100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Evolutie En Gedrag - college aantekeningen

Rating
-
Sold
-
Pages
38
Uploaded on
13-02-2025
Written in
2022/2023

Evolutie En Gedrag aantekeningen van colleges.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
February 13, 2025
Number of pages
38
Written in
2022/2023
Type
Class notes
Professor(s)
Wisselend
Contains
All classes

Subjects

Content preview

Hoorcollege 1: 6 juni 2023
Zelf hypothese bedenken. Bv je wilt de evolutie van taal onderzoeken. Hoe, wat, waar, waarom? Je kan bv
baby’s onderzoeken of de linguïstische oorzaak van taak bestuderen of de verschillen in strottenhoofden
bekijken, als mensen verschillende talen spreken.
Kun je hieruit een toetsbare hypothese opstellen? Maar kan je dit soort onderzoeken wel uitvoeren, en daar dan
goede conclusies uit halen? Je moet dan een experimentele groep hebben waaraan je 1 variabele manipuleert
en de rest constant houdt, en een controle groep waar je alles constant houdt. Dit is erg lastig.

Het nomologisch netwerk van evidentie, zie plaatje. Hierin heb je een
hypothese van een adaptatie, bv dat taal een adaptatie is, en
ontstaan is door natuurlijke selectie. Je gaat dan proberen dit idee
vanuit allerlei richtingen te onderbouwen.
- psychological evidence: bv de vraag welke breingebieden
betrokken zijn bij taal, dan kijk je maar developmental
specificity.
- medical evidence: bv mensen zonder taal (afasie), hoe zit
het met hun (mentale) gezondheid, reproductief succes etc.
- physiological evidence: bv onderzoek doen naar het brein,
maar bv gebied van Broca dat taal produceert.
- genetic evidence: welke genen liggen ten grondslag aan
taal.
- phylogenetic evidence: vergelijking met andere dieren. Zijn
er naast de mens andere diersoorten met taal.
- hunter-gatherer evidence: er bestaan nog steeds
jager-verzamelaars. Er wordt gedacht dat onze voorouders
ook zo leefden. Je kan dus onderzoek doen met die
jager-verzamelaars om zo wat te kunnen zeggen over de
evolutie van onze eigen taal.
- cross-cultural evidence: in welke niet-europese / niet-westerse culturen is taal ook belangrijk? Kijken
buiten eigen omgeving.
- theoretical evidence

Belangrijke stromingen.
1. Behaviorisme
Pavlov en Skinner. Het is de studie van (dier)gedrag met name in het lab. In een lab kan je condities namelijk
makkelijker constant houden. Skinner is bekend om operant conditioneren (gedrag belonen). Pavlov is bekend
om klassiek conditioneren (gedrag (bv kwijlen) koppelen aan neutrale stimulus (bv bel) waardoor de hond al gaat
kwijlen bij de bel).
John Watson: geef me een kind en ik zorg dat hij/zij alles kan worden, bv advocaat of dief etc. Dus volgens
Watson is alles gedrag en beloning van gedrag en aangeboren vermogens bestaan niet.
Behavioristen hebben zich weinig bezig gehouden met evolutie (daarom niet zo veel informatie over in het boek).

2. Ethologie
Lorentz: onderzoek naar baby ganzen die de moeder gingen volgen. Lorentz kwam erachter dat de baby ganzen
het eerste bewegende voorwerp (in zijn experiment zijn laars) gingen volgen. In de natuurlijke situatie is dat de
moeder, en in dit experiment de laars. Ethologie houdt zich bezig met het bestuderen van diergedrag, met name
in het wild.
Ethologie komt ook weinig voor in het boek, omdat ethologisten zich ook niet zo veel met evolutie bezighielden.

3. Cognitivisme
Onderzoekers raakten meer geïnteresseerd in mentale processen achter het gedrag. Met name op het gebied
van taalontwikkeling leken de principes van conditioneren niet op te gaan. Chomsky deed onderzoek naar
‘universal grammar’, universele grammatica. Dit vindt je in alle talen terug en baby’s herkennen deze universal
grammar automatisch waardoor ze relatief gemakkelijk grammatica leren. Uitzonderingen zijn dan lastiger, dus
kinderen leren die uitzonderingen pas later.
Cognitivisme is de studie naar mentale processen die ten grondslag liggen aan gedrag.




1

,Cognitivisme komt wel veel voor in het boek. Dit is opvallend omdat cognitivisme niet per se veel over evolutie
geschreven heeft. De evolutionaire psychologie bouwt voort op het cognitivisme vandaar dat er wel veel over is
geschreven in het boek.

