INLEIDEND DEEL: WAT IS DE CRIMINOLOGIE
Wat is de criminologie
Enkele definities, maar: “Waarom zo vreemd?”
Een “bastard science” (Sellin)
Een “rendezvous subject” (Downes)
“strange beast” (Newburn)
-> Criminologie bevat niet kenmerken van een wetenschap (geen materieel voorwerp), criminologie
heeft geen eigen specifiek voorwerp, criminologie en betekenis verandert doorheen de tijd
Geen duidelijk materieel en formeel voorwerp, intrinsiek multidisciplinair -> klemtoon w op
verschillende soorten factoren gelegd -> vroeger meer over sociologische oorzaken
Voor Garland (2002), zijn er twee hoofdkenmerken….
Empirisch gegronde, wetenschappelijke aanpak
Focus op criminaliteit
… en twee grote projecten, die eerder toevallig zijn samengekomen:
“Het Lombrosiaanse project”: fundamenteel onderzoek gericht op de oorzaken van criminaliteit
o Lombroso = grondlegger criminaliteit, eerste die probeerde oorzaak criminaliteit te
identificeren, ging ervanuit dat er een spec type mensen bestaat
“Het gouvernementele project”: praktische aanpak om strafrechtssysteem te ondersteunen
o men wil advies geven aan overheid om efficiënter problemen aan te pakken, gaat over
oplossingen en voorkomen
2 projecten kwamen samen en zorgde voor ontstaan criminologie
Een beroemde definitie en een eigen invulling
Criminologie is “the study of the process of law-making, law-breaking and law-enforcing”
(Sutherland, 1937), MAAR …
Te breed: geen onderscheid tussen strafrecht en andere rechtstakken
Te smal: criminologie bestudeert ook maatschappelijke reacties en gevolgen
Mijn definitie: de studie van de gedragingen en activiteiten die gecriminaliseerd zijn of als
schadelijk/deviant worden ervaren (incl. hun actoren en oorzaken), de (de-)criminalisering, controle
en preventie ervan en de andere maatschappelijke reacties erop
Einddoel: schadebeperking in brede zin (voor slachtoffers, daders en maatschappij)
Drie hoofdthema’s: Goethals
1. Onderzoek naar criminaliteit/ daders, onveiligheid, oorzaken en gevolgen
2. Onderzoek naar de processen van (de-)criminalisering
3. Onderzoek naar het criminaliteitsbeleid en maatschappelijke reacties op criminaliteit
Acht onderzoekslijnen binnen LinC
Mensenrechten en justitie in transitie, Ernstige en georganiseerde misdaad, Jeugdcriminologie en
jeugdrecht, Herstelrecht en victimologie, Bestuurlijke en strafrechtelijke rechtshandhaving in
Europees en vergelijkend perspectief, Beleid en management in het criminologische domein,
Criminologische diagnostiek en gedragsinterventies, Bestraffing en controle
Verschillende methodes, uitgangspunten, en aanpak -> afhankelijk van de onderzoeksvragen variatie in:
De onderzoeksmethoden:
Kwantiteit of kwalitatief?
De relatieve ontologische en epistemologische uitgangspunten
Positivistisch, constructivistisch of realist?
