achtergronden van opvoeding en
ontwikkeling
Inhoud
Hoofdstuk 1 .................................................................................................................... 2
Hoofdstuk 2 .................................................................................................................... 4
Hoofdstuk 3 .................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 4 .................................................................................................................... 8
Hoofdstuk 5 .................................................................................................................. 10
Hoofdstuk 6 .................................................................................................................. 12
Hoofdstuk 7 .................................................................................................................. 14
Hoofdstuk 8 .................................................................................................................. 16
Hoofdstuk 10 ................................................................................................................ 18
Hoofdstuk 11 .................................................................................................................20
,Hoofdstuk 1
1. Wat is het fundamentele doel van sociale neurowetenschap?
2. Beschrijf het concept van "hyperscanning" in het kader van sociaal
neurowetenschappelijk onderzoek.
3. Wat is het verschil tussen sociale psychologie en cognitieve psychologie?
4. Waarom is ecologische validiteit belangrijk in sociaal neurowetenschappelijk onderzoek?
5. Leg het verschil uit tussen modularity en domain specificity.
6. Wat is het risico van 'reverse inference' bij het interpreteren van neuroimaging data?
7. Hoe staat de blank slate theorie tegenover de rol van de hersenen bij sociale processen?
8. Wat onderzoekt culturele neurowetenschap en geef een voorbeeld.
9. Leg het concept van gen-cultuur co-evolutie uit.
10. Wat is het belangrijkste onderscheid tussen collectivistische en individualistische
culturen?
Voorbeeld essayvragen
• Is het ‘sociale brein’ sterk modulair?
• Hoe kunnen neurowetenschap en sociale psychologie elkaar informeren?
• Is culturele neurowetenschap waarschijnlijk een veelbelovende manier om de
complexiteit van cultuur te ontrafelen?
, Antwoorden
1: Het fundamentele doel van sociale neurowetenschap is het begrijpen van hoe de hersenen
de gedachten, gevoelens en gedragingen van individuen beïnvloeden in reactie op de
aanwezigheid (reëel, ingebeeld of geïmpliceerd) van anderen.
2: Hyperscanning is een methode waarbij de hersenactiviteit van twee of meer personen
tegelijkertijd wordt geregistreerd, meestal met fMRI of EEG, tijdens hun interactie. Dit
wordt gebruikt om te onderzoeken hoe hersenactiviteit van de ene persoon de
hersenactiviteit van de andere beïnvloedt.
3: Sociale psychologie onderzoekt hoe gedachten, gevoelens en gedragingen van individuen
worden beïnvloed door anderen, terwijl cognitieve psychologie zich richt op mentale
processen zoals waarnemen, denken en spreken, met als doel de mechanismen onderliggend
aan deze processen te begrijpen.
4: Ecologische validiteit is belangrijk omdat het de mate aangeeft waarin de resultaten van
een studie relevant en betekenisvol zijn buiten de gecontroleerde laboratoriumomgeving, en
dus meer over de 'echte wereld' kunnen zeggen.
5: Modularity verwijst naar het idee dat bepaalde cognitieve processen of hersengebieden
gespecialiseerd zijn in het verwerken van specifieke informatie en taken, terwijl domain
specificity impliceert dat een proces of gebied exclusief is gespecialiseerd in één specifiek
type informatie.
6: Het risico van 'reverse inference' is dat het moeilijk is om conclusies te trekken over
specifieke cognitieve processen op basis van activatie van hersengebieden, omdat een
bepaald hersengebied vaak meerdere functies kan vervullen afhankelijk van de context.
7: De "blank slate" theorie stelt dat de menselijke geest volledig gevormd wordt door de
omgeving en cultuur, zonder vooraf bestaande beperkingen in de hersenen. Dit staat
lijnrecht tegenover het idee dat hersenstructuren en processen een rol spelen bij het vormen
van sociale processen.
8: Culturele neurowetenschap onderzoekt hoe culturele waarden en gebruiken
hersenprocessen beïnvloeden en omgekeerd. Een voorbeeld is onderzoek naar hoe
collectivistische culturen en individualistische culturen verschillen in hersenactiviteit bij
taken met betrekking tot vertrouwen.
9: Gen-cultuur co-evolutie beschrijft het wederzijdse beïnvloedingsproces tussen genetica en
cultuur, waarbij genen bijdragen aan culturele kenmerken en cultuur de frequentie van
bepaalde genen in een populatie beïnvloedt over generaties.
10: In collectivistische culturen worden de doelen en belangen van de groep voorrang
gegeven boven die van het individu, terwijl in individualistische culturen de doelen en
belangen van het individu centraal staan.