100% Zufriedenheitsgarantie Sofort verfügbar nach Zahlung Sowohl online als auch als PDF Du bist an nichts gebunden 4.2 TrustPilot
logo-home
Zusammenfassung

Samenvatting - Inleiding in de criminologie

Bewertung
-
Verkauft
-
seiten
156
Hochgeladen auf
14-02-2025
geschrieben in
2024/2025

Geslaagd in eerste zit met 16 op 20. Samenvatting inleiding in de criminologie van professor Paoli. H 1-27 boek + notities.

Hochschule
Kurs











Ups! Dein Dokument kann gerade nicht geladen werden. Versuch es erneut oder kontaktiere den Support.

Schule, Studium & Fach

Hochschule
Studium
Kurs

Dokument Information

Hochgeladen auf
14. februar 2025
Anzahl der Seiten
156
geschrieben in
2024/2025
Typ
Zusammenfassung

Themen

Inhaltsvorschau

INLEIDEND DEEL: WAT IS DE CRIMINOLOGIE
 Wat is de criminologie
 Enkele definities, maar: “Waarom zo vreemd?”
 Een “bastard science” (Sellin)
 Een “rendezvous subject” (Downes)
 “strange beast” (Newburn)
-> Criminologie bevat niet kenmerken van een wetenschap (geen materieel voorwerp), criminologie
heeft geen eigen specifiek voorwerp, criminologie en betekenis verandert doorheen de tijd
 Geen duidelijk materieel en formeel voorwerp, intrinsiek multidisciplinair -> klemtoon w op
verschillende soorten factoren gelegd -> vroeger meer over sociologische oorzaken
 Voor Garland (2002), zijn er twee hoofdkenmerken….
 Empirisch gegronde, wetenschappelijke aanpak
 Focus op criminaliteit
 … en twee grote projecten, die eerder toevallig zijn samengekomen:
 “Het Lombrosiaanse project”: fundamenteel onderzoek gericht op de oorzaken van criminaliteit
o Lombroso = grondlegger criminaliteit, eerste die probeerde oorzaak criminaliteit te
identificeren, ging ervanuit dat er een spec type mensen bestaat
 “Het gouvernementele project”: praktische aanpak om strafrechtssysteem te ondersteunen
o men wil advies geven aan overheid om efficiënter problemen aan te pakken, gaat over
oplossingen en voorkomen
 2 projecten kwamen samen en zorgde voor ontstaan criminologie
 Een beroemde definitie en een eigen invulling
 Criminologie is “the study of the process of law-making, law-breaking and law-enforcing”
(Sutherland, 1937), MAAR …
 Te breed: geen onderscheid tussen strafrecht en andere rechtstakken
 Te smal: criminologie bestudeert ook maatschappelijke reacties en gevolgen
 Mijn definitie: de studie van de gedragingen en activiteiten die gecriminaliseerd zijn of als
schadelijk/deviant worden ervaren (incl. hun actoren en oorzaken), de (de-)criminalisering, controle
en preventie ervan en de andere maatschappelijke reacties erop
 Einddoel: schadebeperking in brede zin (voor slachtoffers, daders en maatschappij)
 Drie hoofdthema’s: Goethals
1. Onderzoek naar criminaliteit/ daders, onveiligheid, oorzaken en gevolgen
2. Onderzoek naar de processen van (de-)criminalisering
3. Onderzoek naar het criminaliteitsbeleid en maatschappelijke reacties op criminaliteit
 Acht onderzoekslijnen binnen LinC
 Mensenrechten en justitie in transitie, Ernstige en georganiseerde misdaad, Jeugdcriminologie en
jeugdrecht, Herstelrecht en victimologie, Bestuurlijke en strafrechtelijke rechtshandhaving in
Europees en vergelijkend perspectief, Beleid en management in het criminologische domein,
Criminologische diagnostiek en gedragsinterventies, Bestraffing en controle
 Verschillende methodes, uitgangspunten, en aanpak -> afhankelijk van de onderzoeksvragen variatie in:
 De onderzoeksmethoden:
 Kwantiteit of kwalitatief?
 De relatieve ontologische en epistemologische uitgangspunten
 Positivistisch, constructivistisch of realist?
 De onderzoeksaanpak:

