Inleiding
In 1500 heeft een Italiaanse wiskundige Luca Pacioli het boekhouden voor het eerst beschreven in
het boek "Summa de Arithmetica, Geometria, Proportioni et Proportionalita". Daar heeft hij 27
pagina’s gewijd aan het dubbelboekhouden. Dit wordt beschouwd als het meest invloedrijke werk in
het moderne kapitalisme. Hij heeft het zeker niet uitgevonden want dat bestond al in het toenmalige
Venetië, maar hij was de eerste die het op papier zette. Leonardo da Vinci heeft lessen gevolgd bij
Luca Pacioli en heeft vele boeken van hem geïllustreerd.
Onvoldoende financiële kennis is vaak de fout van vele faillissementen. De gevolgen kunnen groot
zijn, zoals vorig jaar werd de voetbalclub failliet verklaard omdat ze bepaalde restaurantrekeningen
niet betaalt hadden.
Ook de overheid is er wel achter gekomen dat dubbel boekhouden een heel belangrijk element is, er
is onlangs een nieuwe wet bijgekomen; de vennootschapswetgeving. Bij de opstart moeten
ondernemingen een financieel plan uitwerken waarin wordt verklaard wat de verschillende
financieringsbronnen zijn, er moet een geprojecteerde balans na 12 en 24 maanden worden
opgesteld en een geprojecteerde resultatenrekening met alle verwachte inkomsten en uitgaven.
Financiële beroepen zijn enorm begeerd. Ze hebben financiële mensen erg nodig in een organisatie.
Deze beroepen zijn ook minder gevoelig voor crisis, ze blijven financiële mensen nodig hebben, zeker
ook in crisis en ze worden ook zeer goed betaald.
Topic 1: Boekhouden - definitie en situering
Oorsprong boekhouden
Dat zijn eigenlijk de activiteiten van de onderneming of een organisatie, de meeste ondernemingen
gaan bepaalde inkomen doen (bepaalde goederen aankopen om producten te gaan vervaardigen, bv
hout om houten banken te kunnen maken maar het kan ook gaan over diensten bv advies dat je gaat
aankopen of zelfs elektriciteit). Als je dan iets aankoopt kan je dat contant betalen maar in de
ondernemingswereld gaan dit dikwijls niet contant worden betaald maar wordt dat pas binnen en
maand betaald en zo ontstaan er schulden t.o.v. de leverancier. Die leverancier geeft je een factuur
en laat je toe om nog een beetje te wachten met de betaling. Je gaat ook bepaalde zaken aankopen
voor op langere termijn en dat gaat men dan investeringen noemen bv een gebouw aankopen of
machines. Dus ondernemingen kopen dingen aan om bepaalde dingen te gaan produceren (goederen
of diensten). Die diensten en goederen gaan ze dan proberen te verkopen en zo ga je opbrengsten
genereren. Het kan zijn dat je klant contant betaald (zoals bij Colruyt) of dat die ook uitstel krijgt, in
dat geval ontstaat er een vordering te opzichte van je klant. Op een bepaald moment wil je die
vorderingen gaan innen. Dit zijn allemaal activiteiten in een onderneming.
Doelstelling van het boekhouden: informatie verstrekken over de verschillende bedrijfscyclussen;
operationele cyclus, investeringscyclus, financieringscyclus. De operationele cyclus zijn alle
activiteiten die te maken hebben met de dagdagelijkse activiteiten van de onderneming (bv zaken
aankopen en verkopen op korte termijn, de lonen die je uitbetaalt…). De investeringscyclus heeft
eerder een langer termijnperspectief, dat gaat over de investeringen die je doet op lange termijn
(machines aankopen, gebouwen…). De financieringscyclus is eigenlijk he hele financiële plaatje, hoe
ga je al die operationele beslissingen gaan financieren op korte termijn, kijken of je voldoende
1
,middelen hebt om die korte termijnbetalingen te doen (kortermijnschulden ten opzichte van de
bank…) en ook de investeringen op langere termijn gaan bekijken natuurlijk.
De doelstelling is verzamelen, verwerken en rapporteren van financiële informatie van een
organisatie en het rapporteren over deze informatie aan beslissing nemers.
