100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Het Nederlandse Strafrecht - samenvatting/uitgewerkte leerdoelen + uitspraken

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
50
Geüpload op
08-01-2025
Geschreven in
2024/2025

Deze uitgebreide samenvatting behandelt alle relevante leerdoelen en belangrijke uitspraken aan de hand van hoofdstuk 1 t/m 15 van het boek Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht.

Instelling
Vak












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
8 januari 2025
Aantal pagina's
50
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Leerdoelen:
Week 1: Inleiding strafrecht en het rechterlijke
beslissingsschema: H1, H7 en H11.
- De student kan met behulp van de wet uitleggen of een delict
valt onder een misdrijf of overtreding en waarom dit onderscheid
van belang is voor het strafrecht.
Strafbare feiten zijn onder te verdelen in misdrijven en overtredingen.
Of het een misdrijf of een overtreding is hangt af van de ernst van de
overtreding. Misdrijven zijn ernstigere feiten dan overtredingen.

Misdrijven kan je vinden in het tweede boek van het strafrecht en
overtredingen in het derde boek van het strafrecht. Bij misdrijven is vaak
de rechtbank bevoegd, terwijl overtredingen doorgaans door de
kantonrechter worden behandeld (art. 382 Sv).

De drie belangrijkste reden voor deze onderscheid zijn:
1. De indeling van misdrijven en overtreding bepaald grotendeels welke
rechter bevoegd is (absolute competentie art. 382 SV).
2. Poging tot overtreding en medeplichtigheid bij overtreding zijn niet
strafbaar. Bij een misdrijf is poging tot en medeplichtigheid wel strafbaar.
Voorbereiding van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving
een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld is strafbaar.
3. Verder is het onderscheid van dwangmiddelen van belang.

- De student kan met behulp van de wet de belangrijkste
procesdeelnemers uit het strafprocesrecht en diens rechten en
plichten opnoemen.
- De verdachte: Zie eerstvolgende leerdoel.
- Rechten van de verdachte: Zie eerstvolgende leerdoel.
- De getuige:
Een getuige is een persoon die informatie kan verstrekken over de zaak,
bijvoorbeeld omdat hij ooggetuige was van het strafbare feit of relevante
aanwijzingen heeft over de omstandigheden.

Kenmerken van de getuige:
- Getuigen kunnen zowel direct als indirect betrokken zijn:
* Direct: Ooggetuigen van het strafbare feit.
* Indirect: Personen die relevante informatie hebben over de
omstandigheden (bijvoorbeeld een auto die op een bepaalde tijd op de
plaats delict is gezien).
- De verklaring van een getuige is vaak een puzzelstuk dat in combinatie
met andere bewijsmiddelen belangrijk wordt.

Rechten van de getuige:
1. Verschoningsrecht (art. 219 Sv):
- Een getuige mag weigeren te verklaren als dit hemzelf of zijn naasten in
gevaar zou kunnen brengen voor strafvervolging.
2. Recht om niet op te komen dagen bij een politieverhoor:

,- Als de politie een getuige uitnodigt, is deze niet verplicht te verschijnen
of een verklaring af te leggen.

Plichten van de getuige:
1. Verplichting tot verschijnen bij oproep door een rechter-
commissaris of rechter (art. 213 Sv):
- Bij weigering kan de getuige worden gedwongen te verschijnen.
2. Verplichting tot het afleggen van een verklaring (art. 213 en
290 Sv):
- De getuige moet verklaren tenzij het verschoningsrecht geldt.
- Weigering kan leiden tot gijzeling (art. 221 en 294 Sv).
3. Waarheidsgetrouwe verklaring:
- Bij een valse verklaring (meineed) kan de getuige worden vervolgd (art.
207 Sr).

Beëdiging van getuigen:
- Bij een rechter-commissaris: Alleen in bijzondere situaties.
- Bij de zitting: Altijd verplicht (art. 290 lid 4 Sv).

- De deskundige:
Een deskundige is een professional met specifieke kennis en
vaardigheden die de rechter of officier van justitie helpt bij technische of
complexe vragen in een strafzaak.

