Didactiek kleuter deel 1
Hoofdstuk 1: De ontwikkeling van jonge kinderen
Ontwikkeling en leren
Het is belangrijk om te weten hoe de ontwikkeling van een kleuter verloopt. Want
als je weet hoe de ontwikkeling verloopt hoe het nu is (in welke fase het kind nu
zit) met de voorgaande en volgende ontwikkelingsfase, kan je
aanknopingspunten zoeken om te weten hoe je de ontwikkeling een stapje verder
kunt brengen.
Onderwijs aan jonge kinderen richt zich op ontwikkelingsprocessen en minder
op leerinhouden. Dit zorgt voor hoe het onderwijs wordt gegeven en welke rol de
leerkracht heeft.
Bij ontwikkelingsdoelen weten we dat kinderen de inspanning zelf moeten
leveren. Je kan de ander iets leren maar je kan de ander niet ontwikkelen. Je kan
ontwikkeling stimuleren en voorwaarden scheppen maar ze moeten het zelf
doen.
Je rol als leerkracht is een stimulator en begeleider. Je helpt de kinderen de
ontwikkelingskansen optimaal benutten.
Bij ontwikkelingsprocessen verandert er op fundamentele,
onomkeerbare wijze iets in de manier waarop we naar de wereld kijken.
De kennis die we opgedaan hebben heeft betekenis gekregen en is toepasbaar.
We hebben ook een dieper inzicht.
Ontwikkeling kan je dan ook zien als onze wortels van een plant, de
veranderingen binnen in onze persoon, die je niet rechtstreeks kan zien, die
ervoor zorgen dat we anders kijken en omgaan met de werkelijkheid, en die tot
uiting komen in verschillende van onze uiterlijke gedragingen, zie de dia in ppt
over de stengel en blaadjes van de plant
Ontwikkelingsprocessen als fundament voor leerprocessen.
Onderwijs dat zich richt op ontwikkelingsprocessen wil kwalitatieve
veranderingen teweegbrengen. Dit doen we op lange termijn. Je kijkt ook naar de
onderliggende processen die verantwoordelijke zijn voor het blijven hangen van
informatie.
Piaget zegt dat de ontwikkeling eerst ver genoeg moet zijn voor we de bij die
taken passende leertaken kunnen aanbieden. Bv pas wanneer er voldoende
tijdsbesef is, kloklezen aanleren.
Vygotsky zegt dat leerprocessen die ontwikkeling ook kunnen bevorderen. Bv
tijdsbesef zou verder ontwikkeld kunnen worden als we leerlingen manieren leren
om tijd te meten.
,Beide stellen ze dat ontwikkelingsprocessen het fundament zijn waarop
leerprocessen zijn gebouwd. Leerprocessen kunnen niet altijd de precieze
ontwikkelingseffecten voorspellen. Ontwikkelingsprocessen zijn niet goed
programmeerbaar.
Invloed van het onderwijs op de ontwikkeling van het kind (3
verschillende benaderingen)
Vraag: kunnen wij de ontwikkeling beïnvloeden? Wat is de relatie tussen
onderwijs en ontwikkeling? Er zijn drie benaderingen die we gaan bekijken:
1) De kinderen ontwikkeling zichzelf = natuurlijk leren:
Opvatting dat onderwijs niet hoeft in te grijpen in ontwikkeling kinderen. Alleen
voorzien van veilige en stimulerende omgeving. We geloven in een natuurlijke
ontwikkelingsdrang van kinderen. Deze drang is niet bij iedereen even groot. Dan
kan je kijken naar mate waarin omgeving ontwikkelingsstimulansen biedt.
2) Ontwikkeling moet gestuurd worden = programma gericht leren:
Visie: ontwikkeling heeft de beste kansen als ze gestuurd worden. Zoals je
leerprocessen stuurt. Geloof in overdracht kennis te groot. Visie die zich vertaalt
naar onderwijsmateriaal zoals methodes. Houden minder rekening mee dat
ontwikkelingsprocessen minder makkelijk te sturen zijn. Ondanks die veel meer
stimulans op meerdere momenten en in concrete betekenisvolle situaties vragen.