,  Beschrijvend: eigenschappen van een onderzoekspopulatie
 Verklarend: causale factoren achter een fenomeen
 Evaluerend/toetsend: evaluatie
 Adviserend/voorschrijvend: advies of aanbevelingen
 Criminologie: “een huis met vele kamers”
 Vanuit onderzoek:
 Meerdere onderzoeksthema’s
 Vanuit meerdere disciplines
 Vanuit meerdere paradigma’s (waarden, opvattingen over mens en maatschappij…),
 Aan de hand van meerdere onderzoeksmethodes
 Vanuit de arbeidsmarkt:
 Meerdere domeinen
 Meerdere types van functies
HOOFDSTUK 1: CRIMINOLOGIE ALS ‘EEN HUIS MET VELE KAMERS
Criminaliteit in Wezen betwist
 Het concept ‘criminaliteit’ is “in wezen betwist”(Gallie, 1956)
 Argumenteert in zijn boek over de conceptualisering v criminologie: Invulling van concept dat in
wezen betwist is, heeft 2 kenmerken -> normatief en complex
 Normatief: in criminaliteit normatieve keuze, criminaliteit is verbonden met morele keuzes ->
criminaliteit vloeit voort uit politieke en normatieve keuzes -> is dat criminologie waardeoordelen
bevat over welk gedrag als crimineel wordt bestempeld en hoe de samenleving daarop zou moeten
reageren
 Complex: er wordt over criminologie gepraat vanuit veel perspectieven (politiek, media, juridisch,
maatsch, morele), er zijn veel stellingen en opinies rond criminologie/criminaliteit -> alle versch
opvattingen zijn het ook niet eens over de invulling van het concept criminologie => maakt het
complex
 Strafrechtelijke definities van criminaliteit stellen een “anker” (Reiner, 2016)
 MAAR enkel op mechanische wijze
 Strafwet def gezien als een anker -> def criminaliteit zegt eig niks over criminaliteit: criminaliteit
wordt gewoon samengevat als een inbreuk op strafwetten
 We moeten ons afvragen zijn strafwettelijke def voldoende -> definities hebben ernstige
beperkingen waarvan we ons moeten bewust zijn
 Criminaliteit is “een daad OF een nalatigheid, die wordt beschouwd als een misdrijf dat wordt bestraft
via het strafrecht.” (def. Crimi)
Legalistische definities van criminaliteit, de beperkingen ervan, en de constructivistische reacties erop
 De basisdefinitie van criminaliteit omschrijft het concept als een nalatigheid die wordt beschouwd als
een misdrijf dat wordt bestraft via het strafrecht
 Legalistische/ strafrechtelijke definities van criminaliteit voldoen niet, hebben beperkingen
 Gaan niet dieper in op ware aard van criminaliteit: We weten niet altijd waarom iets verboden is
 Dynamisch: gedragingen kunnen gecriminaliseerd en gedecriminaliseerd worden
 Niet steeds duidelijk: gedrag kan crimineel zijn EN in strijd met de grondwet (versch procedures)
 Verschillen tussen landen: Vb. bestraffing cannabis
 Gedragingen voordelig voor sociale vooruitgang: Vb. bestraffing Martin Luther King vr rol in
burgerrechtenbeweging

