INTRODUCTIE BIO-ETHIEK
1) What is meant by an ‘ethico-onto-epistemology’?
Ethico-onto-epistemologie is een interdisciplinair kader dat ethiek, ontologie en
epistemologie integreert. Dit concept wordt vaak onderzocht in velden zoals
filosofie, feministische theorie en wetenschap- en technologiestudies. Hier is een
overzicht van de componenten en het overkoepelende idee:
1. Ethiek: Houdt zich bezig met vragen over wat juist en onjuist is, goed en
slecht, en de morele principes die gedrag sturen. Ethiek omvat de
evaluatie van acties, intenties en de morele consequenties van
beslissingen.
2. Ontologie: De studie van het zijn en bestaan. Ontologie behandelt vragen
over welke entiteiten bestaan, de aard van hun zijn, en hoe ze kunnen
worden gecategoriseerd en gerelateerd binnen een kader van begrip van
de wereld.
3. Epistemologie: De studie van kennis en geloof. Epistemologie houdt zich
bezig met het onderzoeken van de aard, bronnen, grenzen en geldigheid
van kennis en hoe we de wereld begrijpen.
Wanneer deze drie dimensies worden gecombineerd tot ethico-onto-
epistemologie, vormen ze een omvattende benadering die hun onderlinge
verbanden en wederzijdse invloed erkent. Dit geïntegreerde kader stelt dat
ethische overwegingen, ontologische aannames en epistemologische
perspectieven niet onafhankelijk zijn, maar diep met elkaar verweven. Dit
betekent dat hoe we begrijpen wat bestaat (ontologie) en hoe we dingen leren
kennen (epistemologie) inherent ethische dimensies bevat.
1
,Belangrijke punten van Ethico-onto-epistemologie
- Verwantschap: Herkent dat ethische, ontologische en epistemologische
vragen niet volledig gescheiden kunnen worden. Bijvoorbeeld, hoe we
definiëren wat bestaat (ontologie) kan ethische implicaties hebben, en de
manieren waarop we dingen leren kennen (epistemologie) kunnen worden
beïnvloed door onze ethische houding.
- Kader voor Kritische Analyse: Gebruikt om complexe fenomenen
kritisch te analyseren en te begrijpen, vooral in contexten waar traditionele
grenzen tussen ethiek, ontologie en epistemologie vervagen. Deze
benadering is bijzonder nuttig bij het analyseren van kwesties in
wetenschap en technologie, milieustudies, feministische theorie en sociale
rechtvaardigheid.
- Gelegenheidskennis: Benadrukt de plaatsgebondenheid van kennis –
hoe kennis altijd wordt geproduceerd vanuit een specifieke positie binnen
een web van sociale, culturele en materiële relaties. Dit is een kernidee in
feministische epistemologie, die stelt dat kennisproductie nooit neutraal is
en altijd ethische en ontologische aannames bevat.
- Agentschap en Verantwoordelijkheid: Benadrukt de
verantwoordelijkheid van agenten (onderzoekers, wetenschappers,
beleidsmakers) om rekening te houden met de ethische implicaties van
hun werk. Dit omvat het erkennen hoe hun werk de entiteiten die ze
bestuderen beïnvloedt en door hen wordt beïnvloed, evenals de kennis die
ze produceren.
- Transformatief Potentieel: Streeft ernaar om te transformeren hoe we
denken over en omgaan met de wereld door traditionele disciplinaire
grenzen te doorbreken. Het moedigt meer holistische, reflexieve en
verantwoorde praktijken aan in zowel academisch onderzoek als praktische
toepassingen.
Kortom, ethico-onto-epistemologie is een omvattende en integratieve benadering
die ethische, ontologische en epistemologische perspectieven samenbrengt om
een meer holistisch en verantwoord begrip van complexe fenomenen te bieden.
2
, 2) What is moral relativism? How does it relate to moral pluralism
and moral monism?
Moral relativism
Moral relativism is het standpunt dat morele oordelen en waarden niet absoluut
zijn, maar relatief aan de culturele, maatschappelijke of individuele contexten
waarin ze voorkomen. Het stelt dat er geen enkele objectieve standaard voor
moraliteit is die universeel geldt voor alle mensen op alle tijden. In plaats
daarvan kan wat als moreel juist of onjuist wordt beschouwd, aanzienlijk variëren
tussen verschillende samenlevingen en culturen. Belangrijke aspecten van
moreel relativisme zijn:
- Cultureel relativisme: Deze vorm van moreel relativisme stelt dat
morele standaarden cultureel gebonden zijn. Wat in de ene cultuur als
moreel wordt beschouwd, kan in een andere cultuur als immoreel worden
gezien. Bijvoorbeeld, praktijken zoals polygamie of het eten van bepaalde
dieren kunnen in sommige culturen acceptabel zijn, maar in andere niet.
- Individueel relativisme (subjectivisme): Deze vorm suggereert dat
morele oordelen gebaseerd zijn op individuele voorkeuren en
overtuigingen. Wat de ene persoon als moreel juist beschouwt, kan
verschillen van wat een andere persoon gelooft, en beide perspectieven
zijn binnen hun eigen context geldig.
Moral pluralism
Moral pluralism is het standpunt dat er veel verschillende, maar even valide
morele perspectieven zijn. In tegenstelling tot moreel relativisme, dat suggereert
dat morele waarden relatief en mogelijk onvergelijkbaar zijn in verschillende
contexten, erkent moreel pluralisme de legitimiteit van meerdere morele kaders
die binnen een enkele samenleving of zelfs binnen een individu kunnen bestaan.
Belangrijke punten over moreel pluralisme zijn:
- Acceptatie van diversiteit: Moreel pluralisme accepteert dat
verschillende morele principes geldig en toepasbaar kunnen zijn in
verschillende situaties. Het staat niet op één enkele morele waarheid,
maar erkent de complexiteit en diversiteit van morele ervaringen.
- Conflict en oplossing: Bij moreel pluralisme worden conflicten tussen
verschillende morele perspectieven verwacht en kunnen vaak worden
opgelost door middel van dialoog, compromis en wederzijds begrip. Het
benadrukt het belang van het tolereren en onderhandelen over verschillen.
Moral monism
Moral monism is het standpunt dat er slechts één waar en geldig moreel kader
bestaat. Volgens moreel monisme is er een enkele set morele principes of
waarden die universeel van toepassing zijn op alle mensen, te allen tijde. Dit
perspectief houdt in dat morele waarheden objectief en ontdekbaar zijn, en
afwijkingen van deze waarheden worden als moreel incorrect beschouwd.
Belangrijke aspecten van moreel monisme zijn:
- Universalisme: Moreel monisme stelt dat dezelfde morele standaarden
universeel van toepassing zijn, ongeacht culturele, maatschappelijke of
individuele verschillen. Er is een enkele, overkoepelende morele waarheid.
- Objectiviteit: Moreel monisme wordt vaak geassocieerd met het geloof in
objectieve morele waarheden die bekend en consequent kunnen worden
toegepast in alle contexten.
3
,Relatie tussen moral relativism, moral pluralism en moral monism
- Relativisme vs. Monisme: Moreel relativisme en moreel monisme
worden vaak gezien als tegengestelde standpunten. Terwijl moreel
relativisme het bestaan van universele morele standaarden ontkent en de
variabiliteit van morele oordelen benadrukt, insisteert moreel monisme op
het bestaan van een enkele, objectieve morele waarheid.
- Pluralisme als een Tussenweg: Moreel pluralisme kan worden gezien als
een tussenweg tussen relativisme en monisme. Het erkent de geldigheid
van meerdere morele perspectieven zonder volledig te beweren dat alle
morele oordelen relatief zijn (zoals bij relativisme) of dat er slechts één
waar moreel kader is (zoals bij monisme).
