ERFGOED EXAMENSTOF
Hand-out 2 Architectuurtheorie
Vraag 1: Als ontwerpers kunnen wij architectuurtheorie beschouwen als de ‘denkbare
dimensie’ achter ons handelen. Op welke wijze(n) kunnen wij onze visie aan anderen
meedelen? Illustreer elke wijze met één voorbeeld.
- Als een gesprek, een lezing, een dialoog of zelfs via een discussie.
Er is weinig geweten over de orale overdracht van architectuurtheorie.
- In de vorm van publicaties als artikels of boeken
Naarmate de ontwikkeling van boekdrukken werden publicaties talrijker. 20 ste eeuw: veel
boeken en magazines, die gepubliceerd zijn door architecten en critici.
- Tekening
- Documentatie en film
Een persoonlijk beeld van Prins Charles (Wales): hij haf zijn eigen beeld over de gebouwen.
Hand out 5 Terminologie
Vraag 2: Hoe wordt erfgoed gecategoriseerd? Illustreer met voorbeelden.
- Materieel erfgoed, onder te verdelen in roerend erfgoed en onroerend erfgoed.
Roerend erfgoed = verplaatsbaar, niet grondgebonden
: boeken, archiefstukken, kledij, gebruiksvoorwerpen, kunstwerken, voer en vaartuigen
bewaard in bv musea.
Vb: Mobiel erfgoed: voertuigen, luchtvaartuigen en ruimtevaartuigen.
Onroerend erfgoed = niet verplaatsbaar, grondgebonden
Vb: landschappen, natuurlandschappen, cultuurlandschappen, archeologische sites, steden
en stedelijke gebieden, militaire bouwwerken en verdedigingswerken, industrieel erfgoed,
monumentale gebouwen, begraafplaatsen, oorlogsmonumenten, overig bouwkundig erfgoed
soms bewaard in openluchtmusea, heraldiek. Alle onderdelen houden verband met elkaar.
- Immaterieel erfgoed = niet – tastbaar erfgoed; de niet – tastbare gewoontes of gebruiken van
vroeger die men koestert en nu nog doet.
Vb: dialecten, verhalen, muziek, geuren, religieuze rituelen, festiviteiten, ambachten, recepten
voor voeding.
In veel gevallen is immaterieel erfgoed verbonden met materieel erfgoed, zoals klederdracht,
aardewerk, poppen, kerken, gereedschap, geschriften, decors, muziekinstrumenten en
akkerbouw.
Vraag 3: Licht toe hoe de categorisering van erfgoed in ons land een belangrijke rol
speelt inzake het erfgoedbeleid van overheidswege.
- In België worden roerend en immaterieel erfgoed samen aanzien als ‘cultureel erfgoed’.
Cultureel erfgoed wordt van belang, omdat het huidige generaties een beeld geeft van het
verleden en kan bijdragen tot de culturele identiteit.
In Vlaanderen: cultureel – erfgoedgemeenschap als aanduiding van de organisaties en
personen die een bijzondere waarde hechten aan het Vlaamse cultureel erfgoed of specifieke
aspecten ervan.
- Cultureel erfgoed (omvattend roerend en immaterieel erfgoed) en onroerend erfgoed hebben
binnen de Vlaamse overheid elk hun eigen minister, administratie, evenementen, decreten en
subsidiekanalen.
o Cultureel erfgoed zijn gemeenschapsmaterie en vallen onder het beleidsdomein
‘cultuur, jeugd, sport en media’.
o Onroerend erfgoed is een gewestelijke materie en valt binnen het beleidsdomein
‘ruimtelijke ordening, wonen en onroerend erfgoed’ RWO. In de toekomst zal dit
‘omgeving’ zijn.
, Vraag 4: Welke handelingen omvat erfgoedzorg? Licht deze handelingen toe. Max A4.
- Inventariseren
- Beschermen
- Onderhouden
- In stand houden
- Consolideren
- Conserveren
- Restaureren
- Renoveren
- Saneren
- Labelling
Inventariseren
o = een lijst opmaken van hetgeen dat men aantreft met een methodologische aanpak.
o Beoordeling van de erfgoedwaarde: vooraleer het agentschap van Onroerend Erfgoed
een onroerend goed in de inventaris opneemt, moet het informatie verzameld hebben
om de erfgoedwaarde van het onroerend goed te evalueren.
Om een goede afweging te maken of het kan worden opgenomen in de inventaris,
wordt er rekening gehouden met vastgestelde 13 erfgoedwaarden en 5
selectiecriteria. Het moet aan minstens één van de 13 voldoen en 5 voldoen.
13 erfgoedwaarden:
- Archeologische waarde
- Architecturale waarde
- Artistieke waarde
- Culturele waarde
- Esthetische waarde
- Historische waarde
- Industrieel – archeologische waarde
- Technische waarde
- Ruimtelijk – structurerende waarde
- Sociale waarde
- Stedenbouwkundige waarde
- Volkskundige waarde
- Wetenschappelijke waarde
5 selectiecriteria:
- Zeldzaamheid
- Herkenbaarheid
- Representativiteit
- Ensemblewaarde
- Contextwaarde
Beschermen
o Indien het over beschermen gaat, dient men zich er bewust van te zijn dat:
Er twee groepen zijn, afhankelijk van de lijst waarin ze opgenomen zijn.
