TAAL CENTRAAL
STUDENT
HaaPABOvt1A
Studentnummer:
Docenten:
Toetscode: 2216TACNTA
SLB ’er:
Cohort: 2016/2017
,Inhoud
Deel Nederlands: ..................................................................................................................................... 3
Opdracht 1A: beschrijving vormgeving van het woordenschatonderwijs op de stageschool ............ 3
Opdracht 1B: presentatie overeenkomsten en verschillen woordenschatonderwijs ........................ 9
Opdracht 2A: beschrijving woordenschatbeleid op de stageschool ................................................. 14
Opdracht 2B: beschrijving woordenschatbeheersing van de stagekinderen.................................... 16
Opdracht 3: verkenning kerndoelen voor mondelinge taal en beschrijving begrippen ................... 18
Opdracht 4A: historisch verhaal op de stageschool .......................................................................... 21
Opdracht 4B: kan werken met de Viertakt.......................................................................................... 0
Formulier met uitgebreide toelichting ................................................................................................... 0
In fase 3 wordt vooral het logboek gebruikt .......................................................................................... 0
Formulier met uitgebreide toelichting ................................................................................................... 0
In fase 3 wordt vooral het logboek gebruikt .......................................................................................... 0
Formulier met uitgebreide toelichting ................................................................................................... 5
In fase 3 wordt vooral het logboek gebruikt .......................................................................................... 5
Robin en Rembrandt ............................................................................................................................ 3
Opdracht 1: .......................................................................................................................................... 3
Opdracht 2: Zet de volgende woorden in de woordkast: Pechvogel, geluk, gebroken spiegel ......... 3
Opdracht 3: Bedenkt drie zinnen met het woord drie zinnen met het woord brugwachter. ............. 3
Opdracht 4: .......................................................................................................................................... 3
Opdracht 5: kijkwijzers voorlezen en vertellen ................................................................................... 4
............................................................................................................................................................. 4
............................................................................................................................................................. 5
............................................................................................................................................................. 6
............................................................................................................................................................. 7
Deel Engels: ............................................................................................................................................. 8
Exercise 1A: describing the four stage model ..................................................................................... 8
Exercise 1B: compare: Take it easy – The team in action ................................................................. 11
Exercise 2A: describing the English policy ......................................................................................... 19
Exercise 2B: level internship class ..................................................................................................... 20
Exercise 3: the goals ............................................................................................................................ 0
Exercise 4A and 4B: working with the four-phase model ................................................................... 0
Exercise 6: lessons in the practice ..................................................................................................... 11
Reflecteren ............................................................................................................................................ 14
Bronnenlijst ........................................................................................................................................... 17
1
,* Beste docenten, ik weet niet wat er met mijn pagina nummering is gebeurd. Ik vermoed dat het
een technische storing is. Ik heb geprobeerd om het op te lossen maar dit is mij niet gelukt. Mijn
excuses.
2
,Deel Nederlands:
Opdracht 1A: beschrijving vormgeving van het woordenschatonderwijs op de stageschool
Het is ontzettend belangrijk dat basisscholen expliciet aandacht besteden aan het woordenschat
onderwijs. Wanneer de woordenschat van een leerling niet genoeg wordt verbreed als verdiept zal de
leerling de woorden die de leerkracht gebruikt onvoldoende begrijpen. Hierdoor komt de lesinhoud
niet binnen en zal de leerling de lesstof onvoldoende begrijpen. Het is dus belangrijk dat er
systematisch aandacht wordt besteed aan het woordenschatonderwijs zodat de leerprestaties van
leerlingen omhooggaan.
In deze opdracht is te lezen hoe mijn stageschool zich inzet voor het woordenschatonderwijs, welke
methodes hierbij worden gebruikt en hoe het woordenschatonderwijs wordt vormgegeven. Het
woordenschatonderwijs zal mede worden uitgelegd door middel van de viertakt.
Om te beginnen zal ik een korte omschrijving geven van mijn stageschool. Mijn stageschool heet OBS
de Twiskeschool en is gevestigd in Amsterdam. Ik sta voor groep 7B. De klas bestaat uit 24 leerlingen.
Voor alle kinderen geldt dat Nederlands hun eerste taal is. De klas bestaat dus uit NT1 leerlingen.
Helaas hebben de leerlingen voorgaand jaar een rot jaar gehad mede door verschillende factoren.
Hierdoor scoort 80% van de kinderen een lage C of lager.
