Synapomorfieën
Ecdysozoa Exoskelet waarin zich a-chitine bevindt en dat regelmatig
vervangen wordt in een vervelling.
Panarthropoda Een gemetariseerd lichaam.
Euchelicerata De aanwezigheid van een dorsale carapax en de aanwezigheid
van 2 mediane ogen.
Malacostraca Aantal metameren gestabiliseerd op 8 thoracomeren en 6
pleomeren (7 bij de Leptostraca).
Mannelijke genitaalporus steeds op 8ste, vrouwelijke porus op
6de thoracomeer.
Peracarida Aanwezigheid van oostegieten, plaatvormige endieten die een
broedruimte (marsupium) afsluiten.
Chordata -Notochorda
-Hol rugzenuwkoord
-Endostyle of schildklier
-Faryngeale spleten
-Post-anale staart
Apomorfieën
Arthropoda -Complexe cuticula
-Gearticuleerde extremiteiten (arthropodium)
-Hemocoel
-Geen circulaire spieren
-Kop bestaande uit 5 metameren en het acron
-Een paar laterale facetogen en 4 enkelvoudige mediane ogen
Chelicerata -Lichaam dat uit een constant aantal metameren bestaat
ingedeeld in prothosoma/ cefalothorax (7 metameren) en
opisthosoma (maximaal 12 metameren)
-Bezitten cheliceren als gespecialiseerde mondwerktuigen op
het 2de kopmetameer
-2 lichaamsmetameren met kop versmolten met vorming van
de cephalothorax
Mandibulata -Een paar antennen op het 1ste kopmetameer
-Sterk gespecialiseerde mondwerktuigen: de mandibula
(metameer 3) en de 2 paar maxillen (metameer 4 en 5)
Crustacea -Naupliuslarve met 1 mediaan oog
-Extremiteiten van het splijtpoottype
-Paar antennen op het 2de metameer
Tracheata -Kop duidelijk van de rest van het lichaam afgezet
-Antenne 2 ontbreekt
-Buisjes van Malpighi
-Ademhaling door trachea
-Geen middendarmklieren
Xiphosura -1ste abdominaal segment gereduceerd, met chilaria
, -laatste abdominale metameren en het telson vergroeid tot
lange piek
Maxillopoda -Lichaam met 7 thoracomeren en 3 abdominale metameren.
-Aanhangsels van 7de thoracomeer omgevormd tot
copulatieorganen.
-Naupliusoog met slechts 3 ocellen.
Phyllopoda -Grote bladvormige exopodieten die als kieuwen dienstdoen
en een rol spelen in de voedselverzameling (filtervoeders).
-Ogen die in een huidplooi zijn verzonken en de gereduceerde
mandibulae en maxillen.
Malacostraca -Thorax met 14 metameren en 1 abdomenmetameer.
-Thorax ingedeeld in pereion en pleon.
-Vrouwelijke porus steeds op metameer 6 en mannelijke
genitaalporus op metameer 8.
-Kauw- en filtermaag.
Chilopoda -chilipeden
-spermatozoïden.
Entognatha Monddelen omgeven door een huidplooi.
Insecta Antennen bestaande uit 2 basisstukjes, gevolgd door een
flagel.
Dicondvlia Mandibulae met 2 gewrichtsknokkels.
Neoptera Vouwen vleugels tegen het lichaam.
Holometabola Hebben een holometabole ontwikkeling.
Nematoda Mond omgeven door 3 ringen van tastorganen in hexamere
symmetrie, aanwezigheid van amphida.
Deuterostomia -Het lichaam is verdeeld in 3 regio’s (trimeer lichaam).
Vooraan is er een preorale lob, het protosoom, dat gevolgd
wordt door een mesosoom, waarin de mond ligt, en tenslotte
een lang metasoom, waarin de darm en gonaden liggen.
Intern volgt de coeloomholte dezelfde verdeling. Per
lichaamssegment vind je een coeloomholte terug (protocoel,
mesocoel en metacoel). Deze holtes kunnen parig zijn.
Vaak reduceert 1 van de 2 coeloomholten. Het mesotheel
differentieert tot het spierstelsel, dat in de primitieve toestand
bestaat uit epithelio-musculaire cellen. Doe coeloomholten
vertonen vaak buisvormige diverticula, die zich tot in andere
lichaamsregio’s kunnen uitstrekken en daar zeer specifieke
spieren kunnen gaan vormen, of een gespecialiseerd
circulatoir stelsel of nog andere specifieke structuren.
-Er is een hart-nier (= axiaal complex) aanwezig in het
protosoom. Deze structuur is een metanephridiaal systeem
dat bestaat uit een hart, een glomerulus, de protocoel en een
paar metanephridia.
-De klieving is radiair. De oorspronkelijke blastoporus wordt
de anus, terwijl de mond secundair aan de andere zijde van
het embryo doorbreekt. De coeloomholtes ontstaan door
enterocoelie, als zijdelingse uitstulpingen van het
archenteron, maar sommige andere vormen van
coeloomvorming, waaronder schizocoelie, komt bij sommige
hemichordaten voor.
-De ontwikkeling verloopt via een dipleurula larve.
, Chordata -Notochorda, geeft steun aan lichaam.
-Dorsale holle zenuwstreng vanaf hersenen tot in de straat
-Faryngale kieuwspleten
-Post-anale start
-Endostyl (slijmnet)
Plesiomorfieën
Cephalocarida Maxille II lijkt op thoracopoden die allen van kauw-endieten
zijn voorzien.
Phyllopoda Groot aantal metameren en extremiteiten, de carapax en goed
ontwikkelde endieten.
Opstelling lichaam
Remipedia -cephalothorax: kop + 1
-romp: max. 38 homonome metameren
Maxillopoda -cephalothorax: kop + 1ste lichaamsmetameer
-thorax: max. 7 metameren
-abdomen: max. 3 metameren
Copepoda -thorax: 7 metameren (1ste met kop vergroeid)
-abdomen: 3 metameren
Cirripedia -cephalothorax: kop + max. 1 metameren
-thorax: 7 (pereion 6) metameren
-abdomen: 3 metameren
Ostracoda -kop
-thorax: max. 2 metameren
-abdomen: rudimentair
Cephalocarida -kop
-thorax: 9 metameren
-abdomen: 10 metameren
Anostraca -kop
-thorax: 11-19 metameren
-abdomen: 8 metameren
Notostraca -kop
-thorax: 11-19 metameren
-abdomen: rudimentair
Cladocera -kop
-thorax: 5 metameren
-abdomen: rudimentair
Malacostraca -cephalothorax: kop + 3 metameren (meestal)
-thorax: 8 (pereion 5-8) metameren
-abdomen: 6 (pleon 7) metameren
Leptostraca -kop
-thorax: 8 metameren
-pleon: 7 metameren
Stomatopoda -kop
-thorax: 8 metameren
-abdomen: 6 metameren
Decapoda -cephalothorax: kop + 3 metameren
-pereion: 5 metameren