Hoofdstuk 1: Wat is ethiek?
Vragen over het goed handelen, hoe we dienen te leven om een goed mens te zijn = wat het betekent
mens te zijn (niet enkel wijsgerige vragen)
- De mens en het handelen van de mens kunnen vanuit verschillende perspectieve ter sprake
worden gebracht
- Noodzakelijk terminologische onderscheidingen te bespreken
Individuele en context gebonden karakter hierbij van belang (reflecteren over ons
handelen doen we vanuit een individueel standpunt = individualiteit)
Terminologie: moraal / moraliteit / ethiek
Het onderscheid ‘éthos’ – ‘èthos’
Cruciale begrippen om domein van de ethiek/het ethisch behandelen te beschrijven zedelijkheid /
moraliteit / ethiek
- Moraal en moraliteit hangen samen met ethiek
- Zedelijkheid = Heeft te maken met ethiek en hoe wij ons gedragen/horen te gedragen
Bv. Je “moet” je schouders bedekken in Knokke
Moraal en ethiek zijn leenwoorden hebben een verschillende oorsprong maar verwijzen naar iets
gelijks
- Gaan terug op ‘moralis’ (Latijns) en ‘ethikos’ (Grieks) = wat het ethos betreft
1
, Moraal/Moraliteit “Mores” of “Moralis” = zeden of gewoonte gaat terug op het
Latijns
Ethiek “Ethikos” = wat het ethos betreft gaat terug op het Grieks
- Filosofie = hetgeen dat streeft naar wijsheid
Eerste filosofen (bv. Socrates) waren oud Grieken en zijn dus van Griekse origine (=
Westerse verschijnselen)
Tweevoudige betekenis van het begrip ‘ethos’:
- Éthos (‘εθοζ’) = ‘verblijfplaats voor dieren’
Een geheel van regels en gedragsnormen binnen/eigen aan een bepaalde groep
“Zich bewustzijn van zijn schoonheid rept [het paard] de knieën naar de malse weide der
paarden [éthos]” (Homeros)
Er ontstaan vanzelf gedragspatronen en afspraken die de groep structureren waar
mensen (of dieren) samenkomen voorziet stabiliteit en bevordert overleving
Bv. Levende wezens zoeken bij elkaar bescherming om overlevingskans te
vergroten bij dieren ontstaat en een soort van ordening, gewoontevorming die
de groep structureert
Er zijn bepaalde gedragingen in een groep (geld ook voor mensen)
Regels kunnen zowel impliciet als expliciet zijn
- Èthos (‘ηθοζ’) = karakter of gezindheid waaruit het handelen tot stand komt
“Er zijn dus twee soorten voortreffelijkheid: die van het intellect en die van het karakter.
Intellectuele voortreffelijkheid ontstaat en ontwikkelt zich vooral door onderricht; daar zijn
bijgevolg ervaring en tijd voor nodig. Voortreffelijkheid van karakter [èthos] is daarentegen het
resultaat van gewoonte; vandaar ook dat haar naam is het Grieks maar weinig verschilt van het
begrip gewoonte [éthos]. Het is dan ook duidelijk dat geen enkele voortreffelijkheid van karakter
door natuurlijke aanleg in ins ontstaat” (Aristoteles)
Èthos vloeit voort uit gewoontevorming (éthos), maar hierbij ontstaat er een soort
van reflectie van het handelen
Het is meer individueel door de intentie en reflectie erachter
Er staat een weten aan vast, je gaat niet altijd aan alles nadenken
- BELANGRIJK graad van reflexiviteit of handelingsbewustzijn
Begrippen leunen nauw bij elkaar, maar verschilt ligt bij de bespreking van het handelen
v.d. mens
Bv. Vlees eten de meerderheid eet vlees zonder daar veel over na te denken (=
éthos) VS. je stelt jezelf de vraag bij het eten/kijken naar het vlees over wat het dier
allemaal heeft moeten doormaken (= èthos)
Verschil tussen dier en mens wij zijn in staat te reflecteren over ons handelen
Bv. Dieren gaan niet nadenken bij het paren of tijdens het eten
Èthos vooral gereserveerd voor menselijk handelen betekent dat als je niet bewust