Omdat het niveau van mijn stageklas laag ligt zet mijn mentor hoog in op het
woordenschatonderwijs. Mijn mentor zet de volgende technieken hierbij in:
▪ Lezen
▪ Moeilijke woordenschrift
▪ Thuis oefenen met een onlinesoftware
▪ Methodes:
1. Taal Actief
2. Estafette
3. Wijzer!
4. Spelling Actief
Mijn mentor hamert op: ‘Lézen, lézen, lézen.’ Daarom moeten de leerlingen thuis lezen. Omdat mijn
mentor de controle wil houden of de leerlingen daadwerkelijk lezen spreekt hij met de leerlingen af
op welke datum zij hun boek uit moeten hebben. Voor leerlingen die gemiddeld wat langzamer lezen
hanteert hij 10 bladzijde per dag en leerlingen die gevorderder zijn in het lezen geldt 20 bladzijde per
dag. Wanneer de leerlingen hun boek uit hebben schrijven zij een boekverslag en nemen een nieuw
boek mee naar school. Hierna maken zij een nieuwe afspraak met mijn mentor wanneer het boek uit
moet zijn.
Omdat mijn mentor het ook belangrijk vindt dat kinderen een leesboek op niveau lezen zet hij
moeilijke woordschriftjes in. In de woordschriftjes schrijven de leerlingen onbekende woorden uit de
tekst op met de betekenis erbij. Wanneer de leerlingen een boek uithebben wordt er gekeken naar
de schriftjes. Als mijn mentor ziet dat er weinig woorden zijn opgeschreven adviseert hij om de
volgende keer een leesboek met een hoger niveau uit te kiezen.
Elke week gaat er in de briefing een mail naar de ouders. Hierin staat hoe ze thuis extra met hun
kinderen kunnen oefenen. Mijn mentor adviseert om maximaal 30 minuten per dag te oefenen met
een vak. De onlinesoftware die wordt gebruikt voor woordenschat is Ambrasoft. Leerlingen leren via
Ambrasoft op een speelse wijze met woordenschat en andere oefeningen.
Mijn stageschool werkt met methodes. De methodes waarin systematisch aandacht wordt besteed
aan het woordenschat onderwijs zijn: Taal Actief, Estafette, Spelling Actief en Wijzer!
3
,Taal Actief:
Taal Actief is een methode gebaseerd op de literatuur Met woorden in de weer. Taal Actief is een
methode werkt vanuit verschillende differentiatie niveaus. Zo wordt er gewerkt met een 3 ster
systeem.
(D en E): Biedt het basisprogramma met een extra woordpakket. De leerlingen leren 400 nieuwe
woorden per leerjaar uit het basisprogramma en 400 nieuwe woorden per leerjaar uit het
woordpakket.
(C en lage C): Werkt vanuit het basisprogramma en leert 400 nieuwe woorden per leerjaar.
(A en B): Biedt het basisprogramma en een plusboek. De leerlingen leren 400 nieuwe woorden
per leerjaar uit het basisprogramma en 96 nieuwe woorden per leerjaar uit het plusboek.
Taal Actief streeft naar het systematisch aanleren van nieuwe woorden/woordgroepen. Het aanleren
van strategieën om de betekenis van woorden te achterhalen en het aanleren van strategieën om
woorden te leren.
Eén hoofdstuk binnen Taal Actief bestaat uit 20 thema’s. Binnen thema 1, 6 en 11 wordt er aandacht
besteed aan woordenschat. Thema 12 biedt aandacht aan woordleer- en onthoudstrategieën.
Wanneer alle thema’s zijn behandeld volgt een bloktoets waarin 9 woorden uit de woordenschat les
worden getoetst.
De viertakt komt naar voren binnen elke woordenschatles en is heel makkelijk te achterhalen in de
lerarenhandleiding. Aan de hand van een kort voorbeeld van een les zal ik laten zien hoe er gebruik
wordt gemaakt van de viertakt:
Een woordenschatles bestaat uit 2 delen. De leerlingen beginnen met het lezen van een
ankerverhaal. Naast het ankerverhaal staat een box met themawoorden, deze themawoorden
worden 6 keer herhaald binnen de opdrachten. De themawoorden komen in het ankerverhaal voor
en staan in een duidelijke context.
Na het behandelen van het ankerverhaal en de themawoorden gaan de leerlingen aan de slag met
deel 2 van de woordenschatles. Allereerst lezen de leerlingen de box: ‘Dit ga je leren’ door. Binnen
deze box komen nieuwe woorden voor die betrekking hebben op de themawoorden. Ook komen er
graphic organizers voor in de box. Na het doornemen van de nieuwe woorden kiezen de leerlingen
hun niveau. Begrijpen zij de woorden goed dan beginnen ze bij , begrijpen ze de woorden
onvoldoende dan beginnen ze bij . Vervolgens maken de leerlingen de opdrachten zelfstandig. De
antwoorden worden later klassikaal besproken of de leerlingen kijken hun eigen werk na. Als laatst
reflecteren de leerlingen op het gemaakte werk.
Voorbewerken: Introductie ankerverhaal
Semantiseren: Behandelen themawoorden
Voorbewerken en semantiseren: ‘Dit ga je leren’
Consolideren: Zelfstandig werken
Herhaling themawoorden
Controleren: Toetsing 9 woorden uit de woordenschatlessen
4
, Ankerverhaal met rechts
de themawoorden
Woordenschatles deel2
Met de opdrachten en
de ‘dit ga je leren’ en
reflectie box
5