Kenmerken van de deskundige:
- Deskundigen worden ingezet bij onderwerpen waarvoor specifieke
expertise nodig is, zoals:
* Psychiatrisch onderzoek (bijvoorbeeld toerekeningsvatbaarheid van een
verdachte).
* Forensisch onderzoek (bijvoorbeeld DNA-analyse door het Nederlands
Forensisch Instituut).
- Een deskundige wordt door de rechter of officier van justitie benoemd
(art. 51i, 150 en 227 Sv).

Rechten van de deskundige:
1. Recht op een duidelijke opdracht:
- De deskundige moet precies weten wat van hem verwacht wordt (art.
51i Sv).
2. Recht op ondersteuning bij zijn onderzoek:
- Toegang tot relevante stukken en materialen.

Plichten van de deskundige:
1. Objectiviteit en zorgvuldigheid:
- Een deskundige mag geen subjectieve interpretaties geven.
- Hij moet zijn onderzoeksresultaten motiveren en de gebruikte methoden
verantwoorden (art. 511 lid 1 en 3 Sv).
2. Schriftelijke verslaglegging:

,- De deskundige brengt meestal schriftelijk verslag uit, waarin hij de
resultaten en conclusies van zijn onderzoek verantwoordt (art. 511 lid 2
Sv).

- Raadsman:
Een advocaat die de verdachte adviseert en met hem de verdediging
voert.

- Benadeelde partij/slachtoffer:
Het slachtoffer speelt een cruciale rol in het strafproces. Het slachtoffer
heeft niet alleen een emotionele betrokkenheid bij de zaak, maar ook
specifieke rechten die bijdragen aan het strafproces en de
schadevergoeding.

Rechten van het slachtoffer:
- Spreekrecht (art. 51e Sv):
Het slachtoffer mag tijdens de zitting vertellen over de gevolgen van het
strafbare feit.
- Schriftelijke slachtofferverklaring:
Het slachtoffer kan een schriftelijke verklaring indienen die tijdens de
zitting wordt voorgelezen.
- Recht op schadevergoeding (art. 51f Sv):
Het slachtoffer kan als benadeelde partij een civiele schadeclaim indienen
in het strafproces.
- Informatievoorziening (art. 51aa-51g Sv):
Het slachtoffer heeft recht op informatie over de voortgang van de zaak
en de strafrechtelijke procedure.

- Rechtbank, gerechtshof en Hoge Raad:
De rechtspraak in strafzaken wordt uitgevoerd door verschillende
gerechtelijke instanties:

Rechtbank
In eerste aanleg:
- Alle strafzaken beginnen bij de rechtbank in een enkelvoudige kamer
(één rechter) of een meervoudigekamer (drie rechters).
- De kantonrechter behandelt overtredingen (art. 382 Sv).
- De politierechter behandelt eenvoudige misdrijven (art. 368 Sv).
- De kinderrechter behandelt strafzaken met minderjarigen.

Gerechtshof
Hoger beroep:
- Strafzaken worden in hoger beroep behandeld door een gerechtshof.
- Nederland kent vier gerechtshoven, elk verbonden aan een ressort.

Hoge Raad
Cassatie:
- De Hoge Raad is de hoogste rechterlijke instantie en beoordeelt of het
recht juist is toegepast.

,- Naast raadsheren (rechters) werken advocaten-generaal (AG's) bij de
Hoge Raad. Zij geven adviezen, ook wel 'conclusies' genoemd.

- Opsporingsambtenaar/politie:
De politie speelt een belangrijke rol bij de opsporing van strafbare feiten
en handhaving van de orde.

Bevoegdheden van de politie:
- Opsporing en aanhouding (art. 53-54 Sv):
De politie mag verdachten aanhouden en fouilleren.
- Opsporingsonderzoek:
De politie verzamelt bewijsmateriaal en verwerkt aangiftes, zowel fysiek
als digitaal.
- Samenwerking met het OM:
Politiefunctionarissen ondersteunen het Openbaar Ministerie bij de
uitvoering van opsporingstaken.

