De opbouw van de samenvatting begint elk hoofdstuk bij de
Middeleeuwen en eindigt bij nu
- De middeleeuwen (500-1500)
- De verlichting (1700- de 18e eeuw)
- De 19e eeuw (industrialisatie, urbanisatie)
- Hier-en nu (tegenwoordig).
De middeleeuwen (500-1500)
- In de middeleeuwen waren bijna alle mensen in Europa christelijk. De
christelijke kerk was toen verdeeld in twee groepen: de Rooms-Katholieke
Kerk in West-Europa en de Oosters-orthodoxe Kerk in Oost-Europa. Verder
was er nog de islam, die vooral buiten Europa veel aanhangers had.
- Overal in Europa stonden abdijen en kloosters waar monniken werkten. Ze
schreven boeken, bewerkten het land en baden tot God. Maar aan het eind
van de middeleeuwen begonnen sommige monniken zich steeds
arroganter te gedragen en verspilden ze geld. Ze beweerden dat wie geen
geld aan de kerk gaf, naar de hel zou gaan.
- De meeste mensen geloofden in een leven na de dood, waarin je naar de
hemel of naar de hel ging. Hoe slecht je leven op aarde ook was, in de
hemel zou het altijd beter zijn. In de hel kwamen slechte mensen en
mensen die niet naar de kerk luisterden. De kerk bepaalde wat goed en
slecht was, en daarom had de kerk veel invloed en respect van de mensen.
Verlichting (1700-1800; 18e eeuw)
- In de 18e eeuw was er een beweging waarin mensen meer gingen geloven
in wetenschappelijk denken. Ze vertrouwden op logica en wat ze konden
zien en testen (dat heet rationalisme en empirisme). Hierdoor kregen ze
een nieuw idee over de wereld: ze dachten dat alles beter kon worden door
meer te leren en vooruitgang te boeken in wetenschap, onderwijs, sociale
regels en politiek. Mensen geloofden dat je door slim te denken de wereld
beter kon maken.
19e eeuw, industrialisatie & urbanisatie
- Door betere hygiëne, gezondere voeding, betere vaccins en minder
misoogsten groeide de bevolking snel. Dit gebeurde tegelijk met de
industriële revolutie, die rond 1760 in Engeland begon. De industriële
revolutie betekende dat mensen overgingen van handwerk naar het
gebruik van machines voor productie.
- Door de opkomst van fabrieken was er minder werk op het platteland, dus
trokken veel mensen naar de steden op zoek naar werk. Ze woonden in
kleine, slechte huizen en werkten lange uren in vieze fabrieken voor weinig
geld. Werkdagen van veertien uur waren normaal. De rijke middenklasse,
zoals handelaren en ondernemers, profiteerden echter enorm van de
industriële revolutie. Zij hadden het goed en maakten veel winst.
Rationalisme
- Rationalisme is het idee dat je vooral op je verstand en logica moet
vertrouwen om dingen te begrijpen.
Empirisme
- Empirisme is het idee dat je alleen echt kunt weten wat je zelf hebt
ervaren. Volgens empiristen komt kennis dus uit wat je ziet, hoort, voelt en
beleeft.
Hoorcollege 1
De mens als historisch wezen
De mens is een historisch wezen omdat hij een geheugen heeft waarmee hij kan
leren van eerdere ervaringen. Ons zelfbeeld wordt gevormd door herinneringen
1