Lesweek 1 (H3)
Neuropsychologie is verwant aan de biologische psychologie en evolutionaire
psychologie
Biologische psychologie
Uitgangspunten van de biologische psychologie
- De mens is ‘een beschreven blad’. Al bij de conceptie wordt de erfelijke
bagage, het DNA, van een mens vastgelegd. Deze bepaalt of beïnvloedt,
daarover lopen de opvattingen binnen deze stroming uiteen, de
gedragsmogelijkheden van de mens.
- Gedrag en gedachten, emoties en motieven hangen altijd samen met
biologische processen in het lichaam. Zo kan gedrag worden veroorzaakt
door een virus, een erfelijk gen, een celafwijking en een teveel of tekort
aan hersen- en lichaamsstofjes zoals neurotransmitters en hormonen.
- Hersenen zijn het belangrijkste orgaan bij het sturen van gedrag,
gedachten, emoties etc. Zonder hersenen is gedrag onmogelijk
- Mensen zijn het product van langdurige evolutionaire geschiedenis. Gedrag
van mensen kan begrijpelijk worden gemaakt door het te plaatsen binnen
de evolutie
Evolutionaire psychologie
Uitgangspunten evolutionaire psychologie
- Hersenen zijn, net als alle andere onderdelen van het lichaam, de uitkomst
van een evolutionair proces
- Daaruit volgt dat, al is iedereen uniek, ieders geest ook kenmerken heeft
die terug te vinden zijn bij alle andere mensen (universeel). Deze worden
d.m.v. natuurlijke selectie (zie darwins theorie) doorgegeven van generatie
op generatie omdat ze helpen bij overleving dan wel voortplanting
- Deze universele kenmerken van de menselijke geest (=aanpassingen)
genoemd, zorgen ervoor dat onze gedragsmogelijkheden (die in theorie
oneindig zijn) gereduceerd worden tot een beperkt aantal
- Psychologische adaptaties (aanpassingen) zijn complex, bestaan uit
verschillende onderdelen, zijn functioneel gespecialiseerd en bovendien,
snel, automatisch en onbewust. Massive modularity hypothesis The mind is
a “a collection of instincts adapted for solving evolutionarily significant
problems - the mind as a Swiss Army knife
- Denk bv aan snel en gepast reageren op bijvoorbeeld een slang of op een
mogelijke ontrouwe partner, of aan de gevoelens van zorg die worden
opgewekt door baby’s en jonge dieren
Darwinstheorie
- Er is competitie om de beperkte hoeveelheid hulpbronnen en er is variatie
(verschillen) tussen soortgenoten
- De dieren die het beste zijn aangepast aan hun natuurlijke omgeving,
zullen het gemakkelijkst voedsel kunnen vinden, zich beter kunnen
verdedigen tegen aanvallers, beter bestand zijn tegen parasieten en
soepeler weten om te gaan met de eisen van klimaat en meer gezonde
nakomelingen produceren dan minder goed aangepaste soortgenoten
natuurlijke selectie, survival of the fittest.
- Onderscheiden adapties (aanpassingen) van eigenschappen die niet
bijdragen aan overleving en voortplanting