De onderzoeksaanpak:
, Beschrijvend: eigenschappen van een onderzoekspopulatie
Verklarend: causale factoren achter een fenomeen
Evaluerend/toetsend: evaluatie
Adviserend/voorschrijvend: advies of aanbevelingen
Criminologie: “een huis met vele kamers”
Vanuit onderzoek:
Meerdere onderzoeksthema’s
Vanuit meerdere disciplines
Vanuit meerdere paradigma’s (waarden, opvattingen over mens en maatschappij…),
Aan de hand van meerdere onderzoeksmethodes
Vanuit de arbeidsmarkt:
Meerdere domeinen
Meerdere types van functies
HOOFDSTUK 1: CRIMINOLOGIE ALS ‘EEN HUIS MET VELE KAMERS
Criminaliteit in Wezen betwist
Het concept ‘criminaliteit’ is “in wezen betwist”(Gallie, 1956)
Argumenteert in zijn boek over de conceptualisering v criminologie: Invulling van concept dat in
wezen betwist is, heeft 2 kenmerken -> normatief en complex
Normatief: in criminaliteit normatieve keuze, criminaliteit is verbonden met morele keuzes ->
criminaliteit vloeit voort uit politieke en normatieve keuzes -> is dat criminologie waardeoordelen
bevat over welk gedrag als crimineel wordt bestempeld en hoe de samenleving daarop zou moeten
reageren
Complex: er wordt over criminologie gepraat vanuit veel perspectieven (politiek, media, juridisch,
maatsch, morele), er zijn veel stellingen en opinies rond criminologie/criminaliteit -> alle versch
opvattingen zijn het ook niet eens over de invulling van het concept criminologie => maakt het
complex
Strafrechtelijke definities van criminaliteit stellen een “anker” (Reiner, 2016)
MAAR enkel op mechanische wijze
Strafwet def gezien als een anker -> def criminaliteit zegt eig niks over criminaliteit: criminaliteit
wordt gewoon samengevat als een inbreuk op strafwetten
We moeten ons afvragen zijn strafwettelijke def voldoende -> definities hebben ernstige
beperkingen waarvan we ons moeten bewust zijn
Criminaliteit is “een daad OF een nalatigheid, die wordt beschouwd als een misdrijf dat wordt bestraft
via het strafrecht.” (def. Crimi)
Legalistische definities van criminaliteit, de beperkingen ervan, en de constructivistische reacties erop
De basisdefinitie van criminaliteit omschrijft het concept als een nalatigheid die wordt beschouwd als
een misdrijf dat wordt bestraft via het strafrecht
Legalistische/ strafrechtelijke definities van criminaliteit voldoen niet, hebben beperkingen
Gaan niet dieper in op ware aard van criminaliteit: We weten niet altijd waarom iets verboden is
Dynamisch: gedragingen kunnen gecriminaliseerd en gedecriminaliseerd worden
Niet steeds duidelijk: gedrag kan crimineel zijn EN in strijd met de grondwet (versch procedures)
Verschillen tussen landen: Vb. bestraffing cannabis
Gedragingen voordelig voor sociale vooruitgang: Vb. bestraffing Martin Luther King vr rol in
burgerrechtenbeweging
, Ondanks deze (en andere) beperkingen volgen de meeste positivisten zonder meer strafrechtelijke
definities
Constructivisme: reactie op het legalisme
Vanaf de jaren ‘60 hebben constructivisten strafrechtelijke definities uitgedaagd
Vb. volgens Hulsman (1986) “kent criminaliteit geen ontologische realiteit” -> criminaliteit =
product van constructieproces, mens heeft beslist feiten als crimineel te beschouwen ->
constructivistische opvatting
Criminaliteit ligt niet aan de basis van het strafrechtelijk beleid, maar is een product daarvan
Intussen consensus in sociale wetenschappen dat constructivisme een kern van waarheid bevat
Constructivistische benadering niet onverenigbaar met legalistische definities
Ook Sutherland’s definitie van criminologie heeft constructivistisch insteek
(er wordt kritischer gekeken nr de legalistische def.)
-> niet meer beschouwd als objectieve representatie v criminele feiten maar als product van
historisch constructie proces
-> Sutherland: “the study of the process of law making, law-breaking and law-enforcing”
(def volgens sommigen te breed/smal: geen verschil tuss strafrecht, andere rechtstakken + geen
aandacht vr informele/ privé maatschappelijke reacties)
-> criminaliteit en de reacties daarop zijn sociale contructies gevormd door sociale en historische
processen
Constructivisme bevat kern van waarheid: onmogelijk om natuurlijke of sociale wereld te
bestuderen zonder concepten of theorie te gebruiken
MAAR sommige constructivisten (bv. postmodernisten) vervallen in relativisme en nihilisme
Twijfelen of we de waarheid wel kunnen weten -> gaan uit v kleine pers. waarheden ipv grote
universele waarheden: percepties w gevormd door iemands culturele en sociale achtergrond, zo
ook de invulling van criminaliteit. Enkele van deze postmodernistische stellingnames gingen zo
ver dat ze het contact met de criminele gedragingen helemaal verloren -> door relativistisch en
nihilistisch karakter bekritiseerd dr veel criminologen -> meeste criminologen gaan uit van
ontologische realiteit
Relativisme = het idee dat een bepaald concept (waarheid, schoonheid, het goede etc.) niet op
zich staat, maar afhankelijk is van iets anders. Meestal wordt bedoeld dat waarheid relatief is.
Nihilisme = de ontkenning van het bestaan van betekenis of waarde in de wereld.
