Elementaire bouwkunde A samenvatting
Het bouwproces:
Fases van het bouwproces:
1. Initatiefase: opdrachtgever
2. Ontwerpfase: architect
3. Prijsvorming: Aannemer
4. Uitvoeringsfase: aannemer
5. Exploitatie fase/ gebruiksfase: wat je uit eindelijk gaat doen met het gebouw
6. Sloop
DBFM(O)= design, build, finance & maintain.
Wordt gemaakt in de volgende stappen met de opdrachtgever:
1. Voorontwerp (VO)
2. Definitief Ontwerp (DO)
3. Bestektekeningen +bestek + begroting
Van plan naar omgevingsvergunning: wordt getoetst op:
1. Bestemmingsplan
2. Bouwbesluit
3. Welstand
4. Milieu eisen
Van omgevingsvergunning naar gebouw (hiervoor is de aannemer nodig) wie gaat het plan
uitvoeren en wie krijt de job.
Hoe organiseer je de bouw?
1. Traditioneel:
- driehoek Architect-opdrachtgever-aannemer.
- Architect vertegenwoordig opdrachtgever.
2. Bouwteam:
- opdrachtgever stuurt alle teams aan
- architect, adviseur, aannemer, technisch specialisten
3. Projectontwikkeling (pps en turnkey)
aannemer bouw voor eigen rekening en risico
na gereedkomen verkopen.
4. Turn-key:
- er wordt opdracht verleend aan een ontwikkelaar om een compleet project te
leveren op basis van prestatiedocument
5. Ketensamenwerking
- het managen van activiteiten die gericht zijn op de coördinatie van verschillende
, schakels met als doel de gehele keten te optimaliseren als ware 1
eenheid/gezamenlijke organisatie
6. DBFM(O):
- opdrachtgever neemt dienst af i.p.v. product
- opdrachtnemer is verantwoordelijk voor financiering
Tijdens de uitvoering:
1. Uitvoerder (kapitein van het schip
2. Werkvergadering (met onderaannemers)
3. Kwaliteit voortgang en kosten te bewaken is daar de architect
4. Opzichter bij grote projecten
5. Bouwvergadering
Revisietekeningen: hier worden alle wijzigingen die tijdens de bouw zijn gemaakt in
vastgelegd.
WRO= wetgeving grondgebruik
Woningwet:
1. Bestemmingsplan
2. bouwbesluit
3.gemeentelijke bouwverordening
4. Redelijke eisen welstand
WABO: wet algemene bepalingen en omgevingsrecht
Bestek: is een geschreven document met daarin opgenomen als hoofdzaken:
1. De administratieve voorwaarden
2. Alle onderdelen van het gebouw met specificaties
STABU- bestek: is een standaard bestek wat veel gebruikt wordt.
Bouwmaterialen
Wapening= stalen staaf voor versterking voor beton.
Hoofdindeling:
1. Metalen: Staal/ijzer, lood, zink, koper
2. Silicaten: beton, steen
3. Polymeren: kunststoffen, hout, rubbers
,Eigenschappen staal
- Sterk
- Hard
- Relatief gemakkelijk te bewerken
Eigenschappen Non- Ferro materialen (bevat staal):
- Goed bestand tegen corrosie
- Vormt een afsluitend oxide laag die verdere aantasting stopt.
Silicaten: Materialen die silicium houdend zijn zoals beton, steen
Polymeren: materialen zoals hout, kunststoffen en rubbers.
Eigenschappen:
- Lage sterkte
- Lage elasticiteit
Hout:
- Loofhout
- Naaldhout
Eigenschappen Naaldhout:
- Eenvoudige structuur
- Weinig differentiatie van de vezels en weefsels
- Gevoelig voor vocht
- Brandgevoelig
Eigenschappen Loofhout:
- Ingewikkelde structuur
- Loofhoutvezels hebben dikkere celwanden dan naaldhoutvezels
- Gevoelig voor vocht
- Brandgevoelig
Beton:
4 soorten beton:
- Schuimbeton
- samengesteld mengsel van cement, water en eventueel toeslagmateriaal en
hulpstoffen.