4. Evolutionaire psychologie
Evolutionaire psychologie is de studie naar de evolutie van mentale
processen die ten grondslag liggen aan gedrag (vanuit cognitivisme).
Cosmides en Tides zijn belangrijke namen bij de evolutionaire
psychologie.
Daly en Wilson deden onderzoek naar het Cinderella-effect. Dit effect is
dat stiefouders een veel grotere kans hebben op het vermoorden van hun
stiefkind, veel grotere kans dan dat een biologische ouder zijn/haar kind
zou vermoorden. Waarom zouden stiefouders vaker een baby doden dan
een biologische ouder, evolutionair gezien? Een verklaring kan zijn dat
biologische ouder meer heeft geïnvesteerd in het kind (bv zwangerschap,
borstvoeding etc). Ook een genetische verklaring: met een biologisch
ouder deelt het kind de helft van de genen en bij een stiefouder niet. En
waarom worden vooral die baby’s vermoord? In de leeftijd 0-2 jaar zal
een vrouw niet zo snel een ander kind nemen. En ook als de vrouw
borstvoeding geeft, dit onderdrukt de ovulatie dus wordt de vrouw minder
snel zwanger.

Sekseverschillen, zie plaatje over partnervoorkeuren. Je ziet bv dat
mannen (donkere lijn) het niet zo erg vinden als de vrouw (lichte lijn)
minder verdient dan hij. Verklaring: zo zit onze cultuur in elkaar, een
vrouw verdient minder dan een man. Maar waarom hebben we deze
cultuur?

Seksisme? Valkuilen:
- data interpreteren vanuit eigen overtuigingen.
- data generaliseren - er zijn ook altijd grote individuele
verschillen.
- aangeboren verschillen - veranderbaar of niet?
- naturalistic fallacy: aanname dat iets wat ‘natuurlijk’ is, daarmee ook meteen goed is. Denk aan oorlog,
racisme, seksisme, verkrachting etc. Wellicht ‘natuurlijke’ tendensen maar niet goed.

Evolutionair perspectief op (inter)sekse (biologische achtergrond) / gender (uit rolpatronen uit samenleving). Aan
de ene kant:
- natuurlijke selectie gaat over overleving en reproductie
- bij zoogdieren hangt succesvolle reproductie af van binair systeem
- terug te zien in sekseverschil in oa geslachtsklieren, geslachtsdelen, secundaire geslachtskenmerken
en gedragspatronen.
Aan de andere kant:
- er is variatie in sekseverschillen / gender is een continuüm
- variatie vaak gekoppeld aan genetische verschillen
- leven vandaag de dag is niet meer (volledig) gericht op reproductie
- sekseverschillen zijn minder relevant geworden
Desondanks is er nog veel evidentie voor sekseverschillen. Soms lijkt de nadruk op gender toe te nemen (bv
gender reveal parties). Belangrijk: respect voor verschillende uitgangspunten en posities.

Evolutionair perspectief op homoseksualiteit: paradox. Aan de ene kant:
- natuurlijke selectie gaat over overleving en reproductie
- bij zoogdieren hangt succesvolle reproductie af van binair systeem (man-vrouw)
- grote meerderheid is heteroseksueel
Aan de andere kant:
- er is variatie in seksualiteit
- variatie vaak gekoppeld aan genetische verschillen
- leven vandaag de dag is niet meer (volledig) gericht op reproductie



2

, - allerlei vormen van seksualiteit komen tot uiting.

Evolutionaire psychologie komt veel terug in het boek.

5. Gedragsecologie
Studie van de evolutie van gedrag (vanuit ethologie). Hoe passen dieren hun gedrag aan de omgeving aan?
Maynard Smith belangrijke naam, net als Darwin.
Gedragsecologie komt weinig voor in het boek. Waarom? Gedragsecologie gaat bijna altijd over dieren, niet over
mensen.

6. Comparatieve psychologie
De menselijke psyche is geëvolueerd, die we deels gemeenschappelijk met andere diersoorten hebben. Gaat
over de vergelijking tussen diersoorten. Darwin belangrijke naam.
Comparatieve psychologie komt ook weinig in het boek voor. Waarom? Comparatieve psychologie gaat bijna
altijd over dieren, niet over mensen.

Voorbeeld tentamenvraag (1)
Vraag: Hoe kan je het Cinderella-effect verklaren vanuit
kin-selectie-theorie?

Methode:
Stap 1: leg in 1 zin uit wat het Cinderella-effect is.
Stap 2: leg in 1 zin uit wat de kin-selectie-theorie is.
Stap 3: leg vervolgens een verband tussen de twee.

De kin-selectie-theorie gaat erover dat de mens vooral dingen doet voor
onze biologische verwanten.

Antwoord:
Zelf formuleren voor de tussenopdracht, later komt het antwoordmodel.

Tips open vragen: schrijf in heldere volzinnen, wees volledig en houdt het to-the-point, geen eindeloze
uitweidingen.




Hoorcollege 2: Hoe toets je een evolutionaire hypothese? (7 juni 2023)
Boek: HS 1, 2, 4.3.2, 12, 17 en 21

Wat is evolutionaire psychologie?
Evolutionaire psychologie komt voort uit het cognitivisme, nadenken over mentale
processen die ten grondslag liggen aan gedrag. De evolutionaire psychologie wil hier
de evolutionaire achtergrond van weten.

