1. Van zot naar ziek
Madness of insanity
- Beschrijvend
- Impliceren geen oorzaak
- Persoon is ‘bezeten’ door externe boze geesten
o Demonologie was vaak de heersende verklaring voor afwijkend gedrag en
psychopathologie
Madness werd mental illness
Thomas Sydenhamm (1624-1689)
- Vader van de medische nososlogie, classificatie-leer
- Concept van afzonderlijke ziekten met eigen
o Symptomen
o Verloop
o Prognose
Ziektebegrip werd sterk beïnvloed door 2 belangrijke ontdekkingen:
1. Correlatie klinische syndromen met post mortem afwijkingen
2. Ontdekking van ziektekiemen als ziekteverwekkers door Louis Pasteur in 1862
o Microbetheorie
Een voorbeeld: Syfilis
- SOA
- Verschillende stadia: ulcera – necrose – gebrekkige coördinatie – dementie
- Veroorzaakt door spirocheet Treponema pallidum
- Psychiatrische ziektes kunnen een biologische oorzaak hebben
2. Morele behandeling
Tot midden van de 19de eeuw
- Werden mensen met afwijkend gedrag in gekkenhuizen (kerkers) opgesloten
- Weggestopt voor de maatschappij
- Geen diagnostische beschrijving
Philipe Pinel (1745-1826)
- Probeerde dit te veranderen
- Arts in Salpêtière ziekenhuis
- Maakte einde aan praktijken en installeerde een morele behandeling
o Contact & observatie van patiënten stond centraal
- Onderscheidde 5 categorieën
o Melancholie
o Manie met delier
o Manier zonder delier
o Dementie
o Idiotie
,Jozef Guislain (1797-1860)
- Ijvert voor humane behandeling van geesteszieken
- Bouwt eerste gesticht in 1857
Einde 18de eeuw en 19de eeuw
- Meeste patiënten in asielen hadden dezelfde diagnose: insanity
o Betekende: psychose, manie, ernstige deprrssie, mentale retardatie,…
- Er ontstond behoefte aan ordening
- 1844
o Eerste classificatie
o USA
o ‘Statistical classification of institutionalized mental patients’
o Mania, dementia, melancholia, partial insanity, moral insanity
o Voorloper DSM
Emil Kraepelin (1856-1926)
- Meer omvattend classificatiesysteem
- Groepeert ziektebeelden obv gemeenschappelijke patronen van
symptomen (syndroom)
- Psychiatrische aandoeningen zijn afzonderlijke ziekte-entiteiten
o Met hun eigen oorzaak
o Eigen symptomen
o En een karakteristiek verloop
Begin 20ste eeuw
- Meer behoefte aan classificatie
- Psychotherapie viert hoogtij
- Minder ernstige, niet-psychotische aandoeningen worden behandeld & geclassificeerd
- Interesse groeit wanneer medicamenteuze behandelingen opkomen
- Noodzaak om behandeling te kunnen koppelen aan duidelijk diagnostisch label wordt groter
1948
- Wereldgezondsheidsorganistatie zit aan de 6de editie van classificatiesysteem en voegt grote
lijst psychiatrische stoornissen toe
o De Internationale Classificatie van Ziekten (IDC)
- APA gaat hier niet mee akkoord en publiceert de 1ste editie van Diagnostic and Statistical
Manual of Mental Disorders (DSM-I) in 1952
,DSM-I
- Gebaseerd op ethologische theorieën
- Geen wetenschappelijke basis
o Ziektes werden verondersteld psychogeen te zijn of gevolg van ‘impairment of brain
tissue function’
- Bloei hersenonderzoek
o Maar bevindingen zijn er niet in geslaagd psychopathologie beter te omschrijven &
herkennen
- Tot nu toe nog geen wetenschappelijke basis voor een op etiologie gebaseerde classificatie
- Psychiatrische diagnostiek is beschrijvend
DSM-II
- 1968
- 180 stoornissen
- Psychobiologie
o Adolf Meyer (1866-1950)
o Niet eens met kraepeliniaanse (reduceerde psychiatrische aandoeningen tot
hersenziekten)
§ Hij vond dat hierdoor de invloed van sociale en psychologische factoren worden
verwaarloosd
o Psychiatrische stoornissen zijn reacties op gebeurtenissen in de omgeving
- Psychoanalyse
o Grote nadruk op de context waarin de klachten ontstonden & ervaringen in de jeugd
o Niet gestoeld op wetenschappelijke kennis
US-UK Diagnostica Project
- Onderzoek om diagnostische praktijken te vergelijken in UK en US
- 1965
- In US dubbel zo vaak schizofrenie vastgesteld
- ‘Due largely to the diagnostic practices of the psychiatrists’
- Diagnose is dus subjectief
- Er was behoefte aan internationale afspraken voor diagnostiek & aan meer eenduidige
diagnostische criteria
DSM-III
- 1980
- Radicale breuk met vorige edities
o A-theoretisch
o Geen etiologische theorie / geen analytisch denken
- Lijsten met observeerbare diagnostische criteria
o Beschrijven en a-theoretisch
- Empirische, op onderzoek georiënteerde basis
- Criteria die door elke psycholoog/psychiater op dezelfde manier kon worden vastgesteld
- Multi-axaal
As I Syndromale stoornissen
As II Persoonlijkheidsstoornissen, zwakzinnigheid
As III Somatische aandoeningen
As IV Psychosociale en omgevingsproblemen
As V Algehele beoordeling van functioneren
,Verschillende edities volgen
- 1987: DSM-III-Revised
- 1994: DSM-IV
- 2000: DSM-IV-Tekst Revision
- 2013: DSM-V
Er worden 2 grote classificatiesystemen gebruikt:
1. IDC
o Bevat ook somatische aandoeningen
2. DSM
o Wereldwijde referentie voor classificeren en diagnosticeren van psychiatrische
ziektebeelden
o Geen handboek!