- Praktische Implicaties: In de praktijk kan moreel pluralisme een breder
scala aan morele ervaringen en waarden accommoderen, wat tolerantie en
dialoog tussen verschillende morele standpunten bevordert. Moreel
relativisme, terwijl het de tolerantie van verschillende culturen en
individuen bevordert, kan leiden tot de conclusie dat geen enkel moreel
standpunt beter is dan een ander. Moreel monisme daarentegen biedt een
duidelijk en consistent moreel richtsnoer, maar kan worden bekritiseerd
vanwege zijn starheid en intolerantie ten opzichte van morele diversiteit.
Kortom, moreel relativisme, pluralisme en monisme vertegenwoordigen
verschillende benaderingen om morele oordelen en waarden te begrijpen en te
evalueren. Elk heeft zijn eigen implicaties voor hoe we morele meningsverschillen
navigeren en de aard van morele waarheid begrijpen.
4
, 3) Wat zeggen Thomas Hobbes en Frans de Waal over de origine van
moraliteit?
Een vraag uit de meta-ethiek: waarom zijn mensen gevoelig voor moraliteit?
- Is dit specifiek voor mensen?
- Thomas Hobbes (16e-17e eeuw) situeert de origine van moraliteit in
egoistic prudence
o In het begin van de geschiedenis van de mens: weinig mensen en
veel middelen
o De populatie groeit: mensen traden in competitie voor de middelen
o Hard klimaat: een bittere struggle om te overleven enkel de
sterksten overleefden
Homo hominis lupus est
o Deze toestand wordt beëindigd met een sociaal contract van
zelfbehoud:
Mensen zijn bereid om af te zien van geweld, mits de anderen
dit ook doen
Zo is er waarborging van vrede en veiligheid
- Frans de Waal (1948) demonstreerde dat gevoeligheid voor eerlijkheid en
rechtvaardigheid en altruïsme, prerekwisieten voor moraliteit, ook
aanwezig zijn in dieren
o Moraliteit heeft zijn wortels in onze dierlijke natuur ↔ niet in
zelfbehoud & mensen
o Natuurlijk is menselijke moraliteit anders dan deze in dieren
Er is plaats voor religie, taboe ↔ vind je niet bij dieren
Toch heeft het dus zijn wortels in onze dierlijke oorsprong
Vergelijking van Hobbes en de Waal
- Hobbes ziet moraliteit als een kunstmatige constructie die voorkomt uit
eigen belang en de behoefte aan ‘orde’, terwijl de Waal moraliteit
beschouwt als een natuurlijk fenomeen dat geworteld is in onze
biologische evolutie
- Voor Hobbes zijn de belangrijkste dingen achter moraliteit angst en eigen
belang in de context van het sociaal contract. Voor de Waal zijn empathie
en sociaal gedrag van groot belang
- Hobbes’ theorie is gebasseerd op het idee van een sociaal contract waarin
mensen instemmen met bepaalde regels om conflicten te vermijden. De
Waal ziet moraliteit als een onderdeel van een evolutionair continuüm, met
gedragsvormen die door natuurlijke selectie zijn bevorderd en niet
exclusief menselijk zijn
5
, MORAL THEORIES
1) Wat is utilitarisme. Wat zijn de sterke en zwakke punten?
Consequentialisme is een morele theorie die handelingen evalueert op basis van
de gevolgen van deze handelingen en de bijdrage aan het algemene nut.
Utilitarisme is een versie van dit consequentialisme.
