Hoofdstuk 1.2
● stollingsgesteente
Ontstaan: door afkoeling en stolling van magma
voorbeelden:
Graniet: mengsel mineralen
● sedimentgesteenten
ontstaan wanneer afzettingen van bijvoorbeeld zand of klei in lagen worden neergelegd en
samengeperst
Klastische sedimenten
In zee, meren of riviervlakten
Door druk van bovenliggende lagen worden de zand- en kleilagen samengeperst tot een
hard gesteente.
Bijvoorbeeld zandsteen (zand), kleisteen (klei) of schalie (klei)
Organische sedimenten Ontstaan door ophoping van organisch materiaal
Organische kalkdeeltjes van de skeletjes van schelpen stapelen op. Door de druk ontstaat
kalksteen
● metamorfesteenten
ontstaan wanneer een gesteente langere tijd onder invloed van hoge druk
en hoge temperatuur staat. De mineralen vallen uiteen en de moleculen
organiseren zich in nieuwe kristallen.
Zo ontstaat uit kalk- steen bij hoge druk en temperatuur het metamorfe
gesteente marmer). Schalie of kleisteen kan op deze manier omgevormd
worden tot leisteen
Hoofdstuk 1.4
Het verschuiven van de gesteenten langs de breuklijn veroorzaakt trillingen. Dit is een
aardbeving. De plaats van de beving in de aardkorst of de aardmantel heet het
hypocentrum. De trillingen verplaatsen zich naar het aardoppervlak. Direct boven het
hypocentrum, aan het aardoppervlak, ligt het epicentrum.
Divergente plaatgrens: platen van elkaar af, Dit zijn meestal twee oceanische platen. Dan
wordt door opstuwing van gestolde lava een bergrug onder zee gevormd.
Convergente plaatgrens: als twee continentale platen even licht zijn, dan wordt de druk
omhoog gedrukt en ontstaat er plooiingsgebergte.
Subductie: oceanische plaat duikt onder continentale plaat
Transform: platen langs elkaar
• Soms scheuren twee continentale platen. De divergente breuklijn die daarbij ontstaat, is te
herkennen aan een gebied dat in de breukzone wegzakt, de slenk. Het deel dat omhoog
komt, heet een horst. Het geheel wordt een breukgebergte genoemd.
, Hoofdstuk 1.5
Schildvulkaan:
- je vindt ze bij divergente breukzones op land, op
eilanden bij mid oceanische ruggen en bij hotspots
- Via de kratermond vloeit de lava, bestaande uit basalt,
makkelijk uit en verspreidt zich over een groot
oppervlak over de flanken van de vulkaan. Zo wordt
laag na laag een zeer omvangrijke vulkaan opgebouwd
met flauwe hellingen
- De uitbarstingen zijn niet explosief maar vrij rustig van
aard, effusieve erupties
Stratovulkaan
- je vind ze bij de subductie zones
- Afwisselend worden taai stromende lava, as, vulkanische bommen
en puimsteen uitgestoten.
- De uitbarstingen zijn explosieve erupties
De oceanische plaat duikt onder en heeft veel water. Het water als het
dieper onder gaat wordt door hogere druk heet. De smelttemperatuur gaat
van het omringende gesteente daardoor omlaag en verderop zal de 100
km de diepte in smelten.
Caldeira: het instorten van strato vulkaan waardoor grote kater
ontstaat
- in een caldeira kan een stratovulkaan weer ontstaan
Hotspots: mantelpluim komt omhoog
- Vanuit het binnenste van de aarde, vanuit het gebied bij de rand tussen aardkern en
aardmantel, stijgt soms een grote massa gesteente met zeer hoge temperatuur op
naar het aardoppervlak. Dit zijn mantelpluimen.
- Eenmaal in de asthenosfeer zal de aardkorst door de druk en de hitte omhoog
komen en scheuren. Deze hete plekken, de hotspots ,ontstaan dus boven de
mantelpluimen. Het magma kan aan het aardoppervlak een vulkaan vormen.
- De aardplaat met de gevormde vulkaan beweegt over de stabiel liggende
mantelpluim heen en zo ontstaat een reeks van vulkanen.
Hoofdstuk 2.1
IJs is wit van kleur en reflecteert( = weerkaatst) het zonlicht. Donkere oppervlakten als de
bossen in de tropen absorberen het licht en reflecteren dat nauwelijks. Daarom wordt het
daar warmer. De mate van weerkaatsing of reflectie wordt de albedo genoemd.
