INHOUD EN DOELEN
INVALSHOEKEN CURSUS
- Tijd?
o Inhouden en doelen
- Specifieke didactiek
o Tijdsbesef bij kdn
- Praktisch aan de slag met tijd in de klas
o Didactische middelen en werkvormen
- Webschema met 1 ontwikkelthema en 4 generieke
doelen
- Beginnend historisch besef
o = gebeurtenissen uit eigen leven en geschiedenis
o Neemt groot aandeel in (belangrijk deel van het begrip tijd
in zijn brede betekenis)
4 BASISWERKWOORDEN
- Ervaren
- Onderzoeken
- Vaststellen
- Uitdrukken
- Beleven
- Bezoeken
indicatoren voor leerlingengedrag
TIJD BINNEN HET LEERGEBIED WERELDORIËNTATIE
Cursorisch
- Belangrijke opbouw die samenloopt met de ontwikkeling van kdn
- Wordt stapsgewijs (cursorisch) aangebracht
- Vb: aanbrengen van weekkalender, eeuwband, eeuwenband, tijdband, …
Thematisch
- Binnen thema’s: ≠ mogelijkheden om geïntegreerd te werken
- Cursorische inhoud wordt geïntegreerd en geconsolideerd binnen de thematische lessen
ONTWIKKELEN VAN TIJDSBESEF
HOE ORIËNTEREN KINDEREN ZICH IN DE TIJD?
1
,Biologische tijd
- Natuur, aangeboren
- Besef van tijd gekoppeld aan levensritme
- Moe, honger, ritme van dag en nacht, … biologische klok
- Kenmerkend: steeds terugkerende, cyclische karakter van tijd
Dagelijkse tijd
- Uitgevonden door de mens
- Is ontstaan uit/gebaseerd op de biologische tijd
- Technische aspect van tijd
o Jaar opgebouwd uit seizoenen en maanden, weken bestaan uit dagen, een dag in
ingedeeld in dagdelen en klokuren, …
Historische tijd
- Nooit meer opnieuw gebeuren, variant er op is wel mogelijk
- Wat gebeurd is, is voorbij en kan niet meer terugkomen
- Lijn van heden, verleden en toekomst
o Wat er vroeger geweest is, wat er nu gaande is en wat er in de toekomst gaat komen
Cyclische tijd = steeds wederkerende, ritmische karakter van tijd
Lineaire tijd = nadruk op het eenmalige, het unieke. Verloopt van de tijd wordt als een lijn
voorgesteld
ONTWIKKELING VAN TIJDSBESEF
2
, - Historisch tijdsbesef: staat los van leren van klok- en kalendertijd
o Ontwikkeling loopt minder vanzelfsprekend
- Lange tijd: ervan uitgegaan dat kdn eerst dagelijkse tijd (met klok- en kalendertijd) moesten
beheersen voordat ze historisch tijdsbesef zouden kunnen ontwikkelen
- Uit onderzoek: kdn (3-5 jaar) kunnen al vorm van historisch tijdsbesef ontwikkelen
o Ontwikkeling kan gestimuleerd worden door onderwijs
HOE AANBRENGEN
FOCUS OP DAGELIJKSE TIJD
DAGELIJKSE TIJD
- Nadruk op technische aspect van tijd
o Jaar opgebouwd uit seizoenen en maanden, weken bestaan uit dagen, …
- Vanuit oogpunt van sociale zelfredzaamheid: van belang dat kdn greep krijgen op dagelijkse
tijd en vaardigheden ontwikkelen
o Kalenders gebruiken om te plannen en rekenen
o Correct interpreteren van eenvoudige uurtabellen & lezen van tijdsaanduidingen
- Zeer frequent stilstaan en omgaan met deze tijdaspecten
o Tijdsbegrippen doorheen de dag hanteren
o Kalenders invullen bij opstart van dag
o Binnen allerlei activiteiten tijdsaspecten meenemen, …
3
INVALSHOEKEN CURSUS
- Tijd?
