1. Wat is recht?
• Gedragsregels
o Wat je wel en niet mag doen
• Ordenen maatschappij
▪ VB. diefstal, overeenkomsten verkoop-verhuur
• Gemaakt door overheid
• Afdwingbaar
2. Indelingen van het recht
2.1 privaatrecht – publiekrecht
PRIVAATRECHT = Het recht dat relaties tussen privépersonen regelt.
1. Burgerlijk recht
Regelt het recht tussen burgers met verschillende soorten
▪ Huren van een kot: Recht tussen twee personen.
▪ Echtscheiding & naamgeving: Regels over scheiding of naamgeving bij
pasgeboren baby's (tussen moeder en vader).
▪ Koop-verkoop: Bijvoorbeeld het kopen van brood bij een bakker.
2. Gerechtelijk privaatrecht/ burgerlijke procesrecht
Gaat over hoe en waar we procedures voeren:
• Welke rechtbank is bevoegd?
• Welk bewijsmateriaal is nodig?
3. Internationaal privaatrecht
Regelt grensoverschrijdende privézaken, zoals:
• Toepasselijk recht: Welk land is verantwoordelijk?
▪ Je verhuist naar Brazilië en krijgt daar een kind met een Amerikaan. Welke
nationaliteit krijgt het kind? Dit wordt bepaald door Braziliaans recht.
___________________________________________________________________________
PUBLIEKRECHT = Regelt zaken waarbij minstens één publieke overheid betrokken is.
1. Staatsrecht
• Bestudeert hoe de staat is georganiseerd.
• Welke organen heeft de overheid?
2. Administratief recht / Bestuursrecht
• Regelt de administratie en organisatie van de uitvoerende macht.
• Geeft burgers middelen om beslissingen van de administratie aan te vechten.
D1 1
, ▪ De uitvoerende macht beslist over bouwvergunningen, zoals een nieuw
stadion voor Club Brugge (wat je bij de Raad van State kunt aanvechten als
het in jouw tuin gepland is), en over zaken zoals het al dan niet toelaten
van vluchtelingen.
3. Strafrecht
• Bevat een opsomming van misdrijven en de bijbehorende straffen.
4. Strafprocesrecht
• Regelt het proces van strafoplegging:
o Welk bewijsmateriaal is vereist?
o Welke straf wordt opgelegd?
o Hoe wordt de straf uitgevoerd?
o Het parket zet uiteen wat er fout is gegaan en formuleert een aanklacht.
5. Fiscaal recht
• Regelt alles wat te maken heeft met belastingen.
___________________________________________________________________________
MOEILIJK TE PLAATSEN RECHTSTAKKEN → gemengde vormen
Sommige rechtstakken combineren publiek- en privaatrecht, voorbeeld:
• Gezondheidsrecht: Publiekrecht (bijvoorbeeld de organisatie van de
gezondheidszorg) én privaatrecht (bijvoorbeeld een overeenkomst tussen patiënt en
dokter).
▪ De abortuswet is
strafbaar als de
voorwaarden niet
worden
gerespecteerd
(publiekrecht), net
zoals het bieden van
een loon onder het
minimumloon, dat
strafbaar is
(publiekrecht) maar
ook een kwestie
tussen werkgever en
werknemer
(privaatrecht).
D1 2
, 2.2 Enkele andere indelingen
OBJECTIEF VS SUBJECTIEF RECHT
Objectief recht: De regels zoals ze in de wetgeving zijn vastgelegd.
▪ Als je schade aan iemand berokkent, moet je dat vergoeden.
Subjectief recht: Het recht van een individu om op basis van objectieve regels iets te eisen.
▪ Als je wordt aangereden en schadevergoeding vraagt of als je naar de
rechter stapt om jouw partner te dwingen bij te dragen aan de
huwelijkskosten, maak je gebruik van subjectief recht op basis van
objectieve regels.
___________________________________________________________________________
MATERIEEL VS FORMEEL RECHT
Materieel recht: De inhoudelijke regels die bepalen wat wel en niet mag.
▪ Strafrecht beschrijft welke gedragingen strafbaar zijn.
Formeel recht: Regelt hoe het materieel recht kan worden afgedwongen.
▪ Strafprocesrecht bepaalt hoe een strafrechtelijke procedure verloopt.
D1 3
, 3. De bronnen van het recht
3.1 Wetgeving als bron van recht
3.1.1 Internationale verdragen en beslissingen
EU-Verdragen
• EU-Verdrag: Een verdrag waarbij staten die toetreden tot de EU een deel van hun
bevoegdheden afstaan aan de EU.
▪ Geldcreatie, grenscontroles (invoeren/afschaffen)
Soorten regels binnen de EU:
1. Richtlijnen:
o Basisprincipes die lidstaten moeten volgen, maar de manier van uitvoering
kan door elk land zelf bepaald worden.
▪ Het is verboden om een vrouw te vragen of ze zwanger is
tijdens een sollicitatiegesprek.
2. Verordeningen:
o Regels die direct van toepassing zijn in alle lidstaten, zonder dat elk land ze
zelf hoeft om te zetten in nationale wetgeving.
▪ Een EU-verordening stelt werknemers in staat om in andere
lidstaten te werken en pensioenen uit verschillende landen
samen te voegen, maar staat hun familie niet automatisch
toe om mee te verhuizen.
3. Besluiten:
o Beslissingen die door een EU-orgaan worden genomen, met dwingende
maatregelen voor de betrokken landen.
▪ Landen die worden bestraft vanwege concurrentievervalsing
kunnen maatregelen opgelegd krijgen door de EU, wat
krachtiger is dan bijvoorbeeld de NAVO-maatregelen.
Verdragen tussen Staten
• Verdragen tussen landen: Afspraken die landen met één of meerdere andere landen
maken.
▪ Als een crimineel zich in Dubai bevindt, kan België via een verdrag
verzoeken om uitlevering van de crimineel.
D1 4