FOUNDATIONS THEORY
Deze vragen worden in dit document behandeld:
Leg het verschil uit tussen het ultieme en het proximale verklaringsniveau
Wat wordt bedoeld met ‘empathie is een multi-dimensioneel kenmerk’?
Wat wordt bedoeld met ‘empathie is een tweesnijdend zwaard’?
Leg uit hoe de fundamentele morele intuïties van MFT bijdragen aan groepsvorming. Geef een voorbeeld.
Wat wordt bedoeld met distale en proximale variabelen en hoe vullen ze elkaar aan?
Wat zijn de intermediaire variabelen in het padmodel? Benoem ze een geef een korte toelichting bij elke
variabele.
Beschrijf de relatie tussen dimensies van empathie en de morele intuïties. Volg de logica van het
pijltjesdiagram. Zijn alle verbanden even sterk? (opgelet: we vragen niet naar de exacte waarde van de
coëfficiënten maar naar de globale tendensen)