- De lijst ‘voor bescherming vatbaar’ erfgoed
- De lijs ‘Beschermd’ erfgoed
Erfgoed op verschillende wijzen/manieren beschermd kan zijn als:
- Monument
- Stads- en dorpsgezichten
- Archeologische sites
- Landschappen
Hand-out 2 Architectuurtheorie
Vraag 1: Als ontwerpers kunnen wij architectuurtheorie beschouwen als de ‘denkbare
dimensie’ achter ons handelen. Op welke wijze(n) kunnen wij onze visie aan anderen
meedelen? Illustreer elke wijze met één voorbeeld.
- Als een gesprek, een lezing, een dialoog of zelfs via een discussie.
Er is weinig geweten over de orale overdracht van architectuurtheorie.
- In de vorm van publicaties als artikels of boeken
Naarmate de ontwikkeling van boekdrukken werden publicaties talrijker. 20 ste eeuw: veel
boeken en magazines, die gepubliceerd zijn door architecten en critici.
- Tekening
- Documentatie en film
Een persoonlijk beeld van Prins Charles (Wales): hij haf zijn eigen beeld over de gebouwen.
Hand out 5 Terminologie
Vraag 2: Hoe wordt erfgoed gecategoriseerd? Illustreer met voorbeelden.
- Materieel erfgoed, onder te verdelen in roerend erfgoed en onroerend erfgoed.
Roerend erfgoed = verplaatsbaar, niet grondgebonden
: boeken, archiefstukken, kledij, gebruiksvoorwerpen, kunstwerken, voer en vaartuigen
bewaard in bv musea.
Vb: Mobiel erfgoed: voertuigen, luchtvaartuigen en ruimtevaartuigen.
Onroerend erfgoed = niet verplaatsbaar, grondgebonden
Vb: landschappen, natuurlandschappen, cultuurlandschappen, archeologische sites, steden
en stedelijke gebieden, militaire bouwwerken en verdedigingswerken, industrieel erfgoed,
monumentale gebouwen, begraafplaatsen, oorlogsmonumenten, overig bouwkundig erfgoed
soms bewaard in openluchtmusea, heraldiek. Alle onderdelen houden verband met elkaar.
- Immaterieel erfgoed = niet – tastbaar erfgoed; de niet – tastbare gewoontes of gebruiken van
vroeger die men koestert en nu nog doet.
Vb: dialecten, verhalen, muziek, geuren, religieuze rituelen, festiviteiten, ambachten, recepten
voor voeding.
In veel gevallen is immaterieel erfgoed verbonden met materieel erfgoed, zoals klederdracht,
aardewerk, poppen, kerken, gereedschap, geschriften, decors, muziekinstrumenten en
akkerbouw.
Vraag 3: Licht toe hoe de categorisering van erfgoed in ons land een belangrijke rol
speelt inzake het erfgoedbeleid van overheidswege.
- In België worden roerend en immaterieel erfgoed samen aanzien als ‘cultureel erfgoed’.
Cultureel erfgoed wordt van belang, omdat het huidige generaties een beeld geeft van het
verleden en kan bijdragen tot de culturele identiteit.
In Vlaanderen: cultureel – erfgoedgemeenschap als aanduiding van de organisaties en
personen die een bijzondere waarde hechten aan het Vlaamse cultureel erfgoed of specifieke
aspecten ervan.
- Cultureel erfgoed (omvattend roerend en immaterieel erfgoed) en onroerend erfgoed hebben
binnen de Vlaamse overheid elk hun eigen minister, administratie, evenementen, decreten en
subsidiekanalen.
o Cultureel erfgoed zijn gemeenschapsmaterie en vallen onder het beleidsdomein
‘cultuur, jeugd, sport en media’.
o Onroerend erfgoed is een gewestelijke materie en valt binnen het beleidsdomein
‘ruimtelijke ordening, wonen en onroerend erfgoed’ RWO. In de toekomst zal dit
‘omgeving’ zijn.
, Vraag 4: Welke handelingen omvat erfgoedzorg? Licht deze handelingen toe. Max A4.
- Inventariseren
- Beschermen
- Onderhouden
- In stand houden
- Consolideren
- Conserveren
- Restaureren
- Renoveren
- Saneren
- Labelling
Inventariseren
o = een lijst opmaken van hetgeen dat men aantreft met een methodologische aanpak.
o Beoordeling van de erfgoedwaarde: vooraleer het agentschap van Onroerend Erfgoed
een onroerend goed in de inventaris opneemt, moet het informatie verzameld hebben
om de erfgoedwaarde van het onroerend goed te evalueren.
Om een goede afweging te maken of het kan worden opgenomen in de inventaris,
wordt er rekening gehouden met vastgestelde 13 erfgoedwaarden en 5
selectiecriteria. Het moet aan minstens één van de 13 voldoen en 5 voldoen.
13 erfgoedwaarden:
- Archeologische waarde
- Architecturale waarde
- Artistieke waarde
- Culturele waarde
- Esthetische waarde
- Historische waarde
- Industrieel – archeologische waarde
- Technische waarde
- Ruimtelijk – structurerende waarde
- Sociale waarde
- Stedenbouwkundige waarde
- Volkskundige waarde
- Wetenschappelijke waarde
5 selectiecriteria:
- Zeldzaamheid
- Herkenbaarheid
- Representativiteit
- Ensemblewaarde
- Contextwaarde
Beschermen
o Indien het over beschermen gaat, dient men zich er bewust van te zijn dat:
Er twee groepen zijn, afhankelijk van de lijst waarin ze opgenomen zijn.
- De lijst ‘voor bescherming vatbaar’ erfgoed
- De lijs ‘Beschermd’ erfgoed
Erfgoed op verschillende wijzen/manieren beschermd kan zijn als:
- Monument
- Stads- en dorpsgezichten
- Archeologische sites
- Landschappen