Mens&Leren 2
HERHALING M&L 1
- WC1-
• Algemene principes van HGD, HGW en faire diagnostiek kunnen toepassen op
examen
(= parate kennis)
• Op examen laten blijken dat je weet op welke wijze je best in gesprek kan gaan met
leerling / ouder(s) in een bepaalde situatie.
HERHALING ICF
CLASSIFICATIESYSTEMEN:
ICF = menselijk functioneren
DSM5 = kenmerken van het psychische
ICD = fysieke stoornissen en psychische stoornissen
ICF-SCHEMA
= International classificatie van het menselijk functioneren
Een mens:
Lichaam ( functies/anatomisch eigenschappen)
– Wat kan iemand zowel fysiek als mentaal?
– Wat kan een baby van 6 maanden bijvoorbeeld al?
Doen (activiteiten)
– Wat doet een mens?
– Wat zijn de activiteiten?
– Bv. Schoonmaken, boodschappen doen, beslissingen nemen
Samen ( partcipatie)
– Met wie diet een mens iets?
– Hij partcipeert (=neem deel)
– Bv. Studeren, werken, vrijwilliger, zijn bij het rode kruis
Een mens is niet een geheel:
à Valt op te delen in verschillende stukjes
à Dus beter kunnen kijken naar hoe iemand functioneerd
à En kunnen handelen naar wat die persoon nodig heeft
1
,Mens&Leren 2
Maar een mens is meer, er is/zijn ook nog:
Ik: persoonlijke factoren zoals leeftijd, geslacht, ervaring, sociale status
Omgeving: externe factoren waaronder:
o Fysieke omgeving:
waar woont iemand? In een rijke buurt of in een klein appartement in de
stad?
o Sociale en de maatschappelijke omegeving:
Mensen die Borgerhout wonen voelen zich vandaag bijvoorbeeld bekeken
door wat er allemaal over hun gemeente wordt gezegd
Ziekete: een ziekete of een aandoening heeft impact op het volledige mens-zijn
2
,Mens&Leren 2
SCHEMA:
1. Ziekte / aandoening:
= Dat heeft een invloed op jou hele zijn, en heeft invloed op de manier waarop je functioneert
2. Functies/ anatomische eigenschappen (stoornissen):
= Wat is de functie van onze oren en hersenen, duntei van de spieren dus beweging
3. Activiteiten ( beperkingen):
= Gaat over zelfredzaamheid kan iemand zelf zijn tandenpoesten, kan een volwassenen
boodschappen doen ja of nee
4. Participatie (participatie problemen):
= Gaat over hoe iemand participeerd in de samenleveing, wij zijn studenten en gaan naar de
les, kinderen gaan bijvoorbeldd naar een kinderdagverblijf
5. Externe factoren ( bevorderend/ belemmerend):
= Factoren die buiten de persoon liggen, gaat bijvoorbeeld over de buurt waar je woont ( luxe
huis, kamer moeten delen met broer of zus)
6. persoonlijke factoren ( bevorderend / belemmerend):
= Gaat over factoren over jou zelf, leeftijd, geslacht
à Zijn zaken die het ICF aangeven, we delen dus deze zaken om een beter beeld te
kunnen geven over een persoon
3
, Mens&Leren 2
4
HERHALING M&L 1
- WC1-
• Algemene principes van HGD, HGW en faire diagnostiek kunnen toepassen op
examen
(= parate kennis)
• Op examen laten blijken dat je weet op welke wijze je best in gesprek kan gaan met
leerling / ouder(s) in een bepaalde situatie.
HERHALING ICF
CLASSIFICATIESYSTEMEN:
ICF = menselijk functioneren
DSM5 = kenmerken van het psychische
ICD = fysieke stoornissen en psychische stoornissen
ICF-SCHEMA
= International classificatie van het menselijk functioneren
Een mens:
Lichaam ( functies/anatomisch eigenschappen)
– Wat kan iemand zowel fysiek als mentaal?
– Wat kan een baby van 6 maanden bijvoorbeeld al?
Doen (activiteiten)
– Wat doet een mens?
– Wat zijn de activiteiten?
– Bv. Schoonmaken, boodschappen doen, beslissingen nemen
Samen ( partcipatie)
– Met wie diet een mens iets?
– Hij partcipeert (=neem deel)
– Bv. Studeren, werken, vrijwilliger, zijn bij het rode kruis
Een mens is niet een geheel:
à Valt op te delen in verschillende stukjes
à Dus beter kunnen kijken naar hoe iemand functioneerd
à En kunnen handelen naar wat die persoon nodig heeft
1
,Mens&Leren 2
Maar een mens is meer, er is/zijn ook nog:
Ik: persoonlijke factoren zoals leeftijd, geslacht, ervaring, sociale status
Omgeving: externe factoren waaronder:
o Fysieke omgeving:
waar woont iemand? In een rijke buurt of in een klein appartement in de
stad?
o Sociale en de maatschappelijke omegeving:
Mensen die Borgerhout wonen voelen zich vandaag bijvoorbeeld bekeken
door wat er allemaal over hun gemeente wordt gezegd
Ziekete: een ziekete of een aandoening heeft impact op het volledige mens-zijn
2
,Mens&Leren 2
SCHEMA:
1. Ziekte / aandoening:
= Dat heeft een invloed op jou hele zijn, en heeft invloed op de manier waarop je functioneert
2. Functies/ anatomische eigenschappen (stoornissen):
= Wat is de functie van onze oren en hersenen, duntei van de spieren dus beweging
3. Activiteiten ( beperkingen):
= Gaat over zelfredzaamheid kan iemand zelf zijn tandenpoesten, kan een volwassenen
boodschappen doen ja of nee
4. Participatie (participatie problemen):
= Gaat over hoe iemand participeerd in de samenleveing, wij zijn studenten en gaan naar de
les, kinderen gaan bijvoorbeldd naar een kinderdagverblijf
5. Externe factoren ( bevorderend/ belemmerend):
= Factoren die buiten de persoon liggen, gaat bijvoorbeeld over de buurt waar je woont ( luxe
huis, kamer moeten delen met broer of zus)
6. persoonlijke factoren ( bevorderend / belemmerend):
= Gaat over factoren over jou zelf, leeftijd, geslacht
à Zijn zaken die het ICF aangeven, we delen dus deze zaken om een beter beeld te
kunnen geven over een persoon
3
, Mens&Leren 2
4