Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 146 pages
Summary

Samenvatting Kennistoets 2 blok B uitgewerkt

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 146 pages

AFPF, CGO, VTV en resterende vakken van blok B alle leerdoelen uitgewerkt

Content preview

Blok 2 samenleving
Deel 1 verpleegkundige
CGO
Casus 1

- Student kan globaal de ontwikkeling van de verpleegkundige
professionaliteit benoemen.

De professionalisering van het verpleegkundig beroep heeft zich in de
loop der tijd ontwikkeld op basis van maatschappelijke veranderingen,
medische vooruitgang, en de groei van kennis en technologie.

19e eeuw:

 Start van formele verpleegopleidingen, mede door Florence
Nightingale.
 Focus op hygiëne, basiszorg, en ondersteuning van artsen.

20e eeuw:

 Eerste helft: Versterking van verpleegkundige basiskennis en
specialisatie (bijvoorbeeld kraamzorg, chirurgie).
 Tweede helft: Ontstaan van verpleegkundige wetenschappen;
groeiende autonomie door wetenschappelijk onderzoek en
evidence-based practice.

21e eeuw:

 Rol van de verpleegkundige als zelfstandige zorgprofessional.
 Groeiende aandacht voor preventieve zorg, chronische
aandoeningen, en multidisciplinaire samenwerking.
 Digitalisering en technologie (e-health, telezorg).
 Focus op patiëntgerichte en holistische zorg.




- Student kan de inhoud van de rollen en verantwoordelijkheden van
de (wijk)verpleegkundige van de 21ste eeuw benoemen.

Rollen:

 Zorgverlener: Leveren van directe zorg aan patiënten, zowel in
ziekenhuizen als in de thuiszorg.
 Coach en voorlichter: Ondersteunen en begeleiden van patiënten in
zelfzorg en preventieve zorg.

,  Samenwerkingspartner: Werken in multidisciplinaire teams, zoals
huisartsen, fysiotherapeuten en mantelzorgers.
 Innovator: Implementeren van nieuwe technologieën en methoden
in de zorg.
 Regisseur van zorg: Coördineren van complexe zorgvragen, vooral
in de thuiszorg en bij chronische aandoeningen.
 Preventiespecialist: Bevorderen van gezondheid en voorkomen van
ziekte.



Verantwoordelijkheden:

 Signaleren van gezondheidsrisico’s.
 Opstellen en uitvoeren van zorgplannen.
 Toepassen van evidence-based practice.
 Professionele ontwikkeling door training en scholing
 Waarborgen van ethische en juridische zorgverlening.




- Student kan benoemen welke niveaus binnen de verpleegkunde
bestaan en wat de verschillen zijn.

Verzorgende IG (niveau 3):

 Voert basiszorg uit onder supervisie van een verpleegkundige.
 Helpt met ADL (algemene dagelijkse levensverrichtingen) en
eenvoudige verpleegtechnische handelingen.

MBO-verpleegkundige (niveau 4):

 Voert verpleegkundige zorg uit en coördineert zorgprocessen.
 Focus op praktische uitvoering en directe patiëntenzorg.

HBO-verpleegkundige (niveau 6):

 Meer verantwoordelijkheden in coördinatie en innovatie.
 toepassen van evidence-based practice en coachen van collega’s.

Master of Advanced Nursing Practice (MANP):

 Werkt als verpleegkundig specialist.
 Mag bepaalde medische handelingen verrichten, zoals voorschrijven
van medicatie.

Wetenschappelijk verpleegkundige (niveau 7/8):

 Richt zich op onderzoek, onderwijs, en beleidsontwikkeling.

,  Draagt bij aan de ontwikkeling van het verpleegkundig vakgebied.




- Student kan de begrippen zelfmanagement en shared decision
making uitleggen.

Zelfmanagement = het vermogen om bewust en actief je eigen
gezondheid, welzijn of situatie te organiseren en keuzes te maken om je
doelen te bereiken.

Shared decision making = de patiënt ondersteunen bij het maken van een
keuze, dit kan zijn in de vorm van het verstrekken van informatie om een
goede keuze mogelijk te maken. Op deze manier kom je bij een eerlijke en
verantwoorde keuze.




- De student kan benoemen wat het verschil is tussen
zelfredzaamheid, zelfmanagement en eigen regie.

Zelfredzaamheid = Het vermogen van een persoon om zelfstandig te
functioneren in het dagelijks leven, zoals zorgen voor zichzelf, wonen, en
omgaan met sociale en praktische situaties.

Zelfmanagement = Het actief en bewust omgaan met een
(gezondheids-)probleem of situatie, zoals het plannen van zorg, omgaan
met symptomen en keuzes maken om de kwaliteit van leven te
verbeteren.

Eigen regie = Het proces waarbij een persoon zelf beslissingen neemt en
de controle houdt over het eigen leven, vaak met focus op autonomie en
persoonlijke keuzes.



Casus 2

- De student kan benoemen wat de kenmerken zijn van
verpleegkundige observatie.

Stappen verpleegkundig proces:

1. verzamelen van gegevens
2. vaststellen van verpleegkundige diagnoses (pes)
3. formuleren van de beoogde resultaten (doel)
4. vaststellen en uitvoeren van de benodigde interventies

, 5. evaluatie van de situatie van de patiënt en de beoogde resultaten



Kenmerken voor een goede observatie;

- Doelgericht
- Planmatig
- Objectief
- De student kan informatie uit diverse bronnen in de verschillende
fasen van het verpleegkundig proces verzamelen en combineren.

Hulpmiddelen klinisch redeneren

 Vitale functies (temperatuur, saturatie- blijft het langst goed,
bloeddruk, polsfrequentie, ademhalingsfrequentie) meten.
 Observeren: kleur van gezicht, algemene verzorging, hoe omgeving
eruitziet, vragen stellen [anamnesefase]
 Screeningsinstrumenten gebruiken

Observeren: doelgerichte en systematische waarneming van gedragingen,
kenmerken en uitingen van een of meer personen of een gebeurtenis



Anamnese van Gordon

 Korte termijn opname
 Ziekenhuisopname

Bestaat uit 11 gezondheidspatronen:

1. Gezondheidsbeleving en gezondheidsbevordering (medicatie, vitale
parameters, gezondheid nu, pijn, …)
2. Voedings- en stofwisselingspatroon (hoeveel eet, wat ze eten/niet
eten, gewicht, BMI)
3. Uitscheidingspatroon (hoe vaak plassen/poepen, kleur)
4. Activiteitenpatroon (hoe vaak beweging, welke beweging, hobby’s,
kan persoon bewegen, neiging om te vallen, zelfstandig lopen,
zelfstandig toilet)
5. Slaap- en rustpatroon (hoeveel uur slaap, kwaliteit van slaap,
overdag rusten)
6. Kennis- en zintuigelijke waarneming (bril/lenzen, doof, pijn, ruiken,
proeven)
7. Zelfbelevingspatroon (gelukkig/ongelukkig, lekker in vel, ...)
8. Rollen- en relatiepatroon (status van relatie, familie,
contactpersoon, hoe woonomgeving eruitziet)

Document information

Study
Uploaded on
January 22, 2025
Number of pages
146
Written in
2024/2025
Type
Summary
$11.27

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
2
Last sold
-


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions