HF0: INLEIDING
SYSTEMISCH JUVENILE IDIOPATISCHE ARTRITIS ( S JIA)
ʟ Systemisch: inflammatie over hele lichaam verspreid
o Uitslag, vergrootte lymfeknopen…
o Sommigen hebben macrofaag activatie syndroom (MAS) → potentieel lethaal
ʟ Muismodel: Freud adjuvant ingespoten in muis → lokte gelijkaardige symptomen uit
o Macrofagen beginnen eigen cellen op te eten = hemofagocyterende macrofagen.
➔ Zeldzame aandoening, wel ernstig
o Leidt tot groeivertraging (dr ziekte & dr behandeling, meestal behandeld met
corticosteroïden)
RHEUMA ARTRITIS
= auto-immuunziekte → antilichamen tgn eigen B- & T-cellen
o Afweersysteem werkt tgn lichaamseigen cellen
o Ontstaan v gewrichtsontstekingen
Studie via diermodel in collageen-geïnduceerde artritis (CIA)
- Collageen II is een kraakbeenbestanddeel
o RANKL = osteoclast-differentiatiefactor
▪ Macrofagen differentiëren tot osteoclasten
o M-CSF = macrofaag-colony stimulating factor
VACCINATIES
Examenvraag: Aan wat is succes vaccinatie toe te schrijven?:
ʟ Mazelen: vanaf vaccinatie aantal gevallen herleidt nr 0
ʟ Door? Primaire respons met sterke secundaire
immuunrespons
▪ Primaire immuunrespons: vnl IgM
▪ secundair immuunrespons:
• krijgen hogere AS-respons
• switch v IgM → IgG
→ Sterkere immuunrespons
Hoe kunnen tumoren herkend & verwijderd worden, door cellen van innate immunity?
▪ Tumor = targetcel
• W belaagd dr 4 belangrijke cellen vh aangeboren
immuunsysteem
o NK-cel: kan tumorcel opruimen
o Macrofaag
o Eosinofiel
o Neutrofiel
➔ Maken ≠ stoffen & hebben ≠ manieren om tumorcel
af te doden
,ALLERGISCHE REACTIE / AUTOIMMUNITEIT
overmatige stimulatie OF foutieve regulatie vh immuunsysteem
Bv. gevoeligheidsreactie (type1) allergie & astma
- Links = normaal
- Rechts = astma (verdikking basale MB, mucusproductie-
o Moeite met ademenen
TESTEN OP ALLERGIE
1. Subcutane injecties v AG in lage dosis
2. Checken op reactie-ontwikkeling tegen HDM
3. Ontstaan zwelling
4. Later nog een grotere verdikking/ zwelling
▪ Hier bepaalde cellen vr verantw → zie later
AUTOIMMUUNZIEKTES:
BV. RHEUMA
ʟ Omvat 100 verschillende soorten aandoeningen
o Kenmerk: inflammatie rond gewricht
o Meest voorkomend = rheumatoid arthritis (RA)
▪ = chronische inflamatoire ziekte
• Zorgt vr pijn, zwellingen, stijfheid id gewrichten
▪ = symmetrische aandoening (L & R-hand)
▪ Gepaard met hoge morbiditeit
➔ Niet dodelijk zoals wel het geval is bij kankers, neurologische aandoeningen,…
HERHALING DEEL P.PROOST
Hoe gebeurt de specifieke herkenning van AG?
a. Via AS (3D herkenning: sleutel-slot herkenning, waterstofbruggen, ionische hydrofobe, VDW-
krachten)
b. Via TCR (Lineaire EWstructuren die moeten gepresenteerd w dr MHC)
• MHC-molec = AGpresenterende cel
• Tcel herkent die lineaire EWstructuur die gepresenteerd w dr MHC
,Polymorf: = versch vormen, er zijn versch allelen vr MHCs
Promiscuous: = gemengd, zonder onderscheid,
1 molec kan versch stukjes peptide binden
▪ Specificiteit niet in MHC
▪ Wel in TCR
GENEN DIE CODEREN VOOR MHC -KLASSE COMPLEXEN (!)
• K, D, L, zijn de klasse I genen die coderen voor de alfa keten
en die samen met 2M het MHC-klasse I molecule uitmaakt
• Bij elk van de genen zijn er verschillende allelen
• Elke combinatie van allelen wordt haplotype genoemd
en de allelen komen codominant tot expressie
BIJ MENS = HLA
o Haplotype 2a/a gekruist met
haplotype 2b/b
▪ Nakomelingen: H2a/b
▪ Want MHC-molec w
codominant overgeerfd
(aangeduid in italic)
BIJ MUIS = H2
, HOE WORDEN AG GEPRESENTEERD?
Endogene <> exogene pathway
- Clip = class II asociated invariant
chain peptide
- TAP = transporter associated protein
o Belangr om peptide binnen
te lootsen in ER
o Sjapelones (calnexin, calretuline)
zorgen dat stukjes blijven plakken
op MHCmolec & zo w
gepresenteerd
BARE LYMFOCYT SYNDROOM TYPE I
= defect in TAPmolecule (mutatie)
ʟ GEVOLG?
o TAP werkt niet
▪ Stukjes afkomstig v proteasoom die afgeknipt zijn w niet binnengeloodst in ER
• Ku dus niet blijven plakken à MHC-molec
• Gepresenteerde MHCmolec zullen leeg zijn
o Leeg MHCmolec = onstabiel → wordt geïnternaliseerd
• Hierdoor heel weinig MHC1 à opp
o Weinig MHC1
▪ NK-cel zal in werking treden
• W normaal geinhibeerd dr MHC1
▪ NK-cel zal eigen cellen beginnen aanvallen
➔ Neus helemaal ‘weggevreten’
o Bevat veel MKcellen & gaan daar heel actief worden
A. Normaal:
1. Op normale cel is MHC1 aanwezig
▪ Voldoende MHC1 molec
inhiberen activiteit v NK-cellen
2. Killing inhibitor REC (Kir) geactiveerd
3. NK-cel negatief
4. No killing
B. Cel die met virus is geinfecteerd:
1. MHC1 vermindering
2. Kir niet actief
3. Wel Killing
SYSTEMISCH JUVENILE IDIOPATISCHE ARTRITIS ( S JIA)
ʟ Systemisch: inflammatie over hele lichaam verspreid
o Uitslag, vergrootte lymfeknopen…
o Sommigen hebben macrofaag activatie syndroom (MAS) → potentieel lethaal
ʟ Muismodel: Freud adjuvant ingespoten in muis → lokte gelijkaardige symptomen uit
o Macrofagen beginnen eigen cellen op te eten = hemofagocyterende macrofagen.
➔ Zeldzame aandoening, wel ernstig
o Leidt tot groeivertraging (dr ziekte & dr behandeling, meestal behandeld met
corticosteroïden)
RHEUMA ARTRITIS
= auto-immuunziekte → antilichamen tgn eigen B- & T-cellen
o Afweersysteem werkt tgn lichaamseigen cellen
o Ontstaan v gewrichtsontstekingen
Studie via diermodel in collageen-geïnduceerde artritis (CIA)
- Collageen II is een kraakbeenbestanddeel
o RANKL = osteoclast-differentiatiefactor
▪ Macrofagen differentiëren tot osteoclasten
o M-CSF = macrofaag-colony stimulating factor
VACCINATIES
Examenvraag: Aan wat is succes vaccinatie toe te schrijven?:
ʟ Mazelen: vanaf vaccinatie aantal gevallen herleidt nr 0
ʟ Door? Primaire respons met sterke secundaire
immuunrespons
▪ Primaire immuunrespons: vnl IgM
▪ secundair immuunrespons:
• krijgen hogere AS-respons
• switch v IgM → IgG
→ Sterkere immuunrespons
Hoe kunnen tumoren herkend & verwijderd worden, door cellen van innate immunity?
