FARMACEUTISCHE
WETENSCHAPPEN II
2024 - 2025
Donche Lauren
, Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Het cardiovasculair stelsel
pg. 2 – pg. 33
Hoofdstuk 2: Pulmonale toedieningssystemen en transdermale therapeutische systemen
pg. 34 – pg. 55
Hoofdstuk 3: Het zenuwstelsel
pg. 56 – pg. 89
Pagina 1 van 87
,Hoofdstuk 1: Het cardiovasculair stelsel
Herhaling anatomie en fysiologie (1ste jaar):
DE BLOEDSOMLOOP
Op bovenstaande afbeelding wordt een schematische weergave gegeven van het
cardiovasculair systeem. Deze bestaat uit een grote- en kleine bloedsomloop. Alles
vertrekt vanuit het hart.
Kleine bloedsomloop (longcirculatie):
De pomp van het hart stuwt zuurstofarm bloed naar de longen. Zuurstofrijkbloed keert
terug naar het hart.
- Zuurstofarm bloed stroomt vanuit de rechterkamer naar de longslagader.
- In de longen vindt gasuitwisseling plaats: koolstofdioxide (CO₂) wordt afgegeven
en zuurstof (O₂) wordt opgenomen door het bloed.
- Zuurstofrijk bloed stroom via de longaders naar de linkerkamer waar het
vervolgens in de grote bloedsomloop terecht komt.
Grote bloedsomloop (systemische circulatie):
Het hart pompt zuurstofrijk bloed in het lichaam naar de weefsels, organen en spieren.
Vervolgens keert zuurstofarm bloed terug naar het hart.
- Het zuurstofrijke bloed wordt vanuit de longen door de longader naar de
linkerboezem en vervolgens naar de linkerhartkamer gepompt.
- De linkerhartkamer pompt dit bloed via de aorta, de grootste slagader, naar het
lichaam.
Pagina 2 van 87
, - Het bloed stroomt door kleinere slagaders (arteriën) naar organen en weefsels. In
de haarvaten geeft het zuurstof en voedingsstoffen af aan de cellen en neemt het
koolstofdioxide en afvalstoffen op.
- Het zuurstofarme bloed stroomt via de aderen (venen) terug naar het hart.
- Het bloed komt uiteindelijk aan in de rechterboezem van het hart, waarna het
wordt doorgestuurd naar de rechterhartkamer voor de kleine bloedsomloop
richting de longen, waar het opnieuw zuurstof opneemt.
VERSCHILLENDE SOORTEN BLOEDVATEN
Er zijn in het menselijk lichaam verschillende soorten bloedvaten:
- Arteriën (slagaders): het zijn grote bloedvaten die bloed van het hart wegvoeren
naar de rest van het lichaam. Ze hebben dikke elastische wanden om hoge
bloeddruk te weerstaan.
Voorbeeld: de aorta
- Arteriolen: het zijn kleinere vertakkingen van de arteriën. Ze regelen de
doorbloeding naar verschillende organen en weefsels dit doordat de diameter
van hun wanden variëren.
De arteriolen kunnen verder onderverdeeld worden in drie grote groepen:
1. Afferente arteriolen: voeren bloed naar een orgaan of structuur
2. Efferente arteriolen: voeren bloed weg van een orgaan of structuur
3. Regulerende arteriolen: bevinden zich in verschillende weefsels en spelen
een belangrijke rol in het reguleren van de bloedstroom naar specifieke
organen. Door de diameter van hun wanden aan te passen, kunnen ze de
bloeddruk en de hoeveelheid bloed die naar organen gaat, controleren.
- Capillairen (haarvaten): dit zijn de kleinste bloedvaten, met een zeer dunne
wand. In deze bloedvaten vindt de uitwisseling plaats van: zuurstof,
voedingsstoffen en afvalstoffen tussen het bloed en de weefsels.
- Venulen (kleine aders): het zijn kleine bloedvaten die zuurstofarm bloed van de
capillaire verzamelen en dit naar de grotere venen (aders) transporteren. Ze
vormen de overgang tussen de haarvaten en de grotere aders.
Pagina 3 van 87