Mens en Organisatie TEW SEM1 24-25
Thema 0: Inleiding tot organiseren
Terminologie
“Organiseren”
- Definitie
= het regelen/installeren van collectieve activiteiten zodat het collectieve resultaat
superieur is aan het resultaat van individuen die alleen werken
- Kenmerken
→ meerdere personen bij betrokken
→ collectief resultaat > individuele inspanningen
→ door taken te verdelen en op elkaar af te stemmen
→ verscheidene activiteiten, voortgebracht door verschillende actoren, worden
geïntegreerd om een succesvol resultaat te verkrijgen
“Organisatie”
- Definitie
= de regelmatigheden die het resultaat zijn van organiseren
(structuur/rollen/procedures); een duurzaam, geregeld en doelgericht
samenwerkingsverband
- Kenmerken
→ dezelfde kenmerken als "organiseren"
→ duurzaam en geregeld
→ doelgericht
Voordelen van organiseren Risico’s bij slecht organiseren
- Arbeidsverdeling en specialisatie - Beperkte motivatie en moreel
- Grotere capaciteit om om te gaan Bv. stakingen/protesten
met complexe omgevingen - Late/onjuiste beslissingen
- Schaalvoordelen Bv. Corona-pandemie
- Lagere transactiekosten - Conflict en gebrek aan coördinatie
- Macht en controle Bv. NMBS
- Slecht reageren op nieuwe kansen
Superieure resultaten en externe veranderingen
Bv. Kodak
- Stijgende kosten
*Case: “De ramp met de Columbia Space Shuttle”
Situatie: na lancering van een raket, brak deze in stukken uiteen
Structuur Controle Motivatie Leren Externe relaties
- Hiërarchie - Afgeschaft - Stress - Nieuwe taken - Controles
(informatie niet - Tijdsdruk (ontslagen) niet juiste worden
voldoende - Reacties opleidingen uitbesteed
doorgespeeld) collega’s - Leren
- Strakke (uitgelachen) afgeschaft
tijdsschema’s teveel
(geen tijd voor zelfvertrouwen
communicatie)
1
,Mens en Organisatie TEW SEM1 24-25
Kernaspecten van organiseren
1. zorgen voor een verdeling van de taken en verantwoordelijkheden
→ structuur
Aspecten van structuur:
o centralisatie/hiërarchie: niveaus, autoriteit, rapporteringslijnen
o specialisatie: rollen, groepen en eenheden
o regels, standaarden, tijdschema’s
2. zorgen dat de verschillende werknemers/departementen op elkaar zijn afgestemd
→ integratie
3. zorgen dat werknemers/departementen bijdragen tot bedrijfsdoelstellingen
→ controle
4. motiveren van werknemers en hen belonen
→ motivatie
5. zorgen dat de organisatie kan blijven leren/innoveren
→ leren
Waarom is dit zo belangrijk?
o opnieuw dezelfde fouten maken vermijden
o concurrentieel blijven
6. managen van de organisatiegrenzen
→ nieuwe netwerkvormen (outsourcing, virtueel organiseren, strategisch
allianties, internationaal organiseren, coöperatief organiseren)
o zelf doen of uitbesteden?
o in 1 land of meerdere?
o alleen of samen met andere organisaties?
o fysieke of virtuele grenzen?
o aandeelhouders nog een andere rol?
2
,Mens en Organisatie TEW SEM1 24-25
Thema 1: Structuur Hoofdstuk 1: De Mechanistische Organisatie
Oorsprong van de mechanistische organisatie
- ontstaan onder invloed van de industriële revolutie (opkomst machines)
- inspiratie: aanpak Frederik de Grote in het leger (1712-1786)
o splitsing soldaten en staf-functies (ondersteuning)
o hiërarchie (op basis van uniformen)
o gestandaardiseerde procedures → hoge efficiëntie, maar soldaten zijn
vervangbaar
o scheiding van denken en doen (voetsoldaat ⇔ officier)
o sterke specialisatie → elke soldaat had slechts één taak
o strenge regels en wetten (voorspelbaarheid creëren)
Filmfragment: “Modern Times”
De kenmerken van de organisatie doen denken aan een machine → mechanistische
structuur
- gebrek aan sociale interactie
- voortdurende controle
- hoge werkdruk
- vergaande arbeidsverdeling en dus specialisatie
- werknemers zijn "tandwielen" geworden van een onstopbare machine
Twee stromingen
1. Scientific Management (Taylor) => “Taylorisme”
Basisidee: management wetenschappelijk benaderen
Grondlegger = Frederick Taylor (1856-1915)
o Amerikaans ingenieur
o Ideeën zorgden voor verhoogde efficiëntie in fabrieken
o Erg controversieel -> veel kritiek
“He destroyed the soul of working”
“He dehumanized factories”
o Basis: sterk geloof in kracht van wetenschap
5 Basisprincipes
o Wetenschappelijke methoden gebruiken om efficiëntste manier van werk
verrichten/bepalen Specifieke richtlijnen
o Verantwoordelijkheid organiseren vh werk bij manager ipv arbeider
Scheiding van denken en doen
o Selecteer juiste ‘man’ op juiste plaats
Arbeidsdeling en specialisatie
o Train ‘hem’ om efficiënt werk te verrichten
o Controleer/stuur prestaties
Voorbeeld: Bethlehem Steel Company
o Voor Taylor
1 type schop voor ijzererts, cokes, as en slakken
600 arbeiders; elk gem. 10 ton/dag
o Door Taylor
3
, Mens en Organisatie TEW SEM1 24-25
Arbeidsstudie naar optimale schop en schepbeweging
Resultaat: 150 arbeiders; elk gem. 47,5 ton
Impact van Taylor
Vandaag: Functioneel mechanisme bv. McDonalds
o Verticale arbeidsdeling: scheiding denken/doen/controle
o Horizontale arbeidsdeling: specialisatie
o Opgelegde werkstructuur: optimale volgorde
o Hoge standaardisatie: voorgeschreven hoe werk gedaan moet worden
o Regels -> voorspelbaarheid gedrag WN & kwaliteit/kwantiteit producten
Taylorisme kreeg heel wat navolging
o Populairder onder:
Progressieven (geloof in wetenschap)
Mussolini, Lenin, Trotsky…
o Time motion studies (Gilbreth): efficiëntie werkprocessen verbeteren
door onnodige bewegingen en tijdsverspilling te identificeren
Voordelen Nadelen
- grotere efficiëntie, minder - Individuele betrokkenheid
verspilling van geld/tijd verloren
- grote productie en dus meer - Tijds- en werkdruk
welvaart - Te bureaucratisch
- WN kunnen specialiseren
- Controle productieproces ->
minder fouten
2. Klassieke managementtheorie (Fayol)
Grondlegger = Henri Fayol (1841 – 1925)
o Frans mijndirecteur
o Focus: hoe topmanagement bedrijf moet leiden (sociale relaties)
>< Taylor: focus op werkvloer (taakuitvoering)
Management is proces van
o Plannen en voorspellen
o Organiseren
o Leiden
o Coördineren
o Controleren
Managementprincipes
o Eenheid van bevel: instructies komen van één persoon
(duidelijkheid/consistentie)
o Span of control = aantal personen waarover manager leiding heeft
Hoe breder de span, hoe efficiënter, hoe meer autonomie en
4
Thema 0: Inleiding tot organiseren
Terminologie
“Organiseren”
- Definitie
= het regelen/installeren van collectieve activiteiten zodat het collectieve resultaat
superieur is aan het resultaat van individuen die alleen werken
- Kenmerken
→ meerdere personen bij betrokken
→ collectief resultaat > individuele inspanningen
→ door taken te verdelen en op elkaar af te stemmen
→ verscheidene activiteiten, voortgebracht door verschillende actoren, worden
geïntegreerd om een succesvol resultaat te verkrijgen
“Organisatie”
- Definitie
= de regelmatigheden die het resultaat zijn van organiseren
(structuur/rollen/procedures); een duurzaam, geregeld en doelgericht
samenwerkingsverband
- Kenmerken
→ dezelfde kenmerken als "organiseren"
→ duurzaam en geregeld
→ doelgericht
Voordelen van organiseren Risico’s bij slecht organiseren
- Arbeidsverdeling en specialisatie - Beperkte motivatie en moreel
- Grotere capaciteit om om te gaan Bv. stakingen/protesten
met complexe omgevingen - Late/onjuiste beslissingen
- Schaalvoordelen Bv. Corona-pandemie
- Lagere transactiekosten - Conflict en gebrek aan coördinatie
- Macht en controle Bv. NMBS
- Slecht reageren op nieuwe kansen
Superieure resultaten en externe veranderingen
Bv. Kodak
- Stijgende kosten
*Case: “De ramp met de Columbia Space Shuttle”
Situatie: na lancering van een raket, brak deze in stukken uiteen
Structuur Controle Motivatie Leren Externe relaties
- Hiërarchie - Afgeschaft - Stress - Nieuwe taken - Controles
(informatie niet - Tijdsdruk (ontslagen) niet juiste worden
voldoende - Reacties opleidingen uitbesteed
doorgespeeld) collega’s - Leren
- Strakke (uitgelachen) afgeschaft
tijdsschema’s teveel
(geen tijd voor zelfvertrouwen
communicatie)
1
,Mens en Organisatie TEW SEM1 24-25
Kernaspecten van organiseren
1. zorgen voor een verdeling van de taken en verantwoordelijkheden
→ structuur
Aspecten van structuur:
o centralisatie/hiërarchie: niveaus, autoriteit, rapporteringslijnen
o specialisatie: rollen, groepen en eenheden
o regels, standaarden, tijdschema’s
2. zorgen dat de verschillende werknemers/departementen op elkaar zijn afgestemd
→ integratie
3. zorgen dat werknemers/departementen bijdragen tot bedrijfsdoelstellingen
→ controle
4. motiveren van werknemers en hen belonen
→ motivatie
5. zorgen dat de organisatie kan blijven leren/innoveren
→ leren
Waarom is dit zo belangrijk?
o opnieuw dezelfde fouten maken vermijden
o concurrentieel blijven
6. managen van de organisatiegrenzen
→ nieuwe netwerkvormen (outsourcing, virtueel organiseren, strategisch
allianties, internationaal organiseren, coöperatief organiseren)
o zelf doen of uitbesteden?
o in 1 land of meerdere?
o alleen of samen met andere organisaties?
o fysieke of virtuele grenzen?
o aandeelhouders nog een andere rol?
2
,Mens en Organisatie TEW SEM1 24-25
Thema 1: Structuur Hoofdstuk 1: De Mechanistische Organisatie
Oorsprong van de mechanistische organisatie
- ontstaan onder invloed van de industriële revolutie (opkomst machines)
- inspiratie: aanpak Frederik de Grote in het leger (1712-1786)
o splitsing soldaten en staf-functies (ondersteuning)
o hiërarchie (op basis van uniformen)
o gestandaardiseerde procedures → hoge efficiëntie, maar soldaten zijn
vervangbaar
o scheiding van denken en doen (voetsoldaat ⇔ officier)
o sterke specialisatie → elke soldaat had slechts één taak
o strenge regels en wetten (voorspelbaarheid creëren)
Filmfragment: “Modern Times”
De kenmerken van de organisatie doen denken aan een machine → mechanistische
structuur
- gebrek aan sociale interactie
- voortdurende controle
- hoge werkdruk
- vergaande arbeidsverdeling en dus specialisatie
- werknemers zijn "tandwielen" geworden van een onstopbare machine
Twee stromingen
1. Scientific Management (Taylor) => “Taylorisme”
Basisidee: management wetenschappelijk benaderen
Grondlegger = Frederick Taylor (1856-1915)
o Amerikaans ingenieur
o Ideeën zorgden voor verhoogde efficiëntie in fabrieken
o Erg controversieel -> veel kritiek
“He destroyed the soul of working”
“He dehumanized factories”
o Basis: sterk geloof in kracht van wetenschap
5 Basisprincipes
o Wetenschappelijke methoden gebruiken om efficiëntste manier van werk
verrichten/bepalen Specifieke richtlijnen
o Verantwoordelijkheid organiseren vh werk bij manager ipv arbeider
Scheiding van denken en doen
o Selecteer juiste ‘man’ op juiste plaats
Arbeidsdeling en specialisatie
o Train ‘hem’ om efficiënt werk te verrichten
o Controleer/stuur prestaties
Voorbeeld: Bethlehem Steel Company
o Voor Taylor
1 type schop voor ijzererts, cokes, as en slakken
600 arbeiders; elk gem. 10 ton/dag
o Door Taylor
3
, Mens en Organisatie TEW SEM1 24-25
Arbeidsstudie naar optimale schop en schepbeweging
Resultaat: 150 arbeiders; elk gem. 47,5 ton
Impact van Taylor
Vandaag: Functioneel mechanisme bv. McDonalds
o Verticale arbeidsdeling: scheiding denken/doen/controle
o Horizontale arbeidsdeling: specialisatie
o Opgelegde werkstructuur: optimale volgorde
o Hoge standaardisatie: voorgeschreven hoe werk gedaan moet worden
o Regels -> voorspelbaarheid gedrag WN & kwaliteit/kwantiteit producten
Taylorisme kreeg heel wat navolging
o Populairder onder:
Progressieven (geloof in wetenschap)
Mussolini, Lenin, Trotsky…
o Time motion studies (Gilbreth): efficiëntie werkprocessen verbeteren
door onnodige bewegingen en tijdsverspilling te identificeren
Voordelen Nadelen
- grotere efficiëntie, minder - Individuele betrokkenheid
verspilling van geld/tijd verloren
- grote productie en dus meer - Tijds- en werkdruk
welvaart - Te bureaucratisch
- WN kunnen specialiseren
- Controle productieproces ->
minder fouten
2. Klassieke managementtheorie (Fayol)
Grondlegger = Henri Fayol (1841 – 1925)
o Frans mijndirecteur
o Focus: hoe topmanagement bedrijf moet leiden (sociale relaties)
>< Taylor: focus op werkvloer (taakuitvoering)
Management is proces van
o Plannen en voorspellen
o Organiseren
o Leiden
o Coördineren
o Controleren
Managementprincipes
o Eenheid van bevel: instructies komen van één persoon
(duidelijkheid/consistentie)
o Span of control = aantal personen waarover manager leiding heeft
Hoe breder de span, hoe efficiënter, hoe meer autonomie en
4