BELANGRIJKE INFORMATIE VAN DE CURSUS
Informatie over het examen
- Je mag een woordenboek meenemen dat de woorden direct vertaalt.
- Het examen mag in het Engels of Nederlands worden gemaakt, maar moet volledig in de
gekozen taal zijn.
Voorbeeld examenvragen
1. Eerste type vraag
→ 5 vragen
→ Je hebt 3 tot 4 regels, dus focus op de essentie.
§ Wanneer
→ Plaats in de eeuw, geen exacte datum.
§ Belang
§ Wie/wat
Voorbeeldvraag: Situeer de volgende gebeurtenissen, concepten en personen in hun historische
context en leg kort hun historische betekenis uit.
→ Zheng He
→ Benin-brons
2. Tweede type vraag
→ Je krijgt 4 vragen, maar je moet er slechts 3 beantwoorden.
Voorbeeldvraag: Kies drie van de vier vragen in sectie B. Beantwoord niet alle vier de vragen. Als
je alle vier de vragen beantwoordt, beoordeel ik alleen vragen 1-2/3.
→ Waarom was de Periode van de Strijdende Staten zo'n cultureel dynamische periode in de
Chinese geschiedenis?
3. Derde type vraag: essayvraag
→ Voor de essayvraag moet je bewijzen halen uit verschillende colleges. Weeg het bewijs
voor en tegen, gebruik analytische taal, presenteer het bewijs, weeg het, en concludeer.
→ 2 pagina’s lang.
→ Analytisch (ppt) → argumenteer (boek) → reflecteer (artikelen).
Voorbeeldvraag: Wat was de rol van religie in internationale betrekkingen? En hoe heeft die rol
zich ontwikkeld?
Handige tip
Aan het einde van het tekstboek staan vragen, waarvan sommige worden opgenomen in het examen.
1
, COLLEGE 1: Introductie
1. History of international relations: waarom?
WAAROM IS HET NUTTIG VOOR SOCIAAL WETENSCHAPPERS OM GESCHIEDENIS TE
BESTUDEREN?
1. Historische nalatenschappen
→ Historische nalatenschappen verwijzen naar de blijvende invloed van gebeurtenissen,
systemen of structuren uit het verleden op een samenleving, zelfs nadat die gebeurtenissen
of systemen officieel zijn beëindigd. Deze nalatenschappen vormen gedragingen, normen,
instituties, enz., en blijven vaak jarenlang invloed uitoefenen op een samenleving.
→ Voorbeeld: Polen, dat decennialang onder communistisch bewind heeft gestaan, voelt
nog steeds de effecten van die periode, zelfs na de overgang naar een democratisch systeem.
2. De politiek van historische herinneringen
→ Je kunt de ander niet volledig kennen, maar je kunt proberen de ander beter te begrijpen
door hun geschiedenis te leren kennen. Op deze manier kun je hun politieke en diplomatieke
gedrag doorgronden. Je hoeft hun gedrag niet te accepteren, maar je moet weten wat hen
motiveert om hun gedrag te begrijpen.
→ Voorbeeld: Kiev en Russische buitenlandse beleidsclaims.
3. De veranderlijkheid van morele ideeën en sociale arrangementen
→ Wanneer je het verleden en organisaties bestudeert, word je geconfronteerd met
verschillende sociale arrangementen en morele ideeën.
→ Voorbeelden: Gendergelijkheid, natuurlijke slavernij en soevereiniteit.
4. (Lessen uit de geschiedenis)
→ Sommigen zeggen dat de geschiedenis zich herhaalt, maar anderen waarschuwen dat we
voorzichtig moeten zijn, omdat we niet zeker weten of het dezelfde situatie betreft.
Politieke herinneringen
- Alle herinneringen zijn selectief
→ Je kunt ervoor kiezen om bepaalde dingen bewust te vergeten, omdat je ze niet wilt
onthouden. Het is een bewuste keuze.
- Regeringen en activisten vertellen hun eigen verhaal
2. History of international relations: wat?
INTERNATIONALE BETREKKINGEN ALS EEN WETENSCHAPPELIJKE DISCIPLINE IS
‘PRESENTISTISCH’
Presentistisch betekent dat onderzoekers en academici vaak huidige omstandigheden of
perspectieven gebruiken om historische gebeurtenissen te analyseren, zonder voldoende rekening te
houden met de specifieke context van die tijd.
