Portfoliobewijsmateriaal – Competentie 12c - Bewijs 1
“Uitleg over non-verbaal rapport maken”
Niveau van Miller: DOES
22 maart 2024
Competentie 12: Empathisch vermogen
Indicator 12c: Non-verbaal rapport maken
Samenvatting: In dit bewijs leg ik uit wat het begrip rapport betekent. Vanuit daar licht ik toe wat non-verbaal rapport is, en op welke
manieren non-verbaal rapport gemaakt kan worden.
Om een duurzame vertrouwensrelatie met de cliënt tot stand te laten komen, is het voor mij als counselor essentieel dat ik
investeer in het opbouwen van een rapport. De term rapport betekent een goed contact met de cliënt, waarin er sprake is van onderling
vertrouwen en begrip. Dat ontdekte ik vanuit het Hupper-college “Professioneel Hulpverlenen” (Hupper, 2020) en literatuur over het
neurolinguïstisch programmeren (Alaie, 2024b). Uit de laatstgenoemde bron kwam ook de definitie naar voren dat rapport de energie is
die gecreëerd wordt tussen mensen zodra zij zich gezien, gehoord en gewaardeerd voelen. Dat vind ik een mooie gedachte, aangezien de
cliënt vanuit de erkenning van zijn gevoelswereld het vertrouwen kan vinden dat hij niet veroordeeld zal worden door de hulpverlener. Dat
vormt de onderlinge “klik” tussen de hulpverlener en zijn cliënt waarmee diepgang in het gesprek bereikt kan worden. Tegelijkertijd is
rapport voor de hulpverlener essentieel aangezien de ontvankelijkheid bij de cliënt voor de procesmatige begeleiding door de hulpverlener
versterkt wordt. Daarom is het voor mij belangrijk om met aandacht en respect het referentiekader van de cliënt af te tasten.
Die afstemming op het referentiekader van de cliënt wordt bereikt door empathie. Vanuit het Hupper-college heb ik ontdekt dat
empathie werken aan de onderlinge relatie betekent (Hupper, 2020). In tegenstelling tot sympathie, hetgeen een spontaan proces is,
vraagt empathie om actieve inzet van de hulpverlener. De hulpverlener moet allereerst zijn eigen levensverhaal en de bijbehorende
emoties leren kennen, om daar vervolgens afscheid van te nemen zodat het verhaal van de cliënt vanuit een zekere leegte kan worden
nagebouwd. In Bewijs 68: “Welke basishouding neem ik als counselor aan?” heb ik al omschreven dat die ruimte gecreëerd kan worden
door intentie van gedrag te scheiden, eigen normen, waarden en overtuigingen te parkeren en te beseffen dat iedere cliënt uniek is. Pas
dan kan er een empathische dialoog ontstaan. Vanuit het boek “Deskundig Hulpverlenen” (Egan, 2012) vond ik het mooi om te lezen dat
in een werkelijke dialoog geen van de deelnemers van tevoren inhoudelijk weet wat de uitkomst van het gesprek gaat zijn. Die inhoud
tracht ik als hulpverlener via verschillende technieken te achterhalen. Om op cognitief vlak te begrijpen wat er in de cliënt omgaat, op
affectief vlak te voelen wat de cliënt voelt, en op perspectivisch vlak te kijken zoals de cliënt kijkt kan ik technieken inzetten om rapport
maken. Daarmee identificeer ik mij niet met de cliënt, maar word ik de cliënt alsof ik hem zelf ben (Slaats, 2017).
