Samenvatting kennis
wetenschapsfilosofie 17
december
Bente Palsgraaf
Inhoudsopgave
Aantekeningen werkgroepen..........................................................................2
K | WG4 | Stromingen wetenschapsfilosofie....................................................................2
K | C4 | Verdieping Wetenschapsfilosofie........................................................................3
Wetenschapsfilosofie: een introductie.........................................................................3
Stroming I: het logisch positivisme..............................................................................4
Stroming II: het kritisch rationalisme...........................................................................5
K | WG7 | Constructivisme.............................................................................................. 5
K | DC5 | Constructivisme............................................................................................... 8
De empirische wending...............................................................................................8
Het constructivisme.................................................................................................. 10
Het constructivisme toegepast..................................................................................11
K | WG8 | Toepassing van wetenschapsfilosofische theorieën......................................11
Aantekeningen hoorcollege..........................................................................14
K | C6 | Verdieping Wetenschapsfilosofie & Responsiecollege......................................14
,Aantekeningen werkgroepen
K | WG4 | Stromingen wetenschapsfilosofie
1. Logisch positivisme vs. Kritisch rationalisme en
repliceerbaarheid:
Logisch positivisme: Legt de nadruk op objectieve,
meetbare resultaten die herhaalbaar moeten zijn. Het belang
van repliceerbaarheid kan worden gezien als een manier om
de waarheid van bevindingen te verifiëren door herhaalde
experimenten.
Kritisch rationalisme: Biedt onderzoekers de mogelijkheid
om theorie te testen en te weerleggen (falsificatie) in plaats
van enkel te bevestigen. Repliceren is belangrijk, maar niet
genoeg.
2. Waarom repliceerbaarheid moeilijk is in de sociale
wetenschappen:
Aard van het object: mensen geven betekenis aan bepaalde
dingen, dus als je een onderzoek zou herhalen zou het kunnen
zijn dat een andere onderzoeker bepaalde menselijke
gedragingen anders interpreteert
Complexiteit en veranderlijkheid: menselijk handelen kan
door de tijd heen veel veranderen, bijvoorbeeld door
omgevingsfactoren
Reflexiviteit: mensen passen zich wellicht aan als ze weten
dat ze onderzocht worden
Ethische bezwaren: in het lab kunnen dingen wel getest
worden die in het echt niet getest kunnen worden
4 stromingen:
Logisch positivisme (Wiener Kreis)
Kritisch rationalisme (Karl Popper)
Empirische wending (Thomas Kuhn)
Constructivisme (Latour)
Logisch positivisme:
Alles wat ze zien is een helder beeld van wat er gebeurt
vertrouwen op zintuigelijke waarnemingen:
- Verificatie/confirmatie
- Empirische basis
- Inductief
Kritisch rationalisme:
Alles wat je ziet is theorie geladen wat je ziet zijn geen pure
waarnemingen hoe vaker een onderzoek die falsificatie criteria
doorstaat, hoe hoger de betrouwbaarheid je kunt het nooit zeker
, weten, maar je komt steeds dichter bij de waarheid
(corroboratiegraad)
- Falsificatie
- Theorie geladen
- Deductief
- Gaat verder dan enkel theorie bevestigen
Overeenkomsten:
Universele criteria voor wetenschap
Steeds dichter naar universele waarheid
K | C4 | Verdieping Wetenschapsfilosofie
Wetenschapsfilosofie: een introductie
Wat is wetenschapsfilosofie?
Wetenschapsfilosofen geven een karakterisering van
wetenschappen, onderzoeken in hoeverre de bijzondere aanspraken
van de wetenschappen gerechtvaardigd zijn en geven inzicht van de
wetenschappen in cultuur en samenleving (de Vries p.10)
Ontologische vraag = de vraag welke dingen (of een specifiek
ding) werkelijk bestaan en wat hun wezenlijke natuur is
Epistemologische vraag = de vraag wat kennis is en wat we
kunnen weten
Methodologische vraag = de vraag hoe we te werk gaan bij
bepaalde situaties
Verhouding natuurwetenschap en sociale wetenschap:
Natuurwetenschap omvat niet-levende natuur (in de zin van
biologie). Sociale wetenschap neemt deel aan natuurwetenschap in
relatie tot sociaal (groeps)gedrag en psychologische (individuele)
elementen gerelateerd aan andere soorten
Eenheid van wetenschappen of eigen criteria?
