Portfoliobewijsmateriaal – Competentie 11c - Bewijs 1
“Hoe bewaak ik mijn grenzen?”
Niveau van Miller: DOES
15 juni 2024
Competentie 11: Ethisch verantwoord werken
Indicator 11c: Eigen grenzen van mogelijkheden bepalen
Samenvatting: In dit bewijs leg ik uit waar voor mij mijn eigen grenzen liggen in het contact tussen therapeut en cliënt. Dit illustreer ik
aan de hand van meerdere, persoonlijke voorbeelden.
Alhoewel gelijkwaardigheid creëren in het gesprek met de cliënt belangrijk is voor het opbouwen van rapport, is de relatie tussen
de counselor als hulpverlener en cliënt per definitie niet gelijk (Koocher & Keith-Spiegel, 2008). Die ongelijkheid vloeit voort uit het feit dat
de cliënt gevoelige informatie deelt met de therapeut om van de expertise van de therapeut gebruik te kunnen maken. Er is dus een
ongelijkheid wat betreft openheid, en een ongelijkheid rondom kennis en kunde. Om in die ongelijke relatie de behandeling volgens
ethische voorschriften te kunnen laten plaatsvinden, heb ik ontdekt dat het stellen van duidelijke grenzen van groot belang is ter
bescherming van de cliënt en van mij als counselor. Zulke grenzen kunnen betrekking hebben op de lengte van een sessie, de
gehanteerde toon tijdens de behandeling en het wel of niet onthullen van bepaalde persoonlijke informatie. Om te bepalen op wat voor
een terreinen zulke grenzen van belang zijn, heb ik veel gesprekken gevoerd met collega’s uit het vakgebied en uitgebreid
literatuuronderzoek gedaan. Daaruit heb ik de volgende aandachtspunten ontdekt: zelfonthullingen doen, speciale diensten ontvangen of
geven, duale en overlappende relaties onderhouden, vriendschappen aangaan, gevestigde normen respecteren en fysiek contact aangaan
(Gutheil & Gabbard, 1993). In dit bewijs werk ik voor elk van deze punten uit hoe ik mijn grens in het contact met de cliënt bewaak, en
illustreer ik met voorbeelden hoe ik hierin gegroeid ben.
Allereerst zou ik graag willen beschrijven hoe ik geleerd heb om mijn grens te bewaken op het gebied van zelfonthullingen. Het
delen van eigen ervaringen kan een belangrijke techniek zijn om het contact met de cliënt te versterken in Fase 1B van de
gespreksmethodiek van Egan (Egan, 2012). De cliënt kan zich hierdoor in de hulpverlener herkennen, wat verdere openheid stimuleert.
Toch riskeer ik als counselor ook een vervaging van de professionele grens die ik met cliënt onderhoud, zo leerde ik uit het interessante
boek “Liefde in Wonderland” (Boswijk-Hummel, 1997). De herkenning kan immers ertoe leiden dat de relatie transformeert in een van
lotgenoten of vrienden, hetgeen rolconflicten teweeg kan brengen. Om ervoor te zorgen dat ik mij als counselor niet nodeloos blootgeef,
probeer ik de vraag te blijven stellen of de cliënt ermee geholpen is als ik informatie over mijzelf deel. Het is van belang dat de counselor
tracht de cliënt te begrijpen en in zijn systeem probeert te komen, niet andersom. Dit zou ik graag willen illustreren aan de hand van een
proefcliënt die bij mij kwam die met bepaalde fysieke klachten waar ik mijzelf ook in herkende. In het Fase 1B-gesprek dat ik met deze
cliënt voerde heb ik er toen alleen voor gekozen te delen dat ik de gevoelens van de cliënt herkende aangezien ik ook eens met fysieke
klachten te maken had gehad, zonder op de details van mijn klachten in te gaan. Zo kon ik de verbinding met de cliënt versterken zonder
dat ik de aandacht van het verhaal van de cliënt te veel zou afleiden en mijn persoonlijke grenzen rondom dit thema zou overschrijden.
