MAATSCHAPPIJ
MENS EN MAATSCHAPPIJ IN EINDTERMEN
Maatschappij: opdeling tussen tijds- en ruimteaspecten
Ruimte en tijd: in eindtermen onder ‘Mens en maatschappij’
Maatschappij: opdeling in 3 componenten
- Sociaal economische verschijnselen
- Sociaal-culturele verschijnselen
- Politieke en juridische verschijnselen
Kind leert kijken naar samenleving en zijn/haar rol erin:
- Ik en mezelf
- Ik en de anderen
- Ik en de anderen: in groep
Deze doelstellingen en attitudes beperken zich niet tot wero.
zijn generiek te interpreteren & van belang voor alle vakken
Eindtermen: doelen per component
ORIËNTATIE OP SAMENLEVING IN LEERPLAN
Oriëntatie op samenleving: opgesplitst in 10 ontwikkelthema’s
gaan in op ≠ facetten van samenleving: rechten en plichten, ≠ instelling, EU, staatstructuur België,
wat is democratie, …
REGELS
Geen enkele groep: goed functioneren als
- werkzaamheden niet op elkaar zijn afgestemd
- niet geregeld afspraken worden gemaakt & beslissingen genomen
elke groep: regels en normen
Soms: ongeschreven regels
vaak wel heel belangrijk dat ze in verklaring of wet worden vastgelegd
- Aantal: gelden voor alle mensen vrijwaring van fundamentele rechten en waarden
- Andere: specifieker noodzakelijk voor overleving in maatschappij (verkeersregels)
INSTELLINGEN
Doel: samenleven bevorderen + regels en wetten maken & bewaken
Soorten: parlement, eetwareninspectie, politie, brandweer, Rode Kruis, UNICEF, Greenpeace, …
MACHT EN GEZAG
,Goede gang van zaken: taken worden verdeeld
sommige mensen meer invloed dan andere (= leiders van de groep)
anderen: machtpositie aanvaarden --> beschikken leiders over gezag of autoriteit
Bestuur van ons land en EU: taakverdeling die overeenkomt met ≠ graden van macht of gezag
Op ≠ manieren omgaan met macht wat tot uiting komt in ≠ leiderschapsstijlen
onze samenleving: voorkeur aan democratische wijze (sterk gericht op machtsverdeling)
Belangrijk leerproces: kinderen zelf democratisch leren omgaan met macht
durven en kunnen ingaan tegen allerlei vormen van machtsmisbruik
MENSEN LEVEN IN GROEPEN
MENSEN LEVEN SAMEN IN GROEPEN
Mensen samenleven ontstaan van groepen (waar mensen bij willen horen)
gezinnen, families, stammen, clubs, verenigingen, …
Alle groepen: streven eigen doelen na + hebben hun belangen
kan soms tot conflicten leiden
Vele groepen: eigen symbolen of kentekens
Onze samenleving: multicultureel
=diverse groepen leven naast elkaar met verschillende levensstijl, opvattingen, gewoonten & normen
Kinderen: ontdekken dat in andere cultuurgebieden mensen vaak op andere manier samenleven dan
wij
Oefening: Tot welke groepen kan een lln behoren?