2
,Presentisten geloven dat internationale betrekkingen begonnen met gebeurtenissen zoals de Eerste
Wereldoorlog. Deze visie is echter onjuist, aangezien internationale betrekkingen al lang vóór dat
conflict bestonden. Internationale betrekkingen zijn niet beperkt tot oorlogstijd; ze omvatten ook
diplomatieke, economische en culturele interacties die door de geschiedenis heen hebben
plaatsgevonden.
INTERNATIONALE BETREKKINGEN ALS EEN WETENSCHAPPELIJKE DISCIPLINE IS
‘EUROCENTRISCH’
Eurocentrisch betekent dat de theorieën en analyses vaak voortkomen uit een Europees perspectief,
waarbij de geschiedenis, politiek en economie van Europa als norm of standaard worden gebruikt
om andere regio’s en hun ontwikkeling te begrijpen.
We moeten ons ervan bewust zijn dat er zowel Europese als niet-Europese ervaringen zijn. Het is
belangrijk om te erkennen dat er twee soorten ervaringen zijn, en dat niet alleen het Europese
perspectief in aanmerking moet worden genomen.
IS HET EEN PROBLEEM DAT INTERNATIONALE BETREKKINGEN ALS DISCIPLINE EEN
‘PRESENTISTISCHE’ EN ‘EUROCENTRISCHE’ VOOROORDEEL HEEFT?
1. Niet-Europese mogendheden herbevestigen zichzelf
→ Historische nalatenschappen
→ Historische herinnering
2. Wat is de logica van het internationale systeem?
→ Veranderlijkheid van huidige arrangementen: De basisunit (staat), sociale praktijken
(grenzen, vlaggen), regels en normen (gelijkheid) en implicaties (geweld).
3
, COLLEGE 2: China en oost-Azië
Het was mogelijk voor Japan om zich van China te isoleren, voornamelijk om geografische
redenen.
1. Inleiding: wat is China?
WAT IS CHINA EN WAT BETEKENT HET OM EEN 'CHINEES' INTERNATIONAAL SYSTEEM TE
IDENTIFICEREN?
- Wat China niet is: een natiestaat
§ Imperiale dynastieën met de pretentie om het ‘middenrijk’ (zhongguo) te zijn
→ Er waren meerdere keizerlijke dynastieën, die allemaal claimden het 'middenrijk'
te zijn. Ze refereerden niet naar zichzelf als Chinezen, maar hadden allemaal namen
en noemden zichzelf het 'middenrijk'.
§ Een beschavingszone met gedeelde rituele praktijken
→ Binnen dat geografische gebied met verschillende dynastieën deelden ze een
reeks rituele praktijken. Er was ook een gedeeld politiek vocabulaire en een
gemeenschappelijke visie op hoe een politiek systeem moest worden geregeerd. Het
bleef een Mandaat. Een dynastie kon vallen, waardoor burgers voor een andere
dynastie konden werken. Confucianisme werd door veel keizerlijke dynastieën als
officiële ideologie gebruikt, hoewel niet alle dynastieën oorspronkelijk van Chinese
afkomst waren (zoals de Mantsjoe-dynastie). Deze dynastieën adopteerden
Confuciaanse praktijken om hun legitimiteit te versterken.
- Wat het niet betekent om een Chinees internationaal systeem te identificeren:
allesomvattend, onveranderlijk, onbetwistbaar Confucianistisch
§ Overlandsysteem
→ Organiseerde relaties tussen China en de Mongoolse stammen of het Westen en
Noorden. Dit systeem nam weinig over van het Confucianisme.
§ Tribuut systeem
→ Organiseerde relaties tussen China en het Zuiden en Oosten. Dit systeem nam
veel over van het Confucianisme.
China was niet altijd dominant; er waren periodes waarin China domineerde, maar het werd ook
door anderen gedomineerd. Confucianisme beïnvloedde enkele regels en culturen, maar niet
constant.
