SAMENVATTING COMMUNICATIEWETENSCHAP
COMMUNICATIEWETENSCHAP
0 Welkom............................................................................................................................ 1
0.1 Doelstellingen...................................................................................................................................1
0.2 Examen............................................................................................................................................2
0.3 Studiemateriaal................................................................................................................................2
1 Inleiding........................................................................................................................... 3
1.1 Wat is communicatie?......................................................................................................................3
2 Basisconcepten & modellen............................................................................................. 5
2.1 Controversen en breekpunten in definities van communicatie........................................................5
2.2 Elementen van het communicatieproces (8)....................................................................................6
2.3 Communicatiemodellen....................................................................................................................8
2.4 Basismodellen (12)...........................................................................................................................9
3 Verbale communicatie................................................................................................... 16
3.1 Natuurlijke taal?.............................................................................................................................16
3.2 Welke kennis heb je nodig?............................................................................................................16
3.3 Binnen de pragmatiek verschillende theorieën..............................................................................17
4 Non-verbale communicatie............................................................................................ 20
4.1 Wisselwerking NVC – VC.................................................................................................................20
4.2 Waarvoor is NVC belangrijk?..........................................................................................................20
4.3 Verschillende codes (deeldomeinen)..............................................................................................21
5 Interpersoonlijke en groepscommunicatie.....................................................................23
5.1 Interpersoonlijke communicatie.....................................................................................................23
5.2 Groepscommunicatie......................................................................................................................27
6 Organisatiecommunicatie.............................................................................................. 29
6.1 Corporate communicatie................................................................................................................30
6.2 Interne en externe groepen............................................................................................................31
6.3 Interne communicatie....................................................................................................................31
7 Massacommunicatie...................................................................................................... 32
7.1 De mediaorganisatie......................................................................................................................32
7.2 De inhoud.......................................................................................................................................38
7.3 Het publiek.....................................................................................................................................43
7.4 Effecten..........................................................................................................................................49
8 Gastles: Social Media & well-being................................................................................ 62
1. Narcisme..........................................................................................................................................63
2. Academische prestaties...................................................................................................................65
3. Welzijn..............................................................................................................................................66
9 Voorbeeld examenvragen.............................................................................................. 69
0 Welkom
0.1Doelstellingen
Introductie subdomeinen communicatiewetenschap(pen): theorieën, concepten,
modellen, (belangrijkste) auteurs
Kritische evaluatie en herkennen van theorieën en concepten in concrete situaties
1
, Inzicht in werking van verbale en non-verbale communicatie + je kan dit illustreren
met een voorbeeld
Inzicht in verschillende communicatieniveaus: vb. interpersoonlijke communicatie,
organisatiecommunicatie
Inzicht in ‘nieuwe’ media (e.g., games, sociale media) en de implicaties die deze
hebben
Je kan actuele cases duiden en beoordelen op basis van de verworven theoretische
inzichten
Bewustzijn van veelzijdigheid van communicatiewetenschap als wetenschappelijk
domein
Kénnen, maar ook begrijpen, kritisch nuanceren, toepassen, vergelijken
0.1.1 Aanpak
Leren door te lezen (cursusmateriaal), te luisteren (lessen) en te kijken (bv.
videomateriaal)
Leren door van gedachten te wisselen: vragen worden gesteld (tijdens de colleges)
0.2Examen
Schriftelijk, gesloten boek
10 kort-antwoord-vragen (telkens een halve pagina antwoordruimte)
Test van kennis (vb. definiëren van concept), inzicht (vb. vergelijken van
communicatiemodellen), en toepassing (eigen gekozen voorbeeld)!