1
“Hoe bewaak ik mijn grenzen?”
Niveau van Miller: DOES
15 juni 2024
Competentie 11: Ethisch verantwoord werken
Indicator 11c: Eigen grenzen van mogelijkheden bepalen
Samenvatting: In dit bewijs leg ik uit waar voor mij mijn eigen grenzen liggen in het contact tussen therapeut en cliënt. Dit illustreer ik
aan de hand van meerdere, persoonlijke voorbeelden.
Alhoewel gelijkwaardigheid creëren in het gesprek met de cliënt belangrijk is voor het opbouwen van rapport, is de relatie tussen
de counselor als hulpverlener en cliënt per definitie niet gelijk (Koocher & Keith-Spiegel, 2008). Die ongelijkheid vloeit voort uit het feit dat
de cliënt gevoelige informatie deelt met de therapeut om van de expertise van de therapeut gebruik te kunnen maken. Er is dus een
ongelijkheid wat betreft openheid, en een ongelijkheid rondom kennis en kunde. Om in die ongelijke relatie de behandeling volgens
ethische voorschriften te kunnen laten plaatsvinden, heb ik ontdekt dat het stellen van duidelijke grenzen van groot belang is ter
bescherming van de cliënt en van mij als counselor. Zulke grenzen kunnen betrekking hebben op de lengte van een sessie, de
gehanteerde toon tijdens de behandeling en het wel of niet onthullen van bepaalde persoonlijke informatie. Om te bepalen op wat voor
een terreinen zulke grenzen van belang zijn, heb ik veel gesprekken gevoerd met collega’s uit het vakgebied en uitgebreid
literatuuronderzoek gedaan. Daaruit heb ik de volgende aandachtspunten ontdekt: zelfonthullingen doen, speciale diensten ontvangen of
geven, duale en overlappende relaties onderhouden, vriendschappen aangaan, gevestigde normen respecteren en fysiek contact aangaan
(Gutheil & Gabbard, 1993). In dit bewijs werk ik voor elk van deze punten uit hoe ik mijn grens in het contact met de cliënt bewaak, en
illustreer ik met voorbeelden hoe ik hierin gegroeid ben.
Allereerst zou ik graag willen beschrijven hoe ik geleerd heb om mijn grens te bewaken op het gebied van zelfonthullingen. Het
delen van eigen ervaringen kan een belangrijke techniek zijn om het contact met de cliënt te versterken in Fase 1B van de
gespreksmethodiek van Egan (Egan, 2012). De cliënt kan zich hierdoor in de hulpverlener herkennen, wat verdere openheid stimuleert.
Toch riskeer ik als counselor ook een vervaging van de professionele grens die ik met cliënt onderhoud, zo leerde ik uit het interessante
boek “Liefde in Wonderland” (Boswijk-Hummel, 1997). De herkenning kan immers ertoe leiden dat de relatie transformeert in een van
lotgenoten of vrienden, hetgeen rolconflicten teweeg kan brengen. Om ervoor te zorgen dat ik mij als counselor niet nodeloos blootgeef,
probeer ik de vraag te blijven stellen of de cliënt ermee geholpen is als ik informatie over mijzelf deel. Het is van belang dat de counselor
tracht de cliënt te begrijpen en in zijn systeem probeert te komen, niet andersom. Dit zou ik graag willen illustreren aan de hand van een
proefcliënt die bij mij kwam die met bepaalde fysieke klachten waar ik mijzelf ook in herkende. In het Fase 1B-gesprek dat ik met deze
cliënt voerde heb ik er toen alleen voor gekozen te delen dat ik de gevoelens van de cliënt herkende aangezien ik ook eens met fysieke
klachten te maken had gehad, zonder op de details van mijn klachten in te gaan. Zo kon ik de verbinding met de cliënt versterken zonder
dat ik de aandacht van het verhaal van de cliënt te veel zou afleiden en mijn persoonlijke grenzen rondom dit thema zou overschrijden.
1