godsdienst, klasgroep, school, gezin, familie, jeugdbeweging, sportclub, …
REGELS EN AFSPRAKEN
AFSPRAKEN
Goed te kunnen samenwerken: afspraken maken
iedereen leeft afspraken na --> beter resultaat
communicatie is noodzakelijk
Pg.16 lestip
nabespreking en reflectie is super belangrijk
REGELS
HET NUT VAN REGELS
Lln ervaren nut & belang van regels via spel (situatie voorstellen zonder regels)
- gezelschapsspel zonder spelregels: ruzie
- verkeerspel zonder regels: botsingen
,Besluit
Nood aan uniforme afspraken
- Afspraken die altijd en overal gelden
- Afspraken zijn verschillend, maar hebben allemaal hetzelfde doel: goed georganiseerd
samenleven
Machts- en gezagsfunctie om na te kijken of de regels nageleefd worden
Nuttig om regels te noteren
- Bij conflicten (door niet naleven van regel): verwijzen ernaar
o Dan voorstellen wie gelijk heeft (wie heeft recht aan zijn/haar kant)
Lessen over regels & afspraken lessen over rechten en plichten + onrecht
SOORTEN REGELS (WAAR JE LEERLINGEN MEE TE MAKEN KRIJGEN)
Klasgesprek: met lln op zoek gaan naar regels waarmee ze te maken krijgen
klas als vertrekpunt nemen + kijken naar leven buiten school
AFSPRAKEN EN REGELS IN DE MEDIA
Als lkr: kinderen voor te bereiden op samenleving
krijgen daar dagdagelijks regels en afspraken tegen
in klas: op zoek gaan naar ‘regels in de samenleving’
Lestip op pg.19
WETTEN EN VERDRAGEN
Wetten
- Geschreven regels door wetgevende macht van land of gewest goedgekeurd
- Moeten door iedereen in land of gewest nageleefd worden
Wetgevende macht Uitvoerende macht Rechterlijke macht
Stemt wetten en controleert
Zorgt ervoor dat de wetten
de uitvoerende macht op de Voert wetten uit
nageleefd worden
uitvoering ervan
Verdragen
- Wetten tussen verschillende landen
- Leggen vast:
o Wat wel en niet mag
o Welke doelstellingen ze samen zullen nastreven
- ≠ landen met elkaar verdrag afsluiten mensen weten dat in die landen dezelfde afspraken
gelden
, Verdrag van Schengen
Wie 26 landen: België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Ijsland, Noorwegen,
…
Wat Vrij verkeer van personen, dieren en goederen tussen de 26 deelnemende landen
geleidelijke afschaffing van controles (paspoort) aan gemeenschappelijke grenzen
Wanneer 14 juni 1985
Verdrag van Lissabon
Wie 27 lidstaten van EU
Wat Europees parlement kreeg meer invloed op verschillende gebieden
medebeslissingsvermogen
Maakt EU democratischer
Wanneer 2007 (13 december)
Noord-Atlantisch Verdrag Oprichting NAVO
Wie 30 lidstaten: België, Canada, Denemarken, Ijsland, Italië, VK, VS, Turkije, Spanje, …
Wat Militair verdrag: wederzijdse verdediging en samenwerking van Noord-Amerikaanse
en Europese landen
Wanneer 14 april 1949 (na WO II)
Non-proliferatieverdrag gelinkt aan Koude Oorlog
Wie 191 staten
Wat Beperkt bezit van kernwapens
Wanneer 1 juli 1968
KINDERRECHTEN EN MENSENRECHTEN
MENS EN MAATSCHAPPIJ IN EINDTERMEN
Maatschappij: opdeling tussen tijds- en ruimteaspecten
Ruimte en tijd: in eindtermen onder ‘Mens en maatschappij’
Maatschappij: opdeling in 3 componenten
- Sociaal economische verschijnselen
- Sociaal-culturele verschijnselen
- Politieke en juridische verschijnselen
Kind leert kijken naar samenleving en zijn/haar rol erin:
- Ik en mezelf
- Ik en de anderen
- Ik en de anderen: in groep
Deze doelstellingen en attitudes beperken zich niet tot wero.
zijn generiek te interpreteren & van belang voor alle vakken
Eindtermen: doelen per component
ORIËNTATIE OP SAMENLEVING IN LEERPLAN
Oriëntatie op samenleving: opgesplitst in 10 ontwikkelthema’s
gaan in op ≠ facetten van samenleving: rechten en plichten, ≠ instelling, EU, staatstructuur België,
wat is democratie, …
REGELS
Geen enkele groep: goed functioneren als
- werkzaamheden niet op elkaar zijn afgestemd
- niet geregeld afspraken worden gemaakt & beslissingen genomen
elke groep: regels en normen
Soms: ongeschreven regels
vaak wel heel belangrijk dat ze in verklaring of wet worden vastgelegd
- Aantal: gelden voor alle mensen vrijwaring van fundamentele rechten en waarden
- Andere: specifieker noodzakelijk voor overleving in maatschappij (verkeersregels)
INSTELLINGEN
Doel: samenleven bevorderen + regels en wetten maken & bewaken
Soorten: parlement, eetwareninspectie, politie, brandweer, Rode Kruis, UNICEF, Greenpeace, …
MACHT EN GEZAG
,Goede gang van zaken: taken worden verdeeld
sommige mensen meer invloed dan andere (= leiders van de groep)
anderen: machtpositie aanvaarden --> beschikken leiders over gezag of autoriteit
Bestuur van ons land en EU: taakverdeling die overeenkomt met ≠ graden van macht of gezag
Op ≠ manieren omgaan met macht wat tot uiting komt in ≠ leiderschapsstijlen
onze samenleving: voorkeur aan democratische wijze (sterk gericht op machtsverdeling)
Belangrijk leerproces: kinderen zelf democratisch leren omgaan met macht
durven en kunnen ingaan tegen allerlei vormen van machtsmisbruik
MENSEN LEVEN IN GROEPEN
MENSEN LEVEN SAMEN IN GROEPEN
Mensen samenleven ontstaan van groepen (waar mensen bij willen horen)
gezinnen, families, stammen, clubs, verenigingen, …
Alle groepen: streven eigen doelen na + hebben hun belangen
kan soms tot conflicten leiden
Vele groepen: eigen symbolen of kentekens
Onze samenleving: multicultureel
=diverse groepen leven naast elkaar met verschillende levensstijl, opvattingen, gewoonten & normen
Kinderen: ontdekken dat in andere cultuurgebieden mensen vaak op andere manier samenleven dan
wij
Oefening: Tot welke groepen kan een lln behoren?
godsdienst, klasgroep, school, gezin, familie, jeugdbeweging, sportclub, …
REGELS EN AFSPRAKEN
AFSPRAKEN
Goed te kunnen samenwerken: afspraken maken
iedereen leeft afspraken na --> beter resultaat
communicatie is noodzakelijk
Pg.16 lestip
nabespreking en reflectie is super belangrijk
REGELS
HET NUT VAN REGELS
Lln ervaren nut & belang van regels via spel (situatie voorstellen zonder regels)
- gezelschapsspel zonder spelregels: ruzie
- verkeerspel zonder regels: botsingen
,Besluit
Nood aan uniforme afspraken
- Afspraken die altijd en overal gelden
- Afspraken zijn verschillend, maar hebben allemaal hetzelfde doel: goed georganiseerd
samenleven
Machts- en gezagsfunctie om na te kijken of de regels nageleefd worden
Nuttig om regels te noteren
- Bij conflicten (door niet naleven van regel): verwijzen ernaar
o Dan voorstellen wie gelijk heeft (wie heeft recht aan zijn/haar kant)
Lessen over regels & afspraken lessen over rechten en plichten + onrecht
SOORTEN REGELS (WAAR JE LEERLINGEN MEE TE MAKEN KRIJGEN)
Klasgesprek: met lln op zoek gaan naar regels waarmee ze te maken krijgen
klas als vertrekpunt nemen + kijken naar leven buiten school
AFSPRAKEN EN REGELS IN DE MEDIA
Als lkr: kinderen voor te bereiden op samenleving
krijgen daar dagdagelijks regels en afspraken tegen
in klas: op zoek gaan naar ‘regels in de samenleving’
Lestip op pg.19
WETTEN EN VERDRAGEN
Wetten
- Geschreven regels door wetgevende macht van land of gewest goedgekeurd
- Moeten door iedereen in land of gewest nageleefd worden
Wetgevende macht Uitvoerende macht Rechterlijke macht
Stemt wetten en controleert
Zorgt ervoor dat de wetten
de uitvoerende macht op de Voert wetten uit
nageleefd worden
uitvoering ervan
Verdragen
- Wetten tussen verschillende landen
- Leggen vast:
o Wat wel en niet mag
o Welke doelstellingen ze samen zullen nastreven
- ≠ landen met elkaar verdrag afsluiten mensen weten dat in die landen dezelfde afspraken
gelden
, Verdrag van Schengen
Wie 26 landen: België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Ijsland, Noorwegen,
…
Wat Vrij verkeer van personen, dieren en goederen tussen de 26 deelnemende landen
geleidelijke afschaffing van controles (paspoort) aan gemeenschappelijke grenzen
Wanneer 14 juni 1985
Verdrag van Lissabon
Wie 27 lidstaten van EU
Wat Europees parlement kreeg meer invloed op verschillende gebieden
medebeslissingsvermogen
Maakt EU democratischer
Wanneer 2007 (13 december)
Noord-Atlantisch Verdrag Oprichting NAVO
Wie 30 lidstaten: België, Canada, Denemarken, Ijsland, Italië, VK, VS, Turkije, Spanje, …
Wat Militair verdrag: wederzijdse verdediging en samenwerking van Noord-Amerikaanse
en Europese landen
Wanneer 14 april 1949 (na WO II)
Non-proliferatieverdrag gelinkt aan Koude Oorlog
Wie 191 staten
Wat Beperkt bezit van kernwapens
Wanneer 1 juli 1968
KINDERRECHTEN EN MENSENRECHTEN