Periode 2
SAMENVATTING PSYCHIATRIE
VOOR SOCIAAL PROFESSIONAL
Inhoudsopgave
Minor ggz-agoog
Hoofdstuk 3: persoonlijkheidsstoornissen.......................................................2
, 3.1 wat zijn persoonlijkheidsstoornissen.........................................................................2
3.2 Algemene gegevens over persoonlijkheidsstoornissen.............................................3
3.3 Algemene uitgangspunten en sociaalpedagogische aspecten van behandeling bij
persoonlijkheidsstoornissen............................................................................................ 9
3.4 Cluster-A-persoonlijkheidsstoornissen.....................................................................11
3.5 Cluster-B-persoonlijkheidsstoornissen....................................................................16
3.6 Cluster-C-persoonlijkheidsstoornissen.....................................................................21
Hoofstuk 16: Forensische psychiatrie............................................................26
16.1 Grensgebied van psychiatrie en recht..................................................................26
16.2 Rapportage pro justitia......................................................................................... 27
16.4 Toerekeningsvatbaarheid......................................................................................28
16.5 Adviesmogelijkheden binnen het volwassenstrafrecht.........................................29
16.6 Behandelmogelijkheden binnen de forensische psychiatrie..................................29
16.7 Veelvoorkomende psychopathologie....................................................................30
Hoofdstuk 17: verstandelijke beperking en psychiatrie..................................31
17.1 Geschiedenis........................................................................................................ 31
17.2 Herkennen van een verstandelijke beperking.......................................................32
17.3 Classificatie van verstandelijke beperking............................................................32
17.4 Diagnostiek van verstandelijke beperking............................................................35
17.5 Epidemiologie....................................................................................................... 35
17.6 Gedragsproblemen............................................................................................... 36
17.7 Psychiatrische aandoeningen...............................................................................36
17.8 Suïcidaliteit........................................................................................................... 37
17.9 behandeling.......................................................................................................... 38
17.10 Sociaal-pedagogische hulpverlening, behandeling en begeleiding.....................38
Hoofdstuk 18: Omgaan met cultuurverschillen...............................................40
18.1 Cultuurcompetent werken....................................................................................40
18.2 Cultuur.................................................................................................................. 40
18.3 Universalisme-relativisme.....................................................................................40
18.4 Fases in de praktijk............................................................................................... 41
Hoofdstuk 9: Begeleiding en behandeling bij verslavingsproblematiek...........42
9.1 Verslaving: complex fenomeen...............................................................................42
9.2 Verslaving en verslavingszorg.................................................................................42
9.3 Comorbiditeit.......................................................................................................... 43
9.4 Diagnostiek en indicatiestelling..............................................................................44
9.5 Behandeling............................................................................................................ 44
9.6 De sociaal werker in de verslavingszorg.................................................................46
Hoofdstuk 7: schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen........48
, 7.1 Historie en terminologie..........................................................................................48
7.2 mogelijke oorzaken van schizofrenie......................................................................59
7.4 Gevolgen van psychose.......................................................................................... 59
7.5 Visies op zorg bij psychotische stoornissen............................................................60
7.6 Behandeling met medicatie....................................................................................62
7.7 Elektroconvulsietherapie (ECT) en repetitieve transvraniele magnetische stimulatie
(rTMS)........................................................................................................................... 62
7.8 Intensieve thuiszorg................................................................................................ 62
7.9 Begeleiding van client en familieleden...................................................................63
7.10 Psycho-educatie:................................................................................................... 63
7.11 Psychotherapeutische behandeling:.....................................................................63
7.12 Sociale interventies:............................................................................................. 64
Hoofdstuk 3: persoonlijkheidsstoornissen
3.1 wat zijn persoonlijkheidsstoornissen
Box 3.1 De algemene criteria voor een persoonlijkheidsstoornis
volgens de DSM-5-classificatie
A. Er is een duurzaam patroon van innerlijke ervaringen en
gedragingen dat duidelijk afwijkt van wat binnen de cultuur van
betrokkene wordt verwacht. Dit patroon komt op twee (of meer) van
de volgende terreinen tot uiting:
1. cognities (manieren van waarnemen en interpreteren van zichzelf,
andere mensen en gebeurtenissen);
2. affectiviteit (de variëteit, intensiteit, labiliteit en adequaatheid van
de emotionele reacties);
3. interpersoonlijk functioneren;
4. impulsbeheersing.
, Persoonlijkheidsstoornissen kunnen heel het leven aanwezig blijven, niet
altijd. Na 10 jaar voldoet de helft niet meer aan de criteria
persoonlijkheidsstoornissen.
Voor de diagnose persoonlijkheidsstoornissen moet er sprake zijn van:
Lijden en/of beperkingen in sociaal en/of beroepsmatig functioneren.
Afwijkingen op het gebied van cognities, affecten, interpersoonlijke
relaties en impulsen.
Stoornis binnen twee of meer van deze domeinen:
- zelfperceptie en perceptie van anderen (cognitie)
- affecten (intensiteit, labiliteit)
- interpersoonlijk functioneren
- impulsbeheersing
Persoonlijkheidsstoornissen de 3p’s (kan toetsvraag zijn)
- Persistent (blijft aanhoudend)
- Pervasief (diep doordringend)
- Persoonlijk leiden of functionele beperkingen
- Ontstaan in jeugd of vroege volwassenheid
3.2 Algemene gegevens over persoonlijkheidsstoornissen
Persoonlijkheidsstoornissen= meest voorkomende psychische stoornissen.
- 10-15% van de bevolking en 45-80% van de psychiatrische
patiënten.
- Vaker dan gemiddeld comorbide stoornissen 50-80%.
- Maken vaker hun opleiding niet af, krijgen conflicten of andere
problemen op werk, hebben moeite om een vaste relatie te krijgen
of te behouden en om een vriendenkring op te bouwen.
SAMENVATTING PSYCHIATRIE
VOOR SOCIAAL PROFESSIONAL
Inhoudsopgave
Minor ggz-agoog
Hoofdstuk 3: persoonlijkheidsstoornissen.......................................................2
, 3.1 wat zijn persoonlijkheidsstoornissen.........................................................................2
3.2 Algemene gegevens over persoonlijkheidsstoornissen.............................................3
3.3 Algemene uitgangspunten en sociaalpedagogische aspecten van behandeling bij
persoonlijkheidsstoornissen............................................................................................ 9
3.4 Cluster-A-persoonlijkheidsstoornissen.....................................................................11
3.5 Cluster-B-persoonlijkheidsstoornissen....................................................................16
3.6 Cluster-C-persoonlijkheidsstoornissen.....................................................................21
Hoofstuk 16: Forensische psychiatrie............................................................26
16.1 Grensgebied van psychiatrie en recht..................................................................26
16.2 Rapportage pro justitia......................................................................................... 27
16.4 Toerekeningsvatbaarheid......................................................................................28
16.5 Adviesmogelijkheden binnen het volwassenstrafrecht.........................................29
16.6 Behandelmogelijkheden binnen de forensische psychiatrie..................................29
16.7 Veelvoorkomende psychopathologie....................................................................30
Hoofdstuk 17: verstandelijke beperking en psychiatrie..................................31
17.1 Geschiedenis........................................................................................................ 31
17.2 Herkennen van een verstandelijke beperking.......................................................32
17.3 Classificatie van verstandelijke beperking............................................................32
17.4 Diagnostiek van verstandelijke beperking............................................................35
17.5 Epidemiologie....................................................................................................... 35
17.6 Gedragsproblemen............................................................................................... 36
17.7 Psychiatrische aandoeningen...............................................................................36
17.8 Suïcidaliteit........................................................................................................... 37
17.9 behandeling.......................................................................................................... 38
17.10 Sociaal-pedagogische hulpverlening, behandeling en begeleiding.....................38
Hoofdstuk 18: Omgaan met cultuurverschillen...............................................40
18.1 Cultuurcompetent werken....................................................................................40
18.2 Cultuur.................................................................................................................. 40
18.3 Universalisme-relativisme.....................................................................................40
18.4 Fases in de praktijk............................................................................................... 41
Hoofdstuk 9: Begeleiding en behandeling bij verslavingsproblematiek...........42
9.1 Verslaving: complex fenomeen...............................................................................42
9.2 Verslaving en verslavingszorg.................................................................................42
9.3 Comorbiditeit.......................................................................................................... 43
9.4 Diagnostiek en indicatiestelling..............................................................................44
9.5 Behandeling............................................................................................................ 44
9.6 De sociaal werker in de verslavingszorg.................................................................46
Hoofdstuk 7: schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen........48
, 7.1 Historie en terminologie..........................................................................................48
7.2 mogelijke oorzaken van schizofrenie......................................................................59
7.4 Gevolgen van psychose.......................................................................................... 59
7.5 Visies op zorg bij psychotische stoornissen............................................................60
7.6 Behandeling met medicatie....................................................................................62
7.7 Elektroconvulsietherapie (ECT) en repetitieve transvraniele magnetische stimulatie
(rTMS)........................................................................................................................... 62
7.8 Intensieve thuiszorg................................................................................................ 62
7.9 Begeleiding van client en familieleden...................................................................63
7.10 Psycho-educatie:................................................................................................... 63
7.11 Psychotherapeutische behandeling:.....................................................................63
7.12 Sociale interventies:............................................................................................. 64
Hoofdstuk 3: persoonlijkheidsstoornissen
3.1 wat zijn persoonlijkheidsstoornissen
Box 3.1 De algemene criteria voor een persoonlijkheidsstoornis
volgens de DSM-5-classificatie
A. Er is een duurzaam patroon van innerlijke ervaringen en
gedragingen dat duidelijk afwijkt van wat binnen de cultuur van
betrokkene wordt verwacht. Dit patroon komt op twee (of meer) van
de volgende terreinen tot uiting:
1. cognities (manieren van waarnemen en interpreteren van zichzelf,
andere mensen en gebeurtenissen);
2. affectiviteit (de variëteit, intensiteit, labiliteit en adequaatheid van
de emotionele reacties);
3. interpersoonlijk functioneren;
4. impulsbeheersing.
, Persoonlijkheidsstoornissen kunnen heel het leven aanwezig blijven, niet
altijd. Na 10 jaar voldoet de helft niet meer aan de criteria
persoonlijkheidsstoornissen.
Voor de diagnose persoonlijkheidsstoornissen moet er sprake zijn van:
Lijden en/of beperkingen in sociaal en/of beroepsmatig functioneren.
Afwijkingen op het gebied van cognities, affecten, interpersoonlijke
relaties en impulsen.
Stoornis binnen twee of meer van deze domeinen:
- zelfperceptie en perceptie van anderen (cognitie)
- affecten (intensiteit, labiliteit)
- interpersoonlijk functioneren
- impulsbeheersing
Persoonlijkheidsstoornissen de 3p’s (kan toetsvraag zijn)
- Persistent (blijft aanhoudend)
- Pervasief (diep doordringend)
- Persoonlijk leiden of functionele beperkingen
- Ontstaan in jeugd of vroege volwassenheid
3.2 Algemene gegevens over persoonlijkheidsstoornissen
Persoonlijkheidsstoornissen= meest voorkomende psychische stoornissen.
- 10-15% van de bevolking en 45-80% van de psychiatrische
patiënten.
- Vaker dan gemiddeld comorbide stoornissen 50-80%.
- Maken vaker hun opleiding niet af, krijgen conflicten of andere
problemen op werk, hebben moeite om een vaste relatie te krijgen
of te behouden en om een vriendenkring op te bouwen.