handelt, dat je je beperkt tot doen wat de anderen doen (éthos) en dan ben je net als
een dier
Moraal, moraliteit & ethiek
Moraal = geheel van gedragsregels, normen en waarden die gelden binnen een bepaalde
groep/gemeenschap waaraan leden zich moeten houden om als volwaardig lid te worden beschouwd
2
, - Sluit aan bij éthos geheel van menselijke gedragingen/verwachtingen
Gedragsreguleringen als vanzelfsprekend ervaren
In context van historisch gegroeide gewoontes
Sommigen keuren we af (bv. slavernij, …) en anderen niet (bv. gelijke behandeling, …)
Wat er aan moraal leeft in een groep hoeft niet perse moreel geduid te worden
Bv. Leden van de VUB gemeenschap ervaren het als vanzelfsprekend dat we voor
ons denken niet moeten onderwerpen
Het wordt gesocialiseerd je denkt er niet over na
Vanzelfsprekendheid hangt af van cultuur tot cultuur
Moraal/ethos is objectief beschrijfbaar (sociologie / antropologie)
Er bestaat een consensus rond sociaal gevestigde overtuigingen die zichtbaar zijn
Moraalwetenschap = geheel van wetenschappelijke studie naar het menselijk gedrag
en de morele normering ervan (a.d.h.v. positief-wetenschappelijke methodes)
Bv. Als mensen elkaar ontmoeten, schudden ze elkaars hand/geven een
kus/knuffel
Bv. In de Chinese cultuur niet normaal dat je met je schoenen in het huis mag
Bovenpersoonlijk, niet ten volle gereflecteerd
Nooit specifiek op één individu/persoon gericht
Gaat om gewoontes/zeden die ‘heersen’ en overgeleverd ‘a priori’ zijn
Ethos van de groep weerspiegeld in de instellingen/instituties
Wel grondige verschillen met betrekking tot de geldigheid en naleving waarden en
normen (morele verschillen tussen bepaalde groepen)
Ethos is veranderlijk
Morele opvattingen verschuiven (nauwelijks merkbaar)
Moraliteit = Normen vanuit het handelende subject en het bewustzijn dat ermee gepaard gaat;
gereflecteerde vorm van moreel besef
- Neigt meer naar èthos
Het gaat om een specifiek ‘handelingsbewustzijn’
Slechts sprake van moraliteit wanneer het individu zich genormeerd weet door de
bewuste en reflexieve omgang met zijn of haar handeling
cf. ‘geweten’ = persoonlijke reflectie omtrent het goede handelen
Slechts op moraliteitsniveau kunnen we spreken van ‘geweten’
Sommigen stellen het geweten voor als een stem (waarmee we in dialoog staan) en
ons iets laten weten dat we zouden moeten weten
Geweten niet gemakkelijk te volgen omdat het soms van mens tot mens verschilt
Bv. Sommigen zien vlees eten als iets onethisch terwijl anderen het als normaal
beschouwen
Moraliteit overstijgt het niveau v.d. moraal
We zijn iets te ‘weten’ gekomen en aan dat weten toetsen we de motieven voor onze
handelingen
Normen en weten die we als individu laten gelden zijn meer dan de wet van de
gemeenschap = sprake van persoonlijke reflectie (bewuste vorm van moreel besef)
Moraal en moraliteit staan niet los van elkaar
3
, - Het ethos v.d. gemeenschap waarin mensen opgroeien ligt aan de basis voor een meer
gereflecteerde moraliteit
Ethiek = reflectie over moraal en moraliteit, op systematische en kritische wijze (op 2de/3de graad)
- In de ethiek morele vraagstukken op wetenschappelijke wijze benaderd; op een reflectieve
manier opvattingen in vraag stellen (methodisch & met kritisch afstand)
Ontstaat daar waar vanzelfsprekende ‘moraal’ ter discussie staat/als problematisch
worden gezien
Grote meerderheid denken op dezelfde manier over iets geen behoefte aan ethische
reflectie
Opkomst conflicterende opvattingen geven aanleiding tot morele dilemma’s
Technologische ontwikkelingen, culturele verschuivingen, politieke gebeurtenissen, …