2. De 'periode van de strijdende staten' (The warring state period)
Dit verwijst naar een tijdperk van politieke en militaire onrust waarin verschillende staten in China
tegen elkaar vochten om dominantie.
4
,475 – 251 v.Chr.
- Intense concurrentie, inclusief militaire concurrentie
→ In deze context zien we alle verwachte dynamieken van een dergelijke omgeving: intense
concurrentie tussen staten, territoriale conflicten en allianties gericht op het voorkomen van
de dominantie van een enkele staat. Deze hevige militaire rivaliteit is de reden waarom deze
periode vaak niet alleen wordt aangeduid als een periode van onafhankelijke staten, maar als
een periode van 'strijdende staten'. Met meerdere staten en geen overkoepelende autoriteit
resulteerde dit in terugkerende, zo niet constante, oorlogen.
- Qin lijkt de dominantie te bereiken, andere ‘politieke entiteiten’ moeten reageren
→ Op een bepaald moment leek de staat Qin op het punt te staan om dominantie te bereiken,
waardoor andere staten moesten beslissen hoe ze hierop zouden reageren. Ze moesten
overwegen welk soort militair apparaat ze moesten ontwikkelen, of ze allianties moesten
vormen tegen Qin en met welke staten ze zich moesten verbinden. Moesten ze zich volledig
inzetten voor deze allianties, of deze op opportunistische wijze behandelen? Deze tijdloze
vraagstukken van buitenlands beleid waren toen net zo relevant als nu.
- Boek: Sunzi, De kunst van het oorlogvoeren
→ Dit boek benadrukte het belang van inlichtingen, bedrog en misleiding. Het was een boek
over oorlogsvoering dat in deze periode zeer populair was, omdat alle onafhankelijke staten
zoveel mogelijk wilden weten over oorlog. Ze wilden andere onafhankelijke staten
domineren en anticiperen op de reacties van die staten.
DE PERIODE VAN DE STRIJDENDE STATEN WAS EEN PERIODE VAN INTENSE EN VAAK
GEWELDDADIGE POLITIEK-MILITAIRE CONCURRENTIE, MAAR TOCH WAS HET EEN
PERIODE WAARIN CHINA BLOEIDE. HOE IS DIT MOGELIJK?
Militaire concurrentie creëert nieuwe technologieën om steeds een stap voor te zijn op de ander. Om
nieuwe technologieën te ontwikkelen, moet er geïnvesteerd worden in de economie. Dit vereist een
efficiënt belastingstelsel. Daarom moet de administratie goed georganiseerd zijn om het innen van
belastingen te vergemakkelijken.
- Politieke concurrentie stimuleerde economische ontwikkeling
- Politieke concurrentie stimuleerde intellectuele creativiteit
5
,Er ontstonden verschillende intellectuele scholen:
- Kongzi/Confucianisme: Juiste gedrag binnen hiërarchische, persoonlijke relaties
→ Confucius leerde dat deugdzaam gedrag belangrijker is dan wetten, omdat morele deugd
de basis vormt voor wettig gedrag. Deugd moet worden bijgebracht aan iedereen, van het
volk tot de heersers. Hij geloofde ook dat de samenleving moet worden gezien als een
netwerk van hiërarchische relaties, zoals tussen een vader en kind, of een heerser en
onderdanen. Om harmonie te behouden, moeten individuen handelen volgens hun rol binnen
deze relaties, waarbij ondergeschikten, zoals kinderen of onderdanen, gehoorzaamheid tonen
aan degenen in een positie van autoriteit.
- Daoïsme
- Fajia/Legalisme: Meedogenloze nastreven van staatsbelangen; rol van de wet daarin,
maar de heerser staat boven de wet, zeker in buitenlandse aangelegenheden
→ Morele deugd betekent niets vergeleken met het Confucianisme. Een heerser moet boven
de wet staan. Als je de wet overtreedt, moet je streng gestraft worden. Volgens het
Legalisme is dit de enige manier om te regeren en dominantie over de burgers te behouden.
3. De ontwikkeling van de Chinese staat
‘China’ werd geregeerd door een opeenvolging van keizerlijke dynastieën. Er was niet zoiets als
een Chinees rijk in de zin van een uniforme politieke eenheid.
