel zinvoller = vragen die zinvol zijn en antwoord kunnen krijgen
C.: onderscheid tussen zinvolle en zinloze vragen
-> gemaakt d.m.v. verificatieprincipes
Enkel zinvol als ze empirisch verifieerbaar zijn
Obs. uitspraken en theoretische uitsp. die we kunnen linken daaraan door het opbouwen van
theoretische structuur
Filosofie heeft geen apart kennisdomein dan de wetenschap, maar spelen andere rol
Filosofen: speelt andere rol: wet. spreken te verhelderen, bestaande theorieën analyseren
: voor elke discipline relatie duidelijk te krijgen
Hoe verhouden theoretische uitspraken zich tot aanvaarde observatie uitspr. binnen bepaald
domein?
Welke verschillende theorieën zijn geconfirmeerd binnen domein?