- Jeremy Bentham en John Stuart Mill liggen aan de basis van dit utilitarisme
Jeremy Bentham (1748-1832)
- Handeling is goed als voor het ‘the greatest good for the greatest number
of people’ zorgt
- Goed: aanwezigheid van plezier en geluk en de afwezigheid van pijn
hedonisme
- Kosten-baten analyse: afwegen tussen iets doen en de gevolgen hiervan
- Volgens Jeremy Bentham is geloof secundair aan de rede
o Morele regels komen niet van God, je kan ze zelf afleiden door
grondig te denken
o Hedonistische calculus om de goede gevolgen te bepalen
Enkel genot/pret is belangrijk: goed = pleasure ↔ slecht =
pijn
Hedonisme: het genot (in de algemene zin) is het hoogste
goed
Robert Nozick trekt dit in twijfel met the experience machine
John Stuart Mill (1806-1873)
- Was het eens met het idee dat plezier en geluk het centrale doel zijn
- Er zijn wel verschillende soorten genot: sommige zijn kwalitatief beter dan
andere
o bv. intellectuele activiteit is belangrijker dan fysieke activiteit (sport)
Substromingen in het utilitarisme
Preference utilitarisme: het goed moet gedefinieerd worden als de voldoening
in preferences, in de plaats van gewoon genot te voorzien.
- In de 20e eeuw om de problemen met de hedonistische interpretatie op te
lossen
- Preferences zijn niet altijd puur hedonistisch: bv. tijd spenderen met het
zorgen voor mensen in de plaats van uit te gaan en te genieten
Rule utilitarisme eist dat een handeling wordt beoordeeld op basis van de
algemene regels die verondersteld worden om te leiden tot ‘the greatest good’.
- Het juist of fout zijn van een handeling is in functie van de regel die erop
toepasbaar is
- Voorbeeld: het liegen kan niet getolereerd worden omdat het de
funderingen van de samenleving ondermijnt en op die manier leidt tot
verminderd welzijn
Act utilitarisme eist dat elke handeling apart behandeld moet worden.
- Een handeling is moreel juist als en alleen als het de best mogelijke
resultaten produceert in die specifieke situatie
- Gebaseerd op het utiliteitsprincipe: “the greatest good for the greatest
number of people”
- Staat in het tegenstelling met het rule utiliatrisme
- Voorbeeld: je kan kiezen tussen een hele dag tv-kijken of de hele dag
vrijwilligerswerk doen
6
1) What is meant by an ‘ethico-onto-epistemology’?
Ethico-onto-epistemologie is een interdisciplinair kader dat ethiek, ontologie en
epistemologie integreert. Dit concept wordt vaak onderzocht in velden zoals
filosofie, feministische theorie en wetenschap- en technologiestudies. Hier is een
overzicht van de componenten en het overkoepelende idee:
1. Ethiek: Houdt zich bezig met vragen over wat juist en onjuist is, goed en
slecht, en de morele principes die gedrag sturen. Ethiek omvat de
evaluatie van acties, intenties en de morele consequenties van
beslissingen.
2. Ontologie: De studie van het zijn en bestaan. Ontologie behandelt vragen
over welke entiteiten bestaan, de aard van hun zijn, en hoe ze kunnen
worden gecategoriseerd en gerelateerd binnen een kader van begrip van
de wereld.
3. Epistemologie: De studie van kennis en geloof. Epistemologie houdt zich
bezig met het onderzoeken van de aard, bronnen, grenzen en geldigheid
van kennis en hoe we de wereld begrijpen.
Wanneer deze drie dimensies worden gecombineerd tot ethico-onto-
epistemologie, vormen ze een omvattende benadering die hun onderlinge
verbanden en wederzijdse invloed erkent. Dit geïntegreerde kader stelt dat
ethische overwegingen, ontologische aannames en epistemologische
perspectieven niet onafhankelijk zijn, maar diep met elkaar verweven. Dit
betekent dat hoe we begrijpen wat bestaat (ontologie) en hoe we dingen leren
kennen (epistemologie) inherent ethische dimensies bevat.
1
,Belangrijke punten van Ethico-onto-epistemologie
- Verwantschap: Herkent dat ethische, ontologische en epistemologische
vragen niet volledig gescheiden kunnen worden. Bijvoorbeeld, hoe we
definiëren wat bestaat (ontologie) kan ethische implicaties hebben, en de
manieren waarop we dingen leren kennen (epistemologie) kunnen worden
beïnvloed door onze ethische houding.