Soorten opsporingsambtenaren:
- Gewone opsporingsambtenaren (art. 141 Sv):
Reguliere politieagenten.
- Bijzondere opsporingsambtenaren (art. 142 Sv):
Ambtenaren met specifieke opsporingstaken, bijvoorbeeld milieu-
inspecteurs.

- Openbaar ministerie:
Het Openbaar Ministerie is verantwoordelijk voor de opsporing en
vervolging van strafbare feiten en treedt op namens de samenleving.

Rollen van het OM
- Opsporingsverantwoordelijkheid (art. 9 Sv):
Het OM stuurt het opsporingsonderzoek aan en beoordeelt of er
voldoende bewijs is om een zaak aan de rechter voor te leggen.
- Beslissing tot vervolging:
Het OM beslist of een verdachte wordt vervolgd en bij welke rechter de
zaak wordt behandeld.

Organisatie van het OM
- Arrondissementsparket:
Werkt op lokaal niveau en wordt geleid door een hoofdofficier van justitie.
- Ressortsparket:
Behandelt zaken in hoger beroep; functionarissen worden advocaten-
generaal genoemd.
- Speciale parketten:
Het landelijk parket behandelt georganiseerde misdaad, terwijl het
functioneel parket milieudelicten en fraude aanpakt.

Bevoegdheden
- Zelfstandig handelen:

, Het OM kan direct ingrijpen, bijvoorbeeld bij het bevelen van DNA-
onderzoek (art. 151a Sv).
- Hulpofficieren van justitie:
Hogere politiefunctionarissen kunnen bepaalde bevoegdheden van een
officier van justitie uitoefenen (art. 146a Sv).

- Reclassering:
De reclassering is een instantie die ondersteuning biedt bij de
strafrechtelijke behandeling van verdachten en veroordeelden.

Taken van de reclassering:
1. Adviseren:
- Adviezen geven over schorsing van voorlopige hechtenis en
voorwaarden bij voorwaardelijke straffen.
2. Toezicht houden:
- Controleren of veroordeelden zich houden aan opgelegde voorwaarden.
3. Tenuitvoerlegging van straffen:
- Begeleiding van taakstraffen en re-integratie in de maatschappij.

- De student kan in een gegeven casus aangeven of sprake is van
een verdachte krachtens artikel 27 Sv.
Volgens artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) is een persoon
verdachte als aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:
1. Redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit
Er moet sprake zijn van een objectief, redelijk vermoeden dat de persoon
in kwestie een strafbaar feit heeft gepleegd.
- Het vermoeden moet gebaseerd zijn op feiten of omstandigheden die
wijzen op betrokkenheid bij een strafbaar feit.
- Een puur subjectief voorgevoel, intuïtie of speculatie is onvoldoende.
- Feiten en omstandigheden kunnen bijvoorbeeld voortkomen uit
getuigenverklaringen, observaties van opsporingsambtenaren of
technische bewijsmiddelen (zoals camerabeelden).

2. Betrokkenheid bij een strafrechtelijk onderzoek
Een persoon wordt pas als verdachte aangemerkt als er een concrete
zaak loopt waarbij opsporing, vervolging of berechting speelt.
- Dit betekent dat een rechter, officier van justitie of
opsporingsambtenaar al in enige mate bij de zaak betrokken is.
- Bij een opsporingsonderzoek zijn bevoegdheden gericht tegen de
verdachte pas toegestaan als hij als zodanig is aangemerkt.

Waarom is de status van verdachte belangrijk?
De status van verdachte heeft juridische gevolgen, waaronder:
- Toepassing van opsporingsbevoegdheden: Dwangmiddelen zoals
fouilleren of voorlopige hechtenis mogen alleen worden toegepast als
iemand formeel als verdachte wordt aangemerkt.
- Toekenning van rechten: Verdachten hebben recht op juridische
bijstand, het zwijgrecht en andere waarborgen binnen het strafproces.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Billaras Hogeschool Utrecht
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
26
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
10
Documenten
6
Laatst verkocht
6 dagen geleden

3.0

1 beoordelingen

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen