Basiskennis Vissen Natuurlijke
Hoofdstuk 1 : inleiding instroom van
70% van de aarde bestaat uit water! water via de
kieuwen door
- Veel verschillende eigenschappen (stroming, stilstaand, temperatuur diepte, zuurstof,
hardheid͙..)
talrijke soorten vissen
- Indeling diersoorten: verwijzing naar dierkunde
Zeepaardjes zijn vissen, maar hebben niet de ‘typische’ visanatomie
- Geen staartvin
- Rugvin => stuwing
- Borstvinnen => sturen
- Geen schubben
Typische ‘visvorm’:
- Tonijn
- Makreel
Hoe meer ze van deze (gestroomlijnde)vorm afwijken, hoe slechter ze kunnen zwemmen
Staart altijd recht bij vissen (bij walvissen horizontaal)
Een klein voorbeeld van een lichamelijke aanpassing van een vis aan zijn omgeving.
Een vis kan beschouwd worden als een met water gevuld lichaam in een met water gevulde
omgeving. De kieuwen zijn doorlaatbaar. Bijgevolg spelen osmose en diffusie een belangrijke
rol.
= deeltjes verplaatsen
zich
Hoge concentratie → lage concentratie
= Water met zout stroomt door celwanden heen naar
plaats met hoog
zoutgehalte
In zoetwater: minder opgeloste zouten in het water, dan in het lichaam van de vis!
, Actieve heropname van
zout uit urine bij de Actieve
verwerking in de nieren opname van
zouten door
chloride
cellen in de
Natuurlijk verlies
Veel urine om het te van zouten via
Hoofdstuk 2 : Anatomische en fysiologische kenmerken
vele water te de kieuwen door
verwijderen diffusie
Anatomie: de zwemblaas
- De zwemblaas is een met gas gevulde blaas in de coeloomholte van de vis. Deze zwemblaas
staat via een kanaaltje (de ductus pneumaticus) in verbinding met de darm.
- Via dit kanaal regelt de vis de gasdruk in de zwemblaas en bijgevolg zijn positie in het water.
Bij
toename van het gasvolume in de zwemblaas stijgt de vis, bij afname daalt de vis in het
water
(en zien we gasbelletjes langs zijn mond ontsnappen).
Anatomie: zijlijnorgaan of laterale lijn
- Met behulp van het zijlijnorgaan of de laterale lijn kan de vis zich oriënteren in het water,
bewegingen en trillingen waarnemen.
Anatomie: de kieuwen
- Het ademhalingsstelsel bij de vis bestaat uit vier kieuwbogen onder een kieuwdeksel aan de
twee zijden van de kop. Op elke kieuwboog staan primaire kieuwplaatjes (zie figuur
midden
boven), die nogmaals onderverdeeld zijn in secundaire kieuwplaatjes (zie figuur rechts
boven;
onder de microscoop). Dit is het ademhalingsoppervlak waarmee de vis zuurstof uit het
water
haalt.
Hoofdstuk 1 : inleiding instroom van
70% van de aarde bestaat uit water! water via de
kieuwen door
- Veel verschillende eigenschappen (stroming, stilstaand, temperatuur diepte, zuurstof,
hardheid͙..)
talrijke soorten vissen
- Indeling diersoorten: verwijzing naar dierkunde
Zeepaardjes zijn vissen, maar hebben niet de ‘typische’ visanatomie
- Geen staartvin
- Rugvin => stuwing
- Borstvinnen => sturen
- Geen schubben
Typische ‘visvorm’:
- Tonijn
- Makreel
Hoe meer ze van deze (gestroomlijnde)vorm afwijken, hoe slechter ze kunnen zwemmen
Staart altijd recht bij vissen (bij walvissen horizontaal)
Een klein voorbeeld van een lichamelijke aanpassing van een vis aan zijn omgeving.
Een vis kan beschouwd worden als een met water gevuld lichaam in een met water gevulde
omgeving. De kieuwen zijn doorlaatbaar. Bijgevolg spelen osmose en diffusie een belangrijke
rol.
= deeltjes verplaatsen
zich
Hoge concentratie → lage concentratie
= Water met zout stroomt door celwanden heen naar
plaats met hoog
zoutgehalte
In zoetwater: minder opgeloste zouten in het water, dan in het lichaam van de vis!
, Actieve heropname van
zout uit urine bij de Actieve
verwerking in de nieren opname van
zouten door
chloride
cellen in de
Natuurlijk verlies
Veel urine om het te van zouten via
Hoofdstuk 2 : Anatomische en fysiologische kenmerken
vele water te de kieuwen door
verwijderen diffusie
Anatomie: de zwemblaas
- De zwemblaas is een met gas gevulde blaas in de coeloomholte van de vis. Deze zwemblaas
staat via een kanaaltje (de ductus pneumaticus) in verbinding met de darm.
- Via dit kanaal regelt de vis de gasdruk in de zwemblaas en bijgevolg zijn positie in het water.
Bij
toename van het gasvolume in de zwemblaas stijgt de vis, bij afname daalt de vis in het
water
(en zien we gasbelletjes langs zijn mond ontsnappen).
Anatomie: zijlijnorgaan of laterale lijn
- Met behulp van het zijlijnorgaan of de laterale lijn kan de vis zich oriënteren in het water,
bewegingen en trillingen waarnemen.
Anatomie: de kieuwen
- Het ademhalingsstelsel bij de vis bestaat uit vier kieuwbogen onder een kieuwdeksel aan de
twee zijden van de kop. Op elke kieuwboog staan primaire kieuwplaatjes (zie figuur
midden
boven), die nogmaals onderverdeeld zijn in secundaire kieuwplaatjes (zie figuur rechts
boven;
onder de microscoop). Dit is het ademhalingsoppervlak waarmee de vis zuurstof uit het
water
haalt.