Samenvatting medische psychologie: deel 3
Inleiding
De 3 G’s van psychologie
- Gedrag – doen
- Gedachten – denken
- Gevoelens – voelen
Gedachten en gevoelens psychologisch in de enge zin
Vraag: heeft roken een hoger risico op hart en vaat ziekten —>
gedragscomponent: gedrag roken en binnenkrijgen stoffen heeft duidelijk gevolg.
Vraag: heeft stres gevolg op hart en vaat ziektes —> wat bedoelen we met stres.
Stres gaat gepaard met gedrag: ongezonder eten, minder beweging, meer roken
(dus kan verhogen). Maar heeft stres effecten op hart en vaatziekten op
psychologische zin door veranderingen gedachten en gevoelens dat leidt op
effecten hart
Van biomedisch naar bio psychosociaal model
Het biopsychosociale model is een multifactorieel model en een balansmodel
- Multifactorieel: nadruk op samenspel verschillende oorzaken —>
voorbeschikkend, uitlokkend en onderhoudende factoren. Factoren:
biologisch, sociaal, psychologisch. Balans: combinatie van belastend en
weerbaarheid/kwetsbaarheid —> beide in verhouding zien.
o Hoge kwetsbaarheid door bejaardheid die banale infectie doet
blaasontsteking —> minimale belasting kan compleet
uit evenwicht brengen.
Complexiteit: dynamisch, feedback loops – circulariteit,…
- Moeilijk oorzaak en gevolg.
Biomedisch model ziekte uit bril etiologie, biologische bril etc —> bacterie
geeft ontsteking en koorts dus antibiotica geven om infectie tegen te gaan.
Nu immuniteit beïnvloed door levensfactoren etc.
Model(leren) ≠ realiteit
- Modellen die proberen realiteit te beschrijven. We stappen in iets
wetenschappelijk.
Empirische cyclus van deductie en inductie
- Moeder lesgever en haar vader was HA. Afgestudeerd aan begin WO2.
Afgestudeerd en
heeft zijn diploma gekregen toen leuven gebombardeerd werd. Hij gnk
bedreven is gans
anders dan HA vandaag.
o Op doorsnee werkdag 60-100 patiënten —> veel mensen
o NU 4 patiënten per uur —> 40-50 dag.
- Tijd waarin gnk volle ontwikkeling was allemaal in eng biomedisch model
—> op dat model sociaal en psychologisch geen tijd voor. Het was snel
stellen diagnose acute aandoeningen. Nu biopsychosociaal model: tijd
nodig voor contact voor ruimte en veiligheid. Breed exploratie. Van ander
model werken: voortdurend sociale aspecten en psychologische aspecten
samenbrengen.
,Multifactorieel model en balansmodel
Multifactorieel: samenspel van vele verschillende oorzaken.
Voorbeschikkende, uitlokkende en onderhoudende factoren
- Jonge patiënt gedesorieent en verward bij blaasontsteking —> belastende
factor om iemand met zo lage kwetsbaarheid, hoge weerbaarheid uit
evenwicht brengt.
Balansmodel: stres kwetsbaarheids model
Belasting – stres
- Omgevingsfactoren
- Toxische stoffen
- Ingrijpende levensgebeurtenis
- Verlieservaringen
- Conflicten
Kwetsbaarheid – weerbaarheid
- Genetische factoren
o Veel kwetsbaarheid ligt vast op leeftijd 3-4 jaar. Bij conceptie wordt
genetische mix al bepaald. Kritische periode 9 maanden in
baarmoeder —> bepaald veel kwetsbaarheid. Eerste levensjaar:
ontwikkelen evenwicht, basis etc. Combinatie deze 3 belang
- Intra – uteriene factoren (barker hypothese)
- Vroegkinderlijke ervaringen
- Sociale steun relatie
- Coping, persoonlijkheid
Evolutie in geneeskunde
Van paternalisme naar autonomie en gemeenschappelijke besluitvorming
Evoluties in geneeskunde: doel:
- ‘Genezing’: ziektevrij
- Symptoomvrij of symptoomverbetering
- Levenskwaliteit (QoL)
- Functioneren
- Herstel (recovery
Evolutie van paternalisme nr autonome en gemeenschappelijke besluitvorming.