- Veel strijd en concurrentie
- Niet elke dynastie was van Chinese oorsprong
- Toch ook talloze elementen van continuïteit:
§ In culturele termen
→ Het Confucianisme ontstond niet plotseling als de dominante filosofie; het werd
al vroeg aangenomen als de officiële staatsideologie. Hoewel niet al het politieke
gedrag kan worden verklaard door het Confucianisme, identificeerde de staat zich
wel als Confuciaans, zelfs als het niet altijd zo handelde. Ambtenaren werden geacht
de Confuciaanse leer te bestuderen en te kennen. Dit bleef zo gedurende het grootste
deel van de keizerlijke periode, waarbij het Confucianisme de officiële ideologie
bleef, met enkele uitzonderingen, zoals de Mongoolse dynastie. Zelfs latere
dynastieën, zoals de Mantsjoe-dynastie, identificeerden zichzelf nog steeds als
Confuciaanse keizerlijke dynastieën.
§ Op het gebied van politieke organisatie
→ Alle keizerlijke dynastieën claimden het Mandaat van de Hemel. Zodra de
overgang naar een nieuwe dynastie volledig was gevestigd, zouden de onderdanen,
voornamelijk de elite, accepteren dat de nieuwe dynastie dit mandaat in handen had,
wat hun heerschappij legitimeerde. Deze legitimiteit kon echter niet als
vanzelfsprekend worden beschouwd, aangezien de macht vaak met geweld werd
verkregen. Om hun legitimiteit opnieuw te vestigen, zouden ze het Mandaat van de
Hemel claimen en de erkenning van anderen zoeken dat ze dit in bezit hadden.
6
,HAN-DYNASTIE (206 v.Chr. – 220 n.Chr.)
- Oprichting van een professionele administratie
→ Door belasting te heffen op belangrijke goederen (bijvoorbeeld zout)
- Adoptie van het Confucianisme als staatsfilosofie
- Organisatie van de samenleving en economie
→ Wegen, kanalen, munten
→ Ze bouwden wegen en kanalen en besloten ook om munten op te slaan, zodat handel
beter gecontroleerd kon worden en gemakkelijker werd. Ze hieven belasting op zout, maar
ook op alcohol.
- Militaire confrontatie met de Xiongnu-federatie
De Zijderouten (The silk roads)
= Een dicht netwerk van handelsroutes maakte het mogelijk om goederen over lange afstanden te
transporteren. Alleen luxegoederen werden verhandeld. Kooplieden reisden naar een bepaald punt,
waar de luxegoederen werden overgedragen aan een ander vervoermiddel, waarbij onderweg
meerdere stops werden gemaakt met verschillende handelaren. Het kon soms tot 15 handelaren
kosten voordat de goederen hun eindbestemming bereikten. Terwijl mensen en goederen reisden,
verspreidden ook ideeën zich en bereikten ze China. De Zijderoutes waren cruciaal voor de
verspreiding van ideeën zoals het boeddhisme.
Han-dynastie = “Sogdische brief” (Sogdian letter) [kleine staten in de wereldpolitiek]
→ De Han-dynastie hechtte waarde aan de Zijderoutes, maar zij beheerden of creëerden deze niet.
De Zijderoutes ontwikkelden zich organisch tot de typische routes die handelaren namen. Mensen
voelden een verantwoordelijkheid voor deze wegen vanwege de vele rovers die er actief waren. Ze
beheerden de routes door onder andere rustpunten te creëren en documenten te controleren.
TANG-DYNASTIE (618-907 n.Chr.)
- Toelatingsexamens (meritocratie)
→ De Tang-dynastie formaliseerde deze vereiste en stelde dat men niet pas als ambtenaar
moest beginnen met het leren van de Confuciaanse klassiekers, maar dat men vóór het ambt
grondige kennis moest hebben van deze werken.
- China verspreidt zijn culturele invloed
→ In deze periode, waarin China een aura van culturele superioriteit bereikte, begonnen
buurlanden onder de indruk te raken van China. Ze begonnen Chinese culturele artefacten
over te nemen, introduceerden het Confucianisme en omarmden het Confucianisme. Ze
begonnen politieke autoriteit in hun regio’s te bespreken in termen van het Mandaat van de
Hemel.