▪ Tumor = targetcel
• W belaagd dr 4 belangrijke cellen vh aangeboren
immuunsysteem
o NK-cel: kan tumorcel opruimen
o Macrofaag
o Eosinofiel
o Neutrofiel
➔ Maken ≠ stoffen & hebben ≠ manieren om tumorcel
af te doden
,ALLERGISCHE REACTIE / AUTOIMMUNITEIT
overmatige stimulatie OF foutieve regulatie vh immuunsysteem
Bv. gevoeligheidsreactie (type1) allergie & astma
- Links = normaal
- Rechts = astma (verdikking basale MB, mucusproductie-
o Moeite met ademenen
TESTEN OP ALLERGIE
1. Subcutane injecties v AG in lage dosis
2. Checken op reactie-ontwikkeling tegen HDM
3. Ontstaan zwelling
4. Later nog een grotere verdikking/ zwelling
▪ Hier bepaalde cellen vr verantw → zie later
AUTOIMMUUNZIEKTES:
BV. RHEUMA
ʟ Omvat 100 verschillende soorten aandoeningen
o Kenmerk: inflammatie rond gewricht
o Meest voorkomend = rheumatoid arthritis (RA)
▪ = chronische inflamatoire ziekte
• Zorgt vr pijn, zwellingen, stijfheid id gewrichten
▪ = symmetrische aandoening (L & R-hand)
▪ Gepaard met hoge morbiditeit
➔ Niet dodelijk zoals wel het geval is bij kankers, neurologische aandoeningen,…
HERHALING DEEL P.PROOST
Hoe gebeurt de specifieke herkenning van AG?
a. Via AS (3D herkenning: sleutel-slot herkenning, waterstofbruggen, ionische hydrofobe, VDW-
krachten)
b. Via TCR (Lineaire EWstructuren die moeten gepresenteerd w dr MHC)
• MHC-molec = AGpresenterende cel
• Tcel herkent die lineaire EWstructuur die gepresenteerd w dr MHC
,Polymorf: = versch vormen, er zijn versch allelen vr MHCs
Promiscuous: = gemengd, zonder onderscheid,
1 molec kan versch stukjes peptide binden
▪ Specificiteit niet in MHC
▪ Wel in TCR
GENEN DIE CODEREN VOOR MHC -KLASSE COMPLEXEN (!)
• K, D, L, zijn de klasse I genen die coderen voor de alfa keten
en die samen met 2M het MHC-klasse I molecule uitmaakt
• Bij elk van de genen zijn er verschillende allelen
• Elke combinatie van allelen wordt haplotype genoemd
en de allelen komen codominant tot expressie
BIJ MENS = HLA
o Haplotype 2a/a gekruist met
haplotype 2b/b
▪ Nakomelingen: H2a/b
▪ Want MHC-molec w
codominant overgeerfd
(aangeduid in italic)
BIJ MUIS = H2
, HOE WORDEN AG GEPRESENTEERD?
Endogene <> exogene pathway
- Clip = class II asociated invariant
chain peptide
- TAP = transporter associated protein
o Belangr om peptide binnen
te lootsen in ER
o Sjapelones (calnexin, calretuline)
zorgen dat stukjes blijven plakken
op MHCmolec & zo w
gepresenteerd
BARE LYMFOCYT SYNDROOM TYPE I
= defect in TAPmolecule (mutatie)
ʟ GEVOLG?
o TAP werkt niet
▪ Stukjes afkomstig v proteasoom die afgeknipt zijn w niet binnengeloodst in ER
• Ku dus niet blijven plakken à MHC-molec
• Gepresenteerde MHCmolec zullen leeg zijn
o Leeg MHCmolec = onstabiel → wordt geïnternaliseerd
• Hierdoor heel weinig MHC1 à opp
o Weinig MHC1
▪ NK-cel zal in werking treden
• W normaal geinhibeerd dr MHC1
▪ NK-cel zal eigen cellen beginnen aanvallen
➔ Neus helemaal ‘weggevreten’
o Bevat veel MKcellen & gaan daar heel actief worden
A. Normaal:
1. Op normale cel is MHC1 aanwezig
▪ Voldoende MHC1 molec
inhiberen activiteit v NK-cellen
2. Killing inhibitor REC (Kir) geactiveerd
3. NK-cel negatief
4. No killing
B. Cel die met virus is geinfecteerd:
1. MHC1 vermindering
2. Kir niet actief
3. Wel Killing