Bloedvaten en bloedsomloop
Volgorde bloedvaten
- Arterie
- Arteriole
- Capillair
- Venule
- Vene
Systolische en diastolische druk doorheen bloedsomloop
Arterieel
Bloeddruk neemt af naar mate de afstand naar het hart toe
Ventriculaire systole
- Bloeddruk ↑ snel door extra bloed die in
grote bloedsomloop word ingestuwd
- Arteriën worden uitgerekt, diameter ↑
Ventriculaire diastole
- Bloeddruk ↓
- Arteriën krijgen oorspronkelijke afmeting
terug
Capillair
- Wnr bloed precapillaire sfincter bereikt
fluctueert de druk niet langer
- Bloeddruk ong 35mmHg
- Bij doorstromen van capillair ↓ bloeddruk
tot 18 mmHg
Veneus
- Druk laag bij het begin
- Bloeddruk blijft laag tijdens het hele verloop
, Verschillende lagen bloedvatwand
Tunica intima:
- binnenste laag
- bestaat uit epitheel en omliggende laag van
bindweefsel met elastische weefsel.
Tunica media:
- middelste laag
- opgebouwd uit glad spierweefsel in raamwerk van
colageen en elastische vezels.
- Als gladde spiercellen samentrekken ↓diameter van
bloedvat, als ze ontspannen ↑diameter van bloedvat.
Tunica externa:
- buitenste laag
- bevat colageen vezels en vormt koker van bindweefsel rond andere lagen
van bloedvat
- Geeft stevigheid aan wand van bloedvat, soms zijn collagene vezels
vervlochten met die van aangrenzend weefsel waardoor bloedvat op zijn
plaats word gehouden.
Verband tussen dikte van 3 verschillende lagen diverse
bloedvaten en verloop bloeddruk
Dikte elke laag ter hoogte van arteriën en gevolg
- Diameter van 2,5 cm bij grote bloedvaten
- Diameter 0,4 bij middelgrote bloedvaten
- Wanden bevatten een tunica media met meer elastische vezels dan gladde
spiercellen
- ventriculaire systole:↑ bloeddruk snel = elastische arteriën rekken uit,
↑diameter
- ventriculaire diastole: ↓ bloeddruk terug= door elastische vezels
oorspronkelijke diameter terug.
Dikte elke laag ter hoogte van arteriolen en gevolg
- inwendige diameter van arteriolen 30qm
- tunica media: 1 of 2 lagen van gladde spiercellen = diameter van lumen
wijzigen= bloeddruk en stoomsnelheid vh bloed in weefsel gewijzigd
- actieve weefsel kunnen door vasodilatatie bloed ontvangen
- minder actief weefsel krijgt door vasodilatatie minder bloed
Vasodilatatie en vasoconstictie: verwijden en versmallen van
een arteriole vasomotoriek
Volgorde bloedvaten
- Arterie
- Arteriole
- Capillair
- Venule
- Vene
Systolische en diastolische druk doorheen bloedsomloop
Arterieel
Bloeddruk neemt af naar mate de afstand naar het hart toe
Ventriculaire systole
- Bloeddruk ↑ snel door extra bloed die in
grote bloedsomloop word ingestuwd
- Arteriën worden uitgerekt, diameter ↑
Ventriculaire diastole
- Bloeddruk ↓
- Arteriën krijgen oorspronkelijke afmeting
terug
Capillair
- Wnr bloed precapillaire sfincter bereikt
fluctueert de druk niet langer
- Bloeddruk ong 35mmHg
- Bij doorstromen van capillair ↓ bloeddruk
tot 18 mmHg
Veneus
- Druk laag bij het begin
- Bloeddruk blijft laag tijdens het hele verloop
, Verschillende lagen bloedvatwand
Tunica intima:
- binnenste laag
- bestaat uit epitheel en omliggende laag van
bindweefsel met elastische weefsel.
Tunica media:
- middelste laag
- opgebouwd uit glad spierweefsel in raamwerk van
colageen en elastische vezels.
- Als gladde spiercellen samentrekken ↓diameter van
bloedvat, als ze ontspannen ↑diameter van bloedvat.
Tunica externa:
- buitenste laag
- bevat colageen vezels en vormt koker van bindweefsel rond andere lagen
van bloedvat
- Geeft stevigheid aan wand van bloedvat, soms zijn collagene vezels
vervlochten met die van aangrenzend weefsel waardoor bloedvat op zijn
plaats word gehouden.
Verband tussen dikte van 3 verschillende lagen diverse
bloedvaten en verloop bloeddruk
Dikte elke laag ter hoogte van arteriën en gevolg
- Diameter van 2,5 cm bij grote bloedvaten
- Diameter 0,4 bij middelgrote bloedvaten
- Wanden bevatten een tunica media met meer elastische vezels dan gladde
spiercellen
- ventriculaire systole:↑ bloeddruk snel = elastische arteriën rekken uit,
↑diameter
- ventriculaire diastole: ↓ bloeddruk terug= door elastische vezels
oorspronkelijke diameter terug.
Dikte elke laag ter hoogte van arteriolen en gevolg
- inwendige diameter van arteriolen 30qm
- tunica media: 1 of 2 lagen van gladde spiercellen = diameter van lumen
wijzigen= bloeddruk en stoomsnelheid vh bloed in weefsel gewijzigd
- actieve weefsel kunnen door vasodilatatie bloed ontvangen
- minder actief weefsel krijgt door vasodilatatie minder bloed
Vasodilatatie en vasoconstictie: verwijden en versmallen van
een arteriole vasomotoriek