3. Diagnostiek
Diagnostiek vanuit medisch model = adhv reeks symptomen vaststellen wat de aard van de
aandoening is
Doel psychiatrische diagnose: verklaren en begrijpen van toestand van patiënt en instellen van
doeltreffende behandeling
Diagnose omvat groot aantal aspecten
- Beschrijving van symptomen in hun samenhang en ontwikkeling
- Mogelijke lichamelijke en psychische oorzaken
- Invloed van persoonlijkheidsfactoren op klinisch beeld
- Invloed die gedrag kan hebben bij het instandhouden van de symptomen & oplossen van
problemen
Hedendaagse psychopathologie ordent symptomen in homogene syndromen
- Een groep van (dikwijls) samen voorkomende symptomen
o Symptoom = een ziekteteken, een teken dat verwijst naar een pathologisch proces
Symptomen
Kernsymptomen Facultatieve symptomen
- Hoofdsymptomen, basissymptomen, - Bijsymptomen
sleutelsymptomen - Maken het beeld van een stoornis
- Zijn met enige zekerheid gekoppeld aan compleet
een specifieke stoornis - Enkel richtinggevend
- Bv. Anorexia Nervosa: overheersende - Bv. Aneroxia nervosa: amenorroe
wens mager te zijn
, Diagnosen
Syndroomdiagnose Structuurdiagnose
- Descriptieve diagnose - Kijkt net iets verder
- Alleen beschrijvend - Waardoor en op welke wijze het syndroom is
- Geeft geen informatie over de ontstaan
redenen en de manier van ontstaan - Neurobiologische & psychologische aspecten
- Symptomen worden geordend tot - Predisponerende factoren
homogene syndromen o Factoren die iemand kwetsbaar maken
- Vaker aanleiding voor een - Luxerende factoren
‘eenvoudige’ behandeling o Factoren die de stoornis uitlokken
- Bv. Een matig ernstig depressief - Onderhoudende factoren
syndroom met melancholische o Factoren die de stoornis onderhouden
kenmerken of versterken
- Laat meer ruimte om de behandeling aan te
passen aan de behoeften van de patiënt
- Bv. Depressie, melancholische kenmerken, bij
lichamelijk gezonde man, met narcistische
persoonlijkheidstrekken en een belaste
familiale voorgeschiedenis, reactief na ontslag
werk & leverontsteking, als gevolg hiervan
relationele conflicten.
Context is niet los te zien van culturele normen en waarden die invloed hebben op de diagnostiek
Een psychiatrische diagnose stellen is subjectief
- Er zijn geen biologische tests
- Volledig afhankelijk van subjectieve beoordelingen
- De belangrijkste bron van informatie over de patiënt komt van
o De patiënt zelf
o De familie
o Hebben beiden een subjectieve kijk!