Emile Durkheim: hypotheses en patronen
Max Weber: verstehen en de subjectieve kennis
Beperkingen toepassen natuurwetenschappelijke methode binnen
sociale wetenschap:
Aard van het object (betekenisgevend)
Ethische bewaren tegen bepaalde experimenten
Complexiteit & veranderlijkheid
Reflexiviteit: resultaten van wetenschap veranderen object van
onderzoek
, Stroming I: het logisch positivisme
Het ‘standaardbeeld’ van wetenschap:
Wetenschap gericht op waarheidsvinding (in tegenstelling tot
vooroordelen
of intuïties)
Goede wetenschap volgens het standaardbeeld:
Empirische achtergrondinformatie moet correct zijn
Persoonlijke bias van onderzoeker mag geen rol spelen
Experiment moet onberispelijk zijn
Theoretische/conceptuele uitgangspunten moeten deugen
Logisch positivisme:
Logisch positivisme neemt standaardbeeld en ideaal
natuurwetenschap als ijkpunt
- Antimetafysische houding
- Empirische grondslag
Verificatiecriterium: manier om zinvolle (toetsbare) uitspraken te
kunnen
onderscheiden van zinloze (niet toetsbare) uitspraken
Inductieve redeneervorm
Eenheid van wetenschappen
Standaardbeeld van wetenschap
- Zintuiglijke waarneming als enige bron voor wetenschap
- Vanuit die waarnemingen wordt een theorie opgesteld
- Deze theorie wordt vervolgens getest door hypotheses te toetsen
(d.m.v. experiment)
- Verwerpen, bevestigen, of bijstellen theorie
Aanname: als bron van kennis (waarneming) zuiver is en de
middelen waarmee we de informatie verwerken (experimenten)
onberispelijk zijn, dan leidt dit tot gefundeerde ware kennis (‘rock-
bottom of knowledge’)
Positivisme:
Positivisme “gaat uit van een positieve ontwikkeling in de wetenschap:
wetenschap wordt gaandeweg ontdaan van theologische, speculatieve en
normatieve opvattingen en steeds meer gebaseerd op ‘harde’ kennis:
feiten waarvan de juistheid kan worden nagegaan” (Scheepers, Tobi &
Boeijen 2016, p. 72)
Kenmerken positivisme:
Kennis kan enkel verworven worden door het correct toepassen van
de wetenschappelijke methode
Enkel op waarneembare feiten gebaseerd (“empirisme”); alle kennis
die niet zintuiglijk controleerbaar is, wordt verworpen
Wortels in sterk vooruitgangsgeloof
wetenschapsfilosofie 17
december
Bente Palsgraaf
Inhoudsopgave
Aantekeningen werkgroepen..........................................................................2
K | WG4 | Stromingen wetenschapsfilosofie....................................................................2
K | C4 | Verdieping Wetenschapsfilosofie........................................................................3
Wetenschapsfilosofie: een introductie.........................................................................3
Stroming I: het logisch positivisme..............................................................................4
Stroming II: het kritisch rationalisme...........................................................................5
K | WG7 | Constructivisme.............................................................................................. 5
K | DC5 | Constructivisme............................................................................................... 8
De empirische wending...............................................................................................8
Het constructivisme.................................................................................................. 10
Het constructivisme toegepast..................................................................................11
K | WG8 | Toepassing van wetenschapsfilosofische theorieën......................................11
Aantekeningen hoorcollege..........................................................................14
K | C6 | Verdieping Wetenschapsfilosofie & Responsiecollege......................................14
,Aantekeningen werkgroepen
K | WG4 | Stromingen wetenschapsfilosofie
1. Logisch positivisme vs. Kritisch rationalisme en
repliceerbaarheid:
Logisch positivisme: Legt de nadruk op objectieve,
meetbare resultaten die herhaalbaar moeten zijn. Het belang
van repliceerbaarheid kan worden gezien als een manier om
de waarheid van bevindingen te verifiëren door herhaalde
experimenten.
Kritisch rationalisme: Biedt onderzoekers de mogelijkheid
om theorie te testen en te weerleggen (falsificatie) in plaats
van enkel te bevestigen. Repliceren is belangrijk, maar niet
genoeg.