Grootvader dokter: er wordt nr geluisterd —> ondergeschiktheid, volksgeest. Nu
,niet meer paternalistisch waar we zeggen aan patiënt wat er gedaan moet
worden. Mensen willen zelf beslissen en zien dokter als hun uitleg van voor of
nadelen.
Gemeenschappelijk: middenweg. Niet patiënt consument of cliënt maar ook niet
volledig paternalisme —> samenhang tussen beide. Samen beslissing nemen:
zwaartepunt soms meer patiënt en soms meer arts.
Nastreven in gnk wat is doel —> genezen, past goed bij acute aandoeningen.
Maar nu meer chronische aandoeningen, bijna hoofdtaak HA —> valt niet te
genezen —> nu willen we patiënt symptoom vrij krijgen (patiënten beginnen zich
te moeien). Patiënten willen dingen doen maar niet symptoom vrij, belangrijker
voor functioneel leven (liever symptomen erbij nemen dan met medicatie leven
verminderen). Alles hervat in herstel: niks te maken met genezing. Mensen vaak
nog met lijden en druk.
Herstel als doel van medische interventie
Begrip kijken nr centraal persoonlijk, kan ik als persoon een zinvol leven ervaren.
Maatschappelijk: wat beteken ik voor anderen of id maatschappij.
Functioneel: kan ik doen wat ik belangrijk vind, kan ik functioneren als parter,
vader, professioneel, sport Klinisch: aandoening verbeteren, symptomen
verminderen.
, Het belang van het gedrag van de patiënt in
geneeskunde
Gezondheidsgedrag: zie deel gezondheidspsychologie
Therapietrouw
Compliance – fidelity – adherence – concordance – alliance: verschillende
connotaties: van paternalisme naar gemeenschappelijke besluitvorming (shared
decision making)
Voor medicatie, maar ook afspraken, revalidatieprog, levensstijlveranderingen
(lichaamsbeweging, dieet,…).
De mate waarin gedrag van patiënt overeenkomt met medisch advies (of met de
gemaakte afspraken tss hulpverlener – pt).
Artsen hebben idee dat als ze behandeling voorschrijven dat patiënt die
behandeling gaat volgen. Dit is eig niet zo simpel. Therapietrouw niet regel,
meerderheid gebeurt niet zo: uitzonderlijk.
Nederlands: therapietrouw. Engels: meerdere worden
- Compliant: paternalistisch model
- Fidelity: trouw zijn aan wat arts zegt
- Adherent: ga je wel overeenkomstig doen wat gezegd is
- Condordantie: samen tot overeenkomst komen en zien dat die gebeurt
- Aliantie: doen afspreken.
Doen wat dokter zegt of doen wat je samen hebt afgesproken —> achterliggende
paradigma’s spelen ook hier mee
Therapietrouw: medicatie, afspraken, revalidatie, nakomen
levensstijlveranderingen (beweging, dieet, roken etc). Mate waarin gedrag
overeenkomt met medisch advies.
Het begrip ‘therapietrouw’
Problemen therapietrouw: te veel of te weinig, verkeerde tijdstip / interval, drop-
outs, drug holidays, andere geneesmiddelen bijnemen,… - vaak partiële
therapietrouw
(genomen/voorgeschreven tabletten) x 100
- = dose-frequency compliance
% van de dagen met correcte inname
- = dose-interval compliance
Problemen = regel
- Te veel nemen: extra voor sneller beter worden. Of slechter voelen duys
meer nemen dan voorgeschreven
- Te weinig: minder, overslaan
- Verkeerde tijdstip
- Verkeerde interval: 12u tussen, therapeutisch venster belang
- Drop outs: veel mensen starten studie maar groot deel stopt ook
- Drug holidays: patiënt zelf beslissen op bepaalde dagen niet te nemen.
Antidepressiva kunnen leiden tot minder klaarkomen —> sommige willen
in weekend seks dus nemen hun antidepressiva niet in in weekend, dus
behandeling depressie minder.
- Bijname iets anders: interacties met andere medicaties
Goede therapie trouw= uitzonderlijk
2 manieren vr therapietrouw berekenen —> moeten we kunnen.