Constructivisme is grote breuk met positivisme
Andere problemen met strafrechtelijke definities (ondanks constructivistische gedaante)
Burgers of experten weten niet precies wat crimineel is: Omw snelle groei strafrecht -> moeilijk om
inhoudelijk te definiëren
Volgens Stuntz (2001) omvat het strafrecht twee verschillende onderdelen
Een beperkt aantal kernmisdrijven (Opleidingsonderdelen voor strafpleiters, de strafrechtelijke
literatuur en gepopulariseerde conversaties omtrent criminaliteit)(vb. moord, diefstal, fraude)
Al het overige dat in het strafrecht is opgenomen (vooral in de strafwetboeken trg te vinden)
Verschil tussen formele en daadwerkelijke criminalisering (Lacey, 2009) -> veel misdrijven die geen
aandacht krijgen van de politie -> veel misdrijven eig niet vervolgd
Onmogelijkheid om het strafrecht op inhoudelijke wijze te definiëren
Ashworth (2000): strafrecht = “een verloren zaak vanuit principieel oogpunt”
Europees Hof van de Rechten van de Mens gebruikt enkel formele en procedurele bepalingen
om het strafrecht van het burgerlijk recht te onderscheiden
, Alternatieve definities van criminaliteit
Criminologen hebben pogingen gedaan om criminaliteit op eigen manier te definiëren met uiteenlopende
epistemologische en politieke opvattingen zonder rekening te houden met de bestaande wettelijke normen
Sellin (1938): misdrijven = “gevolg van conflicterende gedragsregels”: Criminaliteit ontstaat als versch
groepen binnen een maatschappij verschillende regels en waarden hebben -> 1 groep krijgt macht en
kan zijn regels laten erkennen en de regels van andere groepen bestraffen
Schwendigers (1974): misdrijven beschouwen als “schendingen van mensenrechten”
Hirschi en Gottfedson (1990): misdrijven = “daden van geweld of fraude die worden ondernomen uit
eigenbelang”: Sommige mainsream positivistische criminologen negeren bep def. Bij opzet v hun
onderzoek, Hirshchi en Gottfedson gaan daarop verder => hun general theory op crime = een v/d meest
invloedrijke
Andere wetenschappers: Deviantie, afwijkingsgedrag, associatiegedrag ipv criminaliteit -> niet van de
juridische kant v criminaliteit
Het begrip “criminaliteit” afschaffen?
Vele criminologen vertrekken vanuit strafrechtelijke definities
Vooral kritische criminologen pleiten voor de afschaffing van het criminaliteitsbegrip
Voor Christie is criminaliteit een “geschil tussen aanwijsbare partijen”: vormde aanleiding tot
ontstaan van herstelgerichte benadering binnen criminologie
MAAR: ook sommige positivisten pleiten hiervoor
vb. Gottfredson ondersteunt “crime-free criminology”: tegenstrijdig met uitgangspunten positivisme
Zemiologen (vb. Hillyard en Tombs) willen “criminaliteit” vervangen door “schade”
Zemiologen: nieuwe groep criminologen (zemiologie = studie van sociale schade) -> pleitten vr
vervanging concept criminaliteit dr concept schade
-> Schade centraal element van criminaliteit en aan de hand van schade prioriteiten zetten in
criminaliteitsbeleid -> beleid meer toe spitsen op schadebeperking
Greenfield en Paoli (2013; 2022) kiezen middenweg: strafrechtelijke definities + erkenning
centraliteit schade + pleidooi voor beleidsevaluatie
Veel gecriminaliseerde gedragingen worden/ werden beschouwd als inherent schadelijk/ daden
die schade kunnen aanrichten
Schade centraal in criminaliteit maar ook andere stadia (misdaadbestrijding, straftoemeting,
bijstand aan slachtoffers, herstelgerichte benaderingen, criminaliteitspreventie en internationaal
strafrecht)
Schadebeperking is gemeenschappelijk basisdoel van zowel criminaliteitsbeleid en
veiligheidsbeleid
Greenfield en Paoli pleitten vr een systematische en empirische inschatting van schade a.g.v.
criminaliteit -> op die manier kunnen ze er zeker van zijn dat reeds gecriminaliseerde
gedragingen wel degelijk voldoende schadelijk zijn om hun criminalisering te rechtvaardigen
=> Doel = maatschappelijke schade verminderen
Klassieke indeling van wetenschapsdomeinen
Om van discipline te spreken moeten de 2 kenmerken aanwezig zijn
Materieel voorwerp = studieobject
MAAR: Wat is het studieobject van de criminologie?