2. Waarom repliceerbaarheid moeilijk is in de sociale
wetenschappen:
Aard van het object: mensen geven betekenis aan bepaalde
dingen, dus als je een onderzoek zou herhalen zou het kunnen
zijn dat een andere onderzoeker bepaalde menselijke
gedragingen anders interpreteert
Complexiteit en veranderlijkheid: menselijk handelen kan
door de tijd heen veel veranderen, bijvoorbeeld door
omgevingsfactoren
Reflexiviteit: mensen passen zich wellicht aan als ze weten
dat ze onderzocht worden
Ethische bezwaren: in het lab kunnen dingen wel getest
worden die in het echt niet getest kunnen worden
4 stromingen:
Logisch positivisme (Wiener Kreis)
Kritisch rationalisme (Karl Popper)
Empirische wending (Thomas Kuhn)
Constructivisme (Latour)
Logisch positivisme:
Alles wat ze zien is een helder beeld van wat er gebeurt
vertrouwen op zintuigelijke waarnemingen:
- Verificatie/confirmatie
- Empirische basis
- Inductief
Kritisch rationalisme:
Alles wat je ziet is theorie geladen wat je ziet zijn geen pure
waarnemingen hoe vaker een onderzoek die falsificatie criteria
doorstaat, hoe hoger de betrouwbaarheid je kunt het nooit zeker
, weten, maar je komt steeds dichter bij de waarheid
(corroboratiegraad)
- Falsificatie
- Theorie geladen
- Deductief
- Gaat verder dan enkel theorie bevestigen
Overeenkomsten:
Universele criteria voor wetenschap
Steeds dichter naar universele waarheid
K | C4 | Verdieping Wetenschapsfilosofie
Wetenschapsfilosofie: een introductie
Wat is wetenschapsfilosofie?
Wetenschapsfilosofen geven een karakterisering van
wetenschappen, onderzoeken in hoeverre de bijzondere aanspraken
van de wetenschappen gerechtvaardigd zijn en geven inzicht van de
wetenschappen in cultuur en samenleving (de Vries p.10)
Ontologische vraag = de vraag welke dingen (of een specifiek
ding) werkelijk bestaan en wat hun wezenlijke natuur is
Epistemologische vraag = de vraag wat kennis is en wat we
kunnen weten
Methodologische vraag = de vraag hoe we te werk gaan bij
bepaalde situaties
Verhouding natuurwetenschap en sociale wetenschap:
Natuurwetenschap omvat niet-levende natuur (in de zin van
biologie). Sociale wetenschap neemt deel aan natuurwetenschap in
relatie tot sociaal (groeps)gedrag en psychologische (individuele)
elementen gerelateerd aan andere soorten
Eenheid van wetenschappen of eigen criteria?
Emile Durkheim: hypotheses en patronen
Max Weber: verstehen en de subjectieve kennis
Beperkingen toepassen natuurwetenschappelijke methode binnen
sociale wetenschap:
Aard van het object (betekenisgevend)
Ethische bewaren tegen bepaalde experimenten
Complexiteit & veranderlijkheid
Reflexiviteit: resultaten van wetenschap veranderen object van
onderzoek
, Stroming I: het logisch positivisme
Het ‘standaardbeeld’ van wetenschap:
Wetenschap gericht op waarheidsvinding (in tegenstelling tot
vooroordelen
of intuïties)
Goede wetenschap volgens het standaardbeeld:
Empirische achtergrondinformatie moet correct zijn
Persoonlijke bias van onderzoeker mag geen rol spelen
Experiment moet onberispelijk zijn
Theoretische/conceptuele uitgangspunten moeten deugen
Logisch positivisme:
Logisch positivisme neemt standaardbeeld en ideaal
natuurwetenschap als ijkpunt
- Antimetafysische houding
- Empirische grondslag
Verificatiecriterium: manier om zinvolle (toetsbare) uitspraken te
kunnen
onderscheiden van zinloze (niet toetsbare) uitspraken
Inductieve redeneervorm
Eenheid van wetenschappen
Standaardbeeld van wetenschap
- Zintuiglijke waarneming als enige bron voor wetenschap
- Vanuit die waarnemingen wordt een theorie opgesteld
- Deze theorie wordt vervolgens getest door hypotheses te toetsen
(d.m.v. experiment)
- Verwerpen, bevestigen, of bijstellen theorie
Aanname: als bron van kennis (waarneming) zuiver is en de
middelen waarmee we de informatie verwerken (experimenten)
onberispelijk zijn, dan leidt dit tot gefundeerde ware kennis (‘rock-
bottom of knowledge’)
Positivisme:
Positivisme “gaat uit van een positieve ontwikkeling in de wetenschap:
wetenschap wordt gaandeweg ontdaan van theologische, speculatieve en
normatieve opvattingen en steeds meer gebaseerd op ‘harde’ kennis:
feiten waarvan de juistheid kan worden nagegaan” (Scheepers, Tobi &
Boeijen 2016, p. 72)
Kenmerken positivisme:
Kennis kan enkel verworven worden door het correct toepassen van
de wetenschappelijke methode
Enkel op waarneembare feiten gebaseerd (“empirisme”); alle kennis
die niet zintuiglijk controleerbaar is, wordt verworpen
Wortels in sterk vooruitgangsgeloof