Verschillende argumentaties kritisch met elkaar vergelijken
- Doel: op basis van redelijke argumenten ethische regels formuleren met zo ruim mogelijke
consensus (niet noodzakelijk ‘de grootste groep’; zo groot mogelijke overeenstemming)
Probeert het “goede” te bereiken
- Dubbele functie (van ethische theorieën) :
Oriëntatie voor toekomstige handelingen (wat we zouden doen in de toekomst)
Criteria om gestelde handelingen af te toetsen (aftoetsen op het vorig handelen)
Normatieve vs. niet-normatieve ethiek
Ethische reflectie: 2 vormen
- Niet-normatieve ethiek:
(wts.) descriptieve ethiek
‘Éthos’ ontleden en verklaren
(fil.) meta-ethiek
‘Èthos’ (structuur van het morele handelen van individuen) ontleden
- Normatieve ethiek:
Formuleert concrete, prescriptieve richtlijnen voor het goed handelen
Algemene normatieve ethiek:
Consequentialisme
Deontologische ethiek
Deugdenethiek
Toegepaste normatieve ethiek:
Medische ethiek, bio-ethiek, business-ethiek, media-ethiek…
Niet-normatieve ethiek
Descriptieve ethiek =
- Ontwikkeling van het morele veld historisch en actueel beschrijven
Verschillende vormen van moraal beschreven zonder beoordelend moment
Bv. Hoe is het historisch gegroeid dat er in België frictie is tussen Walen en Vlamingen
- Deze is terug te vinden in empirische menswetenschappen
Onderzoek naar het menselijk gedrag
4
Vragen over het goed handelen, hoe we dienen te leven om een goed mens te zijn = wat het betekent
mens te zijn (niet enkel wijsgerige vragen)
- De mens en het handelen van de mens kunnen vanuit verschillende perspectieve ter sprake
worden gebracht
- Noodzakelijk terminologische onderscheidingen te bespreken
Individuele en context gebonden karakter hierbij van belang (reflecteren over ons
handelen doen we vanuit een individueel standpunt = individualiteit)
Terminologie: moraal / moraliteit / ethiek
Het onderscheid ‘éthos’ – ‘èthos’
Cruciale begrippen om domein van de ethiek/het ethisch behandelen te beschrijven zedelijkheid /
moraliteit / ethiek
- Moraal en moraliteit hangen samen met ethiek
- Zedelijkheid = Heeft te maken met ethiek en hoe wij ons gedragen/horen te gedragen
Bv. Je “moet” je schouders bedekken in Knokke
Moraal en ethiek zijn leenwoorden hebben een verschillende oorsprong maar verwijzen naar iets
gelijks
- Gaan terug op ‘moralis’ (Latijns) en ‘ethikos’ (Grieks) = wat het ethos betreft
1
, Moraal/Moraliteit “Mores” of “Moralis” = zeden of gewoonte gaat terug op het
Latijns
Ethiek “Ethikos” = wat het ethos betreft gaat terug op het Grieks
- Filosofie = hetgeen dat streeft naar wijsheid
Eerste filosofen (bv. Socrates) waren oud Grieken en zijn dus van Griekse origine (=
Westerse verschijnselen)
Tweevoudige betekenis van het begrip ‘ethos’:
- Éthos (‘εθοζ’) = ‘verblijfplaats voor dieren’
Een geheel van regels en gedragsnormen binnen/eigen aan een bepaalde groep
“Zich bewustzijn van zijn schoonheid rept [het paard] de knieën naar de malse weide der
paarden [éthos]” (Homeros)
Er ontstaan vanzelf gedragspatronen en afspraken die de groep structureren waar
mensen (of dieren) samenkomen voorziet stabiliteit en bevordert overleving
Bv. Levende wezens zoeken bij elkaar bescherming om overlevingskans te
vergroten bij dieren ontstaat en een soort van ordening, gewoontevorming die
de groep structureert
Er zijn bepaalde gedragingen in een groep (geld ook voor mensen)
Regels kunnen zowel impliciet als expliciet zijn
- Èthos (‘ηθοζ’) = karakter of gezindheid waaruit het handelen tot stand komt
“Er zijn dus twee soorten voortreffelijkheid: die van het intellect en die van het karakter.