7
, - China toont zich open voor buitenlandse invloeden
→ voorbeeld: Xuanzang (boeddhistische monnik)
→ Een aanwijzing dat China in deze periode nog niet zelfgenoegzaam was, is de openheid
voor buitenlandse invloeden. Het verhaal van deze monnik illustreert dit. Hij reisde naar
India omdat hij het gevoel had dat ze in China geen goed begrip hadden van bepaalde
boeddhistische principes. Hij besteedde 13 jaar aan het leren van allerlei boeddhistische
geleerden en monniken. Toen hij terugkeerde naar China, besloot de Tang-dynastie een
centrum voor boeddhistische studie te sponsoren.
SONG-DYNASTIE (960-1279)
- Tijdperk van grote technologische vooruitgang
→ Dit is een periode van technologische prestaties. Buskruit werd uitgevonden tijdens de
Song-dynastie, een Chinese uitvinding uit deze tijd. De Song-dynastie was een periode
waarin de stedelijke cultuur zich sterk ontwikkelde in China, wat leidde tot een uiterst
kosmopolitische stedelijke cultuur.
§ Kosmopolitische cultuur: Openstaan voor nieuwe culturen.
- Tijdperk van grote militaire uitdagingen, vooral van nomadische politieke entiteiten
→ De Song-dynastie werd geconfronteerd met zeer ernstige geopolitieke uitdagingen. Deze
bedreigingen kwamen niet van andere gevestigde staten, maar van nomadische politieke
entiteiten. Er waren twee nomadische groepen die de Song aanvielen: de Jurchens en de
Mongolen. De Jurchens slaagden erin de Song te verslaan en dwongen hen hun hoofdstad te
verplaatsen van Kaifeng in het noorden naar Guangzhou in het zuiden. Deze nomaden waren
geduchte militaire tegenstanders voor de Song-dynastie. Ongeveer 100 jaar later werd de
Song-dynastie aangevallen door de Mongolen onder leiding van Kublai Khan, een
Mongoolse leider. De Song-dynastie hield op te bestaan en de Yuan-dynastie werd opgericht
door Kublai Khan.
YUAN-DYNASTIE (1271-1368)
- Van Mongoolse oorsprong (Kublai Khan)
→ De Yuan-dynastie duurde niet lang, omdat Kublai Khan geen goede leider was.
MING-DYNASTIE (1368-1644)
- Porseleinen vazen & luxueuze tuinen
§ Uitleg: De Ming-dynastie staat bekend om haar kunst en cultuur, zoals porselein en
tuinarchitectuur. Deze luxe goederen symboliseerden de rijkdom en culturele
prestige van het rijk.
§ Tekst (Verband met Zheng He): De reizen van Zheng He droegen bij aan culturele
uitwisseling en handel, wat leidde tot de invoer van exotische goederen, waaronder
luxe items zoals porselein. Door deze reizen kon China zijn culturele invloed
uitbreiden en nieuwe ideeën en producten verwelkomen.
8
, - ‘De Grote Muur van China’ en de Zheng He-reizen
§ Uitleg: De Grote Muur werd gebouwd als een verdedigingslinie tegen nomadische
groepen uit het noorden. Dit weerspiegelt de bezorgdheid van de Ming-dynastie over
invasies en het behoud van hun territoriale integriteit.
§ Tekst (Verband met Zheng He): Hoewel de Grote Muur een symbool is van isolatie,
waren de reizen van Zheng He een manier om de Chinese invloed in het buitenland
uit te breiden. Deze twee contrasten laten de complexe dynamiek van de Ming-
diplomatie zien, waarbij ze zich enerzijds achter fysieke verdedigingen terugtrokken
en anderzijds de wereld verkenden via maritieme expedities.
De Zheng He-reizen
- Brengt een ‘giraffe’ naar Beijing
§ Uitleg: Tijdens zijn reizen bracht Zheng He een giraffe naar Beijing, een symbool
van de exotische rijkdom en culturele uitwisseling die plaatsvond. Dit benadrukt het
prestige van de Ming-dynastie en hun connecties met andere landen.