- Kader voor Kritische Analyse: Gebruikt om complexe fenomenen
kritisch te analyseren en te begrijpen, vooral in contexten waar traditionele
grenzen tussen ethiek, ontologie en epistemologie vervagen. Deze
benadering is bijzonder nuttig bij het analyseren van kwesties in
wetenschap en technologie, milieustudies, feministische theorie en sociale
rechtvaardigheid.
- Gelegenheidskennis: Benadrukt de plaatsgebondenheid van kennis –
hoe kennis altijd wordt geproduceerd vanuit een specifieke positie binnen
een web van sociale, culturele en materiële relaties. Dit is een kernidee in
feministische epistemologie, die stelt dat kennisproductie nooit neutraal is
en altijd ethische en ontologische aannames bevat.
- Agentschap en Verantwoordelijkheid: Benadrukt de
verantwoordelijkheid van agenten (onderzoekers, wetenschappers,
beleidsmakers) om rekening te houden met de ethische implicaties van
hun werk. Dit omvat het erkennen hoe hun werk de entiteiten die ze
bestuderen beïnvloedt en door hen wordt beïnvloed, evenals de kennis die
ze produceren.
- Transformatief Potentieel: Streeft ernaar om te transformeren hoe we
denken over en omgaan met de wereld door traditionele disciplinaire
grenzen te doorbreken. Het moedigt meer holistische, reflexieve en
verantwoorde praktijken aan in zowel academisch onderzoek als praktische
toepassingen.
Kortom, ethico-onto-epistemologie is een omvattende en integratieve benadering
die ethische, ontologische en epistemologische perspectieven samenbrengt om
een meer holistisch en verantwoord begrip van complexe fenomenen te bieden.
2
, 2) What is moral relativism? How does it relate to moral pluralism
and moral monism?
Moral relativism
Moral relativism is het standpunt dat morele oordelen en waarden niet absoluut
zijn, maar relatief aan de culturele, maatschappelijke of individuele contexten
waarin ze voorkomen. Het stelt dat er geen enkele objectieve standaard voor
moraliteit is die universeel geldt voor alle mensen op alle tijden. In plaats
daarvan kan wat als moreel juist of onjuist wordt beschouwd, aanzienlijk variëren
tussen verschillende samenlevingen en culturen. Belangrijke aspecten van
moreel relativisme zijn:
- Cultureel relativisme: Deze vorm van moreel relativisme stelt dat
morele standaarden cultureel gebonden zijn. Wat in de ene cultuur als
moreel wordt beschouwd, kan in een andere cultuur als immoreel worden
gezien. Bijvoorbeeld, praktijken zoals polygamie of het eten van bepaalde
dieren kunnen in sommige culturen acceptabel zijn, maar in andere niet.
- Individueel relativisme (subjectivisme): Deze vorm suggereert dat
morele oordelen gebaseerd zijn op individuele voorkeuren en
overtuigingen. Wat de ene persoon als moreel juist beschouwt, kan
verschillen van wat een andere persoon gelooft, en beide perspectieven
zijn binnen hun eigen context geldig.
Moral pluralism
Moral pluralism is het standpunt dat er veel verschillende, maar even valide
morele perspectieven zijn. In tegenstelling tot moreel relativisme, dat suggereert
dat morele waarden relatief en mogelijk onvergelijkbaar zijn in verschillende
contexten, erkent moreel pluralisme de legitimiteit van meerdere morele kaders
die binnen een enkele samenleving of zelfs binnen een individu kunnen bestaan.
Belangrijke punten over moreel pluralisme zijn:
- Acceptatie van diversiteit: Moreel pluralisme accepteert dat
verschillende morele principes geldig en toepasbaar kunnen zijn in
verschillende situaties. Het staat niet op één enkele morele waarheid,
maar erkent de complexiteit en diversiteit van morele ervaringen.