Criminaliteit bestudeert veel thema’s naast criminaliteit
We kunnen 3 grote klassen onderscheiden (Goethals)
Wat is de criminologie
Enkele definities, maar: “Waarom zo vreemd?”
Een “bastard science” (Sellin)
Een “rendezvous subject” (Downes)
“strange beast” (Newburn)
-> Criminologie bevat niet kenmerken van een wetenschap (geen materieel voorwerp), criminologie
heeft geen eigen specifiek voorwerp, criminologie en betekenis verandert doorheen de tijd
Geen duidelijk materieel en formeel voorwerp, intrinsiek multidisciplinair -> klemtoon w op
verschillende soorten factoren gelegd -> vroeger meer over sociologische oorzaken
Voor Garland (2002), zijn er twee hoofdkenmerken….
Empirisch gegronde, wetenschappelijke aanpak
Focus op criminaliteit
… en twee grote projecten, die eerder toevallig zijn samengekomen:
“Het Lombrosiaanse project”: fundamenteel onderzoek gericht op de oorzaken van criminaliteit
o Lombroso = grondlegger criminaliteit, eerste die probeerde oorzaak criminaliteit te
identificeren, ging ervanuit dat er een spec type mensen bestaat
“Het gouvernementele project”: praktische aanpak om strafrechtssysteem te ondersteunen
o men wil advies geven aan overheid om efficiënter problemen aan te pakken, gaat over
oplossingen en voorkomen
2 projecten kwamen samen en zorgde voor ontstaan criminologie
Een beroemde definitie en een eigen invulling
Criminologie is “the study of the process of law-making, law-breaking and law-enforcing”
(Sutherland, 1937), MAAR …
Te breed: geen onderscheid tussen strafrecht en andere rechtstakken
Te smal: criminologie bestudeert ook maatschappelijke reacties en gevolgen
Mijn definitie: de studie van de gedragingen en activiteiten die gecriminaliseerd zijn of als
schadelijk/deviant worden ervaren (incl. hun actoren en oorzaken), de (de-)criminalisering, controle
en preventie ervan en de andere maatschappelijke reacties erop
Einddoel: schadebeperking in brede zin (voor slachtoffers, daders en maatschappij)
Drie hoofdthema’s: Goethals
1. Onderzoek naar criminaliteit/ daders, onveiligheid, oorzaken en gevolgen
2. Onderzoek naar de processen van (de-)criminalisering
3. Onderzoek naar het criminaliteitsbeleid en maatschappelijke reacties op criminaliteit
Acht onderzoekslijnen binnen LinC
Mensenrechten en justitie in transitie, Ernstige en georganiseerde misdaad, Jeugdcriminologie en
jeugdrecht, Herstelrecht en victimologie, Bestuurlijke en strafrechtelijke rechtshandhaving in
Europees en vergelijkend perspectief, Beleid en management in het criminologische domein,
Criminologische diagnostiek en gedragsinterventies, Bestraffing en controle
Verschillende methodes, uitgangspunten, en aanpak -> afhankelijk van de onderzoeksvragen variatie in:
De onderzoeksmethoden:
Kwantiteit of kwalitatief?
De relatieve ontologische en epistemologische uitgangspunten
Positivistisch, constructivistisch of realist?
