100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Uitgebreide samenvatting van kunsthistorisch bedrijf

Rating
-
Sold
-
Pages
33
Uploaded on
27-01-2025
Written in
2024/2025

Dit document bevat een uitgebreide en gedetailleerde samenvatting van het vak kunsthistorisch bedrijf van de bachelor kunstgeschiedenis. Zo zitten er samenvattingen tussen van de hoorcolleges, de interviews en de excursies.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 27, 2025
Number of pages
33
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Het kunsthistorisch bedrijf
Samenvatting Hoogenboom
Inleiding en Opzet
Het boek "Kunstgeschiedenis in Nederland" bevat negen essays, onder redactie van Peter Hecht,
Annemieke Hoogenboom en Chris Stolwijk, waarin de ontwikkeling van kunstgeschiedenis als
academische en institutionele discipline in Nederland wordt behandeld. Het biedt een overzicht van
belangrijke figuren, instellingen en methodologieën die de discipline hebben gevormd vanaf de late
19e eeuw tot het midden van de 20e eeuw.

1. Grondleggers van het kunsthistorisch apparaat (R.E.O. Ekkart)
 Beschrijft de vroege institutionele structuren die kunsthistorisch onderzoek mogelijk
maakten.
 Focust op pioniers zoals Hofstede de Groot, die door hun systematische aanpak en
verzameldrang een basis legden voor modern kunsthistorisch onderzoek in Nederland.

2. Kunstgeschiedenis aan de universiteit: Willem Vogelsang en Wilhelm Martin (Annemieke
Hoogenboom)
 Willem Vogelsang (1875–1954): Hoogleraar kunstgeschiedenis in Utrecht, bekend om zijn
algemene en didactische benadering. Zijn inspanningen leidden tot de oprichting van een
kunsthistorisch instituut in Utrecht, uitgerust met een uitgebreide bibliotheek en
reproductieverzamelingen.
 Wilhelm Martin (1876–1954): Hoogleraar in Leiden en directeur van het Mauritshuis,
gespecialiseerd in 17e-eeuwse Nederlandse schilderkunst. Martin speelde een cruciale rol in
het professionaliseren van kunstgeschiedenis en het verbinden van onderzoek met musea.
 Het essay analyseert hun institutionele bijdragen en spanningen tussen algemene
kunstgeschiedenis en gespecialiseerde benaderingen.

3. Het Rijksmuseum als kunsthistorisch instituut (Ger Luijten)
 Onderzoekt hoe het Rijksmuseum een centrale rol speelde in het verzamelen, conserveren
en interpreteren van Nederlandse kunst.
 Het museum werd een belangrijke bron voor onderzoekers en studenten, met invloedrijke
figuren zoals Abraham Bredius en Cornelis Hofstede de Groot.
 De focus lag op het documenteren en contextualiseren van kunstwerken, wat de basis
vormde voor kunsthistorische methodologieën in Nederland.

4. De geschiedenis van de Nederlandse architectuurgeschiedenis: Middeleeuwse bouwkunst (Lex
Bosman)
 Behandelt de ontwikkeling van de studie van architectuur, met een nadruk op middeleeuwse
bouwkunst.
 Bespreekt hoe architectuurgeschiedenis zich als zelfstandig onderzoeksveld ontwikkelde,
met aandacht voor belangrijke studies en publicaties die bouwkundige stijl, functie en
techniek analyseren.

5. Geschiedenis en ikonologie: G.J. Hoogewerff (1884–1963) (Wessel Krul)
 G.J. Hoogewerff wordt belicht als een van de pioniers in de studie van ikonologie
(interpretatie van symboliek in kunst).
 Hij was een belangrijk pleitbezorger van interdisciplinair onderzoek, waarbij hij kunsthistorie
combineerde met historische en literaire studies.

,6. J.G. van Gelder (1903–1980) (Chris Stolwijk)
 Dit hoofdstuk richt zich op J.G. van Gelder, een invloedrijke kunsthistoricus die bekend stond
om zijn analytische benadering van Nederlandse kunst.
 Hij speelde een rol in de professionalisering van de discipline en in de oprichting van de
Vereniging van Nederlandse Kunsthistorici in 1939.

7. Kunstgeschiedenis en moderne kunst: Een lange aanloop (Carel Blotkamp)
 Bespreekt hoe kunsthistorici aanvankelijk terughoudend waren ten aanzien van moderne
kunst, die als minder belangrijk werd beschouwd.
 Blotkamp onderzoekt hoe deze houding veranderde en moderne kunst geïntegreerd werd in
de kunsthistorische canon.

Belangrijke Thema’s en Bijdragen
1. Institutionalisering: De oprichting van kunsthistorische instituten en leerstoelen aan
universiteiten zoals in Utrecht en Leiden speelde een cruciale rol in het professionaliseren
van het vak.
2. Methodologie: Er was een voortdurende spanning tussen algemene kunstgeschiedenis en
specialisatie, zoals bij Vogelsang (algemeen) en Martin (gespecialiseerd in 17e-eeuwse
schilderkunst).
3. Interdisciplinariteit: Kunstgeschiedenis ontwikkelde zich door samenwerking met andere
vakgebieden zoals geschiedenis, archeologie en literatuurstudies.
4. Gender en Sociale Aspecten: In de vroege jaren werden kunstgeschiedenisstudies vaak
gezien als een "vrijetijdsbesteding" voor vrouwen. Dit vooroordeel beperkte soms de
professionaliteit en carrièremogelijkheden van vrouwelijke studenten.
5. Oorlogstijd en Controverse: Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam de kunsthistorische
gemeenschap onder druk te staan. Vogelsang, bijvoorbeeld, kreeg kritiek vanwege zijn
gedrag tijdens de bezetting, wat leidde tot conflicten en controverses.

Conclusie
Het boek biedt een gedetailleerd overzicht van hoe kunstgeschiedenis zich in Nederland ontwikkelde
van een marginale discipline naar een gerespecteerd academisch veld. De essays tonen de interacties
tussen personen, instellingen en bredere culturele trends die deze ontwikkeling vormgaven. Het
benadrukt ook de voortdurende balans tussen academische idealen en praktische uitdagingen, zoals
financiering, institutionele conflicten en de integratie van nieuwe ideeën en kunststromingen.

Samenvatting treasures of the RKD
Introductie van Kunstgeschiedenis als Academisch Vak
 Context en Vooroordelen: In de late 19e en vroege 20e eeuw werd kunstgeschiedenis als
academisch vak in Nederland niet als vanzelfsprekend gezien. Het werd vaak beschouwd als
een "luxe" vak, met weinig praktisch nut vergeleken met exacte wetenschappen. Willem
Vogelsang, hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht, gaf in 1932 zelfs aan
dat er "geen enkele reden" was om kunstgeschiedenis aan universiteiten te onderwijzen
vanuit een praktisch oogpunt.
o Dit statement lijkt paradoxaal, gezien zijn levenslange inzet voor de academische
ontwikkeling van het vak.
 Invloed van de Duitse Traditie: Kunstgeschiedenis als discipline was sterk beïnvloed door
Duitse methoden. Vogelsang streefde ernaar een "Duits seminarie" in Utrecht op te zetten,
wat betekende dat hij een institutie wilde creëren met uitgebreide bibliotheken,
reproducties en technische ondersteuning.
Institutionalisering van Kunstgeschiedenis

,  Utrecht en Leiden als Pioniers: In 1907 werden de eerste leerstoelen kunstgeschiedenis
opgericht in Utrecht (algemeen) en Leiden (gespecialiseerd in 17e-eeuwse kunst). Deze
instituten weerspiegelden verschillende benaderingen:
o Utrecht (Vogelsang): Algemeen kunsthistorisch perspectief, met aandacht voor
middeleeuwse kunst en brede maatschappelijke beschaving.
o Leiden (Martin): Gespecialiseerd in de Nederlandse Gouden Eeuw, met een focus op
onderzoek naar schilders zoals Rembrandt.
 Voorbereiding en Obstakels: De oprichting van de leerstoelen vond plaats decennia na de
Hoger Onderwijswet van 1876, die kunstgeschiedenis voor het eerst als academisch vak
benoemde. Hoewel de wet de mogelijkheid bood voor kunsthistorische leerstoelen, werd de
uitvoering vertraagd door financiële en politieke weerstand.
Maatschappelijke en Wetenschappelijke Doelstellingen
 Brede Toegankelijkheid: Vogelsang zag kunstgeschiedenis als een middel om algemene
beschaving te bevorderen, niet alleen onder studenten maar ook bij een breder publiek. Zijn
colleges waren populair bij vrouwelijke studenten, hoewel hij hen vaak zag als niet-
academische krachten, bijvoorbeeld voor bibliotheekbeheer.
 Praktische Infrastructuur: Vogelsang zette zich in voor de oprichting van een solide
kunsthistorisch instituut, compleet met technische ondersteuning zoals reproducties en dia's.
Dit weerspiegelde de groeiende behoefte aan gespecialiseerde onderzoeksfaciliteiten.
Kritiek en Spanningen
 Elitair versus Praktisch Nut: Er was een spanningsveld tussen de academische en praktische
waarde van kunstgeschiedenis. Terwijl Vogelsang een brede visie nastreefde, benadrukte
Martin het belang van gespecialiseerde en exacte kunsthistorische methoden.
 Genderdynamiek: Het hoge aantal vrouwelijke studenten in Utrecht leidde tot kritiek dat
kunstgeschiedenis een "vrouwelijk" vak was. Dit stereotype beperkte de ontwikkeling van
vrouwelijke wetenschappers, ondanks hun significantie in de vroege jaren.