Er zijn verschillende gebruikers van die financiële informatie: interne en externe gebruikers. De
interne gebruikers zijn de managers. De externe gebruikers zijn heel veel soorten gebruikers zoals de
aandeelhouders, kredietverschaffers (banken en leveranciers die de organisatie later laten betalen)
en ook de klanten, de werknemers om te weten of zij voor een gezonde organisatie werken, ook de
overheid zijn externe gebruikers om te zien hoeveel belastingen er moeten betaalt worden. DUS wie
gaat deze financiële informatie allemaal gebruiken?
• Aandeelhouders
• Schuldeisers: financiële instellingen
• Schuldeisers: leveranciers
• Andere zakenpartners: klanten, concurrenten, overnemers
• Werknemers
• Overheid
• Maatschappij
• Managers
Voorbeeldjes hiervan zie ppt krantenartikelen
Aandeelhouders: deze informatie wordt doorgegeven op de algemene aandeelhoudersvergadering,
daar is ook al veel fout gelopen bv faillissement van Lernout & Hauspie, beleggers van FNG,
faillissement van Fortis… (zie krantenartikeltjes als voorbeeld, deze moeten niet gekend worden voor
examen). Aandeelhouders krijgen een dividend voor het risico dat ze geld steken in deze
onderneming.
Financiële instellingen: om te zien welke waarborgen ze gaan nemen, hoeveel ze gaan lenen aan hun,
welke rentevoet…
Leveranciers: de meeste leveranciers laten toe dat klanten later betalen en dat is zekere een risico
omdat als de klanten failliet gaan krijgen zij hun geld niet. Wat bewezen is in België is dat de klanten
geen goede betalers zijn op tijd.
Klanten: als klanten investeringen doen met voorafbetalingen en dan als de onderneming failliet gaat
krijg je ook nooit je geld terug. Vb: Morres Meubelen en Thomas Cook.
Concurrenten en overnemers: voorbeeldje: Omega Pharma, die hadden hun cijfers opgekrikt zodat
de overnemers meer moesten betalen om het over te nemen.
Werknemers: de gevolgen van een faillissement zijn niet goed voor de werknemers
Overheid: belastingen te bepalen en beleid uit te stippelen (als het in bepaalde sectoren niet goed
gaat kunnen ze die ondersteunen met subsidies) voorbeeldje: stroomtaksen (plafond te maken)
Managers: alleen de financiële informatie uit een boekhouding is zeker niet voldoende voor hen om
managers de juiste beslissingen te laten nemen, ze hebben meer gedetailleerde informatie nodig,
ook toekomstgerichte informatie is nodig bij het maken van belangrijke beslissingen
Hoe verhoudt boekhouden zich tot andere deelaspecten van accountancy. Accountancy is een tak in
de bedrijfseconomie waarbij we een onderscheid maken tussen Financial accounting, auditing
(financiële informatie gaan controleren), fiscaliteit (belastingen) en management accounting (dus de
meer gedetailleerde informatie voor managers) . Financial accounting gaan we in deze cursus zien.
2
,Verschil tussen management accounting (beleidsboekhouden) en financial accounting (financieel
boekhouden).
Financieel boekhouden Beleidsboekhouden
Publiek Extern Intern
Doel Rapporteert prestaties Informatie voor interne
verleden besluiten
Basis besluiten externe Feedback en controle
partijen
Tijdigheid Historisch Zowel retrospectief als op de
Vertraagd toekomst gericht
Prestaties van de vorige Actueel
periode
Beperkingen Gereguleerd volgens Geen regels
wetgeving,
boekhoudingsprincipes omdat
we heel objectieve informatie
willen die we goed kunnen
controleren
Soort informatie Enkel financieel Financieel en niet-financieel
Aard van de informatie Objectief Subjectiever
Controleerbaar Bevat waardeoordelen
Omvang Geaggregeerd, informatie van Gedetailleerd
de onderneming als geheel
Boekhoudprincipes en wetgevend kader: we hebben informatie die bruikbaar is, de informatie moet
dus betrouwbaar, duidelijk, vergelijkbaar en relevant zijn. Al deze kenmerken van bruikbare
informatie worden gereflecteerd in de algemene boekhoudprincipes.