Er wordt onderscheid gemaakt tussen non-verbaal en verbaal rapport opbouwen. Dat komt doordat communicatie lang niet alleen
via woorden, stemgebruik en zinswendingen verloopt. In verschillende seminars over NLP en de module Praktische Psychologie uit het
eerste studiejaar wordt het communicatiemodel van Albert Mehrabian aangehaald. Hij stelt met zijn 7-38-55-regel dat woorden slechts 7%
1
“Uitleg over non-verbaal rapport maken”
Niveau van Miller: DOES
22 maart 2024
Competentie 12: Empathisch vermogen
Indicator 12c: Non-verbaal rapport maken
Samenvatting: In dit bewijs leg ik uit wat het begrip rapport betekent. Vanuit daar licht ik toe wat non-verbaal rapport is, en op welke
manieren non-verbaal rapport gemaakt kan worden.
Om een duurzame vertrouwensrelatie met de cliënt tot stand te laten komen, is het voor mij als counselor essentieel dat ik
investeer in het opbouwen van een rapport. De term rapport betekent een goed contact met de cliënt, waarin er sprake is van onderling
vertrouwen en begrip. Dat ontdekte ik vanuit het Hupper-college “Professioneel Hulpverlenen” (Hupper, 2020) en literatuur over het
neurolinguïstisch programmeren (Alaie, 2024b). Uit de laatstgenoemde bron kwam ook de definitie naar voren dat rapport de energie is
die gecreëerd wordt tussen mensen zodra zij zich gezien, gehoord en gewaardeerd voelen. Dat vind ik een mooie gedachte, aangezien de
cliënt vanuit de erkenning van zijn gevoelswereld het vertrouwen kan vinden dat hij niet veroordeeld zal worden door de hulpverlener. Dat
vormt de onderlinge “klik” tussen de hulpverlener en zijn cliënt waarmee diepgang in het gesprek bereikt kan worden. Tegelijkertijd is
rapport voor de hulpverlener essentieel aangezien de ontvankelijkheid bij de cliënt voor de procesmatige begeleiding door de hulpverlener
versterkt wordt. Daarom is het voor mij belangrijk om met aandacht en respect het referentiekader van de cliënt af te tasten.
Die afstemming op het referentiekader van de cliënt wordt bereikt door empathie. Vanuit het Hupper-college heb ik ontdekt dat
empathie werken aan de onderlinge relatie betekent (Hupper, 2020). In tegenstelling tot sympathie, hetgeen een spontaan proces is,
vraagt empathie om actieve inzet van de hulpverlener. De hulpverlener moet allereerst zijn eigen levensverhaal en de bijbehorende
emoties leren kennen, om daar vervolgens afscheid van te nemen zodat het verhaal van de cliënt vanuit een zekere leegte kan worden
nagebouwd. In Bewijs 68: “Welke basishouding neem ik als counselor aan?” heb ik al omschreven dat die ruimte gecreëerd kan worden
door intentie van gedrag te scheiden, eigen normen, waarden en overtuigingen te parkeren en te beseffen dat iedere cliënt uniek is. Pas
dan kan er een empathische dialoog ontstaan. Vanuit het boek “Deskundig Hulpverlenen” (Egan, 2012) vond ik het mooi om te lezen dat
in een werkelijke dialoog geen van de deelnemers van tevoren inhoudelijk weet wat de uitkomst van het gesprek gaat zijn. Die inhoud
tracht ik als hulpverlener via verschillende technieken te achterhalen. Om op cognitief vlak te begrijpen wat er in de cliënt omgaat, op
affectief vlak te voelen wat de cliënt voelt, en op perspectivisch vlak te kijken zoals de cliënt kijkt kan ik technieken inzetten om rapport
maken. Daarmee identificeer ik mij niet met de cliënt, maar word ik de cliënt alsof ik hem zelf ben (Slaats, 2017).
Er wordt onderscheid gemaakt tussen non-verbaal en verbaal rapport opbouwen. Dat komt doordat communicatie lang niet alleen
via woorden, stemgebruik en zinswendingen verloopt. In verschillende seminars over NLP en de module Praktische Psychologie uit het
eerste studiejaar wordt het communicatiemodel van Albert Mehrabian aangehaald. Hij stelt met zijn 7-38-55-regel dat woorden slechts 7%
1