, Moeilijke woorden:
Grondwaterstand/grondwaterpijl: hoogte ten opzichte van NAP (normaal Amsterdams
waterpeil) van de bovenkant van het grondwater.
watermiddelende planten
stuwen: Stuwen in beken en waterlopen worden vaak geplaatst om water langer vast te
houden in hoger gelegen gebieden en zo te voorkomen dat deze gebieden verdrogen. Tevens
wordt met deze stuwen voorkomen dat lager gelegen gebieden snel overstromen.
Pitrus: een kruid
Zavelgrond: wanneer een grond een bepaald percentage (tussen 8 en 12) luttum (kleine
gronddeeltjes) bevat is het een zavelgrond
pf-curve: geeft het verband weer tussen de zuigspanning en het vochtgehalte van een de
bodem.
Bewortelingsdiepte: geeft de diepte aan vanaf het bodemoppervlak.
Grondwaterstand/grondwaterpijl: hoogte ten opzichte van NAP (normaal Amsterdams
waterpeil) van de bovenkant van het grondwater.
watermiddelende planten
stuwen: Stuwen in beken en waterlopen worden vaak geplaatst om water langer vast te
houden in hoger gelegen gebieden en zo te voorkomen dat deze gebieden verdrogen. Tevens
wordt met deze stuwen voorkomen dat lager gelegen gebieden snel overstromen.
Pitrus: een kruid
Zavelgrond: wanneer een grond een bepaald percentage (tussen 8 en 12) luttum (kleine
gronddeeltjes) bevat is het een zavelgrond
pf-curve: geeft het verband weer tussen de zuigspanning en het vochtgehalte van een de
bodem.
Bewortelingsdiepte: geeft de diepte aan vanaf het bodemoppervlak.