Zie plaatje. Tooby en Cosmides te zien. De mind wordt vergeleken met een Zwitsers
zakmes. Zo’n zakmes bestaat uit allerlei gadgets, en deze hebben allemaal een
specifieke taak. Deze opvatting wordt ook wel ‘massive modularity’ (veel modules /
delen) genoemd omdat er vanuit wordt gegaan dat de menselijke psyche uit
verschillende onderdelen bestaat. Je kan argumenten voor en tegen bedenken als je
de hersenen als ‘massive modularity’ neemt. De hersenen bestaan wel uit vele delen,
maar deze hebben niet allemaal (sommige hersendelen een beetje) 1 specifieke taak,
veel samenwerking.

Tooby en Cosmides hebben het niet over de hersenen maar over de mind. Zij hebben het niet zo over de
hersenen, maar zij kijken meer naar gedrag en de cognitie die je kan meten.

Definitie evolutionaire psychologie: Psychologie die kennis heeft van evolutionaire biologie met verwachting dat
deze kennis bijdraagt aan kennis over werking van de huidige menselijke psyche.



3

, Aannames evolutionaire psychologie:
- de menselijke psyche bestaat uit vele verschillende adaptaties (bv visuele perceptie of taalvermogen
etc).
- deze zijn gevormd door natuurlijke selectie.
- adaptaties zijn functioneel gespecialiseerd.
De eerste 2 punten komen overeen met de standaard Darwiniaanse theorie.

Hoe kom je erachter welke adaptaties er zijn? →
Reverse engineering. Start met de huidige menselijke
psyche en gedrag. Welke problemen uit verre verleden
konden hiermee worden opgelost. Bv visuele perceptie:
is handig om evolutionair te ontwikkelen omdat je zo
predatoren of voedsel kan zien. Of bij taalvermogen:
nodig om te communiceren.

Kan ook anders, namelijk met adaptive thinking: start
met problemen die onze voorouders moesten oplossen.
Welke adaptaties passen hierbij? Hier is meer
speculatie voor nodig, dus reverse engineering wordt
meer gebruikt.

Voor beide (reverse engineering en adaptive thinking) is
het nodig dat je iets weer over ons evolutionair verleden.
Pleistoceen (1.8 miljoen jaar geleden tot 10.000 jaar geleden). Dit is de periode dat de homo sapiens
geëvolueerd zijn. Hoe zag het leven in het pleistocene eruit? Je zou deze periode de environment of evolutionary
adaptedness van homo sapiens (EEA) kunnen noemen. Het pleistoceen kenmerkte zich door open vlaktes,
terwijl apen vooral in het bos leefden / leven. De homo sapiens heeft dus de evolutie doorgemaakt van het bos
naar een open vlakte.
Definitie EEA: statistische samenstelling van een omgeving waarin een adaptatie ontstaat.

Kenmerken EEA, de overgang van aapachtige naar mensachtige:
- savanne-achtige omgeving (veel fossielen in savannes gevonden)
- jager-verzamelaars maatschappij (geen landbouw gevonden)
- nomadische leefstijl (maken gebruik vd resources van een bepaald stuk land en trekken daarna verder,
apen leven ook zo)
- veel fysieke gevaren (in vergelijking met bos, veel meer zichtbaar, geen bomen om in te schuilen, je
moet andere levensstijl creëren)
- hoge kindersterfte
- voedselschaarste

Aannames evolutionaire psychologie.
Mensen zijn geen fitness maximizers (= drive om te reproduceren). Vanuit de sociobiologie werd er gesteld dat
mensen wel fitness maximizers zijn. De evolutionaire psychologie zegt echter van niet. Argument: tellen van
baby’s is geen goede maat om iets te zeggen over ons evolutionair verleden. Vandaar de dag hebben we
voorbehoedsmiddelen (dus geen fitness maximizer, maar juist de reproductie tegen gaan) en andere manier van
leven. We hebben nog wel de psychologische mechanismen die ten grondslag liggen aan gedrag.
In het voorbeeld van voorbehoedsmiddelen is de sex drive (psychologisch mechanisme) nog wel aanwezig, maar
willen we de gevolgen ervan (zwanger worden en kind krijgen) niet meer.
Voorbeelden zijn dus:
- seks met voorbehoedsmiddelen
- geen lange rijen voor de spermabank
- voorkeur voor vet en zoet voedsel
De evolutionaire psychologie richt zich dus op de onderliggende psychologische aspecten van gedrag, en niet op
fitness maximizers.

Een andere aanname is dat er zoiets bestaat als een ‘universal human nature’. Ook in onze psyche zijn
onderdelen geselecteerd door natuurlijke selectie.



4
$9.75
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
rosalinddingarten

Get to know the seller

Seller avatar
rosalinddingarten Universiteit van Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
4 year
Number of followers
0
Documents
5
Last sold
8 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions