en
sociologie
Ella
Wijsman
Samenvatting
,Psychologie
Hoofdstuk
1
–
Gedrag
en
Invloeden
op
Gedrag
(Psychologie)
Invloeden
op
gedrag
• Fysiek
factoren
(lichamelijk)
• Psychische
factoren
(fase
in
je
leven)
• Sociale
factoren
(collega’s,
familie)
• Culturele
factoren
(prestatiecultuur)
• Fysische
en
geografische
factoren
(in
de
zomer
ben
je
vrolijker)
Hoofdstuk
2
–
Persoonlijkheid
(Psychologie)
Persoonlijkheidstheorieën
Oude
theorieën
Oude
Grieken
(o.a.
Theophrastus)
• Relatie
tussen
oerkrachten
en
persoonlijkheid
• Relatie
tussen
lichaamssappen
(humores)
en
persoonlijkheid
Kretschmer
en
Sheldon:
karakter
op
basis
van
lichaamsbouw
• Lang
en
dun
(leptosoom)
• Breed
en
gespierd
(atletisch)
• Klein
en
dik
(pyknisch)
Aan
deze
lichaamstypen
werden
vervolgens
karaktereigenschappen
verbonden.
Freud’s
Psychoanalyse!!
Persoonlijkheid
bestaat
uit
• Id(es):
oerdriften
• Ego
(ich):
gedragsregels
(sublimeren:
driften
omzetten
naar
aanvaardbaar
gedrag)
• Superego
(überich):
geweten
Driften
hebben
grote
invloed,
vooral
sexuele
driften
en
doodsdrift.
De
doodsdrift
is
ook
de
oorsprong
van
agressieve
driften.
Jeugdjaren
hebben
grote
invloed
op
rest
van
je
leven
• Orale
fase
(eerste
jaren):
Zelf
vanalles
ontdekken
• Anale
fase
(tot
3
jaar):
Eigen
wil,
zelfstandigheid,
koppigheid
• Fallische
fase
/
Oedipoes-‐
of
Elektra-‐complex:
(kleuterleeftijd):
op
te
lossen
door
identificatie
met
de
ouder
van
hetzelfde
geslacht
• Latente
fase
(tussen
kleuterleeftijd
en
12
jaar):
sexuele
driften
gaan
even
ondergronds.
• Genitale
fase
(vanaf
12
jaar):
biologische
rijpheid.
Neo-‐Freudianen
Algemeen:
Ontwikkeling
gaat
hele
leven
door
/
trauma’s
uit
de
eerste
jaren
kunnen
worden
hersteld
, Erikson
5
fasen
van
de
kindertijd:
• Vertrouwen
versus
wantrouwen
• Zelfstandigheid
versus
schaamte
en
twijfel
• Initiatief
versus
schuldgevoel
• Vlijt
versus
minderwaardigheid
• Identiteit
versus
rolverwarring
• Adolescentie:
identiteitscrisis
3
fasen
in
volwassenheid
• Intimiteit
–
twintigers
(zoeken
naar
relaties,
liefde,
intimiteit)
• Generativiteit
–
middenvolwassenheid
(vruchtbaar/productief
willen
zijn
met
kinderen,
relaties
of
werk)
• Wijsheid
–
latere
leeftijd
Afweermechanismen
Grotendeels
onbewuste
maatregelen
die
iemand
neemt
om
zich
te
beschermen
tegen
te
grote
spanning,
pijn
of
sterke
emoties.
• Verdringing:
ver
wegstoppen
en
vergeten
• Projectie:
eigen
emoties/driften/behoeften
aan
andere
toeschrijven
• Regressie:
terugvallen
naar
kindertijd/je
afhankelijk
gedragen
door
een
emotionele
gebeurtenis
• Reactieformatie:
overdekking
door
het
tegendeel.
Een
bang
jongetje
gaat
extra
stoer
doen.
• Rationalisatie:
twijfels
en
emoties
wegpraten:
een
verklaring
zoeken
die
we
aannemelijk,
maar
niet
waar
is.
• Verplaatsing:
emoties
verplaatsen
naar
een
andere
persoon
of
situatie.
• Vluchtgedrag:
afleiding
of
andere
prikkel
opzoeken
om
emoties
te
kunnen
“vergeten”.
Karaktertrekken
gebruiken
om
iemand
te
beschrijven
• Allport:
probeerde
als
eerste
de
meest
centrale
en
fundamentele
karaktertrekken
op
te
sporen.
• Cattell:
kwam
tot
16
fundamentele
trekken
door
factoranalyse
• Eysenck:twee
belangrijkste
dimensies
voor
karakters:
extraversieen
neuroticisme