De onderzoeksaanpak:
, Beschrijvend: eigenschappen van een onderzoekspopulatie
Verklarend: causale factoren achter een fenomeen
Evaluerend/toetsend: evaluatie
Adviserend/voorschrijvend: advies of aanbevelingen
Criminologie: “een huis met vele kamers”
Vanuit onderzoek:
Meerdere onderzoeksthema’s
Vanuit meerdere disciplines
Vanuit meerdere paradigma’s (waarden, opvattingen over mens en maatschappij…),
Aan de hand van meerdere onderzoeksmethodes
Vanuit de arbeidsmarkt:
Meerdere domeinen
Meerdere types van functies
HOOFDSTUK 1: CRIMINOLOGIE ALS ‘EEN HUIS MET VELE KAMERS
Criminaliteit in Wezen betwist
Het concept ‘criminaliteit’ is “in wezen betwist”(Gallie, 1956)
Argumenteert in zijn boek over de conceptualisering v criminologie: Invulling van concept dat in
wezen betwist is, heeft 2 kenmerken -> normatief en complex
Normatief: in criminaliteit normatieve keuze, criminaliteit is verbonden met morele keuzes ->
criminaliteit vloeit voort uit politieke en normatieve keuzes -> is dat criminologie waardeoordelen
bevat over welk gedrag als crimineel wordt bestempeld en hoe de samenleving daarop zou moeten
reageren
Complex: er wordt over criminologie gepraat vanuit veel perspectieven (politiek, media, juridisch,
maatsch, morele), er zijn veel stellingen en opinies rond criminologie/criminaliteit -> alle versch
opvattingen zijn het ook niet eens over de invulling van het concept criminologie => maakt het
complex
Strafrechtelijke definities van criminaliteit stellen een “anker” (Reiner, 2016)
MAAR enkel op mechanische wijze
Strafwet def gezien als een anker -> def criminaliteit zegt eig niks over criminaliteit: criminaliteit
wordt gewoon samengevat als een inbreuk op strafwetten
We moeten ons afvragen zijn strafwettelijke def voldoende -> definities hebben ernstige
beperkingen waarvan we ons moeten bewust zijn
Criminaliteit is “een daad OF een nalatigheid, die wordt beschouwd als een misdrijf dat wordt bestraft
via het strafrecht.” (def. Crimi)
Legalistische definities van criminaliteit, de beperkingen ervan, en de constructivistische reacties erop
De basisdefinitie van criminaliteit omschrijft het concept als een nalatigheid die wordt beschouwd als
een misdrijf dat wordt bestraft via het strafrecht
Legalistische/ strafrechtelijke definities van criminaliteit voldoen niet, hebben beperkingen
Gaan niet dieper in op ware aard van criminaliteit: We weten niet altijd waarom iets verboden is
Dynamisch: gedragingen kunnen gecriminaliseerd en gedecriminaliseerd worden
Niet steeds duidelijk: gedrag kan crimineel zijn EN in strijd met de grondwet (versch procedures)
Verschillen tussen landen: Vb. bestraffing cannabis
Gedragingen voordelig voor sociale vooruitgang: Vb. bestraffing Martin Luther King vr rol in
burgerrechtenbeweging
, Ondanks deze (en andere) beperkingen volgen de meeste positivisten zonder meer strafrechtelijke
definities
Constructivisme: reactie op het legalisme
Vanaf de jaren ‘60 hebben constructivisten strafrechtelijke definities uitgedaagd
Vb. volgens Hulsman (1986) “kent criminaliteit geen ontologische realiteit” -> criminaliteit =
product van constructieproces, mens heeft beslist feiten als crimineel te beschouwen ->
constructivistische opvatting
Criminaliteit ligt niet aan de basis van het strafrechtelijk beleid, maar is een product daarvan
Intussen consensus in sociale wetenschappen dat constructivisme een kern van waarheid bevat
Constructivistische benadering niet onverenigbaar met legalistische definities
Ook Sutherland’s definitie van criminologie heeft constructivistisch insteek
(er wordt kritischer gekeken nr de legalistische def.)
-> niet meer beschouwd als objectieve representatie v criminele feiten maar als product van
historisch constructie proces
-> Sutherland: “the study of the process of law making, law-breaking and law-enforcing”
(def volgens sommigen te breed/smal: geen verschil tuss strafrecht, andere rechtstakken + geen
aandacht vr informele/ privé maatschappelijke reacties)
-> criminaliteit en de reacties daarop zijn sociale contructies gevormd door sociale en historische
processen
Constructivisme bevat kern van waarheid: onmogelijk om natuurlijke of sociale wereld te
bestuderen zonder concepten of theorie te gebruiken
MAAR sommige constructivisten (bv. postmodernisten) vervallen in relativisme en nihilisme
Twijfelen of we de waarheid wel kunnen weten -> gaan uit v kleine pers. waarheden ipv grote
universele waarheden: percepties w gevormd door iemands culturele en sociale achtergrond, zo
ook de invulling van criminaliteit. Enkele van deze postmodernistische stellingnames gingen zo
ver dat ze het contact met de criminele gedragingen helemaal verloren -> door relativistisch en
nihilistisch karakter bekritiseerd dr veel criminologen -> meeste criminologen gaan uit van
ontologische realiteit
Relativisme = het idee dat een bepaald concept (waarheid, schoonheid, het goede etc.) niet op
zich staat, maar afhankelijk is van iets anders. Meestal wordt bedoeld dat waarheid relatief is.
Nihilisme = de ontkenning van het bestaan van betekenis of waarde in de wereld.