Samenvatting museum Catharijneconvent
1. Geschiedenis van Museum Catharijneconvent
 Oorsprong: Het museum is gevestigd in een middeleeuws klooster dat oorspronkelijk
toebehoorde aan de orde van de Reguliere Kanunniken van Sint-Catharina. Het gebouw heeft
een rijke geschiedenis en diende in verschillende periodes als klooster, ziekenhuis en
opslagplaats.
 Oprichting als museum: Museum Catharijneconvent werd in 1979 opgericht om religieuze
kunst en erfgoed te behouden, te bestuderen en tentoon te stellen. Het werd een nationaal
museum voor christelijk erfgoed, met een focus op de relatie tussen religie en kunst in
Nederland.

2. Collectie en Tentoonstellingen
Het museum heeft een uitgebreide collectie die verschillende facetten van christelijke kunst en
cultuur belicht, met werken van de vroege middeleeuwen tot de moderne tijd.
Kerncollectie
 Middeleeuwse Kunst:
o Reliëfs, altaarstukken, en heiligenbeelden uit kerken en kloosters.
o Hoogtepunten zijn het Utrechts Psalter en laatmiddeleeuwse manuscripten, die
bijdragen aan de kennis van religieuze kunst in Europa.
 Schilderijen:
o Werken van meesters zoals Jan van Scorel, Pieter Saenredam en Rembrandt.
o Religieuze thema’s zoals kruisigingen, heiligenlevens en Bijbelse verhalen staan
centraal.
 Liturgisch Zilver en Textiel:
o Kerkelijke voorwerpen zoals kelken, monstransen, en reliekhouders.

, o Liturgische gewaden en banieren, vaak met prachtig borduurwerk.
 Modern Christelijk Erfgoed:
o Voorwerpen die hedendaagse geloofspraktijken weerspiegelen, zoals volksdevotie-
objecten en ontwerpen van moderne kunstenaars.
Speciale Tentoonstellingen
 Het museum organiseert regelmatig thematische exposities, zoals over Maria, de Bijbel in de
kunst, of religieuze gebruiken in de hedendaagse samenleving.
 Het doel van deze tentoonstellingen is vaak het maken van verbindingen tussen verleden en
heden, met een breed publiek in gedachten.

3. Wetenschappelijk en Educatief Werk
Museum Catharijneconvent is niet alleen een tentoonstellingsruimte, maar ook een centrum voor
onderzoek en educatie.
 Onderzoek: Het museum bestudeert religieus erfgoed en werkt samen met universiteiten en
andere instellingen om de geschiedenis van het christendom in Nederland beter te begrijpen.
 Educatieve Activiteiten:
o Het museum biedt programma's voor scholen, rondleidingen, workshops en lezingen
aan.
o Thema’s zoals religieuze diversiteit en tolerantie staan vaak centraal, waardoor het
museum ook een rol speelt in actuele debatten over religie en cultuur.

4. Het Belang van Museum Catharijneconvent
 Cultureel Erfgoed: Het museum bewaart en presenteert enkele van de belangrijkste
christelijke kunstwerken en objecten van Nederland, waardoor het een cruciale rol speelt in
het behoud van religieus erfgoed.
 Dialoog tussen Culturen: Door tentoonstellingen en educatie creëert het museum ruimte
voor reflectie over religie, kunst en identiteit, zowel historisch als hedendaags.
 Toeristische Trekpleister: Het museum trekt bezoekers van over de hele wereld die
geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van religie en kunst in Nederland.


Samenvatting toekomst religieus erfgoed

1. Het Belang van Interieurs bij Herbestemming
 Interieur als bepalend element:
o Bij de herbestemming van religieuze gebouwen is het interieur vaak meer bepalend
dan de buitenkant. Elementen zoals lichtval, ruimte, en decoratieve details spelen
een sleutelrol in de religieuze betekenis en cultuurhistorische waarde.
o Het interieur, inclusief roerende objecten zoals bijbels, kelken en andere liturgische
voorwerpen, vormt vaak een samenhangend geheel, soms zelfs een
Gesamtkunstwerk.
 Historische context:
o Kerkinterieurs zijn veranderlijk en weerspiegelen de gangbare theologische
opvattingen, maatschappelijke omstandigheden en heersende stijlen. Ze zijn vaak
gelaagd door toevoegingen van verschillende generaties.
 Culturele waarde:
o Het interieur en de inrichting ondersteunen niet alleen religieuze rituelen, maar
dragen ook bij aan het culturele en architectonische erfgoed van een gemeenschap.

2. Uitdagingen bij Herbestemming
 Behouden van hoofdvorm vs. verlies van interieur:

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
isarasing Universiteit van Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
18
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
9
Last sold
1 month ago

1.0

1 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions