zahra vincke - 2024 - cognitieve psychologie II
Cognitieve Psychologie II
2024
Hoofdstuk 13 : De architectuur van het geheugen
1. Inleiding
● Ons geheugen is modulair (opgebouwd uit versch systemen) en reconstructief (losse
fragmenten wordt opnieuw gereconstrueerd)
● Klassiek onderscheid: declaratief vs. non-declaratief
● Declaratief: expliciete kennis
○ semantisch (feitenkennis)
○ episodisch (persoonlijke herinneringen)
● Non-declaratief: geen bewuste toegang! (door vaak, gecontroleerd te herhalen)
○ vaardigheden
○ detectie van regelmaat
● Kennis van het verleden nuttig voor “voorspellen” van de toekomst
○ stelt ons in staat om mentaal te “tijdreizen”
2. De architectuur van het geheugen
● Karl Lashley’s zoektocht nr het engram vs Henry Molaison’s mislukte hersenoperatie
○ HM: hippocampus verwijdert na last van hevige epilepsie
○ kon geen nieuwe herinneringen aanmaken, maar wel vaardigheden leren
○ Milner: HM wel nog KT maar LTG vertoord
○ !bleek later dat deel van hippocampus niet verwijderd was + schade
frontaalkwab!
■ kon wel nog beter worden in spiegeltekenen, ook al niet besef
■ declaratief >< impliciet
○ Lashley: zocht locatie van geheugen (engram), door ratten te trainen en
laesie in verschillende delen van de cortices aan te brengen
○ =>geheugen niet op één plek, maar verspreid
○ equipotentialiteit: ieder deel van cortex in gelijke mate bijdragen aan opslag
van herinnering
○ mass action: snelheid van leren ~ hoeveelheid cortex beschikbaar
○ + verloren vaardigheden opnieuw aanleren: tijd lineair met hoeveelheid
beschadigd weefsel
2.1. Architectuur vs processen
vergelijking Lashley en HM
● lijkt inconsistent: HM~in hippocampus vs Lashley~verspreid
● MAAR
○ Lashley:
■ doolhof: expliciet+impliciet
1
, zahra vincke - 2024 - cognitieve psychologie II
■ cortex
○ HM
■ hippocampus
■ geheugensporen
=>geheugensporen kunnen in cortex, oiv hippocampus
Architectuur: - Waar wordt info opgeslagen?
- Onderscheid L- en KTopslag
Processen: - Welke cognitieve en neurale processen zijn hierbij
betrokken?
- Ophaling, opslag en manipulatie van info
- Opslaan, vasthouden en evalueren van taakdoelen
DE ARCHITECTUUR VAN HET GEHEUGEN
● 2 delen:
○ LTopslag
■ bewuste toegang
■ onbewuste toegang
○ KTopslag
GEHEUGENPROCESSEN
● KTG: zie H14
3. Overzicht van LTGsystemen
● Het klassieke onderscheid tssn declaratief en non-declaratief geheugen systemen
● declaratief: episodisch (persoonlijke herinneringen) en semantisch (feiten)
● non-declaratief:
○ habituatie en sensitisatie: langdurig
○ klassieke conditionering: langdurig
○ priming: presentatie van stimulus resulteert in tijdelijke activatie van
semantische netwerk, waardoor toegang tijdelijk gefaciliteerd wordt
○ procedurele geheugen: vaardigheden opslaan
=>TE SIMPLISTISCH!
2
, zahra vincke - 2024 - cognitieve psychologie II
4. Amnesie
● Geheugenverlies veroorzaakt door:
○ traumatisch hersenletsel
○ bilaterale beroerte
○ chronisch alcoholmisbruik
->onderzoek vaak bij syndroom van Korsakoff (vitamine B-deficiëntie door
alcoholmisbruik)
MAAR 4 problemen
1) ontwikkelt zich langzaam & gradueel: moeilijk vaststellen welke
gebeurtenissen voor onset en welke erna
2) zeer diffuus: meestal mediale temporale kwab en hippocampus, maar ook
vaak frontaal (andere cogn problemen)
3) veel individuele verschillen->moeilijk te generaliseren (vb. soms Wernickes
encefalopathie)
4) niet in staat rechtstreekse impact van hersenbeschadiging op LTG door
plasticiteit en compensatie strategieën
->4 eigenschappen van amnesie-syndroom;
1) anterograde amnesie (zie HM)
2) retrograde amnesie
3) KTGfuncties intact
4) vaardigheden leren intact
->onderzoek: anterograde en retrograde in dezelfde hersengebieden?
sterke correlatie, maar lager wnr andere hersengebieden mee onderzocht werden
● onderscheid tssn:
○ anterograde amnesie: vanaf schade geen nieuwe gemaakt
■ meestal anterograde met beetje retrograde
○ retrograde amnesie: herinneringen van voor schade
● Vaak hopeloos incorrect gerepresenteerd in films en stripverhalen
○ vaak retro ipv antero
5. Het declaratief geheugen
● Endel Tulving
○ episodisch vs semantisch geheugen
● episodisch geheugen
○ laat ontwikkelenden snel aftakelend
○ op het verleden gericht
○ relatief gevoelig voor neurale dysfuncties
○ mentaal terug in de tijd reizen
● semantische geheugen
○ niet aan de tijd of plaats gebonden
○ abstractie obv meerdere persoonlijke ervaringen
3
, zahra vincke - 2024 - cognitieve psychologie II
○ feitenkennis: eerst gerelateerd aan persoonlijke ervaringen, dan pas
veralgemeend
● evidentie obv dubbele dissociatie
● semantische verwerking
○ abstractie van kennis uit persoonlijke ervaringen
● hersenbeschadigingen:
○ hippocampus of fornix:
■ vooral problemen met het episodisch geheugen, minder met
semantische
■ vooral LTG
○ semantische dementie:
■ vooral problemen met het semantisch geheugen (vervaging van
begrippen)
■ verlies conceptuele kennis, episodische intact
■ degeneratie van anterieure temporale kwabben (semi-permanente
opslag ><perirhinale cortex & entorhinale cortex (=semantische
herinneringen))
○ retrograde amnesie voor episodische: bepaalde jaren, gradiënt (oude
herinneringen beter herinneren dan recentere)
○ retrograde amnesie voor semantische: beperkt
● schade aan hippocampus:
○ effect op episodisch geheugen, semantische intact
● episodisch geheugen afh van hippocampus
● semantisch geheugen afh van entorhinale, perirhinale en parahippocampale
cortices
● retrograde amnesie:
○ langzame consolidatie (=opslag in LTG)
○ geleidelijke shift van episodisch nr semantische herinnering
■ verlies van detail, maar robuust tegen hippocampale schade
● (1) multiple trace theorie
○ hoe groter het aantal connecties tssn hippocampus en temporaalkwab, hoe
robuuster de herinnering
○ zowel vastleggen als ophalen versterkt/vergroot deze connecties
● (2) de herinner/weet procedure:
○ onderscheid tssn familiariteit en recollectie
■ recollectie: herkennen van item bv contextuele details
● “ik herinner het mij”
■ familiariteit: obv sterkte van herinnering, niet details
● “ik weet”
○ verschillende mechanismen
■ recollectie NA familiariteit, omdat recollectie verwerking van meer
info
4
Cognitieve Psychologie II
2024
Hoofdstuk 13 : De architectuur van het geheugen
1. Inleiding
● Ons geheugen is modulair (opgebouwd uit versch systemen) en reconstructief (losse
fragmenten wordt opnieuw gereconstrueerd)
● Klassiek onderscheid: declaratief vs. non-declaratief
● Declaratief: expliciete kennis
○ semantisch (feitenkennis)
○ episodisch (persoonlijke herinneringen)
● Non-declaratief: geen bewuste toegang! (door vaak, gecontroleerd te herhalen)
○ vaardigheden
○ detectie van regelmaat
● Kennis van het verleden nuttig voor “voorspellen” van de toekomst
○ stelt ons in staat om mentaal te “tijdreizen”
2. De architectuur van het geheugen
● Karl Lashley’s zoektocht nr het engram vs Henry Molaison’s mislukte hersenoperatie
○ HM: hippocampus verwijdert na last van hevige epilepsie
○ kon geen nieuwe herinneringen aanmaken, maar wel vaardigheden leren
○ Milner: HM wel nog KT maar LTG vertoord
○ !bleek later dat deel van hippocampus niet verwijderd was + schade
frontaalkwab!
■ kon wel nog beter worden in spiegeltekenen, ook al niet besef
■ declaratief >< impliciet
○ Lashley: zocht locatie van geheugen (engram), door ratten te trainen en
laesie in verschillende delen van de cortices aan te brengen
○ =>geheugen niet op één plek, maar verspreid
○ equipotentialiteit: ieder deel van cortex in gelijke mate bijdragen aan opslag
van herinnering
○ mass action: snelheid van leren ~ hoeveelheid cortex beschikbaar
○ + verloren vaardigheden opnieuw aanleren: tijd lineair met hoeveelheid
beschadigd weefsel
2.1. Architectuur vs processen
vergelijking Lashley en HM
● lijkt inconsistent: HM~in hippocampus vs Lashley~verspreid
● MAAR
○ Lashley:
■ doolhof: expliciet+impliciet
1
, zahra vincke - 2024 - cognitieve psychologie II
■ cortex
○ HM
■ hippocampus
■ geheugensporen
=>geheugensporen kunnen in cortex, oiv hippocampus
Architectuur: - Waar wordt info opgeslagen?
- Onderscheid L- en KTopslag
Processen: - Welke cognitieve en neurale processen zijn hierbij
betrokken?