1. Principes met betrekking tot de fundamenten van de boekhouding
- De boekhoudkundige entiteit: men moet alle boekhoudkundige gegevens beperken
tot de activiteiten van de onderneming. De privé activiteiten van de personen die de
onderneming leiden die mogen daar niet in worden opgenomen.
- Principe van periodiciteit: alle rapporten moeten gemaakt worden op het einde van
de vooraf gedefinieerde periode (elke 12 maanden)
- Continuïteitsbeginsel (going concern): we gaan ervan uit dat de onderneming zal
blijven bestaan
- Kwantitatief: gegevens die op een objectieve wijze kwantificeerbaar zijn mogen
opgenomen worden in de boekhouding. Dat gaat bijdragen tot een grotere
objectiviteit maar dat wil ook zeggen dat bepaalde zaken niet mee kunnen worden
opgenomen in de boekhouding zoals de tevredenheid van de werknemers
- Getrouw beeld (true & fair view): men gaat ervan uit dat de jaarrekeningen een
getrouwd beeld gat geven van het vermogen, de financiële positie en de resultaten
van de onderneming. Dit principe is het belangrijkste.
2. Principes met betrekking tot de waarderingsregels: hoe men verschillende bestanddelen van
de onderneming gaat waarderen:
- Geldwaarde-uitdrukking (money meaurement): alle gegevens moeten in monetaire
termen opgezet zijn ( niet 5 kg aan aardappelen maar 2 Euro aan aardappelen)
- Historische kost: alle financiële gegevens moeten geregistreerd worden aan hun
historische kost, dat ze gewaardeerd moeten worden aan hun aanschaffingswaarde
3
, - Realisatieprincipe: alle opbrengsten moeten geboekt worden op het moment dat die
rechten overgaan van de ene partij op de andere opbrengsten mogen pas worden
geboekt op het moment dat goederen of diensten geleverd zijn
- Overeenstemmingsprincipe (matching): alle kosten die gepaard gaan met bepaalde
opbrengen moeten in dezelfde periode geboekt worden, dus als je opbrengsten in
een specifieke periode opneemt dan moet je ook de kosten die daar aan vasthangen
ook in die periode opnemen. Samen met het realisatieprincipe is dit het
toerekeningsprincipe (in welke periode we de opbrengsten en kosten moeten
opnemen)
- Materialiteit: de basisregels van het boekhouden dienen toegepast te worden op alle
niet verwaarloosbare posten, de geldwaarde in een boekhouding mag bijvoorbeeld
niet tot 10 cijfers na de komma weergegeven zijn, je moet altijd gaan kijken naar wat
het relatieve belang is
- Voorzichtigheid: het gerapporteerde resultaat moet een betrouwd beeld geven van
de realiteit, je mag de kosten en de schulden niet onderschatten en de opbrengsten
en bezittingen niet mag overdrijven
- Consistentie: je mag bepaalde boekhoudkeuzes maken maar je mag die niet meer
veranderen doorheen de tijd want dan kan je niet meer goed gaan vergelijken
- Volledigheid (full disclosure): je moet alles rapporteren, alle activiteiten.
- Compensatieverbod: Je mag geen compensatie gaan doen als je vind dat het een
nuloperatie is als bv het ene bedrijf koopt bij jouw bedrijf en jij ook bij hun voor
dezelfde prijs moet je het er ook inzetten.
- Objectiviteitbeginsel: je moet alles zo objectief mogelijk gaan registeren
Principe van verantwoordingsstukken: voor alles een bewijsstuk gaan leveren bv
facturen bijhouden…
Die verschillende principes liggen aan de basis van het boekhoudrecht, als je de algemene
boekhoudprincipes niet volgt kunnen de gevolgen heel groot zijn. Bv het faillissement van Lernout&
Hauspie werden er zoveel boekhoudprincipes geschonden waardoor dat de boekhouding geen goed
beeld meer gaf van de onderneming en zo gingen ze failliet. Mensen kunnen hierdoor ook
veroordeeld worden. + zie nog voorbeeldjes ppt. Voorbeeldje 3: realisatieprincipes werden
geschonden.