3) Constructivistische opvatting over leren en ontwikkeling: sociaal
constructivisme.
Visie waarbij kinderen zelf een belangrijke en actief aandeel hebben in
ontwikkelen van eigen kennis en inzichten maar ook omgevingsfactoren
belangrijke rol.
Piaget zei dat ze in omgeving dienen gebracht te worden die uitnodigt tot actief
handelen. Leren door iets te doen en niet te kijken of luisteren. Onderwijs kan
geen invloed uitoefenen op ontwikkeling denkkaders. Kan wel ervaringen
aanbieden.
Vygotsky gelooft in aangeboren groeikracht kinderen. Omgeving heeft grote
invloed op ontwikkeling. Niet alleen concrete dingen maar ook middelen die
helpen om handelingsmogelijkheden uit te breiden zodat ze beter aan sociaal-
culturele activiteiten kunnen deelnemen: sociaal-constructivisme.
Conclusie: Ons onderwijs is betekenisvol als we op maat van ieder kind gericht
nadenken over een ontwikkelcontext waarin het kind gemotiveerd is om te
groeien en ontwikkelen. Stimuleren van ontwikkeling van jonge kinderen.
,Stimuleren van ontwikkeling van jonge kinderen.
Jonge kinderen leren op eigen wijze door te spelen en te ontdekken. Dit is hun
manier van wereld te ontdekken. Een wereld die stapsgewijs groter wordt. Dit
bevordert te ontwikkeling. Maar hoe ga je nu als leerkracht deze ontwikkeling
mee ondersteunen?
De ontwikkelwijzen van jonge kinderen:
1) Incidenteel leren: niet de specifieke bedoeling om iets aan te leren. Binnen
het spel iets als betekenisvol ervaren waar ze ook interesse in hebben. Leren
met zintuigen, hoofd, hart en handen. Incidenteel betekent dat de wijze
waarop deze kinderen tot ontwikkeling komen nog meer onderhevig is aan
factoren die samenhangen met de wijze waarop de leersituatie wordt
aangepakt zoals motivatie, interesse of het speels karakter van de activiteit.
Betekenis zit nog niet in leren zelf. Tot leeftijd van 7 jaar. Daarna intentioneel
want er is leerintentie.
2) Leren door te doen: mentale beelden gevormd door te kunnen beleven en
zelf concreet aan de slag gaan. Concrete ervaringen centraal in onderwijs
jonge kinderen. Het denken ontwikkeld vanuit het handelen.
3) Ontwikkelingsgebieden vormen 1 geheel: verschillende
ontwikkelingsgebieden niet los van elkaar bekijken. Ze spelen zich vaak
samen af bv denken en taal hangt samen en heeft effect op sociaal
functioneren. Daarom belangrijk om deze samen te gaan trainen.
Betekenisvolle inhouden moeten centraal staan en de verschillende
ontwikkelingsgebieden moeten logisch en zinvol aan elkaar hangen.
4) Het belang van spel: tijdens spelactiviteiten doen kleuters fundamentele
kennis en vaardigheden op. Dit is afhankelijk van initiatief kind. Door spel
ontstaat zone van naaste ontwikkeling. Kleuters halen geen motivatie uit het
leren zelf maar uit nabootsen van sociaal-culturele werkelijkheid. Waardoor
ook begrip van werkelijkheid groter wordt. Je kan als leerkracht dan ook
hulpmiddelen aanbieden om spel op hoger niveau te brengen.
We kunnen de ontwikkeling linken aan ZILL en de ontwikkelvelden. Dit wordt later
nog aan bod gebracht in hoofdstuk 3. Lees wel pag. 22-26.
, Link met fundamenteel leren
Fundamenteel leren: We spreken van fundamenteel leren wanneer mensen
niet alleen nieuwe elementen in hun repertorium hebben opgenomen, maar
bovendien tot een andere wijze van functioneren zijn gekomen. Hun greep op de
wereld is ruimer geworden (meer aspecten) en fijner (meer gedifferentieerd).