- Ophaling, opslag en manipulatie van info
- Opslaan, vasthouden en evalueren van taakdoelen
DE ARCHITECTUUR VAN HET GEHEUGEN
● 2 delen:
○ LTopslag
■ bewuste toegang
■ onbewuste toegang
○ KTopslag
GEHEUGENPROCESSEN
● KTG: zie H14
3. Overzicht van LTGsystemen
● Het klassieke onderscheid tssn declaratief en non-declaratief geheugen systemen
● declaratief: episodisch (persoonlijke herinneringen) en semantisch (feiten)
● non-declaratief:
○ habituatie en sensitisatie: langdurig
○ klassieke conditionering: langdurig
○ priming: presentatie van stimulus resulteert in tijdelijke activatie van
semantische netwerk, waardoor toegang tijdelijk gefaciliteerd wordt
○ procedurele geheugen: vaardigheden opslaan
=>TE SIMPLISTISCH!
2
, zahra vincke - 2024 - cognitieve psychologie II
4. Amnesie
● Geheugenverlies veroorzaakt door:
○ traumatisch hersenletsel
○ bilaterale beroerte
○ chronisch alcoholmisbruik
->onderzoek vaak bij syndroom van Korsakoff (vitamine B-deficiëntie door
alcoholmisbruik)
MAAR 4 problemen
1) ontwikkelt zich langzaam & gradueel: moeilijk vaststellen welke
gebeurtenissen voor onset en welke erna
2) zeer diffuus: meestal mediale temporale kwab en hippocampus, maar ook
vaak frontaal (andere cogn problemen)
3) veel individuele verschillen->moeilijk te generaliseren (vb. soms Wernickes
encefalopathie)
4) niet in staat rechtstreekse impact van hersenbeschadiging op LTG door
plasticiteit en compensatie strategieën
->4 eigenschappen van amnesie-syndroom;
1) anterograde amnesie (zie HM)
2) retrograde amnesie
3) KTGfuncties intact
4) vaardigheden leren intact
->onderzoek: anterograde en retrograde in dezelfde hersengebieden?
sterke correlatie, maar lager wnr andere hersengebieden mee onderzocht werden
● onderscheid tssn:
○ anterograde amnesie: vanaf schade geen nieuwe gemaakt
■ meestal anterograde met beetje retrograde
○ retrograde amnesie: herinneringen van voor schade
● Vaak hopeloos incorrect gerepresenteerd in films en stripverhalen
○ vaak retro ipv antero
5. Het declaratief geheugen
● Endel Tulving
○ episodisch vs semantisch geheugen
● episodisch geheugen
○ laat ontwikkelenden snel aftakelend
○ op het verleden gericht
○ relatief gevoelig voor neurale dysfuncties
○ mentaal terug in de tijd reizen
● semantische geheugen
○ niet aan de tijd of plaats gebonden
○ abstractie obv meerdere persoonlijke ervaringen
3
, zahra vincke - 2024 - cognitieve psychologie II
○ feitenkennis: eerst gerelateerd aan persoonlijke ervaringen, dan pas
veralgemeend
● evidentie obv dubbele dissociatie
● semantische verwerking
○ abstractie van kennis uit persoonlijke ervaringen
● hersenbeschadigingen:
○ hippocampus of fornix:
■ vooral problemen met het episodisch geheugen, minder met
semantische
■ vooral LTG
○ semantische dementie:
■ vooral problemen met het semantisch geheugen (vervaging van
begrippen)
■ verlies conceptuele kennis, episodische intact
■ degeneratie van anterieure temporale kwabben (semi-permanente
opslag ><perirhinale cortex & entorhinale cortex (=semantische
herinneringen))
○ retrograde amnesie voor episodische: bepaalde jaren, gradiënt (oude
herinneringen beter herinneren dan recentere)
○ retrograde amnesie voor semantische: beperkt
● schade aan hippocampus:
○ effect op episodisch geheugen, semantische intact
● episodisch geheugen afh van hippocampus
● semantisch geheugen afh van entorhinale, perirhinale en parahippocampale
cortices
● retrograde amnesie:
○ langzame consolidatie (=opslag in LTG)
○ geleidelijke shift van episodisch nr semantische herinnering
■ verlies van detail, maar robuust tegen hippocampale schade
● (1) multiple trace theorie
○ hoe groter het aantal connecties tssn hippocampus en temporaalkwab, hoe
robuuster de herinnering
○ zowel vastleggen als ophalen versterkt/vergroot deze connecties
● (2) de herinner/weet procedure:
○ onderscheid tssn familiariteit en recollectie
■ recollectie: herkennen van item bv contextuele details
● “ik herinner het mij”
■ familiariteit: obv sterkte van herinnering, niet details
● “ik weet”
○ verschillende mechanismen
■ recollectie NA familiariteit, omdat recollectie verwerking van meer
info
4