Constructivisme is grote breuk met positivisme
Andere problemen met strafrechtelijke definities (ondanks constructivistische gedaante)
Burgers of experten weten niet precies wat crimineel is: Omw snelle groei strafrecht -> moeilijk om
inhoudelijk te definiëren
Volgens Stuntz (2001) omvat het strafrecht twee verschillende onderdelen
Een beperkt aantal kernmisdrijven (Opleidingsonderdelen voor strafpleiters, de strafrechtelijke
literatuur en gepopulariseerde conversaties omtrent criminaliteit)(vb. moord, diefstal, fraude)
Al het overige dat in het strafrecht is opgenomen (vooral in de strafwetboeken trg te vinden)
Verschil tussen formele en daadwerkelijke criminalisering (Lacey, 2009) -> veel misdrijven die geen
aandacht krijgen van de politie -> veel misdrijven eig niet vervolgd
Onmogelijkheid om het strafrecht op inhoudelijke wijze te definiëren
Ashworth (2000): strafrecht = “een verloren zaak vanuit principieel oogpunt”
Europees Hof van de Rechten van de Mens gebruikt enkel formele en procedurele bepalingen
om het strafrecht van het burgerlijk recht te onderscheiden
, Alternatieve definities van criminaliteit
Criminologen hebben pogingen gedaan om criminaliteit op eigen manier te definiëren met uiteenlopende
epistemologische en politieke opvattingen zonder rekening te houden met de bestaande wettelijke normen
Sellin (1938): misdrijven = “gevolg van conflicterende gedragsregels”: Criminaliteit ontstaat als versch
groepen binnen een maatschappij verschillende regels en waarden hebben -> 1 groep krijgt macht en
kan zijn regels laten erkennen en de regels van andere groepen bestraffen
Schwendigers (1974): misdrijven beschouwen als “schendingen van mensenrechten”
Hirschi en Gottfedson (1990): misdrijven = “daden van geweld of fraude die worden ondernomen uit
eigenbelang”: Sommige mainsream positivistische criminologen negeren bep def. Bij opzet v hun
onderzoek, Hirshchi en Gottfedson gaan daarop verder => hun general theory op crime = een v/d meest
invloedrijke
Andere wetenschappers: Deviantie, afwijkingsgedrag, associatiegedrag ipv criminaliteit -> niet van de
juridische kant v criminaliteit
Het begrip “criminaliteit” afschaffen?
Vele criminologen vertrekken vanuit strafrechtelijke definities
Vooral kritische criminologen pleiten voor de afschaffing van het criminaliteitsbegrip
Voor Christie is criminaliteit een “geschil tussen aanwijsbare partijen”: vormde aanleiding tot
ontstaan van herstelgerichte benadering binnen criminologie
MAAR: ook sommige positivisten pleiten hiervoor
vb. Gottfredson ondersteunt “crime-free criminology”: tegenstrijdig met uitgangspunten positivisme
Zemiologen (vb. Hillyard en Tombs) willen “criminaliteit” vervangen door “schade”
Zemiologen: nieuwe groep criminologen (zemiologie = studie van sociale schade) -> pleitten vr
vervanging concept criminaliteit dr concept schade
-> Schade centraal element van criminaliteit en aan de hand van schade prioriteiten zetten in
criminaliteitsbeleid -> beleid meer toe spitsen op schadebeperking
Greenfield en Paoli (2013; 2022) kiezen middenweg: strafrechtelijke definities + erkenning
centraliteit schade + pleidooi voor beleidsevaluatie
Veel gecriminaliseerde gedragingen worden/ werden beschouwd als inherent schadelijk/ daden
die schade kunnen aanrichten
Schade centraal in criminaliteit maar ook andere stadia (misdaadbestrijding, straftoemeting,
bijstand aan slachtoffers, herstelgerichte benaderingen, criminaliteitspreventie en internationaal
strafrecht)
Schadebeperking is gemeenschappelijk basisdoel van zowel criminaliteitsbeleid en
veiligheidsbeleid
Greenfield en Paoli pleitten vr een systematische en empirische inschatting van schade a.g.v.
criminaliteit -> op die manier kunnen ze er zeker van zijn dat reeds gecriminaliseerde
gedragingen wel degelijk voldoende schadelijk zijn om hun criminalisering te rechtvaardigen
=> Doel = maatschappelijke schade verminderen
Klassieke indeling van wetenschapsdomeinen
Om van discipline te spreken moeten de 2 kenmerken aanwezig zijn
Materieel voorwerp = studieobject
MAAR: Wat is het studieobject van de criminologie?
Criminaliteit bestudeert veel thema’s naast criminaliteit
We kunnen 3 grote klassen onderscheiden (Goethals)