● stollingsgesteente
Ontstaan: door afkoeling en stolling van magma
voorbeelden:
Graniet: mengsel mineralen
● sedimentgesteenten
ontstaan wanneer afzettingen van bijvoorbeeld zand of klei in lagen worden neergelegd en
samengeperst
Klastische sedimenten
In zee, meren of riviervlakten
Door druk van bovenliggende lagen worden de zand- en kleilagen samengeperst tot een
hard gesteente.
Bijvoorbeeld zandsteen (zand), kleisteen (klei) of schalie (klei)
Organische sedimenten Ontstaan door ophoping van organisch materiaal
Organische kalkdeeltjes van de skeletjes van schelpen stapelen op. Door de druk ontstaat
kalksteen
● metamorfesteenten
ontstaan wanneer een gesteente langere tijd onder invloed van hoge druk
en hoge temperatuur staat. De mineralen vallen uiteen en de moleculen
organiseren zich in nieuwe kristallen.
Zo ontstaat uit kalk- steen bij hoge druk en temperatuur het metamorfe
gesteente marmer). Schalie of kleisteen kan op deze manier omgevormd
worden tot leisteen
Hoofdstuk 1.4
Het verschuiven van de gesteenten langs de breuklijn veroorzaakt trillingen. Dit is een
aardbeving. De plaats van de beving in de aardkorst of de aardmantel heet het
hypocentrum. De trillingen verplaatsen zich naar het aardoppervlak. Direct boven het
hypocentrum, aan het aardoppervlak, ligt het epicentrum.
Divergente plaatgrens: platen van elkaar af, Dit zijn meestal twee oceanische platen. Dan
wordt door opstuwing van gestolde lava een bergrug onder zee gevormd.
Convergente plaatgrens: als twee continentale platen even licht zijn, dan wordt de druk
omhoog gedrukt en ontstaat er plooiingsgebergte.
Subductie: oceanische plaat duikt onder continentale plaat
Transform: platen langs elkaar
• Soms scheuren twee continentale platen. De divergente breuklijn die daarbij ontstaat, is te
herkennen aan een gebied dat in de breukzone wegzakt, de slenk. Het deel dat omhoog
komt, heet een horst. Het geheel wordt een breukgebergte genoemd.
, Hoofdstuk 1.5
Schildvulkaan:
- je vindt ze bij divergente breukzones op land, op
eilanden bij mid oceanische ruggen en bij hotspots
- Via de kratermond vloeit de lava, bestaande uit basalt,
makkelijk uit en verspreidt zich over een groot
oppervlak over de flanken van de vulkaan. Zo wordt
laag na laag een zeer omvangrijke vulkaan opgebouwd
met flauwe hellingen
- De uitbarstingen zijn niet explosief maar vrij rustig van
aard, effusieve erupties
Stratovulkaan
- je vind ze bij de subductie zones
- Afwisselend worden taai stromende lava, as, vulkanische bommen
en puimsteen uitgestoten.
- De uitbarstingen zijn explosieve erupties
De oceanische plaat duikt onder en heeft veel water. Het water als het
dieper onder gaat wordt door hogere druk heet. De smelttemperatuur gaat
van het omringende gesteente daardoor omlaag en verderop zal de 100
km de diepte in smelten.
Caldeira: het instorten van strato vulkaan waardoor grote kater
ontstaat
- in een caldeira kan een stratovulkaan weer ontstaan
Hotspots: mantelpluim komt omhoog
- Vanuit het binnenste van de aarde, vanuit het gebied bij de rand tussen aardkern en
aardmantel, stijgt soms een grote massa gesteente met zeer hoge temperatuur op
naar het aardoppervlak. Dit zijn mantelpluimen.
- Eenmaal in de asthenosfeer zal de aardkorst door de druk en de hitte omhoog
komen en scheuren. Deze hete plekken, de hotspots ,ontstaan dus boven de
mantelpluimen. Het magma kan aan het aardoppervlak een vulkaan vormen.
- De aardplaat met de gevormde vulkaan beweegt over de stabiel liggende
mantelpluim heen en zo ontstaat een reeks van vulkanen.
Hoofdstuk 2.1
IJs is wit van kleur en reflecteert( = weerkaatst) het zonlicht. Donkere oppervlakten als de
bossen in de tropen absorberen het licht en reflecteren dat nauwelijks. Daarom wordt het
daar warmer. De mate van weerkaatsing of reflectie wordt de albedo genoemd.