§ Tekst (Verband met Zheng He): De giraffe vertegenwoordigt de successen van
Zheng He’s expedities, omdat ze niet alleen goederen brachten, maar ook
curiositeiten en wonderen uit andere landen naar China. Dit past in de bredere
context van culturele en commerciële uitwisseling.
- Komen tot een abrupt einde (oorzaken van het stoppen)
§ Uitleg: De reizen van Zheng He eindigden abrupt, vooral na de dood van keizer
Yongle. Er waren argumenten dat de expedities te kostbaar waren en dat de focus
meer naar binnen moest worden gericht.
§ Tekst (Verband met Zheng He): Dit komt overeen met de opmerking van Wade dat
de reizen, ondanks hun impact, niet werden voortgezet door de Ming-dynastie. De
dood van Yongle leidde tot een verschuiving van de prioriteiten naar een meer
isolationistische benadering, zoals blijkt uit de latere focus op het verdedigen van de
grenzen.
- Onderwerp van historiografisch debat
§ ‘Reizen van verkenning en handel’ (E. Ringmar)
§ ‘Kolonialisme’ (G. Wade)
§ Uitleg: Er is een debat onder historici over de aard van de Zheng He-reizen.
Sommigen, zoals E. Ringmar, beschouwen ze als vreedzame handelsmissies,
terwijl anderen, zoals Geoff Wade, ze zien als een vorm van kolonialisme.
§ Tekst (Verband met Zheng He): Wades benadering, die de expedities als meer
militaristisch en imperialistisch van aard beschouwt, staat in contrast met het
idee van vreedzame uitwisseling. Dit benadrukt de complexiteit van de Ming-
9
, dynastie, die tegelijkertijd optrad als een culturele grootmacht en als een
militaire macht die invloed probeerde uit te oefenen op andere politieke
entiteiten.
QING-DYNASTIE (1644-1912)
- Opgericht door de Mantsjoe-stam
→ De nederlaag van de Ming-dynastie door de Mantsjoes werd gezien als een nederlaag
door een barbaarse groep, omdat de Mantsjoes (die vooral bekend staan als de oprichters
van de Qing-dynastie) geen toewijding aan de Confuciaanse filosofie hadden. Echter, nadat
de Qing aan de macht kwamen, begonnen ze het Mandaat van de Hemel te claimen en
zichzelf te presenteren als Confuciaanse heersers.
- ‘Hybridisatie’: combinatie van Chinese en Mantsjoe-praktijken + openheid voor
(Tibetaans) boeddhisme
→ In tegenstelling tot de Ming-dynastie, omvatte de Qing-dynastie niet-Confuciaanse
ideeën in hun bestuur. Ze steunden het Tibetaans boeddhisme door tempels te bouwen en
belangrijke Tibetaanse boeddhistische leraren naar Beijing uit te nodigen. Dit was een
manier om de gunst te winnen van nomadische stammen die voornamelijk het Tibetaans
boeddhisme hadden aangenomen als hun religie.
- Twee belangrijke en succesvolle heersers: Kangxi (1661-1722) & Qianlong (1735-1795)
→ De Qing waren behoorlijk succesvol in het uitbreiden van het territoriale bereik van het
Chinese rijk. Tijdens de Qing-periode werden Taiwan, Tibet en Xinjiang opgenomen in hun
domein.
§ Incorporatie van Taiwan, Tibet & Xinjiang
§ Oorlogen in Vietnam & Birma, defensieve oorlog tegen Rusland (Verdrag van
Nertsjinsk, 1689)
→ Ze voerden oorlogen tegen Vietnam en Birma en hadden ook conflicten met de
Russen. Het Verdrag van Nertsjinsk in 1689 beëindigde een oorlog tussen het Qing-
rijk en de Russen. Het verdrag erkende gelijkheid en stond de Russen toe een kerk in
Beijing te bouwen, evenals toegang tot de Chinese markt.
§ Beperkingen op buitenlandse handel
→ De Qing wilden de handel controleren en de mogelijkheden beperken, waardoor
de buitenlandse handel uiteindelijk werd gereduceerd tot één enkele haven. Dit
betekende dat, als je Japans of Portugees was en met de Qing wilde handelen, dit
strikt gecontroleerd werd met slechts één toegangspunt en een specifieke groep
handelaren die toegang had tot de handel.
10