➔ Farmacie = want een apotheker doet.
- Productie
- Formulering
- Farmacon
➔ Farmacokinetiek = want doet het lichaam met
geneesmiddel
- Absorptie → opnemen van medicijnen
- Enteraal
- Parenteraal
- Lokaal
- Distributie
- Metabolisme
- Eliminatie
➔ Farmacodynamiek
FARMACOKINETIEK
Farmacon-receptor interactie
1) Darm nemen medicijnen op in het lichaam
2) Via vena porta (poort ader) → lever
3) Vena cava inferior (onderste holle ader) → naar het hart
4) Vanaf het hart zuurstofarme bloed + medicijnen naar het de longen + O2
5) Gaat naar alle delen van het lichaam via de aorta
6) Terug naar venen (hele bloedsomloop geweest
7) Gevens wordt de medicijnen in het lever afgebroken
8) Door nieren uitgescheiden
⇒ Absorptie
Toedieningsplaats:
● Lokaal (bijv ogen/ oren / zalf) → plaatselijk, niet rechtstreeks in bloedsomloop, direct op
plaats van werking.
○ oogdruppels, zalven en crème, inhala
● Enteraal → maag- darm passage
○ oraal, rectaal (rechtstreeks in de darm toegediend) of sonde (pijpje die naar de
darm gaat bijv. via de neus of mond naar darmen)
Hoe snel we geneesmiddel
kunnen terug vinden in het bloed
→ hangt af van toedieningsvorm
C MAX = de maximale concentratie
T MAX = de tijd waar de
concentratie C MAX bereikt wordt.
, C ½ = De helft van de concentratie in ons bloed door eliminatie. Hier bij hoort T ½.
Orale toediening:
● Parenteraal → niet via de maag kanaal
○ Subcutaan, intraveneus(toedienen medicijnen direct in de bloedbaan, zitten
sneller in het bloed → hoeven niet via de veneuze. zie afb), intramusculair,
intra-articulair.
○ Overig: pleisters, sublingual, inhalatiemedicatie (narcose).
Werking
Hoe snel het geneesmiddel kunnen vinden in het bloed, hangt af van de toedieningsvorm
● lokaal → Op de plek zelf alleen
● systemische → komt overal, want komt in de bloedsomloop
, Toegangswegen
Injecties
Met name van belang voor verloskunde
I.V.
I.M
S.C.
Toevoeging voor verlengde werking:
- Vasoconstrictor
- Prodrugs
Intraveneuze toediening
- Productie
- Formulering
- Farmacon
➔ Farmacokinetiek = want doet het lichaam met
geneesmiddel
- Absorptie → opnemen van medicijnen
- Enteraal
- Parenteraal
- Lokaal
- Distributie
- Metabolisme
- Eliminatie
➔ Farmacodynamiek
FARMACOKINETIEK
Farmacon-receptor interactie
1) Darm nemen medicijnen op in het lichaam
2) Via vena porta (poort ader) → lever
3) Vena cava inferior (onderste holle ader) → naar het hart
4) Vanaf het hart zuurstofarme bloed + medicijnen naar het de longen + O2
5) Gaat naar alle delen van het lichaam via de aorta
6) Terug naar venen (hele bloedsomloop geweest
7) Gevens wordt de medicijnen in het lever afgebroken
8) Door nieren uitgescheiden
⇒ Absorptie
Toedieningsplaats:
● Lokaal (bijv ogen/ oren / zalf) → plaatselijk, niet rechtstreeks in bloedsomloop, direct op
plaats van werking.
○ oogdruppels, zalven en crème, inhala
● Enteraal → maag- darm passage
○ oraal, rectaal (rechtstreeks in de darm toegediend) of sonde (pijpje die naar de
darm gaat bijv. via de neus of mond naar darmen)
Hoe snel we geneesmiddel
kunnen terug vinden in het bloed
→ hangt af van toedieningsvorm
C MAX = de maximale concentratie
T MAX = de tijd waar de
concentratie C MAX bereikt wordt.
, C ½ = De helft van de concentratie in ons bloed door eliminatie. Hier bij hoort T ½.
Orale toediening:
● Parenteraal → niet via de maag kanaal
○ Subcutaan, intraveneus(toedienen medicijnen direct in de bloedbaan, zitten
sneller in het bloed → hoeven niet via de veneuze. zie afb), intramusculair,
intra-articulair.
○ Overig: pleisters, sublingual, inhalatiemedicatie (narcose).
Werking
Hoe snel het geneesmiddel kunnen vinden in het bloed, hangt af van de toedieningsvorm
● lokaal → Op de plek zelf alleen
● systemische → komt overal, want komt in de bloedsomloop
, Toegangswegen
Injecties
Met name van belang voor verloskunde
I.V.
I.M
S.C.
Toevoeging voor verlengde werking:
- Vasoconstrictor
- Prodrugs
Intraveneuze toediening