Hs1: Tijd van jagers en boeren, ? – 3000 v.C.
Kenmerkend aspect: Ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.
Na de Neolithische Revolutie werden door de
grote landbouwopbrengsten (irrigatielandbouw)
sommige nederzettingen zo groot dat de
bevolking kon groeien. Een aantal dorpen
werden zelfs een stedelijke gemeenschap. De
eerste steden (stadstaten) ontstonden in
Mesopotamië (vruchtbare halve maan
gebied). Dit gebied lag tussen de rivieren de
Eufraat en de Tigris. Doordat de bevolking zo hard groeide namen de sociale verschillen ook
enorm toe. In een grote groep van meer dan 1000 mensen kon namelijk niet iedereen de
baas zijn. Er komt dus meer gelaagdheid. De mensen waren nog steeds polytheïstisch en
ook de politiek was nog steeds een aristocratie. De Ziggurat was een speciaal: de tempels
waar goden aanbeden werden werden tegelijkertijd ook als handelspunt gebruikt waar
boeren een deel van de oogst in moesten leveren. Ook het schrift werd ontwikkeld rond
3300 v. C. Dit eerste schrift bestond uit logogrammen: herkenbare afbeeldingen. Later
veranderde dit in klanktekens. Dit schrift heet het spijkerschrift. Het werd gemaakt in
vochtige klei. Met de uitvinding van het schrift eindigde voor dit gebied de prehistorie.
Kenmerken stadstaat:
- hiërarchische opbouw v.d samenleving (denk aan de pyramide)
- godsdienstig centrum (polytheïsme) (= ook het economische centrum van de stad)
voorbeeld: Ziggurat
- specialisten: alle mensen die iets anders doen dan in de landbouw werken
voorbeeld: priesters, architecten, handelaren, ambachtslieden
- het schrift: het noteren van regels/wetten, handelsafspraken, vredesverdrag,
religieuze verhalen, belastingen
voorbeelden eerste steden
- zie bron 14: Uruk, Eridu, Memphis, Thebe etc. (zie kaartje op pagina 23)
Hoog/laag ontwikkelde culturen
- laag: jagers/verzamelaars, want: 1 middel van bestaan (jagen/verzamelen)
- hoog: oude Egyptenaren en later, want : 3 middelen van bestaan (landbouw,
ambacht, handel) (= agrarisch-urbane samenleving). De monniken en ridders zijn
een uitzondering, (laagontwikkelde cultuur)
een hoog ontwikkelde cultuur = een beschaving
Oude egypte, stedelijke gemeenschap
- specialisten,
Kenmerkend aspect: Ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.
Na de Neolithische Revolutie werden door de
grote landbouwopbrengsten (irrigatielandbouw)
sommige nederzettingen zo groot dat de
bevolking kon groeien. Een aantal dorpen
werden zelfs een stedelijke gemeenschap. De
eerste steden (stadstaten) ontstonden in
Mesopotamië (vruchtbare halve maan
gebied). Dit gebied lag tussen de rivieren de
Eufraat en de Tigris. Doordat de bevolking zo hard groeide namen de sociale verschillen ook
enorm toe. In een grote groep van meer dan 1000 mensen kon namelijk niet iedereen de
baas zijn. Er komt dus meer gelaagdheid. De mensen waren nog steeds polytheïstisch en
ook de politiek was nog steeds een aristocratie. De Ziggurat was een speciaal: de tempels
waar goden aanbeden werden werden tegelijkertijd ook als handelspunt gebruikt waar
boeren een deel van de oogst in moesten leveren. Ook het schrift werd ontwikkeld rond
3300 v. C. Dit eerste schrift bestond uit logogrammen: herkenbare afbeeldingen. Later
veranderde dit in klanktekens. Dit schrift heet het spijkerschrift. Het werd gemaakt in
vochtige klei. Met de uitvinding van het schrift eindigde voor dit gebied de prehistorie.
Kenmerken stadstaat:
- hiërarchische opbouw v.d samenleving (denk aan de pyramide)
- godsdienstig centrum (polytheïsme) (= ook het economische centrum van de stad)
voorbeeld: Ziggurat
- specialisten: alle mensen die iets anders doen dan in de landbouw werken
voorbeeld: priesters, architecten, handelaren, ambachtslieden
- het schrift: het noteren van regels/wetten, handelsafspraken, vredesverdrag,
religieuze verhalen, belastingen
voorbeelden eerste steden
- zie bron 14: Uruk, Eridu, Memphis, Thebe etc. (zie kaartje op pagina 23)
Hoog/laag ontwikkelde culturen
- laag: jagers/verzamelaars, want: 1 middel van bestaan (jagen/verzamelen)
- hoog: oude Egyptenaren en later, want : 3 middelen van bestaan (landbouw,
ambacht, handel) (= agrarisch-urbane samenleving). De monniken en ridders zijn
een uitzondering, (laagontwikkelde cultuur)
een hoog ontwikkelde cultuur = een beschaving
Oude egypte, stedelijke gemeenschap
- specialisten,