- Lichtbeton
- geringe druksterkte
- geheel of gedeeltelijk vervaardigd met licht toeslagmateriaal
- Normaalbeton/ grindbeton
- vervaardigd met zand en grind
- toegepast in woningbouw
- Zwaar beton
- toegepast als belast bij ophaalbruggen
- grove en zware toeslagstof
Eigenschappen beton:
- Goede druksterkte
- Slechte treksterkte
- Brandwerend
- Lucht- geluid isolatie
, Cellenbeton: heeft een isolerende werking en is licht.
Grondstoffen waar beton uit bestaat:
- Cement
- Zand
- Grind
- Water
- Hulpstoffen
- vertragers (gebruitk als verharding)
- - Lucht belvormers
-Plasticificeerders
- Vulstoffen:
- Vliegas een reeststof (kan cement vervangen)
- Kalksteen meel
- silica fume (extreem fijne deeltjes)
Soorten wapening
1. Hoofdwapening: neemt optredende kracht op
2. Verdeelwapening: houd hoofdwapening op de plaats en verdeeld belasting.
3. Bijlegwapening: wordt bijgelegd waar nodig.
4. Krimpwapening: verspreid krimpscheuren over een groter oppervlakte zodat er niet 1
grote scheur vormt.
3 manieren van gewapend beton:
1. Gewoon gewapend beton
2. Voorgespannen beton
3. Nagespannen beton
Grondonderzoek en Fundering
3 methodes van grondonderzoek:
1. Sonderen:
Doel: bepalen van de weerstand van de grond tegen indringing
2. Boren
Doel: bruiknaar voor bodemclassificatie voor monster toename ten behoeve van
bodemonderzoek en grondwaterpeil vaststellen
3. Laboratoriumonderzoek
Bemaling: Materiaal wat nodig is om water te verwijderen
Bodemonderzoek:
1. Milieukundig
2. Geohydrologisch onderzoek (grondwater)
3. Geotechnisch onderzoek (sonderen)
Grondsoorten:
1. Onsamenhangende grond (zand en grind)
2. Samenhangende grond (klei en veen)
Het bouwproces:
Fases van het bouwproces:
1. Initatiefase: opdrachtgever
2. Ontwerpfase: architect
3. Prijsvorming: Aannemer
4. Uitvoeringsfase: aannemer
5. Exploitatie fase/ gebruiksfase: wat je uit eindelijk gaat doen met het gebouw
6. Sloop
DBFM(O)= design, build, finance & maintain.
Wordt gemaakt in de volgende stappen met de opdrachtgever:
1. Voorontwerp (VO)
2. Definitief Ontwerp (DO)
3. Bestektekeningen +bestek + begroting
Van plan naar omgevingsvergunning: wordt getoetst op:
1. Bestemmingsplan
2. Bouwbesluit
3. Welstand
4. Milieu eisen
Van omgevingsvergunning naar gebouw (hiervoor is de aannemer nodig) wie gaat het plan
uitvoeren en wie krijt de job.
Hoe organiseer je de bouw?
1. Traditioneel:
- driehoek Architect-opdrachtgever-aannemer.
- Architect vertegenwoordig opdrachtgever.
2. Bouwteam:
- opdrachtgever stuurt alle teams aan
- architect, adviseur, aannemer, technisch specialisten
3. Projectontwikkeling (pps en turnkey)
aannemer bouw voor eigen rekening en risico
na gereedkomen verkopen.
4. Turn-key:
- er wordt opdracht verleend aan een ontwikkelaar om een compleet project te
leveren op basis van prestatiedocument
5. Ketensamenwerking
- het managen van activiteiten die gericht zijn op de coördinatie van verschillende
, schakels met als doel de gehele keten te optimaliseren als ware 1
eenheid/gezamenlijke organisatie
6. DBFM(O):
- opdrachtgever neemt dienst af i.p.v. product
- opdrachtnemer is verantwoordelijk voor financiering
Tijdens de uitvoering:
1. Uitvoerder (kapitein van het schip
2. Werkvergadering (met onderaannemers)
3. Kwaliteit voortgang en kosten te bewaken is daar de architect
4. Opzichter bij grote projecten
5. Bouwvergadering
Revisietekeningen: hier worden alle wijzigingen die tijdens de bouw zijn gemaakt in
vastgelegd.