Fundamenteel leren verandert de persoon: hij structureert de wereld anders,
differentieert meer. Hij heeft een andere kijk en visie. Hij heeft een andere
aanpak, een andere reactie op wat er zich afspeelt. Fundamenteel leren IS
ontwikkeling.
Als kleuterleidster of –leider wil je kinderen brengen tot die fundamentele
ontwikkeling. Om dit te kunnen, is het belangrijk om een kind te kennen, een
goede relatie op te bouwen met het kind. Van daaruit kan je door gepaste
interactie en het geven van stimulansen inzetten op ontwikkeling. Goed
kleuteronderwijs start dus bij het kind leren kennen en bouwen op interactie en
relatie. We komen zo langzaamaan te weten wat een kind nodig heeft.
Hoofdstuk 2: Ervaringsgericht onderwijs en
ontwikkelingsgericht onderwijs
Er zijn twee denkkaders, twee wetenschappelijke theorieën in het
kleuteronderwijs waar regelmatig mee gewerkt wordt:
- Het ‘ervaringsgericht’ onderwijs (E.G.O.).
- Het ‘ontwikkelingsgericht’ onderwijs (O.G.O.).
In deze theorieën herkennen we de constructivistische opvatting op leren en
ontwikkelen.
Het ervaringsgericht onderwijs (E.G.O.) (Vooral in Vlaanderen)
Ervaringsgericht onderwijs => Ontstaan door kritisch onderzoek. Aanpak
bleek minder kindgericht dan gedacht. Men wilde het anders doen. Vooral in
Vlaanderen een van invloedrijkste bewegingen. Vele elementen van geïntegreerd
in onderwijs Vlaanderen. Vele halen inspiratie uit cursussen en materialen van
centrum voor ervaringsgericht onderwijs = CEGO
Betekenis ervaring in het ervaringsgericht onderwijs
Ervaring = Datgene wat zich in een kleuter afspeelt (gevoelens en gedachten)
wanneer hij zich in een bepaalde situatie bevindt, wanneer hij in contact is met
een ander. Wat de kleuter bezighoudt.
Aanpak
Hoofdstuk 1: De ontwikkeling van jonge kinderen
Ontwikkeling en leren
Het is belangrijk om te weten hoe de ontwikkeling van een kleuter verloopt. Want
als je weet hoe de ontwikkeling verloopt hoe het nu is (in welke fase het kind nu
zit) met de voorgaande en volgende ontwikkelingsfase, kan je
aanknopingspunten zoeken om te weten hoe je de ontwikkeling een stapje verder
kunt brengen.
Onderwijs aan jonge kinderen richt zich op ontwikkelingsprocessen en minder
op leerinhouden. Dit zorgt voor hoe het onderwijs wordt gegeven en welke rol de
leerkracht heeft.
Bij ontwikkelingsdoelen weten we dat kinderen de inspanning zelf moeten
leveren. Je kan de ander iets leren maar je kan de ander niet ontwikkelen. Je kan
ontwikkeling stimuleren en voorwaarden scheppen maar ze moeten het zelf
doen.
Je rol als leerkracht is een stimulator en begeleider. Je helpt de kinderen de
ontwikkelingskansen optimaal benutten.
Bij ontwikkelingsprocessen verandert er op fundamentele,
onomkeerbare wijze iets in de manier waarop we naar de wereld kijken.
De kennis die we opgedaan hebben heeft betekenis gekregen en is toepasbaar.
We hebben ook een dieper inzicht.
Ontwikkeling kan je dan ook zien als onze wortels van een plant, de
veranderingen binnen in onze persoon, die je niet rechtstreeks kan zien, die
ervoor zorgen dat we anders kijken en omgaan met de werkelijkheid, en die tot
uiting komen in verschillende van onze uiterlijke gedragingen, zie de dia in ppt
over de stengel en blaadjes van de plant
Ontwikkelingsprocessen als fundament voor leerprocessen.
Onderwijs dat zich richt op ontwikkelingsprocessen wil kwalitatieve
veranderingen teweegbrengen. Dit doen we op lange termijn. Je kijkt ook naar de
onderliggende processen die verantwoordelijke zijn voor het blijven hangen van
informatie.