,  Ondanks deze (en andere) beperkingen volgen de meeste positivisten zonder meer strafrechtelijke
definities
 Constructivisme: reactie op het legalisme
 Vanaf de jaren ‘60 hebben constructivisten strafrechtelijke definities uitgedaagd
 Vb. volgens Hulsman (1986) “kent criminaliteit geen ontologische realiteit” -> criminaliteit =
product van constructieproces, mens heeft beslist feiten als crimineel te beschouwen ->
constructivistische opvatting
 Criminaliteit ligt niet aan de basis van het strafrechtelijk beleid, maar is een product daarvan
 Intussen consensus in sociale wetenschappen dat constructivisme een kern van waarheid bevat
 Constructivistische benadering niet onverenigbaar met legalistische definities
 Ook Sutherland’s definitie van criminologie heeft constructivistisch insteek
 (er wordt kritischer gekeken nr de legalistische def.)
-> niet meer beschouwd als objectieve representatie v criminele feiten maar als product van
historisch constructie proces
-> Sutherland: “the study of the process of law making, law-breaking and law-enforcing”
(def volgens sommigen te breed/smal: geen verschil tuss strafrecht, andere rechtstakken + geen
aandacht vr informele/ privé maatschappelijke reacties)
-> criminaliteit en de reacties daarop zijn sociale contructies gevormd door sociale en historische
processen
 Constructivisme bevat kern van waarheid: onmogelijk om natuurlijke of sociale wereld te
bestuderen zonder concepten of theorie te gebruiken
 MAAR sommige constructivisten (bv. postmodernisten) vervallen in relativisme en nihilisme
 Twijfelen of we de waarheid wel kunnen weten -> gaan uit v kleine pers. waarheden ipv grote
universele waarheden: percepties w gevormd door iemands culturele en sociale achtergrond, zo
ook de invulling van criminaliteit. Enkele van deze postmodernistische stellingnames gingen zo
ver dat ze het contact met de criminele gedragingen helemaal verloren -> door relativistisch en
nihilistisch karakter bekritiseerd dr veel criminologen -> meeste criminologen gaan uit van
ontologische realiteit
 Relativisme = het idee dat een bepaald concept (waarheid, schoonheid, het goede etc.) niet op
zich staat, maar afhankelijk is van iets anders. Meestal wordt bedoeld dat waarheid relatief is.
 Nihilisme = de ontkenning van het bestaan van betekenis of waarde in de wereld.
 Constructivisme is grote breuk met positivisme
 Andere problemen met strafrechtelijke definities (ondanks constructivistische gedaante)
 Burgers of experten weten niet precies wat crimineel is: Omw snelle groei strafrecht -> moeilijk om
inhoudelijk te definiëren
 Volgens Stuntz (2001) omvat het strafrecht twee verschillende onderdelen
 Een beperkt aantal kernmisdrijven (Opleidingsonderdelen voor strafpleiters, de strafrechtelijke
literatuur en gepopulariseerde conversaties omtrent criminaliteit)(vb. moord, diefstal, fraude)
 Al het overige dat in het strafrecht is opgenomen (vooral in de strafwetboeken trg te vinden)
 Verschil tussen formele en daadwerkelijke criminalisering (Lacey, 2009) -> veel misdrijven die geen
aandacht krijgen van de politie -> veel misdrijven eig niet vervolgd
 Onmogelijkheid om het strafrecht op inhoudelijke wijze te definiëren
 Ashworth (2000): strafrecht = “een verloren zaak vanuit principieel oogpunt”
 Europees Hof van de Rechten van de Mens gebruikt enkel formele en procedurele bepalingen
om het strafrecht van het burgerlijk recht te onderscheiden