WRO= wetgeving grondgebruik
Woningwet:
1. Bestemmingsplan
2. bouwbesluit
3.gemeentelijke bouwverordening
4. Redelijke eisen welstand
WABO: wet algemene bepalingen en omgevingsrecht
Bestek: is een geschreven document met daarin opgenomen als hoofdzaken:
1. De administratieve voorwaarden
2. Alle onderdelen van het gebouw met specificaties
STABU- bestek: is een standaard bestek wat veel gebruikt wordt.
Bouwmaterialen
Wapening= stalen staaf voor versterking voor beton.
Hoofdindeling:
1. Metalen: Staal/ijzer, lood, zink, koper
2. Silicaten: beton, steen
3. Polymeren: kunststoffen, hout, rubbers
,Eigenschappen staal
- Sterk
- Hard
- Relatief gemakkelijk te bewerken
Eigenschappen Non- Ferro materialen (bevat staal):
- Goed bestand tegen corrosie
- Vormt een afsluitend oxide laag die verdere aantasting stopt.
Silicaten: Materialen die silicium houdend zijn zoals beton, steen
Polymeren: materialen zoals hout, kunststoffen en rubbers.
Eigenschappen:
- Lage sterkte
- Lage elasticiteit
Hout:
- Loofhout
- Naaldhout
Eigenschappen Naaldhout:
- Eenvoudige structuur
- Weinig differentiatie van de vezels en weefsels
- Gevoelig voor vocht
- Brandgevoelig
Eigenschappen Loofhout:
- Ingewikkelde structuur
- Loofhoutvezels hebben dikkere celwanden dan naaldhoutvezels
- Gevoelig voor vocht
- Brandgevoelig
Beton:
4 soorten beton:
- Schuimbeton
- samengesteld mengsel van cement, water en eventueel toeslagmateriaal en
hulpstoffen.
- Lichtbeton
- geringe druksterkte
- geheel of gedeeltelijk vervaardigd met licht toeslagmateriaal
- Normaalbeton/ grindbeton
- vervaardigd met zand en grind
- toegepast in woningbouw
- Zwaar beton
- toegepast als belast bij ophaalbruggen
- grove en zware toeslagstof
Eigenschappen beton:
- Goede druksterkte
- Slechte treksterkte
- Brandwerend
- Lucht- geluid isolatie
, Cellenbeton: heeft een isolerende werking en is licht.
Grondstoffen waar beton uit bestaat:
- Cement
- Zand
- Grind
- Water
- Hulpstoffen
- vertragers (gebruitk als verharding)
- - Lucht belvormers
-Plasticificeerders
- Vulstoffen:
- Vliegas een reeststof (kan cement vervangen)
- Kalksteen meel
- silica fume (extreem fijne deeltjes)
Soorten wapening
1. Hoofdwapening: neemt optredende kracht op
2. Verdeelwapening: houd hoofdwapening op de plaats en verdeeld belasting.
3. Bijlegwapening: wordt bijgelegd waar nodig.
4. Krimpwapening: verspreid krimpscheuren over een groter oppervlakte zodat er niet 1
grote scheur vormt.
3 manieren van gewapend beton:
1. Gewoon gewapend beton
2. Voorgespannen beton
3. Nagespannen beton
Grondonderzoek en Fundering
3 methodes van grondonderzoek:
1. Sonderen:
Doel: bepalen van de weerstand van de grond tegen indringing
2. Boren
Doel: bruiknaar voor bodemclassificatie voor monster toename ten behoeve van
bodemonderzoek en grondwaterpeil vaststellen
3. Laboratoriumonderzoek
Bemaling: Materiaal wat nodig is om water te verwijderen
Bodemonderzoek:
1. Milieukundig
2. Geohydrologisch onderzoek (grondwater)
3. Geotechnisch onderzoek (sonderen)
Grondsoorten:
1. Onsamenhangende grond (zand en grind)
2. Samenhangende grond (klei en veen)