Piaget zegt dat de ontwikkeling eerst ver genoeg moet zijn voor we de bij die
taken passende leertaken kunnen aanbieden. Bv pas wanneer er voldoende
tijdsbesef is, kloklezen aanleren.
Vygotsky zegt dat leerprocessen die ontwikkeling ook kunnen bevorderen. Bv
tijdsbesef zou verder ontwikkeld kunnen worden als we leerlingen manieren leren
om tijd te meten.
,Beide stellen ze dat ontwikkelingsprocessen het fundament zijn waarop
leerprocessen zijn gebouwd. Leerprocessen kunnen niet altijd de precieze
ontwikkelingseffecten voorspellen. Ontwikkelingsprocessen zijn niet goed
programmeerbaar.
Invloed van het onderwijs op de ontwikkeling van het kind (3
verschillende benaderingen)
Vraag: kunnen wij de ontwikkeling beïnvloeden? Wat is de relatie tussen
onderwijs en ontwikkeling? Er zijn drie benaderingen die we gaan bekijken:
1) De kinderen ontwikkeling zichzelf = natuurlijk leren:
Opvatting dat onderwijs niet hoeft in te grijpen in ontwikkeling kinderen. Alleen
voorzien van veilige en stimulerende omgeving. We geloven in een natuurlijke
ontwikkelingsdrang van kinderen. Deze drang is niet bij iedereen even groot. Dan
kan je kijken naar mate waarin omgeving ontwikkelingsstimulansen biedt.
2) Ontwikkeling moet gestuurd worden = programma gericht leren:
Visie: ontwikkeling heeft de beste kansen als ze gestuurd worden. Zoals je
leerprocessen stuurt. Geloof in overdracht kennis te groot. Visie die zich vertaalt
naar onderwijsmateriaal zoals methodes. Houden minder rekening mee dat
ontwikkelingsprocessen minder makkelijk te sturen zijn. Ondanks die veel meer
stimulans op meerdere momenten en in concrete betekenisvolle situaties vragen.
3) Constructivistische opvatting over leren en ontwikkeling: sociaal
constructivisme.
Visie waarbij kinderen zelf een belangrijke en actief aandeel hebben in
ontwikkelen van eigen kennis en inzichten maar ook omgevingsfactoren
belangrijke rol.
Piaget zei dat ze in omgeving dienen gebracht te worden die uitnodigt tot actief
handelen. Leren door iets te doen en niet te kijken of luisteren. Onderwijs kan
geen invloed uitoefenen op ontwikkeling denkkaders. Kan wel ervaringen
aanbieden.
Vygotsky gelooft in aangeboren groeikracht kinderen. Omgeving heeft grote
invloed op ontwikkeling. Niet alleen concrete dingen maar ook middelen die
helpen om handelingsmogelijkheden uit te breiden zodat ze beter aan sociaal-
culturele activiteiten kunnen deelnemen: sociaal-constructivisme.
Conclusie: Ons onderwijs is betekenisvol als we op maat van ieder kind gericht
nadenken over een ontwikkelcontext waarin het kind gemotiveerd is om te
groeien en ontwikkelen. Stimuleren van ontwikkeling van jonge kinderen.
,Stimuleren van ontwikkeling van jonge kinderen.
Jonge kinderen leren op eigen wijze door te spelen en te ontdekken. Dit is hun
manier van wereld te ontdekken. Een wereld die stapsgewijs groter wordt. Dit
bevordert te ontwikkeling. Maar hoe ga je nu als leerkracht deze ontwikkeling
mee ondersteunen?
De ontwikkelwijzen van jonge kinderen:
1) Incidenteel leren: niet de specifieke bedoeling om iets aan te leren. Binnen
het spel iets als betekenisvol ervaren waar ze ook interesse in hebben. Leren
met zintuigen, hoofd, hart en handen. Incidenteel betekent dat de wijze
waarop deze kinderen tot ontwikkeling komen nog meer onderhevig is aan
factoren die samenhangen met de wijze waarop de leersituatie wordt
aangepakt zoals motivatie, interesse of het speels karakter van de activiteit.