Intellectuele voortreffelijkheid ontstaat en ontwikkelt zich vooral door onderricht; daar zijn
bijgevolg ervaring en tijd voor nodig. Voortreffelijkheid van karakter [èthos] is daarentegen het
resultaat van gewoonte; vandaar ook dat haar naam is het Grieks maar weinig verschilt van het
begrip gewoonte [éthos]. Het is dan ook duidelijk dat geen enkele voortreffelijkheid van karakter
door natuurlijke aanleg in ins ontstaat” (Aristoteles)
Èthos vloeit voort uit gewoontevorming (éthos), maar hierbij ontstaat er een soort
van reflectie van het handelen
Het is meer individueel door de intentie en reflectie erachter
Er staat een weten aan vast, je gaat niet altijd aan alles nadenken
- BELANGRIJK graad van reflexiviteit of handelingsbewustzijn
Begrippen leunen nauw bij elkaar, maar verschilt ligt bij de bespreking van het handelen
v.d. mens
Bv. Vlees eten de meerderheid eet vlees zonder daar veel over na te denken (=
éthos) VS. je stelt jezelf de vraag bij het eten/kijken naar het vlees over wat het dier
allemaal heeft moeten doormaken (= èthos)
Verschil tussen dier en mens wij zijn in staat te reflecteren over ons handelen
Bv. Dieren gaan niet nadenken bij het paren of tijdens het eten
Èthos vooral gereserveerd voor menselijk handelen betekent dat als je niet bewust
handelt, dat je je beperkt tot doen wat de anderen doen (éthos) en dan ben je net als
een dier
Moraal, moraliteit & ethiek
Moraal = geheel van gedragsregels, normen en waarden die gelden binnen een bepaalde
groep/gemeenschap waaraan leden zich moeten houden om als volwaardig lid te worden beschouwd
2
, - Sluit aan bij éthos geheel van menselijke gedragingen/verwachtingen
Gedragsreguleringen als vanzelfsprekend ervaren
In context van historisch gegroeide gewoontes
Sommigen keuren we af (bv. slavernij, …) en anderen niet (bv. gelijke behandeling, …)
Wat er aan moraal leeft in een groep hoeft niet perse moreel geduid te worden
Bv. Leden van de VUB gemeenschap ervaren het als vanzelfsprekend dat we voor
ons denken niet moeten onderwerpen
Het wordt gesocialiseerd je denkt er niet over na
Vanzelfsprekendheid hangt af van cultuur tot cultuur
Moraal/ethos is objectief beschrijfbaar (sociologie / antropologie)
Er bestaat een consensus rond sociaal gevestigde overtuigingen die zichtbaar zijn
Moraalwetenschap = geheel van wetenschappelijke studie naar het menselijk gedrag
en de morele normering ervan (a.d.h.v. positief-wetenschappelijke methodes)
Bv. Als mensen elkaar ontmoeten, schudden ze elkaars hand/geven een
kus/knuffel
Bv. In de Chinese cultuur niet normaal dat je met je schoenen in het huis mag
Bovenpersoonlijk, niet ten volle gereflecteerd
Nooit specifiek op één individu/persoon gericht
Gaat om gewoontes/zeden die ‘heersen’ en overgeleverd ‘a priori’ zijn
Ethos van de groep weerspiegeld in de instellingen/instituties
Wel grondige verschillen met betrekking tot de geldigheid en naleving waarden en
normen (morele verschillen tussen bepaalde groepen)
Ethos is veranderlijk
Morele opvattingen verschuiven (nauwelijks merkbaar)
Moraliteit = Normen vanuit het handelende subject en het bewustzijn dat ermee gepaard gaat;