Probleem-georiënteerde diagnose
- Opsomming problemen
- Oog voor mogelijkheden, hulpbronnen
- Klasse van de problemen ≠ klasse van de oplossingen
- Diagnose zinvol in medisch model, minder
,4. Classificatie
Wat? Een indeling, een ordening van verschijnselen in een systeem van klassen
In de geneeskunde:
- Benoemen van een ziektebeeld
- met een vooraf afgesproken term
- aan de hand van vooraf gemaakte afspraken
- op basis van een gestelde diagnose
- reduceren van uitgebreide diagnostische bevindingen tot een algemene categorie
Doel? Identificeren van groep patiënten met vergelijkbare (klinische) kenmerken
- Om behandeling in te stellen
- Om prognose te voorspellen
Idealiter is een classificatie gebaseerd op de etiopathogenese en de prognose van het ziektebeeld
- Huidige classificatiesystemen berusten grotendeels op syndroomdiagnosen
- Men spreekt dan van descriptieve classificatie die zich baseert op het beschrijven van een
diagnose
Classificatie
Descriptieve classificatie Categoriale classificatie
- Baseert zich op het beschrijven van een - Kwalitatief onderscheid (alles of niets)
diagnose o Gezond en ziek
o Verschillende stoornissen
- Als sinds de oudheid
o Humorestheorie van 4 humores
Een classificatie moet aan 2 criteria voldoen:
1. Betrouwbaarheid (validity)
o 2 clinici bekomen los van elkaar in gegeven casus dezelfde diagnose
‣ Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid
o Als bij herbeoordeling opnieuw tot dezelfde diagnose wordt gekomen
‣ Test-hertestbetrouwbaarheid
2. Validiteit (validity)
o Zegt iets over werkelijke overeenstemming tussen diagnose en stoornis
o Juistheid waarmee de diagnostische criteria een stoornis definiëren en afgrenzen van
andere/verwante stoornissen
o Valide diagnose zorgt ervoor dat clinicus een diagnose van de andere kan
onderscheiden
, Classificatiesystemen
Monothetisch classificatiesysteem Polythetisch classificatiesysteem
- Scherpe grens tussen de verschillende - Alle leden van de categorie hebben
ziektebeelden verschillende kenmerken met elkaar
- Alles of niets gemeen
- Geen overlap - Zonder dat een kenmerk bij alle leden
- De kenmerken van de gegeven categorie moet voorkomen
zijn bij elk lid van de categorie aanwezig - Prototypische classificatie
- Niet toepasbaar in de psychiatrie o Vorm van polythetisch
o Best tegemoet aan vereisten
psychiatrische classificatie
o Alle individuen van een groep
hebben zo veel mogelijke
dezelfde symptomen
o Zonder dat 1 bepaald symptoom
onmisbaar of essentieel is
Dimensionale classificatie
- Beschouwt ziekte als een kwantitatief afwijkende variant van gezondheid
- Wordt op een continuüm beschouwd
o Onder of boven afgesproken waarden → stoornis
5. Het medische model bekritiseerd
5.1. Anti-psychiatrie: Thomas Szasz (60-s)
Het classificeren van menselijk gedrag staat gelijk met het beperken van dat gedrag
Toepassen ziekteconcept zonder biologische afwijkingen → sociale controle
– Maar om biologische grondslagen van toestandsbeelden te ontdekken moeten we ze proberen
af te lijnen
– Ook kan 1 syndroom voorkomen uit verschillende oorzaken
– En 1 etiologische factor kan zich in verschillende syndromen uitten
5.2. Sociale psychologie - Rosenhan 1973
Uniek en beroemd experiment
– ‘Ik hoor stemmen’ → opgenomen → normaal doen → gemiddeld 19 dagen moeten blijven
– Ziekenhuisdirectie: ‘doe het opnieuw en we vinden de indringers’ → van 193 nieuwe patiënten
41 indringers gevonden → maar Rosenhan had nooit nieuwe gestuurd!
‘We cannot distinguish the sane from the insane’
- Ziekteconcept heeft bedenkelijke betrouwbaarheid
- Concept van normaliteit en abnormaliteit is niet accuraat
o Wat in de ene cultuur abnormaal is, is in de andere normaal en vice versa
- Precieze definitie van abnormaal gedrag is onmogelijk
, 5.3. DSM is niet a-theoretisch - Delespaul et al. 2016
DSM- denken biedt allesbehalve a-theoretisch perspectief van psychopathologie
- Diagnostische categorie wordt immers gerepresenteerd als netjes afgebakende ziekte
entiteiten zoals echte ziekten
- Psychologische problemen zijn niet hetzelfde als lichamelijke ziekten
o Met symptomen die verwijzen naar onderliggende oorzaken
- Relatie tussen onze hersenen en onze ervaringen zijn echt ingewikkelder dan “defect brein
veroorzaakt depressie-schizofrenie-verslaving”
5.4. Multivariate Statistiek - categoriaal vs dimensionaal
Geen scherpe grenzen tussen
- Ziek en gezond
o Vele criteria van een stoornis zijn fenomenen die ook in de normaliteit thuishoren
o Bv. Angst & depressie
- Verschillende diagnoses
o Symptomen overlap tussen ‘categoriale diagnosen’
Eigenlijk kritiek op categoriaal systeem
Gegeneraliseerde angststoornis en depressieve stoornis klinken verschillend → hebben bijzonder
grote symptomatische overlap
- Gevolg van overlap → comorbiditeit
o Patiënten krijgen meerdere labels
o Op zich niet negatief: veel patiënten hebben immers meerdere diagnoses nodig
§ Geeft een completer beeld
§ Betekent niet dat stoornissen niets met elkaar te maken hebben, niet overlappen
of dat ze een aparte behandeling nodig hebben
1 label vat vaak ook complexiteit klinische realiteit niet
- Mensen en hun problematiek passen vaak niet in 1 vakje
Meeste aandoeningen bevinden zich op een spectrum
- Gemeenschappelijke
o Symptomen
o Genetische factoren
o Omgevings- of risicofactoren
o Neuraal substraat
o Vb. bipolair spectrum
5.5 Consensus is geen wetenschap - Shorter
Diagnostische criteria zijn ook gebaseerd op consensus
- “Major depression does not exist in nature it is a political process in psychiatry that created it”
Bewijs: Toen de criteria voor depressie aangepast werden → 2x meer depressieve mensen