Portfoliobewijsmateriaal – Competentie 12d - Bewijs 2
“Voorbeeld rondom verbaal rapport maken - 1”
Niveau van Miller: DOES
8 juni 2024
Competentie 12: Empathisch vermogen
Indicator 12d: Verbaal rapport maken
Samenvatting: In dit bewijs leg ik uit hoe ik verbaal rapport maakte in het contact met een cliënt. Aan de hand van een situatieschets
illustreer ik welke technieken ik heb ingezet, en wat de effecten van deze technieken op ons contact zijn geweest.
Zoals in Bewijs 87: “Uitleg over verbaal rapport maken” staat beschreven bestaan er meerdere technieken om via woordgebruik
het contact met de cliënt te versterken. In het bewijs heb ik bovendien omschreven dat ik vanuit literatuuronderzoek ontdekt had dat ik
met mijn woordkeuze kan inspelen op de zintuigelijke processen van de cliënt. Die vorm van rapport maken heb ik pas het in het tweede
leerjaar van de opleiding ontdekt. In dit bewijs zou ik graag willen illustreren hoe het proces van rapport maken via predicaten werkt, en
hoe ik dit heb toegepast op een recent cliëntencontact om de onderlinge relatie met de cliënt te versterken.
Vanuit de literatuur over neurolinguïstisch programmeren (NLP) (Alaie, 2024c) ontdekte ik dat er gesteld wordt dat er een relatie
bestaat tussen de representatie van gedachten en de prikkeling van verschillende zintuiglijke centra. Voor elk van de vijf “klassieke”
zintuiglijke centra wordt aangenomen dat deze ook mentaal actief kunnen zijn. De interactie tussen gedachten en zintuigelijke centra
wordt ook wel een representatiesysteem genoemd (Alaie, 2024b). Ik ontdekte dat er voor ieder zintuig een eigen representatiesysteem is.
Zo kan het representatiesysteem visueel (zicht), auditief (gehoor), kinesthetisch (tast), olfactorisch (reuk) of gustatorisch (smaak) van
aard zijn. Voor ieder van deze representatiesystemen bestaan er woorden die geassocieerd worden met het zintuiglijke centrum dat het
representatiesysteem omvat. Dit worden binnen de NLP “predicaten” genoemd (Alaie, 2024a). Het zijn deze predicaten die kunnen helpen
om verbaal het rapport met de cliënt te versterken. Als de cliënt in het gesprek woorden uitspreekt die duiden op een specifiek
representatiesysteem (bijvoorbeeld visueel: visie, focus, perspectief etc.), dan kan ik als counselor mijn woordgebruik afstemmen om dit
representatiesysteem te prikken (bijvoorbeeld door: ik zie wat je zegt).
In een recent cliëntencontact heb ik ontdekt hoe goed het werkt om deze methode van verbaal rapport maken in te zetten. Het
contact betrof een cliënt die bij mij kwam omdat ze een moeilijke relatie had met haar stiefdochter. Ik merkte in het gesprek op gegeven
moment dat zij veel woorden inzette die op een kinesthetisch representatiesysteem duidden (tast). Deze woorden heb ik in onderstaande
dialoog in het oranje weergegeven. Daarop besloot ik om mijn woordkeuze (geel) hierop aan te passen, zodat ik verbaal rapport kon
maken.
1
“Voorbeeld rondom verbaal rapport maken - 1”
Niveau van Miller: DOES
8 juni 2024
Competentie 12: Empathisch vermogen
Indicator 12d: Verbaal rapport maken
Samenvatting: In dit bewijs leg ik uit hoe ik verbaal rapport maakte in het contact met een cliënt. Aan de hand van een situatieschets
illustreer ik welke technieken ik heb ingezet, en wat de effecten van deze technieken op ons contact zijn geweest.
Zoals in Bewijs 87: “Uitleg over verbaal rapport maken” staat beschreven bestaan er meerdere technieken om via woordgebruik
het contact met de cliënt te versterken. In het bewijs heb ik bovendien omschreven dat ik vanuit literatuuronderzoek ontdekt had dat ik
met mijn woordkeuze kan inspelen op de zintuigelijke processen van de cliënt. Die vorm van rapport maken heb ik pas het in het tweede
leerjaar van de opleiding ontdekt. In dit bewijs zou ik graag willen illustreren hoe het proces van rapport maken via predicaten werkt, en
hoe ik dit heb toegepast op een recent cliëntencontact om de onderlinge relatie met de cliënt te versterken.
Vanuit de literatuur over neurolinguïstisch programmeren (NLP) (Alaie, 2024c) ontdekte ik dat er gesteld wordt dat er een relatie
bestaat tussen de representatie van gedachten en de prikkeling van verschillende zintuiglijke centra. Voor elk van de vijf “klassieke”
zintuiglijke centra wordt aangenomen dat deze ook mentaal actief kunnen zijn. De interactie tussen gedachten en zintuigelijke centra
wordt ook wel een representatiesysteem genoemd (Alaie, 2024b). Ik ontdekte dat er voor ieder zintuig een eigen representatiesysteem is.
Zo kan het representatiesysteem visueel (zicht), auditief (gehoor), kinesthetisch (tast), olfactorisch (reuk) of gustatorisch (smaak) van
aard zijn. Voor ieder van deze representatiesystemen bestaan er woorden die geassocieerd worden met het zintuiglijke centrum dat het
representatiesysteem omvat. Dit worden binnen de NLP “predicaten” genoemd (Alaie, 2024a). Het zijn deze predicaten die kunnen helpen
om verbaal het rapport met de cliënt te versterken. Als de cliënt in het gesprek woorden uitspreekt die duiden op een specifiek
representatiesysteem (bijvoorbeeld visueel: visie, focus, perspectief etc.), dan kan ik als counselor mijn woordgebruik afstemmen om dit
representatiesysteem te prikken (bijvoorbeeld door: ik zie wat je zegt).
In een recent cliëntencontact heb ik ontdekt hoe goed het werkt om deze methode van verbaal rapport maken in te zetten. Het
contact betrof een cliënt die bij mij kwam omdat ze een moeilijke relatie had met haar stiefdochter. Ik merkte in het gesprek op gegeven
moment dat zij veel woorden inzette die op een kinesthetisch representatiesysteem duidden (tast). Deze woorden heb ik in onderstaande
dialoog in het oranje weergegeven. Daarop besloot ik om mijn woordkeuze (geel) hierop aan te passen, zodat ik verbaal rapport kon
maken.
1