gereflecteerde vorm van moreel besef
- Neigt meer naar èthos
Het gaat om een specifiek ‘handelingsbewustzijn’
Slechts sprake van moraliteit wanneer het individu zich genormeerd weet door de
bewuste en reflexieve omgang met zijn of haar handeling
cf. ‘geweten’ = persoonlijke reflectie omtrent het goede handelen
Slechts op moraliteitsniveau kunnen we spreken van ‘geweten’
Sommigen stellen het geweten voor als een stem (waarmee we in dialoog staan) en
ons iets laten weten dat we zouden moeten weten
Geweten niet gemakkelijk te volgen omdat het soms van mens tot mens verschilt
Bv. Sommigen zien vlees eten als iets onethisch terwijl anderen het als normaal
beschouwen
Moraliteit overstijgt het niveau v.d. moraal
We zijn iets te ‘weten’ gekomen en aan dat weten toetsen we de motieven voor onze
handelingen
Normen en weten die we als individu laten gelden zijn meer dan de wet van de
gemeenschap = sprake van persoonlijke reflectie (bewuste vorm van moreel besef)
Moraal en moraliteit staan niet los van elkaar
3
, - Het ethos v.d. gemeenschap waarin mensen opgroeien ligt aan de basis voor een meer
gereflecteerde moraliteit
Ethiek = reflectie over moraal en moraliteit, op systematische en kritische wijze (op 2de/3de graad)
- In de ethiek morele vraagstukken op wetenschappelijke wijze benaderd; op een reflectieve
manier opvattingen in vraag stellen (methodisch & met kritisch afstand)
Ontstaat daar waar vanzelfsprekende ‘moraal’ ter discussie staat/als problematisch
worden gezien
Grote meerderheid denken op dezelfde manier over iets geen behoefte aan ethische
reflectie
Opkomst conflicterende opvattingen geven aanleiding tot morele dilemma’s
Technologische ontwikkelingen, culturele verschuivingen, politieke gebeurtenissen, …
Verschillende argumentaties kritisch met elkaar vergelijken
- Doel: op basis van redelijke argumenten ethische regels formuleren met zo ruim mogelijke
consensus (niet noodzakelijk ‘de grootste groep’; zo groot mogelijke overeenstemming)
Probeert het “goede” te bereiken
- Dubbele functie (van ethische theorieën) :
Oriëntatie voor toekomstige handelingen (wat we zouden doen in de toekomst)
Criteria om gestelde handelingen af te toetsen (aftoetsen op het vorig handelen)
Normatieve vs. niet-normatieve ethiek
Ethische reflectie: 2 vormen
- Niet-normatieve ethiek:
(wts.) descriptieve ethiek
‘Éthos’ ontleden en verklaren
(fil.) meta-ethiek
‘Èthos’ (structuur van het morele handelen van individuen) ontleden
- Normatieve ethiek:
Formuleert concrete, prescriptieve richtlijnen voor het goed handelen
Algemene normatieve ethiek:
Consequentialisme
Deontologische ethiek
Deugdenethiek
Toegepaste normatieve ethiek:
Medische ethiek, bio-ethiek, business-ethiek, media-ethiek…
Niet-normatieve ethiek
Descriptieve ethiek =
- Ontwikkeling van het morele veld historisch en actueel beschrijven
Verschillende vormen van moraal beschreven zonder beoordelend moment
Bv. Hoe is het historisch gegroeid dat er in België frictie is tussen Walen en Vlamingen
- Deze is terug te vinden in empirische menswetenschappen
Onderzoek naar het menselijk gedrag
4