Inleiding
De 3 G’s van psychologie
- Gedrag – doen
- Gedachten – denken
- Gevoelens – voelen
Gedachten en gevoelens psychologisch in de enge zin
Vraag: heeft roken een hoger risico op hart en vaat ziekten —>
gedragscomponent: gedrag roken en binnenkrijgen stoffen heeft duidelijk gevolg.
Vraag: heeft stres gevolg op hart en vaat ziektes —> wat bedoelen we met stres.
Stres gaat gepaard met gedrag: ongezonder eten, minder beweging, meer roken
(dus kan verhogen). Maar heeft stres effecten op hart en vaatziekten op
psychologische zin door veranderingen gedachten en gevoelens dat leidt op
effecten hart
Van biomedisch naar bio psychosociaal model
Het biopsychosociale model is een multifactorieel model en een balansmodel
- Multifactorieel: nadruk op samenspel verschillende oorzaken —>
voorbeschikkend, uitlokkend en onderhoudende factoren. Factoren:
biologisch, sociaal, psychologisch. Balans: combinatie van belastend en
weerbaarheid/kwetsbaarheid —> beide in verhouding zien.
o Hoge kwetsbaarheid door bejaardheid die banale infectie doet
blaasontsteking —> minimale belasting kan compleet
uit evenwicht brengen.
Complexiteit: dynamisch, feedback loops – circulariteit,…
- Moeilijk oorzaak en gevolg.
Biomedisch model ziekte uit bril etiologie, biologische bril etc —> bacterie
geeft ontsteking en koorts dus antibiotica geven om infectie tegen te gaan.
Nu immuniteit beïnvloed door levensfactoren etc.
Model(leren) ≠ realiteit
- Modellen die proberen realiteit te beschrijven. We stappen in iets
wetenschappelijk.
Empirische cyclus van deductie en inductie
- Moeder lesgever en haar vader was HA. Afgestudeerd aan begin WO2.
Afgestudeerd en
heeft zijn diploma gekregen toen leuven gebombardeerd werd. Hij gnk
bedreven is gans
anders dan HA vandaag.
o Op doorsnee werkdag 60-100 patiënten —> veel mensen
o NU 4 patiënten per uur —> 40-50 dag.
- Tijd waarin gnk volle ontwikkeling was allemaal in eng biomedisch model
—> op dat model sociaal en psychologisch geen tijd voor. Het was snel
stellen diagnose acute aandoeningen. Nu biopsychosociaal model: tijd
nodig voor contact voor ruimte en veiligheid. Breed exploratie. Van ander
model werken: voortdurend sociale aspecten en psychologische aspecten
samenbrengen.
,Multifactorieel model en balansmodel
Multifactorieel: samenspel van vele verschillende oorzaken.
Voorbeschikkende, uitlokkende en onderhoudende factoren
- Jonge patiënt gedesorieent en verward bij blaasontsteking —> belastende
factor om iemand met zo lage kwetsbaarheid, hoge weerbaarheid uit
evenwicht brengt.
Balansmodel: stres kwetsbaarheids model
Belasting – stres
- Omgevingsfactoren
- Toxische stoffen
- Ingrijpende levensgebeurtenis
- Verlieservaringen
- Conflicten
Kwetsbaarheid – weerbaarheid
- Genetische factoren
o Veel kwetsbaarheid ligt vast op leeftijd 3-4 jaar. Bij conceptie wordt
genetische mix al bepaald. Kritische periode 9 maanden in
baarmoeder —> bepaald veel kwetsbaarheid. Eerste levensjaar:
ontwikkelen evenwicht, basis etc. Combinatie deze 3 belang
- Intra – uteriene factoren (barker hypothese)
- Vroegkinderlijke ervaringen
- Sociale steun relatie
- Coping, persoonlijkheid
Evolutie in geneeskunde
Van paternalisme naar autonomie en gemeenschappelijke besluitvorming
Evoluties in geneeskunde: doel:
- ‘Genezing’: ziektevrij
- Symptoomvrij of symptoomverbetering
- Levenskwaliteit (QoL)
- Functioneren
- Herstel (recovery
Evolutie van paternalisme nr autonome en gemeenschappelijke besluitvorming.