Belgische boekhoudwetgeving is recent zeer sterk gewijzigd, dit waren de belangrijkste wijzigingen in
40 jaar tijd. Zie linken ppt (wetten wordt niet bevraagd)
Meest relevante wetgeving:
• Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
• Wetboek van Economisch Recht
Verschillende soorten vennootschappen met verschillende rapporteringsverplichtingen (Deze cursus:
focus op de Naamloze Vennootschap (NV)).
Belangrijk om weten: er bestaan nog andere soorten vennootschappen:
• Besloten Vennootschap (BV) -- vroegere: BVBA
• Coöperatieve vennootschap (CV)
• Vennootschap Onder Firma (VOF)
• Commanditaire Vennootschap (CommV)
• Maatschap
4
,Afhankelijk van het soort aan onderneming mag je ook een verschillende rapportering gaan
gebruiken. Er zijn 3 standaardmodellen:
• Volledig model voor de ‘grote’ vennootschappen en al de beursgenoteerde
vennootschappen
• Verkort model voor de kleine vennootschappen
• Micromodel voor microvennootschappen
De verschillende modellen zijn beschikbaar via het Belgisch staatsblad en de nationale bank. In deze
cursus gaan we ons bezighouden met het volledige model.
Micro-vennootschappen
• Zijn kleine vennootschappen met rechtspersoonlijkheid die op datum van de jaarafsluiting
geen dochtervennootschap of moedervennootschap zijn
• en die niet meer dan één der volgende criteria overschrijden:
Jaargemiddelde van het personeelsbestand: 10
Jaaromzet, excl. BTW: 700.000 EUR
Balanstotaal: 350.000 EUR
→ Een kleine, niet beursgenoteerde onderneming die gedurende 2 opeenvolgende
boekjaren aan de criteria van een microvennootschap beantwoordt, mag een micromodel
gebruiken voor het opmaken en neerleggen van haar jaarrekening
Kleine ondernemingen
• Zijn deze vennootschappen met rechtspersoonlijkheid die op balansdatum van het laatst
afgesloten boekjaar, niet meer dan één der volgende criteria overschrijden:
Jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50
Jaaromzet, excl. BTW: 9 000 000 euro
Balanstotaal: 4 500 000 euro
• Een niet beursgenoteerde onderneming die gedurende 2 opeenvolgende boekjaren klein is
mag het verkort model gebruiken voor het opmaken en neerleggen van hun jaarrekening
• Idem aan micro-vennootschap, maar toelichting iets uitgebreider
Middelgrote ondernemingen – bestaat niet in Belgische wetgeving
Grote ondernemingen
• Indien zij, op datum van het laatst afgesloten boekjaar, meer dan één van de volgende
limieten overschrijdt:
Jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50
Jaaromzet (exclusief btw): 9.000.000 EUR
Balanstotaal: 4.500.000 EUR
• → Een onderneming die gedurende 2 opeenvolgende boekjaren 'groot' is of die
beursgenoteerd is, moet het volledig model gebruiken voor het opmaken en neerleggen van
haar jaarrekening
5
,Topic 2: Basisaspecten van dubbel boekhouden
1. Boekhouden: enkele definities
DEF boekhouden: Boekhouden is het verzamelen en verwerken (analyseren, meten en registreren)
van beslissingen en activiteiten binnen een organisatie overeenkomstig volgens de
boekhoudprincipes/boekhoudrecht.
DEF boekhouding: het concretiseren van boekhouden in boeken, fiches, bestanden,…
DEF jaarrekening: periodieke synthese van de registratie
• Enkelvoudige jaarrekening: jaarrekening van 1 onderneming
• Geconsolideerde jaarrekening: grotere ondernemingen, jaarrekening voor de hele groep
Wat voor informatie vinden we in een jaarrekening?/ Aan welke informatie is er nood?
• Staat van de bezittingen en de schulden → Balans: soort van foto, we nemen een foto van de
onderneming op dat moment
• Opbrengsten en kosten → resultatenrekening: niet van 1 moment maar over een periode
• Additionele informatie → toelichting
Balans, resultatenrekening en toelichting maken samen de jaarrekening.
2. Stelsels van boekhouden
Cameralistisch of kasboekhouden ~ cash-based accounting: hierbij gaan we opbrengsten en uitgaven
herkennen op het moment dat er contanten worden ontvangen of uitbetaald. Dit is heel goedkoop
en makkelijk. Dit is gebruikt bij organisaties zoals studentenverenigingen maar voor grotere
organisaties gaat dit niet volstaan.
Enkel boekhouden en dubbel boekhouden ~ accrual-based accounting: boekhouding op basis van
transacties, inkomsten worden opgenomen op het moment dat ze worden verdiend en kosten
worden geregistreerd op het moment dat er een verplichting wordt aangegaan en dit staat volledig
los van het moment waarop contanten worden ontvangen of uitbetaald. Hier is enkel boekhouden
ook weer een vereenvoudiging van het dubbel boekhouden, bij enkel boekhouden gaan we een
aantal boeken bijhouden:
• Een financieel dagboek
• Een aankoopboek
• Verkoopboek
• Inventarisboek
3. Grondregels voor het dubbel boekhouden:
• Dubbel Effect Principe of Dual Effect Principle: we gaan het bedrag er altijd 2 keer inschrijven
(debiteren en crediteren), als je de factuur ontvangt dan ga je die aankoop gaan registreren
en we gaan op hetzelfde moment ook registreren dat er een schuld ontstaat ten opzichte van
die leverancier. We gaan die 2 zijdes van het verhaal telkens gaan registreren. Het gevolg
daarvan is dat het totaal aan credits gelijk moet zijn aan het totaal van debits
• Zaaktheorie of Entiteitsbeginsel, Business Entity Concept / Seperate Entity Principle: de zaak
is een zelfstandige eenheid met bezittingen (B) en schulden (S) en is onafhankelijk van de
eigenaar dus we gaan een boekhouding voeren puur over de bezittingen en schulden van
een onderneming, niet over het privévermogen van eigenaar en niet over andere
organisaties/ondernemingen.
• Boekhoudkundige vergelijking, Accounting Equation Principle: De zaak of onderneming heeft
bezittingen: B en heeft deze gefinancierd: S. Hoe gefinancierd? Met eigen vermogen (Se) = de
6
, “schuld” van de zaak aan de eigenaars of eigen middelen en met vreemd vermogen (Sd) = de
schuld ten aanzien van derden.
Bezittingen (B) = Eigen vermogen (Se) + Vreemd vermogen (Sd)
Assets = Capital + Liabilities
De zaak = de onderneming en leidt een volledig zelfstandig en onafhankelijk leven
Schulden aan de rechterkant hier & bezittingen van onderneming links op figuur en deze zijn gelijk
aan elkaar => kern van boekhouden: je kan enkel uitgeven wat je hebt!
4. Balans= momentopname van alles bezittingen en schulden op 1 specifiek moment
7
,Balans ≠ Jaarrekening
Jaarrekening = balans + resultatenrekening + toelichting
Soorten balansen:
• Beginbalans: balans op het begin van het jaar
• Eindbalans: balans op einde van het jaar (beginbalans van deze periode is dezelfde als de
eindbalans van de vorige periode => continuïteitsprincipe)
• Tussentijdse balans: balans in het midden van het jaar (elke 3 maanden)
• Oprichtingsbalans: bij een nieuwe opgerichte onderneming
• Balans van de enkelvoudige jaarrekening: voor 1 enkele onderneming
• Geconsolideerde balans : voor een groep van ondernemingen
• Fiscale balans : los van de commerciële balans (alle schulden en B) heeft als doel de grootte
voor te stellen van de gemaakte winst en die de fiscus helpt bepalen hoeveel belastingen er
moeten genomen worden
• Proef- en saldibalans : geen wettelijke verplichting, wordt gebruikt als controlemiddel, of ze
technisch correct zijn ingeboekt, hulpmiddeltje in de boekhouding
• Etc.
