FYLUM Echinodermata (stekelhuidigen)
- triblastische, coelomatische Deuterostomia
- zee(bodem)bewoners
- adulten: radiaal symmetrisch
- larven: bilateraal symmetrisch
- dipleurula ≈tornaria: Ambulacraria
- adulten: radiale symmetrie, ± sessiel, geen cephalon (?), primitief
zenuw- en circulatiestelsel: regressie?
- ‘uitzonderlijke’ groep!
Resultaat via geconserveerde moleculaire merkers met
analogen bij Echinodermata, Hemichordata en deel van de Chordata
° Skelet
- endoskelet (mesodermaal)
- ⇔exoskelet Arthropoda (ectodermaal)
- in dermis, onder epidermis
- met CaCO3 (platen - korrels)
° Spijsvertering: complex
° Ademhaling: kieuwblazen (papulae): epidermis + peritoneum
° Ambulakraalvatenstelsel: voortbeweging, voedselgaring,
ademhaling
- gescheiden geslacht
- uitwendige bevruchting
- epidemisch kuitschieten
- interne kalender (temperatuur + licht)
° Ontwikkeling
- blastula, gastrula, dipleurula, bipinnaria, brachiolaria,
metamorfose
- andere larvebenamingen bij verschillende groepen
° Overgang CHORDATA?
- Mesodermaal endoskelet - Gn spiraalklieving, ma radiaalklieving (begin analoog met
zoogdieren)
- Deuterostomia - Larven lijken op die v Hemichordata ( voorlopers Chordata)
- Enterocoelomata - (weggeëvolueerde kieuwdarm)
Groepen
° kenmerken
- radiaal symmetrisch met of zonder armen
- mond ventraal of dorsaal
1
,FYLUM: HEMICHORDATA (STOMOCHORDATA)
- Mariene organismen
- stomochorda (buccaal diverticulum) in farynx : chorda qua structuur, niet qua functie
- ≈Echinodermata: tornaria (= enige verschil tssn larven echino-hemi)
- ≈Chordata: kieuwspleten in darm
CZS dorsaal, maar alleen vooraan
KLASSE: Enteropneusta (eikelwormen)
- mariene (gravende) bodembewoners
- Voeden zich als
= Regenwormen: eten substraat en verteren OM
=Mosselen: ‘filtratie’: verzamelen opgeloste deeltjes uit het water via kraag via slijmlaag
KLASSE: Pterobranchia
- obscure groep (20 soorten)
- kleine organismen (1 mm)
- kolonievormers (leven in buizennetwerk van collageen)
- protosoma afgeplat, mesosoma met tentakelkraag (voor filtratie)
- Rol in evolutie: beschikken over :
tentakels (link met lofofoordragers van
Lophotrochozoa en met Crinozoa van de
Echinodermata)
stomochorda + kieuwspleten + dorsale zenuwstreng
(link naar de Chordata)
33
2
, FYLUM: CHORDATA
- 3 subfyla, verspreid over 2 groepen
- Groep Protochordata (Acrania): SF Urochordata
SF
Cephalochordata
- Groep Craniata: SF Vertebrata
SupC Agnatha (nog
discussie: wervelkolom + schedel?)
SupC Gnathostomata
C Placodermi en
aanverwanten (†)
C Chondrichthyes
(kraakbeenvissen)
C Osteichthyes
(beenvissen)
C Amphibia (amfibieën)
C Reptilia (reptielen)
C Aves (vogels)
C Mammalia (zoogdieren)
Algemene kenmerken:
- Chorda dorsalis: Mesodermaal – endoskelet
persistent of embryonaal
langzaam verdrongen door kraakbeen en been
- Dorsaal gelegen CZS (incl. hersenen)
Notoneuralia of Epineurii
- Kieuwdarm met kieuwspleten: ademhaling + filter
- Endostyle (later thyroïd) : start als voedselvanger en wordt later klier
- Gesegmenteerde staart na anus (post anaal)
Groep: PROTOCHORDATA (ACRANIA)
SUBFYLUM: Urochordata = Tunicata
- Lichaam bedekt met/ omgeven door cuticula
o Tunica
o epidermaal product
o bevat tunicine ( cellulose)
- Farynx met kieuwspleten (2 tot veel)
- Chorda beperkt tot staart
- CZS beperkt tot staart
- Marien, sedentair of pelagisch: plankton
3
, Klasse Larvacea(Appendicularia)
- chorda beperkt tot staart
- chorda persisteert wegens paedogenese
- inkapseling in ‘huis’ = tunica: met filters → capteren voedseldeeltjes
- slechts 2 kieuwspleten
Klasse Ascidiacea (zakpijpen)
- vrijzwemmende larve met staart + chorda
- staart verdwijnt na metamorfose tot sedentair adult
o tientallen kieuwspleten
o hermafrodiet: uitzonderlijk
SUBFYLUM: Cephalochordata(=lancetvisje)
Liggen niet aan de oorsprong van de Chordata (= Vertebrata), ondanks de overduidelijke en
persisterende basiskenmerken
- lichaam lateraal gecomprimeerd
- leeft ingegraven in zeezand
- microfaag
GROEP: CRANIATA
SUBFYLUM: VERTEBRATA (EUCHORDATA) (= de gewervelde dieren)
- Chorda aanwezig, minstens embryonaal
- Kieuwdarm aanwezig, minstens embryonaal
- Dorsaal CZS, persistent
- + Wervelkolom + kraakbenige of benige schedel
o skeletogeen bindweefsel vormt: neurocranium (hersenschedel): eerst
viscerocranium (uit kieuwbogen): later
o oorspronkelijk kraakbeen, later verbening
o wervelkolom: schedelbasis – staart
neuraalbogen
4
- triblastische, coelomatische Deuterostomia
- zee(bodem)bewoners
- adulten: radiaal symmetrisch
- larven: bilateraal symmetrisch
- dipleurula ≈tornaria: Ambulacraria
- adulten: radiale symmetrie, ± sessiel, geen cephalon (?), primitief
zenuw- en circulatiestelsel: regressie?