- Conflict en oplossing: Bij moreel pluralisme worden conflicten tussen
verschillende morele perspectieven verwacht en kunnen vaak worden
opgelost door middel van dialoog, compromis en wederzijds begrip. Het
benadrukt het belang van het tolereren en onderhandelen over verschillen.
Moral monism
Moral monism is het standpunt dat er slechts één waar en geldig moreel kader
bestaat. Volgens moreel monisme is er een enkele set morele principes of
waarden die universeel van toepassing zijn op alle mensen, te allen tijde. Dit
perspectief houdt in dat morele waarheden objectief en ontdekbaar zijn, en
afwijkingen van deze waarheden worden als moreel incorrect beschouwd.
Belangrijke aspecten van moreel monisme zijn:
- Universalisme: Moreel monisme stelt dat dezelfde morele standaarden
universeel van toepassing zijn, ongeacht culturele, maatschappelijke of
individuele verschillen. Er is een enkele, overkoepelende morele waarheid.
- Objectiviteit: Moreel monisme wordt vaak geassocieerd met het geloof in
objectieve morele waarheden die bekend en consequent kunnen worden
toegepast in alle contexten.
3
,Relatie tussen moral relativism, moral pluralism en moral monism
- Relativisme vs. Monisme: Moreel relativisme en moreel monisme
worden vaak gezien als tegengestelde standpunten. Terwijl moreel
relativisme het bestaan van universele morele standaarden ontkent en de
variabiliteit van morele oordelen benadrukt, insisteert moreel monisme op
het bestaan van een enkele, objectieve morele waarheid.
- Pluralisme als een Tussenweg: Moreel pluralisme kan worden gezien als
een tussenweg tussen relativisme en monisme. Het erkent de geldigheid
van meerdere morele perspectieven zonder volledig te beweren dat alle
morele oordelen relatief zijn (zoals bij relativisme) of dat er slechts één
waar moreel kader is (zoals bij monisme).
- Praktische Implicaties: In de praktijk kan moreel pluralisme een breder
scala aan morele ervaringen en waarden accommoderen, wat tolerantie en
dialoog tussen verschillende morele standpunten bevordert. Moreel
relativisme, terwijl het de tolerantie van verschillende culturen en
individuen bevordert, kan leiden tot de conclusie dat geen enkel moreel
standpunt beter is dan een ander. Moreel monisme daarentegen biedt een
duidelijk en consistent moreel richtsnoer, maar kan worden bekritiseerd
vanwege zijn starheid en intolerantie ten opzichte van morele diversiteit.
Kortom, moreel relativisme, pluralisme en monisme vertegenwoordigen
verschillende benaderingen om morele oordelen en waarden te begrijpen en te
evalueren. Elk heeft zijn eigen implicaties voor hoe we morele meningsverschillen
navigeren en de aard van morele waarheid begrijpen.
4
, 3) Wat zeggen Thomas Hobbes en Frans de Waal over de origine van
moraliteit?
Een vraag uit de meta-ethiek: waarom zijn mensen gevoelig voor moraliteit?
- Is dit specifiek voor mensen?