, Alternatieve definities van criminaliteit
Criminologen hebben pogingen gedaan om criminaliteit op eigen manier te definiëren met uiteenlopende
epistemologische en politieke opvattingen zonder rekening te houden met de bestaande wettelijke normen
 Sellin (1938): misdrijven = “gevolg van conflicterende gedragsregels”: Criminaliteit ontstaat als versch
groepen binnen een maatschappij verschillende regels en waarden hebben -> 1 groep krijgt macht en
kan zijn regels laten erkennen en de regels van andere groepen bestraffen
 Schwendigers (1974): misdrijven beschouwen als “schendingen van mensenrechten”
 Hirschi en Gottfedson (1990): misdrijven = “daden van geweld of fraude die worden ondernomen uit
eigenbelang”: Sommige mainsream positivistische criminologen negeren bep def. Bij opzet v hun
onderzoek, Hirshchi en Gottfedson gaan daarop verder => hun general theory op crime = een v/d meest
invloedrijke
 Andere wetenschappers: Deviantie, afwijkingsgedrag, associatiegedrag ipv criminaliteit -> niet van de
juridische kant v criminaliteit
Het begrip “criminaliteit” afschaffen?
 Vele criminologen vertrekken vanuit strafrechtelijke definities
 Vooral kritische criminologen pleiten voor de afschaffing van het criminaliteitsbegrip
 Voor Christie is criminaliteit een “geschil tussen aanwijsbare partijen”: vormde aanleiding tot
ontstaan van herstelgerichte benadering binnen criminologie
 MAAR: ook sommige positivisten pleiten hiervoor
 vb. Gottfredson ondersteunt “crime-free criminology”: tegenstrijdig met uitgangspunten positivisme
 Zemiologen (vb. Hillyard en Tombs) willen “criminaliteit” vervangen door “schade”
 Zemiologen: nieuwe groep criminologen (zemiologie = studie van sociale schade) -> pleitten vr
vervanging concept criminaliteit dr concept schade
-> Schade centraal element van criminaliteit en aan de hand van schade prioriteiten zetten in
criminaliteitsbeleid -> beleid meer toe spitsen op schadebeperking
 Greenfield en Paoli (2013; 2022) kiezen middenweg: strafrechtelijke definities + erkenning
centraliteit schade + pleidooi voor beleidsevaluatie
 Veel gecriminaliseerde gedragingen worden/ werden beschouwd als inherent schadelijk/ daden
die schade kunnen aanrichten
 Schade centraal in criminaliteit maar ook andere stadia (misdaadbestrijding, straftoemeting,
bijstand aan slachtoffers, herstelgerichte benaderingen, criminaliteitspreventie en internationaal
strafrecht)
 Schadebeperking is gemeenschappelijk basisdoel van zowel criminaliteitsbeleid en
veiligheidsbeleid
 Greenfield en Paoli pleitten vr een systematische en empirische inschatting van schade a.g.v.
criminaliteit -> op die manier kunnen ze er zeker van zijn dat reeds gecriminaliseerde
gedragingen wel degelijk voldoende schadelijk zijn om hun criminalisering te rechtvaardigen
=> Doel = maatschappelijke schade verminderen
Klassieke indeling van wetenschapsdomeinen
 Om van discipline te spreken moeten de 2 kenmerken aanwezig zijn
 Materieel voorwerp = studieobject
 MAAR: Wat is het studieobject van de criminologie?
 Criminaliteit bestudeert veel thema’s naast criminaliteit
 We kunnen 3 grote klassen onderscheiden (Goethals)
$27.17
Vollständigen Zugriff auf das Dokument erhalten:

100% Zufriedenheitsgarantie
Sofort verfügbar nach Zahlung
Sowohl online als auch als PDF
Du bist an nichts gebunden

Lerne den Verkäufer kennen
Seller avatar
rosaverrote

Lerne den Verkäufer kennen

Seller avatar
rosaverrote Katholieke Universiteit Leuven
Folgen Sie müssen sich einloggen, um Studenten oder Kursen zu folgen.
Verkauft
1
Mitglied seit
1 Jahren
Anzahl der Follower
0
Dokumente
2
Zuletzt verkauft
2 Jahren vor

0.0

0 rezensionen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Kürzlich von dir angesehen.

Warum sich Studierende für Stuvia entscheiden

on Mitstudent*innen erstellt, durch Bewertungen verifiziert

Geschrieben von Student*innen, die bestanden haben und bewertet von anderen, die diese Studiendokumente verwendet haben.

Nicht zufrieden? Wähle ein anderes Dokument

Kein Problem! Du kannst direkt ein anderes Dokument wählen, das besser zu dem passt, was du suchst.

Bezahle wie du möchtest, fange sofort an zu lernen

Kein Abonnement, keine Verpflichtungen. Bezahle wie gewohnt per Kreditkarte oder Sofort und lade dein PDF-Dokument sofort herunter.

Student with book image

“Gekauft, heruntergeladen und bestanden. So einfach kann es sein.”

Alisha Student

Häufig gestellte Fragen