- ‘uitzonderlijke’ groep!
Resultaat via geconserveerde moleculaire merkers met
analogen bij Echinodermata, Hemichordata en deel van de Chordata
° Skelet
- endoskelet (mesodermaal)
- ⇔exoskelet Arthropoda (ectodermaal)
- in dermis, onder epidermis
- met CaCO3 (platen - korrels)
° Spijsvertering: complex
° Ademhaling: kieuwblazen (papulae): epidermis + peritoneum
° Ambulakraalvatenstelsel: voortbeweging, voedselgaring,
ademhaling
- gescheiden geslacht
- uitwendige bevruchting
- epidemisch kuitschieten
- interne kalender (temperatuur + licht)
° Ontwikkeling
- blastula, gastrula, dipleurula, bipinnaria, brachiolaria,
metamorfose
- andere larvebenamingen bij verschillende groepen
° Overgang CHORDATA?
- Mesodermaal endoskelet - Gn spiraalklieving, ma radiaalklieving (begin analoog met
zoogdieren)
- Deuterostomia - Larven lijken op die v Hemichordata ( voorlopers Chordata)
- Enterocoelomata - (weggeëvolueerde kieuwdarm)
Groepen
° kenmerken
- radiaal symmetrisch met of zonder armen
- mond ventraal of dorsaal
1
,FYLUM: HEMICHORDATA (STOMOCHORDATA)
- Mariene organismen
- stomochorda (buccaal diverticulum) in farynx : chorda qua structuur, niet qua functie
- ≈Echinodermata: tornaria (= enige verschil tssn larven echino-hemi)
- ≈Chordata: kieuwspleten in darm
CZS dorsaal, maar alleen vooraan
KLASSE: Enteropneusta (eikelwormen)
- mariene (gravende) bodembewoners
- Voeden zich als
= Regenwormen: eten substraat en verteren OM
=Mosselen: ‘filtratie’: verzamelen opgeloste deeltjes uit het water via kraag via slijmlaag
KLASSE: Pterobranchia
- obscure groep (20 soorten)
- kleine organismen (1 mm)
- kolonievormers (leven in buizennetwerk van collageen)
- protosoma afgeplat, mesosoma met tentakelkraag (voor filtratie)
- Rol in evolutie: beschikken over :
tentakels (link met lofofoordragers van
Lophotrochozoa en met Crinozoa van de
Echinodermata)
stomochorda + kieuwspleten + dorsale zenuwstreng
(link naar de Chordata)
33
2
, FYLUM: CHORDATA
- 3 subfyla, verspreid over 2 groepen
- Groep Protochordata (Acrania): SF Urochordata
SF
Cephalochordata
- Groep Craniata: SF Vertebrata
SupC Agnatha (nog
discussie: wervelkolom + schedel?)
SupC Gnathostomata
C Placodermi en
aanverwanten (†)
C Chondrichthyes
(kraakbeenvissen)
C Osteichthyes
(beenvissen)
C Amphibia (amfibieën)
C Reptilia (reptielen)
C Aves (vogels)
C Mammalia (zoogdieren)
Algemene kenmerken:
- Chorda dorsalis: Mesodermaal – endoskelet
persistent of embryonaal
langzaam verdrongen door kraakbeen en been
- Dorsaal gelegen CZS (incl. hersenen)
Notoneuralia of Epineurii
- Kieuwdarm met kieuwspleten: ademhaling + filter
- Endostyle (later thyroïd) : start als voedselvanger en wordt later klier
- Gesegmenteerde staart na anus (post anaal)
Groep: PROTOCHORDATA (ACRANIA)
SUBFYLUM: Urochordata = Tunicata
- Lichaam bedekt met/ omgeven door cuticula
o Tunica
o epidermaal product
o bevat tunicine ( cellulose)
- Farynx met kieuwspleten (2 tot veel)
- Chorda beperkt tot staart
- CZS beperkt tot staart
- Marien, sedentair of pelagisch: plankton
3
, Klasse Larvacea(Appendicularia)
- chorda beperkt tot staart
- chorda persisteert wegens paedogenese
- inkapseling in ‘huis’ = tunica: met filters → capteren voedseldeeltjes
- slechts 2 kieuwspleten
Klasse Ascidiacea (zakpijpen)
- vrijzwemmende larve met staart + chorda
- staart verdwijnt na metamorfose tot sedentair adult
o tientallen kieuwspleten
o hermafrodiet: uitzonderlijk
SUBFYLUM: Cephalochordata(=lancetvisje)
Liggen niet aan de oorsprong van de Chordata (= Vertebrata), ondanks de overduidelijke en
persisterende basiskenmerken
- lichaam lateraal gecomprimeerd
- leeft ingegraven in zeezand
- microfaag
GROEP: CRANIATA
SUBFYLUM: VERTEBRATA (EUCHORDATA) (= de gewervelde dieren)
- Chorda aanwezig, minstens embryonaal
- Kieuwdarm aanwezig, minstens embryonaal
- Dorsaal CZS, persistent
- + Wervelkolom + kraakbenige of benige schedel
o skeletogeen bindweefsel vormt: neurocranium (hersenschedel): eerst
viscerocranium (uit kieuwbogen): later
o oorspronkelijk kraakbeen, later verbening
o wervelkolom: schedelbasis – staart
neuraalbogen
4