- Thomas Hobbes (16e-17e eeuw) situeert de origine van moraliteit in
egoistic prudence
o In het begin van de geschiedenis van de mens: weinig mensen en
veel middelen
o De populatie groeit: mensen traden in competitie voor de middelen
o Hard klimaat: een bittere struggle om te overleven enkel de
sterksten overleefden
Homo hominis lupus est
o Deze toestand wordt beëindigd met een sociaal contract van
zelfbehoud:
Mensen zijn bereid om af te zien van geweld, mits de anderen
dit ook doen
Zo is er waarborging van vrede en veiligheid
- Frans de Waal (1948) demonstreerde dat gevoeligheid voor eerlijkheid en
rechtvaardigheid en altruïsme, prerekwisieten voor moraliteit, ook
aanwezig zijn in dieren
o Moraliteit heeft zijn wortels in onze dierlijke natuur ↔ niet in
zelfbehoud & mensen
o Natuurlijk is menselijke moraliteit anders dan deze in dieren
Er is plaats voor religie, taboe ↔ vind je niet bij dieren
Toch heeft het dus zijn wortels in onze dierlijke oorsprong
Vergelijking van Hobbes en de Waal
- Hobbes ziet moraliteit als een kunstmatige constructie die voorkomt uit
eigen belang en de behoefte aan ‘orde’, terwijl de Waal moraliteit
beschouwt als een natuurlijk fenomeen dat geworteld is in onze
biologische evolutie
- Voor Hobbes zijn de belangrijkste dingen achter moraliteit angst en eigen
belang in de context van het sociaal contract. Voor de Waal zijn empathie
en sociaal gedrag van groot belang
- Hobbes’ theorie is gebasseerd op het idee van een sociaal contract waarin
mensen instemmen met bepaalde regels om conflicten te vermijden. De
Waal ziet moraliteit als een onderdeel van een evolutionair continuüm, met
gedragsvormen die door natuurlijke selectie zijn bevorderd en niet
exclusief menselijk zijn
5
, MORAL THEORIES
1) Wat is utilitarisme. Wat zijn de sterke en zwakke punten?
Consequentialisme is een morele theorie die handelingen evalueert op basis van
de gevolgen van deze handelingen en de bijdrage aan het algemene nut.
Utilitarisme is een versie van dit consequentialisme.
- Jeremy Bentham en John Stuart Mill liggen aan de basis van dit utilitarisme
Jeremy Bentham (1748-1832)
- Handeling is goed als voor het ‘the greatest good for the greatest number
of people’ zorgt
- Goed: aanwezigheid van plezier en geluk en de afwezigheid van pijn
hedonisme
- Kosten-baten analyse: afwegen tussen iets doen en de gevolgen hiervan
- Volgens Jeremy Bentham is geloof secundair aan de rede
o Morele regels komen niet van God, je kan ze zelf afleiden door
grondig te denken
o Hedonistische calculus om de goede gevolgen te bepalen
Enkel genot/pret is belangrijk: goed = pleasure ↔ slecht =
pijn
Hedonisme: het genot (in de algemene zin) is het hoogste
goed
Robert Nozick trekt dit in twijfel met the experience machine
John Stuart Mill (1806-1873)
- Was het eens met het idee dat plezier en geluk het centrale doel zijn
- Er zijn wel verschillende soorten genot: sommige zijn kwalitatief beter dan
andere
o bv. intellectuele activiteit is belangrijker dan fysieke activiteit (sport)
Substromingen in het utilitarisme
Preference utilitarisme: het goed moet gedefinieerd worden als de voldoening
in preferences, in de plaats van gewoon genot te voorzien.
- In de 20e eeuw om de problemen met de hedonistische interpretatie op te
lossen
- Preferences zijn niet altijd puur hedonistisch: bv. tijd spenderen met het
zorgen voor mensen in de plaats van uit te gaan en te genieten
Rule utilitarisme eist dat een handeling wordt beoordeeld op basis van de
algemene regels die verondersteld worden om te leiden tot ‘the greatest good’.
- Het juist of fout zijn van een handeling is in functie van de regel die erop
toepasbaar is
- Voorbeeld: het liegen kan niet getolereerd worden omdat het de
funderingen van de samenleving ondermijnt en op die manier leidt tot
verminderd welzijn
Act utilitarisme eist dat elke handeling apart behandeld moet worden.
- Een handeling is moreel juist als en alleen als het de best mogelijke
resultaten produceert in die specifieke situatie
- Gebaseerd op het utiliteitsprincipe: “the greatest good for the greatest
number of people”
- Staat in het tegenstelling met het rule utiliatrisme
- Voorbeeld: je kan kiezen tussen een hele dag tv-kijken of de hele dag
vrijwilligerswerk doen
6