0.3Studiemateriaal
Cursus “Communicatiewetenschap” beschikbaar via Universitas
Artikels besproken tijdens de les: hoef je niet helemaal vanbuiten te leren, enkel wat
besproken wordt in de les
2
, Inleiding
1 Inleiding
Inzicht in communicatie nuttig voor sociologen, politieke wetenschappers, sociaal-
economische wetenschappers, en communicatiewetenschappers … (en anderen):
o Sociologie: media bv. een belangrijke socialisatiebron
+: door gedrag van anderen te analyseren/ observeren leren we zelf :
social learning theory ; je gaat wel pas overnemen als je ziet dat jet
(sociaal) w geaccepteerd (mss hing er beloning aan vast)
o Politiek: media zijn 4de macht, beïnvloeden publieke opinie, politici moeten
overtuigen
Media gaan schoonheidsidealen uitdagen ; +: influencers (=mensen die
niks kunnen w populair door zich op bep manier neer te zetten) maken
zaken bespreekbaar
o Communicatie is essentieel voor (social) profit organisaties
communicatieverantwoordelijke omgaan met pers
CommunicatieWETENSCHAP
o Belang van theorieën, concepten/modellen, empirisch onderzoek
(inhoudsanalyse, survey, experiment, diepte-interviews, focusgroups, ….meta-
analyses) ; we willen de realiteit voorspellen, wat psychologisch gebeurt …
o Wetenschappelijke literatuur (artikels in academische “journals”, boeken, …)
Communicatiewetenschap relatief jonge wetenschap (na WOII)
Communicatiewetenschappelijke fenomenen voordien onderzocht uit retoriek (e.g.,
Aristoteles), psychologie, sociologie
Aristoteles
o Drie intrinsieke middelen om publiek te overtuigen; ethos (persoonlijkheid en
waarden van de spreker), pathos (inspelen opde emoties van het publiek),
logos (logica van argumentatie). (“hoezo kunnen sommige mensen zo makkelijk
overtuigen?”)
1.1Wat is communicatie?
Woordenboekdefinities:
o Overdracht of uitwisseling van informatie
Overdracht: Klemtoon op zender
Eenrichtingsverkeer (hetgene dat bij de ontvanger overkomt maakt niet uit)
o Uitwisseling: gemeenschappelijk maken van ideeën
Dynamisch proces (zender en ontvanger zijn even belangrijk)
Voorbeelden van wetenschappelijke definities:
o Communication is a process whereby people assign meanings to stimuli in
order
o to make sense of the world (Trenholm, 1999)
3
, Inleiding
o Every communication act is viewed as a transmission of information, consisting
of
o discriminative stimuli, from a source to a recipient (T. Newcomb, 1966)
o Communication is “the transmission of information, ideas, emotions, skills, etc.
by the use of symbols, words, pictures, figures, graphs, etc. (B. Berelson & G.
Steiner, 1966)
o Communication is the verbal interchange of thought or idea (J.B. Hoben, 1954)
o In the most general sense, we have communication wherever one system, a
source, influences another, the destination, by manipulation of alternative
symbols, which can be transmitted over the channel connecting them. (Osgood
et al. , 1957)
o Communication may be defined as “social interaction through messages”
(Gerbner, 1967)
o Human communication has occurred when a human being responds to a
symbol. (Cronkhite, 1976)
o Communicatie is een proces waardoor een zender bewustzijnsinhoud
overdraagt of tracht over te dragen aan een of meerdere ontvangers en dit
door middel van een kanaal, signalen en tekens. (Fauconnier, 1973)
Twee belangrijke perspectieven
o Processchool ziet communicatie als transmissie van boodschappen:
Nadruk op hoe zender en ontvanger encoderen en decoderen, hoe
kanalen en media efficiënt kunnen worden ingezet
Encoderen: boodschap omzetten in stimuli (vb woorden) ; =door
zender om iets gedaan te krijgen bij ontvanger
Decoderen: boodschap geven aan de stimuli
Communicatie is een (beïnvloedings)proces ; zender wil ontvanger
beïnvloeden
Verschil tussen output en input is een “fout”
Basis: psychologie en sociologie
o Betekeniscreatieschool ziet communicatie als productie en
uitwisseling van betekenissen
Nadruk op hoe boodschappen of teksten interageren met mensen om zo
betekenissen tot stand te brengen
Zender & ontvanger staan op zelfde hoogte ; gwn uitwisseling v
gedachten & betekenissen geen beïnvloedingsproces
Afwijkingen tussen zender en ontvanger niet noodzakelijk als “fout”
beschouwd, maar bv. als verschillen in de biografie in de ontvangers
Kan een andere betekenis krijgen afhankelijk v wie de ontvanger
is
Richt zich primair op de producten van communicatie (krantenartikelen,
reclamespots, televisieprogramma’s, enz.)