De wet geeft aan hoe de balans er moet uitzien (T-vorm). Zo:
Legende :
Materiële vaste activa: gebouwen, machines…
Immateriële vaste activa: patenten
Financiele vaste activa: Aandelen in andere ondernemingen om die te behouden
(dochterondernemingen)
Voorraden en BIU (bestellingen in uitvoering): iets dat we maken specifiek voor een klant, iets dat
een klant moet bestellen (gepersonaliseerd of niet)
Vorderingen: of we nog geld tegoed hebben van onze klanten
Geldbelegingen: beleggingen die we doen met ons geld op korte termijn
Liquide middelen: geld dat we ter beschikking hebben (op bankrekening, in de kassa)
Inbreg: ingebracht door de eigenaars van de onderneming
Reserves en overgedragen winsten: het vermogen dat in de onderneming is blijven zitten doordat ze
winst hebben gemaakt, zo kan het eigen vermogen groeien
Voorzieningen: een schuld die je voorziet, nog niet een echte schuld maar je voorziet dat je
binnenkort iets gaat moeten uitgeven bv onderhoudswerekn die alle zoveel jaren terugkomt
8
,Start boekhouding=beginbalans
• Nieuwe onderneming: oprichtingsbalans
• Bestaande onderneming: eindbalans vorig boekjaar
5. Resultatenrekening= opbrengsten en kosten over een specifieke periode
• Resultatenrekening (RR) geeft netto-vermogenswijziging weer
• Formele voorstelling van het resultaat van een onderneming over een bepaalde periode
• “Complement” voor de balans: balans is op een moment
• Het zgn. boekhoudkundig evenwicht verschuift van balansniveau naar de globale
boekhouding (balans + RR)
• Slechts bij het einde van het boekjaar wordt de EINDBALANS terug IN EVENWICHT gebracht
door de RESULTAATTOEWIJZING (d.w.z. de winst of het verlies wordt opgenomen in de
EINDBALANS). Dus op het einde breng je je resultaat in, in de balans en dan is het weer mooi
in evenwicht.
Topic 3: Boeken in grootboek en journaal p24-43
Structuur van het Minimum Algemeen Rekeningenstelsel (MAR)
• Klasse 1: Eigen vermogen, P (10/15)
Voorzieningen en uitgestelde belastingen, P (16)
Schulden op meer dan één jaar, P (17)
• Klasse 2: Vaste activa, A (20/28)
Vorderingen op meer dan één jaar, A (29)
• Klasse 3: Voorraden, A (30/36)
Bestellingen in uitvoering, A (37)
• Klasse 4: Vorderingen op ten hoogste één jaar, A (40/41)
Schulden op ten hoogste één jaar, P (42/48)
Overlopende rekeningen, A+P (49)
• Klasse 5: Geldbeleggingen, A (50/53)
• Liquide middelen, A (54/58)
------------------------------------------------------------
= BALANSREKENINGEN
• Klasse 6: Kosten: Bedrijfskosten (60/64)
Financiële kosten (65)
Niet-recurrente kosten (66)
• Klasse 7: Opbrengsten: Bedrijfsopbrengsten (70/74)
Financiële opbrengsten (75)
Niet-recurrente opbrengsten (76)
--------------------------------------------------------------------------------------------
= RESULTATENREKENINGEN
9
, We gaan dat op 2 manieren noteren, in het grootboek en in het journaal. Het grootboek is de
verzameling van alle rekeningen: actiefrekeningen, passiefrekeningen, kostenrekeningen en
opbrengstenrekeningen. Het journaal is een bestand waarin op chronologische volgorde
gebeurtenissen worden genoteerd volgens een geijkte formule.
Voorbeeld journaal
Nr. Datum Reknr. Omschrijving Debet Credit
Debet
@ Credit
…
Openen van het boekjaar
• Startpunt boekhouding = beginbalans
• Op basis van de beginbalans worden alle rekeningen geopend
• Voor elke balanspost worden één of meerdere rekeningen geopend, zowel in Grootboek als
in Journaal
STAP 1: opening in grootboek en journaal
STAP 2: Uitsplitsen van MVA over aanschaffingswaarde (.0) en geboekte afschrijvingen (.9)
Afschrijvingen = Boekhoudkundig middel om last van uitgave over meerdere jaren te verdelen
• Toepassingsgebied:
- Vaste activa met beperkte gebruiksduur (Oprichtingskosten, IMVA en MVA) die
meerdere jaren bijdragen tot de productie en de resultaatvorming
- Nooit voor vaste activa met onbeperkte levensduur (terreinen) ➔
waardeverminderingen
Het boeken van transacties tijdens het boekjaar
10