Welke van de volgende proeven hadden geen 2x2 dimensie?
a. ratten met lichtflits en straling (2x2)
b. proef woorden onthouden bij duikersclub (2x2)
c. proef met spijkers en lucifers in een doosje of uit een doosje (2x2)
d. proef studenten dat krant moesten schrijven tegen betaling of zonder betaling
In 3 van deze experimenten werd schokkend gedrag door de meerderheid
vastgesteld, bij welke slecht door de minderheid?
A. milgram → 62,5%
B. electrische schokken laten toedienen → 32/34
C. valse herinneringen laten inplanten, over het verloren lopen als kind in de
supermarkt (slechts 25%)
D. Vrouw in nood helpen → 11/15
Verankering komt niet alleen voor in H7. Ook in een ander experiment konden
de gevolgen van verankering genoteerd worden. In welk experiment?
1. Oproepen info strand en onder water ...
2. Auto’s: herinnering, soorten werkwoorden om botsing te omschrijven..
3. Experiment van Loftus over gemiddeld aantal pijnstillers nemen.
H1-psychologie
Stel dat je voor dit examen van 10 vragen het antwoord met zekerheid weet, van 10
vragen twijfel je tussen 2 alternatieven, van 10 vragen twijfel je tussen 3 alternatieven en
van de overige 10 vragen weet je het antwoord niet. Wat is je verwachte score op 40
punten?
14,44
, Wie heeft een Nobelprijs voor zijn psychologisch onderzoek gewonnen?
A.Skinner (geen nobel)
B. Kahneman → nobelprijs voor economie maar gebaseerd op psychologisch werk
C. Pavlov (nobelprijs voor fysiologie, niet voor pavlovreactie maar voor onderzoek
naar spijsvertering)
D. Loftus (geen nobelprijs)
Stel dat je voor dit examen 10 vragen juist beantwoordt. Voor 10 vragen
twijfel je tussen 2 alternatieven waartussen het juiste antwoord zich bevindt.
Voor 10 andere vragen gok je tussen 2 alternatieven waartussen het juiste
antwoord zich niet bevindt. De overige 10 vragen gok je tussen 3
alternatieven waartussen het juiste antwoord zich bevindt. Welke score op
gok je te behalen op 40?
10+(1⁄3 *10) + (1/9 * 10) - (10*(1⁄3)) = 11.11
Welke van de onderstaande heeft de laagste correlatie:
Het IQ van de leden van een 2-eigetweeling apart opgevoed.
V. Een van de volgende
omschrijvingen is een
operationele definitie,
welke?
a) een Gestalt is een
perceptuele organisatie of
configuratie
, b) een behoefte is een
aangeboren of verworven
en relatief stabiele
persoonlijkheidsdispositie
c) onder sterke honger
verstaan we 48 uur gevast
hebben
d) een geheugenspoor
zorgt ervoor dat ingeprent
materiaal kan
gereproduceerd worde
V. Een van de volgende
omschrijvingen is een
operationele definitie,
welke?
a) een Gestalt is een
perceptuele organisatie of
configuratie
a. ratten met lichtflits en straling (2x2)
b. proef woorden onthouden bij duikersclub (2x2)
c. proef met spijkers en lucifers in een doosje of uit een doosje (2x2)
d. proef studenten dat krant moesten schrijven tegen betaling of zonder betaling
In 3 van deze experimenten werd schokkend gedrag door de meerderheid
vastgesteld, bij welke slecht door de minderheid?
A. milgram → 62,5%
B. electrische schokken laten toedienen → 32/34
C. valse herinneringen laten inplanten, over het verloren lopen als kind in de
supermarkt (slechts 25%)
D. Vrouw in nood helpen → 11/15
Verankering komt niet alleen voor in H7. Ook in een ander experiment konden
de gevolgen van verankering genoteerd worden. In welk experiment?
1. Oproepen info strand en onder water ...
2. Auto’s: herinnering, soorten werkwoorden om botsing te omschrijven..
3. Experiment van Loftus over gemiddeld aantal pijnstillers nemen.
H1-psychologie
Stel dat je voor dit examen van 10 vragen het antwoord met zekerheid weet, van 10
vragen twijfel je tussen 2 alternatieven, van 10 vragen twijfel je tussen 3 alternatieven en
van de overige 10 vragen weet je het antwoord niet. Wat is je verwachte score op 40
punten?
14,44
, Wie heeft een Nobelprijs voor zijn psychologisch onderzoek gewonnen?
A.Skinner (geen nobel)
B. Kahneman → nobelprijs voor economie maar gebaseerd op psychologisch werk
C. Pavlov (nobelprijs voor fysiologie, niet voor pavlovreactie maar voor onderzoek
naar spijsvertering)
D. Loftus (geen nobelprijs)
Stel dat je voor dit examen 10 vragen juist beantwoordt. Voor 10 vragen
twijfel je tussen 2 alternatieven waartussen het juiste antwoord zich bevindt.
Voor 10 andere vragen gok je tussen 2 alternatieven waartussen het juiste
antwoord zich niet bevindt. De overige 10 vragen gok je tussen 3
alternatieven waartussen het juiste antwoord zich bevindt. Welke score op
gok je te behalen op 40?
10+(1⁄3 *10) + (1/9 * 10) - (10*(1⁄3)) = 11.11
Welke van de onderstaande heeft de laagste correlatie:
Het IQ van de leden van een 2-eigetweeling apart opgevoed.
V. Een van de volgende
omschrijvingen is een
operationele definitie,
welke?
a) een Gestalt is een
perceptuele organisatie of
configuratie
, b) een behoefte is een
aangeboren of verworven
en relatief stabiele
persoonlijkheidsdispositie
c) onder sterke honger
verstaan we 48 uur gevast
hebben
d) een geheugenspoor
zorgt ervoor dat ingeprent
materiaal kan
gereproduceerd worde
V. Een van de volgende
omschrijvingen is een
operationele definitie,
welke?
a) een Gestalt is een
perceptuele organisatie of
configuratie