Grootvader dokter: er wordt nr geluisterd —> ondergeschiktheid, volksgeest. Nu
,niet meer paternalistisch waar we zeggen aan patiënt wat er gedaan moet
worden. Mensen willen zelf beslissen en zien dokter als hun uitleg van voor of
nadelen.
Gemeenschappelijk: middenweg. Niet patiënt consument of cliënt maar ook niet
volledig paternalisme —> samenhang tussen beide. Samen beslissing nemen:
zwaartepunt soms meer patiënt en soms meer arts.
Nastreven in gnk wat is doel —> genezen, past goed bij acute aandoeningen.
Maar nu meer chronische aandoeningen, bijna hoofdtaak HA —> valt niet te
genezen —> nu willen we patiënt symptoom vrij krijgen (patiënten beginnen zich
te moeien). Patiënten willen dingen doen maar niet symptoom vrij, belangrijker
voor functioneel leven (liever symptomen erbij nemen dan met medicatie leven
verminderen). Alles hervat in herstel: niks te maken met genezing. Mensen vaak
nog met lijden en druk.
Herstel als doel van medische interventie
Begrip kijken nr centraal persoonlijk, kan ik als persoon een zinvol leven ervaren.
Maatschappelijk: wat beteken ik voor anderen of id maatschappij.
Functioneel: kan ik doen wat ik belangrijk vind, kan ik functioneren als parter,
vader, professioneel, sport Klinisch: aandoening verbeteren, symptomen
verminderen.
, Het belang van het gedrag van de patiënt in
geneeskunde
Gezondheidsgedrag: zie deel gezondheidspsychologie
Therapietrouw
Compliance – fidelity – adherence – concordance – alliance: verschillende
connotaties: van paternalisme naar gemeenschappelijke besluitvorming (shared
decision making)
Voor medicatie, maar ook afspraken, revalidatieprog, levensstijlveranderingen
(lichaamsbeweging, dieet,…).
De mate waarin gedrag van patiënt overeenkomt met medisch advies (of met de
gemaakte afspraken tss hulpverlener – pt).
Artsen hebben idee dat als ze behandeling voorschrijven dat patiënt die
behandeling gaat volgen. Dit is eig niet zo simpel. Therapietrouw niet regel,
meerderheid gebeurt niet zo: uitzonderlijk.
Nederlands: therapietrouw. Engels: meerdere worden
- Compliant: paternalistisch model
- Fidelity: trouw zijn aan wat arts zegt
- Adherent: ga je wel overeenkomstig doen wat gezegd is
- Condordantie: samen tot overeenkomst komen en zien dat die gebeurt
- Aliantie: doen afspreken.
Doen wat dokter zegt of doen wat je samen hebt afgesproken —> achterliggende
paradigma’s spelen ook hier mee
Therapietrouw: medicatie, afspraken, revalidatie, nakomen
levensstijlveranderingen (beweging, dieet, roken etc). Mate waarin gedrag
overeenkomt met medisch advies.
Het begrip ‘therapietrouw’
Problemen therapietrouw: te veel of te weinig, verkeerde tijdstip / interval, drop-
outs, drug holidays, andere geneesmiddelen bijnemen,… - vaak partiële
therapietrouw
(genomen/voorgeschreven tabletten) x 100
- = dose-frequency compliance
% van de dagen met correcte inname
- = dose-interval compliance
Problemen = regel
- Te veel nemen: extra voor sneller beter worden. Of slechter voelen duys
meer nemen dan voorgeschreven
- Te weinig: minder, overslaan
- Verkeerde tijdstip
- Verkeerde interval: 12u tussen, therapeutisch venster belang
- Drop outs: veel mensen starten studie maar groot deel stopt ook
- Drug holidays: patiënt zelf beslissen op bepaalde dagen niet te nemen.
Antidepressiva kunnen leiden tot minder klaarkomen —> sommige willen
in weekend seks dus nemen hun antidepressiva niet in in weekend, dus
behandeling depressie minder.
- Bijname iets anders: interacties met andere medicaties
Goede therapie trouw= uitzonderlijk
2 manieren vr therapietrouw berekenen —> moeten we kunnen.