Vragen
1. De Vlinderstichting organiseert een vlinderteldag. Geteld werden 40.000 vlinders, behorend tot
52 soorten. Hoeveel bits heeft de Vlinderstichting op basis van deze informatie per vlinder nodig
om de soort te coderen?
a. 2
b. 4
c. 6
d. 8
2. De Vlinderstichting telde 10.000 keer de Kleine Vos (ST) en de Atalanta (RA) en 5.000 keer het
Klein Koolwitje (SW) en de Rouwmantel (CB). Alle andere vlinders werden als behorend tot
dezelfde restklasse (OS) behandeld. Wat is de entropie van deze informatiebron?
a. 1.375 bits
b. 2.125 bits
c. 2.25 bits
d. 3 bits
e. 3.375 bits
3. Welke van de volgende is op basis van bovenstaande een correcte, optimale Fano-codering voor
bovengenoemd schema voor vlinders?
a. ST: 0, RA: 11, CB: 100, SW: 101, OS: 10
b. ST: 011, RA: 010, CB: 0110, SW: 0111, OS: 1
c. ST: 11, RA: 101, CB: 1001, SW: 1000, OS: 0
d. ST: 0, RA: 11, CB: 1000, SW: 1001, OS: 010
4. In de Randstad komt de Kleine Vos relatief gesproken veel vaker voor dan in de rest van het land.
Stel dat je de entropie zou berekenen voor de Randstad alleen. Wat verwacht je van deze
entropie vergeleken met de entropie voor het hele land?
a. Hoger
b. Lager
c. Gelijk
d. Niet te bepalen
, Antwoorden:
1. C
2. C
3. C
4. B
1. De Vlinderstichting organiseert een vlinderteldag. Geteld werden 40.000 vlinders, behorend tot
52 soorten. Hoeveel bits heeft de Vlinderstichting op basis van deze informatie per vlinder nodig
om de soort te coderen?
a. 2
b. 4
c. 6
d. 8
2. De Vlinderstichting telde 10.000 keer de Kleine Vos (ST) en de Atalanta (RA) en 5.000 keer het
Klein Koolwitje (SW) en de Rouwmantel (CB). Alle andere vlinders werden als behorend tot
dezelfde restklasse (OS) behandeld. Wat is de entropie van deze informatiebron?
a. 1.375 bits
b. 2.125 bits
c. 2.25 bits
d. 3 bits
e. 3.375 bits
3. Welke van de volgende is op basis van bovenstaande een correcte, optimale Fano-codering voor
bovengenoemd schema voor vlinders?
a. ST: 0, RA: 11, CB: 100, SW: 101, OS: 10
b. ST: 011, RA: 010, CB: 0110, SW: 0111, OS: 1
c. ST: 11, RA: 101, CB: 1001, SW: 1000, OS: 0
d. ST: 0, RA: 11, CB: 1000, SW: 1001, OS: 010
4. In de Randstad komt de Kleine Vos relatief gesproken veel vaker voor dan in de rest van het land.
Stel dat je de entropie zou berekenen voor de Randstad alleen. Wat verwacht je van deze
entropie vergeleken met de entropie voor het hele land?
a. Hoger
b. Lager
c. Gelijk
d. Niet te bepalen
, Antwoorden:
1. C
2. C
3. C
4. B