Teksten maken en lezen worden beschouwd als parallelle processen
4
, Basisconcepten & modellen
2 Basisconcepten & modellen
2.1Controversen en breekpunten in definities van
communicatie
Voorbeelden
o Een man stuurt een SMS naar zijn vrouw om te zeggen dat hij die avond laat
thuis zal zijn van zijn werk. Zijn vrouw beantwoordt zijn SMS niet. Is er sprake
van communicatie?
o Een student(e) komt naar het mondelinge examen. De docent(e) merkt dat
hij/zij zenuwachtig is: de student(e) heeft immers een rood aangelopen gezicht.
Is er sprake van communicatie?
o Een stand-up staat op het podium en vertelt zijn grappen. Helaas lacht het
publiek in de zaal niet. Is er in dit geval sprake van communicatie?
Criteria?
o Intentionaliteit
Intentionaliteit: vier situaties
Teleologische opvatting = sterk vertegenwoordigd bij onderzoekers
massacommunicatie (communicatie = 1, eventueel ook 3).
“Gedragsopvatting”: studie van interpersoonlijke communicatie…
(communicatie is 1, 2, 3, 4)
Probleem: Intentionaliteit vaak moeilijk vast te stellen
4 situaties van McQuaill
1. Gesprek
2. Rood worden
3. Berichtje zonder antwoord
4. Iemand wandelt over straat en ziet iemand anders (beide
onbewust/ niet actief verwerken)
o Geslaagdheid
5
, Basisconcepten & modellen
“Er was communicatie tussen ons”, “De zanger had communicatie met
zijn publiek”, “Zij praatten wel, maar communiceerden niet…”
Fauconnier: GC = T + Ox + Ib + Ub
Geslaagde comm= transmissie (t) +ontvangst (o) door doelpubliek (x)+
juiste (b) interpretatie (i) + gewilde (b) uitkomst (u)
o Richting van de communicatie?
Eénrichtings- of tweerichtingsverkeer?
Feedback: nieuw proces (vb. algoritmes op sociale media)
Observatieniveau
o Communicatie: algemeen of enkel “menselijke” communicatie
o Niveaus:
Intrapersoonlijk (in jezelf)
Interpersoonlijk (tss 2 of meerdere personen?)
Communicatie in (kleine) groepen
Organisatiecommunicatie
Massacommunicatie
2.2Elementen van het communicatieproces (8)
1. Bron/zender
o Zender encodeert en zendt door
o Macht van zender
2. Ontvanger/bestemmeling
o Ontvanger en bestemmeling?
o Ontvanger decodeert en interpreteert
o Na zenderdominantie, meer aandacht voor ontvanger
3. Boodschap
o Wat wordt precies overgedragen?