o Inhouden en doelen
- Specifieke didactiek
o Tijdsbesef bij kdn
- Praktisch aan de slag met tijd in de klas
o Didactische middelen en werkvormen
- Webschema met 1 ontwikkelthema en 4 generieke
doelen
- Beginnend historisch besef
o = gebeurtenissen uit eigen leven en geschiedenis
o Neemt groot aandeel in (belangrijk deel van het begrip tijd
in zijn brede betekenis)
4 BASISWERKWOORDEN
- Ervaren
- Onderzoeken
- Vaststellen
- Uitdrukken
- Beleven
- Bezoeken
indicatoren voor leerlingengedrag
TIJD BINNEN HET LEERGEBIED WERELDORIËNTATIE
Cursorisch
- Belangrijke opbouw die samenloopt met de ontwikkeling van kdn
- Wordt stapsgewijs (cursorisch) aangebracht
- Vb: aanbrengen van weekkalender, eeuwband, eeuwenband, tijdband, …
Thematisch
- Binnen thema’s: ≠ mogelijkheden om geïntegreerd te werken
- Cursorische inhoud wordt geïntegreerd en geconsolideerd binnen de thematische lessen
ONTWIKKELEN VAN TIJDSBESEF
HOE ORIËNTEREN KINDEREN ZICH IN DE TIJD?
1
,Biologische tijd
- Natuur, aangeboren
- Besef van tijd gekoppeld aan levensritme
- Moe, honger, ritme van dag en nacht, … biologische klok
- Kenmerkend: steeds terugkerende, cyclische karakter van tijd
Dagelijkse tijd
- Uitgevonden door de mens
- Is ontstaan uit/gebaseerd op de biologische tijd
- Technische aspect van tijd
o Jaar opgebouwd uit seizoenen en maanden, weken bestaan uit dagen, een dag in
ingedeeld in dagdelen en klokuren, …
Historische tijd
- Nooit meer opnieuw gebeuren, variant er op is wel mogelijk
- Wat gebeurd is, is voorbij en kan niet meer terugkomen
- Lijn van heden, verleden en toekomst
o Wat er vroeger geweest is, wat er nu gaande is en wat er in de toekomst gaat komen
Cyclische tijd = steeds wederkerende, ritmische karakter van tijd
Lineaire tijd = nadruk op het eenmalige, het unieke. Verloopt van de tijd wordt als een lijn
voorgesteld
ONTWIKKELING VAN TIJDSBESEF
2
, - Historisch tijdsbesef: staat los van leren van klok- en kalendertijd
o Ontwikkeling loopt minder vanzelfsprekend
- Lange tijd: ervan uitgegaan dat kdn eerst dagelijkse tijd (met klok- en kalendertijd) moesten
beheersen voordat ze historisch tijdsbesef zouden kunnen ontwikkelen
- Uit onderzoek: kdn (3-5 jaar) kunnen al vorm van historisch tijdsbesef ontwikkelen
o Ontwikkeling kan gestimuleerd worden door onderwijs
HOE AANBRENGEN
FOCUS OP DAGELIJKSE TIJD
DAGELIJKSE TIJD
- Nadruk op technische aspect van tijd
o Jaar opgebouwd uit seizoenen en maanden, weken bestaan uit dagen, …
- Vanuit oogpunt van sociale zelfredzaamheid: van belang dat kdn greep krijgen op dagelijkse
tijd en vaardigheden ontwikkelen
o Kalenders gebruiken om te plannen en rekenen
o Correct interpreteren van eenvoudige uurtabellen & lezen van tijdsaanduidingen
- Zeer frequent stilstaan en omgaan met deze tijdaspecten
o Tijdsbegrippen doorheen de dag hanteren
o Kalenders invullen bij opstart van dag
o Binnen allerlei activiteiten tijdsaspecten meenemen, …
3