Basis orgaanstelsel
De huid
Inleiding tot de huid:
Onderdelen van de huid
Huidlaag (integument)
o Huid
Opperhuid (epidermis) – uitwendig dekweefsel
Lederhuid (dermis) – onderliggend bindweefsel
o Accessoire structuren
Haren, nagels, exocriene klieren
Onderhuidse laag (hypodermis)
o Los bindweefsel – vasthechting aan dieper structuren
Belangrijke functies:
Bescherming
o Schokken, chemische stoffen, infecties, verlies van lichaamsvloeistoffen
Temperatuurregeling
Vorming en opslag van voedingsstoffen
o Vitamine D aanmaak, opslag van vetten (lederhuid)
Zintuigelijke gewaarwording
o Tast, druk, pijn, temperatuur
Uitscheiding en afscheiding
o Zouten, water, organische afvalstoffen, melk
1
,De epidermis:
= ‘opperhuid’
Gelaagd plaveiselepitheel met verschillende cellagen
Dikke huid -> 5 lagen
o Handpalmen en voetzolen
o 0,5 mm
Dunne huid -> 4 lagen
o Rest van het lichaam
o 0,08 mm
Geen bloedvaten => voedingsstoffen via dermis
Structuur van (dikke) opperhuid:
Cellagen van de opperhuid:
Kiemlaag (stratum germinativum)
Stratum spinosum
Stratum granulosum
Stratum ludicum (in dikke huis)
Hoornlaag (stratum corneum)
2
,Stratum basale
= kiemlaag = stratum germinativum
Verbonden met basaalmembraan
o Epidermiskammen -> dermale papillae
Diffusie-oppervlak vergroot
Kammer in uitwendig huidoppervlak
Oppervlakte vergroot = grip
Vorm = erfelijk bepaald = uniek
Stamcellen (kiemcellen)
Melanocyten
o Melanine
Zintuigen
o Aanraking
Tussengelegen lagen
Stratum spinosum (laag met stekelcellen)
o Verdere deling van dochtercellen uit kiemlaag
Stratum granulosum
o Geen celdeling meer
o Aanmaak keratine
Stratum lucidum (doorzichtige laag)
o Glasachtig
o Afgeplatte cellen, dicht opeen geplakt en gevuld met keratine
Stratum corneum
= hoornlaag
Bovenste laag
15-30 lagen afgevlakte en dode dekweefselcellen
Grote hoeveelheden keratine
- “verhoornde” cellen
Desmosomen houden cellen samen in vellen
Kiem-tot hoornlaag: 2-4 weken
Verder van toevoer van zuurstof en voedingsstoffen
Vol met keratine
Sterft af
Meestal nog een 2 weken in hoornlaag voor verwijdering door afstoting of
wegwassen
3
, = barrière van dode, slijtvaste en vervangbare cellen die dieper gelegen lagen van
epidermis en onderliggende weefsel beschermt.
Droge omgeving, weinig geschikt voor micro-organismen
Huidskleur:
Bepaald door interactie tussen pigmenten in epidermis en doorbloeding van de dermis
Pigmenten
o Caroteen
= oranjegele kleurstof in bepaalde groenten
Omzetting in vitamine A -> onderhoud dekweefsels, synthese
lichtgevoelige stoffen in het oog
o Melanine
= bruin, beel-bruin of zwart aangemaakt door melanocyten
Toename bij blootstelling aan zonlicht
Rimpels, kanker
Bescherming van diepere lagen van epidermis en dermis
Concentratie rond celkern
Pigmenten
Doorbloeding van dermis
o Zuurstofrijk bloed in bloedvaten in dermis zorgt voor roodachtige tint
Roder bij vasodilatatie (warmte)
Bleker bij vasoconstrictie (angst)
o Langdurige afname bloedtoevoer => zuurstofarmbloed = donkerder
Blauwachtige huid -> “cyanose” (lippen, nagels, oren)
Bij extreme koude, hartfalen, astma
Melanocyten:
Aantal is sterk variabel maar bepaalt niet de huidskleur, dat doet de hoeveelheid melanine
die geproduceerd wordt.
Albinisme = melanocyten aanwezig maar er wordt geen melanine aangemaakt.
Zonlicht (UV-stralen) op de huid:
Gezond effect
Activeert vorming van vitamine D3
Calcitriol -> opname fosfor en calcium in dunne darm
Nodig in beenderen <> zwakker, buigzamer
4
De huid
Inleiding tot de huid:
Onderdelen van de huid
Huidlaag (integument)
o Huid
Opperhuid (epidermis) – uitwendig dekweefsel
Lederhuid (dermis) – onderliggend bindweefsel
o Accessoire structuren
Haren, nagels, exocriene klieren
Onderhuidse laag (hypodermis)
o Los bindweefsel – vasthechting aan dieper structuren
Belangrijke functies:
Bescherming
o Schokken, chemische stoffen, infecties, verlies van lichaamsvloeistoffen
Temperatuurregeling
Vorming en opslag van voedingsstoffen
o Vitamine D aanmaak, opslag van vetten (lederhuid)
Zintuigelijke gewaarwording
o Tast, druk, pijn, temperatuur
Uitscheiding en afscheiding
o Zouten, water, organische afvalstoffen, melk
1
,De epidermis:
= ‘opperhuid’
Gelaagd plaveiselepitheel met verschillende cellagen
Dikke huid -> 5 lagen
o Handpalmen en voetzolen
o 0,5 mm
Dunne huid -> 4 lagen
o Rest van het lichaam
o 0,08 mm
Geen bloedvaten => voedingsstoffen via dermis
Structuur van (dikke) opperhuid:
Cellagen van de opperhuid:
Kiemlaag (stratum germinativum)
Stratum spinosum
Stratum granulosum
Stratum ludicum (in dikke huis)
Hoornlaag (stratum corneum)
2
,Stratum basale
= kiemlaag = stratum germinativum
Verbonden met basaalmembraan
o Epidermiskammen -> dermale papillae
Diffusie-oppervlak vergroot
Kammer in uitwendig huidoppervlak
Oppervlakte vergroot = grip
Vorm = erfelijk bepaald = uniek
Stamcellen (kiemcellen)
Melanocyten
o Melanine
Zintuigen
o Aanraking
Tussengelegen lagen
Stratum spinosum (laag met stekelcellen)
o Verdere deling van dochtercellen uit kiemlaag
Stratum granulosum
o Geen celdeling meer
o Aanmaak keratine
Stratum lucidum (doorzichtige laag)
o Glasachtig
o Afgeplatte cellen, dicht opeen geplakt en gevuld met keratine
Stratum corneum
= hoornlaag
Bovenste laag
15-30 lagen afgevlakte en dode dekweefselcellen
Grote hoeveelheden keratine
- “verhoornde” cellen
Desmosomen houden cellen samen in vellen
Kiem-tot hoornlaag: 2-4 weken
Verder van toevoer van zuurstof en voedingsstoffen
Vol met keratine
Sterft af
Meestal nog een 2 weken in hoornlaag voor verwijdering door afstoting of
wegwassen
3
, = barrière van dode, slijtvaste en vervangbare cellen die dieper gelegen lagen van
epidermis en onderliggende weefsel beschermt.
Droge omgeving, weinig geschikt voor micro-organismen
Huidskleur:
Bepaald door interactie tussen pigmenten in epidermis en doorbloeding van de dermis
Pigmenten
o Caroteen
= oranjegele kleurstof in bepaalde groenten
Omzetting in vitamine A -> onderhoud dekweefsels, synthese
lichtgevoelige stoffen in het oog
o Melanine
= bruin, beel-bruin of zwart aangemaakt door melanocyten
Toename bij blootstelling aan zonlicht
Rimpels, kanker
Bescherming van diepere lagen van epidermis en dermis
Concentratie rond celkern
Pigmenten
Doorbloeding van dermis
o Zuurstofrijk bloed in bloedvaten in dermis zorgt voor roodachtige tint
Roder bij vasodilatatie (warmte)
Bleker bij vasoconstrictie (angst)
o Langdurige afname bloedtoevoer => zuurstofarmbloed = donkerder
Blauwachtige huid -> “cyanose” (lippen, nagels, oren)
Bij extreme koude, hartfalen, astma
Melanocyten:
Aantal is sterk variabel maar bepaalt niet de huidskleur, dat doet de hoeveelheid melanine
die geproduceerd wordt.
Albinisme = melanocyten aanwezig maar er wordt geen melanine aangemaakt.
Zonlicht (UV-stralen) op de huid:
Gezond effect
Activeert vorming van vitamine D3
Calcitriol -> opname fosfor en calcium in dunne darm
Nodig in beenderen <> zwakker, buigzamer
4