o Teken bestaat uit signifiant (betekenaar, het woord dat men gebruikt) en
signifié (het betekende, waarnaar het verwijst)
o Verbale en/of niet verbale stimuli (tekens)
o Symbolen: geen natuurlijke relatie, conventie (bv. Taal) ; abstracte,
aangeleerde betekenis
Iconen: fysieke gelijkenis tussen betekenaar en betekende (bv. foto,
pictogram, ….) ; lijken visueel op wat ze vertegenwoordigen
Indices: sensorische ervaring A verwijst naar B ; “ik ruik koekjes dus ik
denk dat er koekjes zijn gebakken” “de lucht is donker (signifiant) dus ik
denk dat het gaat regenen (signifié)”
4. Signaal ; wat fysiek w overgedragen
6
COMMUNICATIEWETENSCHAP
0 Welkom............................................................................................................................ 1
0.1 Doelstellingen...................................................................................................................................1
0.2 Examen............................................................................................................................................2
0.3 Studiemateriaal................................................................................................................................2
1 Inleiding........................................................................................................................... 3
1.1 Wat is communicatie?......................................................................................................................3
2 Basisconcepten & modellen............................................................................................. 5
2.1 Controversen en breekpunten in definities van communicatie........................................................5
2.2 Elementen van het communicatieproces (8)....................................................................................6
2.3 Communicatiemodellen....................................................................................................................8
2.4 Basismodellen (12)...........................................................................................................................9
3 Verbale communicatie................................................................................................... 16
3.1 Natuurlijke taal?.............................................................................................................................16
3.2 Welke kennis heb je nodig?............................................................................................................16
3.3 Binnen de pragmatiek verschillende theorieën..............................................................................17
4 Non-verbale communicatie............................................................................................ 20
4.1 Wisselwerking NVC – VC.................................................................................................................20
4.2 Waarvoor is NVC belangrijk?..........................................................................................................20
4.3 Verschillende codes (deeldomeinen)..............................................................................................21
5 Interpersoonlijke en groepscommunicatie.....................................................................23
5.1 Interpersoonlijke communicatie.....................................................................................................23
5.2 Groepscommunicatie......................................................................................................................27
6 Organisatiecommunicatie.............................................................................................. 29
6.1 Corporate communicatie................................................................................................................30
6.2 Interne en externe groepen............................................................................................................31
6.3 Interne communicatie....................................................................................................................31
7 Massacommunicatie...................................................................................................... 32
7.1 De mediaorganisatie......................................................................................................................32
7.2 De inhoud.......................................................................................................................................38
7.3 Het publiek.....................................................................................................................................43
7.4 Effecten..........................................................................................................................................49
8 Gastles: Social Media & well-being................................................................................ 62
1. Narcisme..........................................................................................................................................63
2. Academische prestaties...................................................................................................................65
3. Welzijn..............................................................................................................................................66
9 Voorbeeld examenvragen.............................................................................................. 69
0 Welkom
0.1Doelstellingen
Introductie subdomeinen communicatiewetenschap(pen): theorieën, concepten,
modellen, (belangrijkste) auteurs
Kritische evaluatie en herkennen van theorieën en concepten in concrete situaties
1
, Inzicht in werking van verbale en non-verbale communicatie + je kan dit illustreren
met een voorbeeld
Inzicht in verschillende communicatieniveaus: vb. interpersoonlijke communicatie,
organisatiecommunicatie
Inzicht in ‘nieuwe’ media (e.g., games, sociale media) en de implicaties die deze
hebben
Je kan actuele cases duiden en beoordelen op basis van de verworven theoretische
inzichten
Bewustzijn van veelzijdigheid van communicatiewetenschap als wetenschappelijk
domein
Kénnen, maar ook begrijpen, kritisch nuanceren, toepassen, vergelijken
0.1.1 Aanpak
Leren door te lezen (cursusmateriaal), te luisteren (lessen) en te kijken (bv.
videomateriaal)
Leren door van gedachten te wisselen: vragen worden gesteld (tijdens de colleges)
0.2Examen
Schriftelijk, gesloten boek
10 kort-antwoord-vragen (telkens een halve pagina antwoordruimte)
Test van kennis (vb. definiëren van concept), inzicht (vb. vergelijken van
communicatiemodellen), en toepassing (eigen gekozen voorbeeld)!
0.3Studiemateriaal
Cursus “Communicatiewetenschap” beschikbaar via Universitas
Artikels besproken tijdens de les: hoef je niet helemaal vanbuiten te leren, enkel wat
besproken wordt in de les
2
, Inleiding
1 Inleiding
Inzicht in communicatie nuttig voor sociologen, politieke wetenschappers, sociaal-
economische wetenschappers, en communicatiewetenschappers … (en anderen):
o Sociologie: media bv. een belangrijke socialisatiebron
+: door gedrag van anderen te analyseren/ observeren leren we zelf :
social learning theory ; je gaat wel pas overnemen als je ziet dat jet
(sociaal) w geaccepteerd (mss hing er beloning aan vast)
o Politiek: media zijn 4de macht, beïnvloeden publieke opinie, politici moeten
overtuigen
Media gaan schoonheidsidealen uitdagen ; +: influencers (=mensen die
niks kunnen w populair door zich op bep manier neer te zetten) maken
zaken bespreekbaar
o Communicatie is essentieel voor (social) profit organisaties
communicatieverantwoordelijke omgaan met pers
CommunicatieWETENSCHAP
o Belang van theorieën, concepten/modellen, empirisch onderzoek
(inhoudsanalyse, survey, experiment, diepte-interviews, focusgroups, ….meta-
analyses) ; we willen de realiteit voorspellen, wat psychologisch gebeurt …
o Wetenschappelijke literatuur (artikels in academische “journals”, boeken, …)
Communicatiewetenschap relatief jonge wetenschap (na WOII)
Communicatiewetenschappelijke fenomenen voordien onderzocht uit retoriek (e.g.,
Aristoteles), psychologie, sociologie
Aristoteles
o Drie intrinsieke middelen om publiek te overtuigen; ethos (persoonlijkheid en
waarden van de spreker), pathos (inspelen opde emoties van het publiek),
logos (logica van argumentatie). (“hoezo kunnen sommige mensen zo makkelijk
overtuigen?”)
1.1Wat is communicatie?
Woordenboekdefinities:
o Overdracht of uitwisseling van informatie
Overdracht: Klemtoon op zender
Eenrichtingsverkeer (hetgene dat bij de ontvanger overkomt maakt niet uit)
o Uitwisseling: gemeenschappelijk maken van ideeën
Dynamisch proces (zender en ontvanger zijn even belangrijk)
Voorbeelden van wetenschappelijke definities:
o Communication is a process whereby people assign meanings to stimuli in
order
o to make sense of the world (Trenholm, 1999)
3
, Inleiding
o Every communication act is viewed as a transmission of information, consisting
of
o discriminative stimuli, from a source to a recipient (T. Newcomb, 1966)
o Communication is “the transmission of information, ideas, emotions, skills, etc.
by the use of symbols, words, pictures, figures, graphs, etc. (B. Berelson & G.
Steiner, 1966)
o Communication is the verbal interchange of thought or idea (J.B. Hoben, 1954)
o In the most general sense, we have communication wherever one system, a
source, influences another, the destination, by manipulation of alternative
symbols, which can be transmitted over the channel connecting them. (Osgood
et al. , 1957)
o Communication may be defined as “social interaction through messages”
(Gerbner, 1967)
o Human communication has occurred when a human being responds to a
symbol. (Cronkhite, 1976)
o Communicatie is een proces waardoor een zender bewustzijnsinhoud
overdraagt of tracht over te dragen aan een of meerdere ontvangers en dit
door middel van een kanaal, signalen en tekens. (Fauconnier, 1973)
Twee belangrijke perspectieven
o Processchool ziet communicatie als transmissie van boodschappen:
Nadruk op hoe zender en ontvanger encoderen en decoderen, hoe
kanalen en media efficiënt kunnen worden ingezet
Encoderen: boodschap omzetten in stimuli (vb woorden) ; =door
zender om iets gedaan te krijgen bij ontvanger
Decoderen: boodschap geven aan de stimuli
Communicatie is een (beïnvloedings)proces ; zender wil ontvanger
beïnvloeden
Verschil tussen output en input is een “fout”
Basis: psychologie en sociologie
o Betekeniscreatieschool ziet communicatie als productie en
uitwisseling van betekenissen
Nadruk op hoe boodschappen of teksten interageren met mensen om zo
betekenissen tot stand te brengen
Zender & ontvanger staan op zelfde hoogte ; gwn uitwisseling v
gedachten & betekenissen geen beïnvloedingsproces
Afwijkingen tussen zender en ontvanger niet noodzakelijk als “fout”
beschouwd, maar bv. als verschillen in de biografie in de ontvangers
Kan een andere betekenis krijgen afhankelijk v wie de ontvanger
is
Richt zich primair op de producten van communicatie (krantenartikelen,
reclamespots, televisieprogramma’s, enz.)
Teksten maken en lezen worden beschouwd als parallelle processen
4
, Basisconcepten & modellen
2 Basisconcepten & modellen
2.1Controversen en breekpunten in definities van
communicatie
Voorbeelden
o Een man stuurt een SMS naar zijn vrouw om te zeggen dat hij die avond laat
thuis zal zijn van zijn werk. Zijn vrouw beantwoordt zijn SMS niet. Is er sprake
van communicatie?
o Een student(e) komt naar het mondelinge examen. De docent(e) merkt dat
hij/zij zenuwachtig is: de student(e) heeft immers een rood aangelopen gezicht.
Is er sprake van communicatie?
o Een stand-up staat op het podium en vertelt zijn grappen. Helaas lacht het
publiek in de zaal niet. Is er in dit geval sprake van communicatie?
Criteria?
o Intentionaliteit
Intentionaliteit: vier situaties
Teleologische opvatting = sterk vertegenwoordigd bij onderzoekers
massacommunicatie (communicatie = 1, eventueel ook 3).
“Gedragsopvatting”: studie van interpersoonlijke communicatie…
(communicatie is 1, 2, 3, 4)
Probleem: Intentionaliteit vaak moeilijk vast te stellen
4 situaties van McQuaill
1. Gesprek
2. Rood worden
3. Berichtje zonder antwoord
4. Iemand wandelt over straat en ziet iemand anders (beide
onbewust/ niet actief verwerken)
o Geslaagdheid
5
, Basisconcepten & modellen
“Er was communicatie tussen ons”, “De zanger had communicatie met
zijn publiek”, “Zij praatten wel, maar communiceerden niet…”
Fauconnier: GC = T + Ox + Ib + Ub
Geslaagde comm= transmissie (t) +ontvangst (o) door doelpubliek (x)+
juiste (b) interpretatie (i) + gewilde (b) uitkomst (u)
o Richting van de communicatie?
Eénrichtings- of tweerichtingsverkeer?
Feedback: nieuw proces (vb. algoritmes op sociale media)
Observatieniveau
o Communicatie: algemeen of enkel “menselijke” communicatie
o Niveaus:
Intrapersoonlijk (in jezelf)
Interpersoonlijk (tss 2 of meerdere personen?)
Communicatie in (kleine) groepen
Organisatiecommunicatie
Massacommunicatie
2.2Elementen van het communicatieproces (8)
1. Bron/zender
o Zender encodeert en zendt door
o Macht van zender
2. Ontvanger/bestemmeling
o Ontvanger en bestemmeling?
o Ontvanger decodeert en interpreteert
o Na zenderdominantie, meer aandacht voor ontvanger
3. Boodschap
o Wat wordt precies overgedragen?
o Teken bestaat uit signifiant (betekenaar, het woord dat men gebruikt) en
signifié (het betekende, waarnaar het verwijst)
o Verbale en/of niet verbale stimuli (tekens)
o Symbolen: geen natuurlijke relatie, conventie (bv. Taal) ; abstracte,
aangeleerde betekenis
Iconen: fysieke gelijkenis tussen betekenaar en betekende (bv. foto,
pictogram, ….) ; lijken visueel op wat ze vertegenwoordigen
Indices: sensorische ervaring A verwijst naar B ; “ik ruik koekjes dus ik
denk dat er koekjes zijn gebakken” “de lucht is donker (signifiant) dus ik
denk dat het gaat regenen (signifié)”
4. Signaal ; wat fysiek w overgedragen
6