Betekenis zit nog niet in leren zelf. Tot leeftijd van 7 jaar. Daarna intentioneel
want er is leerintentie.
2) Leren door te doen: mentale beelden gevormd door te kunnen beleven en
zelf concreet aan de slag gaan. Concrete ervaringen centraal in onderwijs
jonge kinderen. Het denken ontwikkeld vanuit het handelen.
3) Ontwikkelingsgebieden vormen 1 geheel: verschillende
ontwikkelingsgebieden niet los van elkaar bekijken. Ze spelen zich vaak
samen af bv denken en taal hangt samen en heeft effect op sociaal
functioneren. Daarom belangrijk om deze samen te gaan trainen.
Betekenisvolle inhouden moeten centraal staan en de verschillende
ontwikkelingsgebieden moeten logisch en zinvol aan elkaar hangen.
4) Het belang van spel: tijdens spelactiviteiten doen kleuters fundamentele
kennis en vaardigheden op. Dit is afhankelijk van initiatief kind. Door spel
ontstaat zone van naaste ontwikkeling. Kleuters halen geen motivatie uit het
leren zelf maar uit nabootsen van sociaal-culturele werkelijkheid. Waardoor
ook begrip van werkelijkheid groter wordt. Je kan als leerkracht dan ook
hulpmiddelen aanbieden om spel op hoger niveau te brengen.
We kunnen de ontwikkeling linken aan ZILL en de ontwikkelvelden. Dit wordt later
nog aan bod gebracht in hoofdstuk 3. Lees wel pag. 22-26.
, Link met fundamenteel leren
Fundamenteel leren: We spreken van fundamenteel leren wanneer mensen
niet alleen nieuwe elementen in hun repertorium hebben opgenomen, maar
bovendien tot een andere wijze van functioneren zijn gekomen. Hun greep op de
wereld is ruimer geworden (meer aspecten) en fijner (meer gedifferentieerd).
Fundamenteel leren verandert de persoon: hij structureert de wereld anders,
differentieert meer. Hij heeft een andere kijk en visie. Hij heeft een andere
aanpak, een andere reactie op wat er zich afspeelt. Fundamenteel leren IS
ontwikkeling.
Als kleuterleidster of –leider wil je kinderen brengen tot die fundamentele
ontwikkeling. Om dit te kunnen, is het belangrijk om een kind te kennen, een
goede relatie op te bouwen met het kind. Van daaruit kan je door gepaste
interactie en het geven van stimulansen inzetten op ontwikkeling. Goed
kleuteronderwijs start dus bij het kind leren kennen en bouwen op interactie en
relatie. We komen zo langzaamaan te weten wat een kind nodig heeft.
Hoofdstuk 2: Ervaringsgericht onderwijs en
ontwikkelingsgericht onderwijs
Er zijn twee denkkaders, twee wetenschappelijke theorieën in het
kleuteronderwijs waar regelmatig mee gewerkt wordt:
- Het ‘ervaringsgericht’ onderwijs (E.G.O.).
- Het ‘ontwikkelingsgericht’ onderwijs (O.G.O.).
In deze theorieën herkennen we de constructivistische opvatting op leren en
ontwikkelen.
Het ervaringsgericht onderwijs (E.G.O.) (Vooral in Vlaanderen)
Ervaringsgericht onderwijs => Ontstaan door kritisch onderzoek. Aanpak
bleek minder kindgericht dan gedacht. Men wilde het anders doen. Vooral in
Vlaanderen een van invloedrijkste bewegingen. Vele elementen van geïntegreerd
in onderwijs Vlaanderen. Vele halen inspiratie uit cursussen en materialen van
centrum voor ervaringsgericht onderwijs = CEGO
Betekenis ervaring in het ervaringsgericht onderwijs
Ervaring = Datgene wat zich in een kleuter afspeelt (gevoelens en gedachten)
wanneer hij zich in een bepaalde situatie bevindt, wanneer hij in contact is met
een ander. Wat de kleuter bezighoudt.
Aanpak